Oorlog en vrede

Ik zou mijzelf geen pacifist in de letterlijke zin willen noemen. Ik ben wel iemand die pas in de laatste instantie zijn handen gebruikt om iemand tot rede te brengen. Dan nog ben ik niet degene die als eerste slaat. Ik ben dan ook niet uit op macht. Het helpt daarbij wel dat je dan denkt: “Ik ben de macht zelve.” Pas als je dat gaat uitventen, als je mensen achter je idee van macht hebben schaart, pas dan gaat het mis. En qua slaan: ik heb twee keer in mijn leven mijn vuisten of handen gebruikt. De eerste keer als 12-jarige toen ik drie stoere Molukkers van het lijf probeerde te slaan (uiteindelijk geholpen door een hulpvaardige automobilist; dat is mogelijk de reden dat ik nog leef en dit stuk schrijf), de tweede keer als student toen ik tijdens de introductie twee dronken boeren van buiten de stad duidelijk maakte dat ze de eerstejaars die ik onder mijn hoede had niet moesten lastig vallen. Uit eigener beweging heb ik nog nooit iemand geslagen.

Alles kort en goed: ik heb niets met geweld. In gedachten wel. In gedachten heb ik het hele parlement en de senaat al over de kling gejaagd. Datzelfde geldt voor menig gemeente. Maar dat is de verbeelding. Ik heb een geest die mooiste, lelijkste, engste, verschrikkelijkste dingen kan bedenken. Maar dan nog: om feitelijk gewelddadig te worden heeft meer voeten in de aarde, vraagt om minder beheersing van de onderbuik en om minder hersenen. Het gaat om ook het opvolgen van commando’s, over het niet vragen stellen. Ik kan en wil dat niet. Al mijn hele leven niet. Al als kind maakte mijn hoofdmeester (sowieso dé man die in mij het anarchistische wakker maakte) op de lagere school duidelijk: je doet iets niet omdat een ander het wel doet. Voor veel mensen geldt dat niet. Die gaan uit van tegenovergestelde: als de ander in de sloot springt, dan is het zaak er zelf achteraan te springen, vaak met als het enige verweer: hij deed het ook en er moet wel een reden zijn dat hij het deed, want hij deed het toch.

Toch, ik heb iets met de welwillendheid waarmee mannen en tegenwoordig ook vrouwen ten strijde trekken. Ik begrijp het niet, maar het fascineert. Misschien wel omdat ik het niet snap. Ik vind het meeslepend als honderdduizenden, zelfs miljoenen mensen hun land, leider, ideologie verdedigen en andere mensen neermaaien. Meer in het bijzonder wil ik alles weten van de twee wereldoorlogen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ik verzamel vooral bewegend beeldmateriaal over die oorlogen. Want dat is het bijzondere: beide wereldoorlogen gingen niet om een beperkt stuk land dat veroverd moest worden, aan beide oorlogen deden veel landen mee en beide oorlogen zijn met camera’s in beeld gebracht (hoewel bij wereldoorlog I veel naderhand in scene is gezet). Die verbeelding, letterlijk bedoeld, boeit mij keer op keer. In ieder geval meer dan de verbeelding (figuurlijk) in schilderijen, muziek en boeken.

Het gekke? Ik vind het niet eens vreemd dat ik nauwelijks oorlogszuchtig ben, of naar macht verlang, of graag klappen uitdeel (behalve dan verbaal), maar dat ik wel bijzonder nieuwsgierig ben naar beelden uit de beide wereldoorlogen. Laat zich dit rijmen? Nee. Dat is de kracht van mijn leven. Het ongerijmde. Op een ander moment zalwil ik – misschien – hier in mijn weblog een aantal benaderingen geven waarom ik zo ongerijmd ben. En waarom ik oorlogsfilms wel en andere kunstuitingen over oorlog niet goed of geslaagd vind.

xa9 rick ruhland 2009.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.