Er was eens een muur in Berlijn

25 jaar geleden. Net na het avondeten, terwijl de maag en de buik het weer moeilijk konden verteren dat ze een te kleine maaltijd moesten verwerken, stond de televisie aan in menig huis in Oost-Berlijn. Ook aan de andere kant van de muur volgde men het nieuws, meestal met een iets te volle buik. En om die tijd, rond 19.00 uur op die donderdag, 9 november 1989, werd een nieuwsconferentie gegeven waarmee verbaal in de Berlijnse muur werd gehakt. Een barst verscheen in de ideologie en in de harde muur die 28 jaar de stad in tweeën deelde. De Duitsers ten oosten van de muur kregen zonder verdere bepalingen een ‘Ausreisegenehmigung’ om de grens over te gaan.

Nog steeds ontroert mij de val van de muur ‘zum tiefsten’. De groeiende menigten bij de muur, de onduidelijkheden bij de grensposten, de steeds meer aandringende mensen, en dan de bevrijdende juichen van mensen die met weinig meer dan hun paspoort naar de andere kant mogen, het huilen van Ossies die onthaald worden door net zo blije Wessies.

Ik kan mij nog steeds weinig voorstellen wat het is een halve eeuw in een denksysteem opgesloten te zitten, en daar ook niet buiten te mogen treden. Ik zit hier in West-Europa vast aan het consumentisme, het kapitalisme, overproductie, planned obsolescence. Maar net als andere mensen kies ik, uit een reeds lang bestaande wens, steeds meer en steeds vaker voor het kleine. Kleine winkels, regionale producten, kleine bestuurseenheden (die uiteindelijk goedkoper zijn dan alle megafusies van de afgelopen 150 jaar). Je hebt hier en nu de gelegenheid om uit het systeem te stappen. Zonder al te veel moeite.

Dat kon in de DDR niet. Toen dus op die avond de GÜSt’s (Grenzübergangsstelle, oftewel grensovergangsplek) open gingen, en die beelden heb ik in 25 jaar misschien 1000 keer gezien, kijken mensen met ongeloof naar wat er voor hun ogen gebeurt. Bang ongeloof.  Niet alleen zij die naar het Kapitalistische Westen willen, ook de grenswachten en VoPo’s die geacht werden, decennia lang, mensen binnen te houden. Niemand weet of het mocht, of het echt wel kon, of men niet in de problemen kwam als men terug keerde in de DDR, problemen die vroeger doodnormaal waren. Want wie zich niet tot de ideologie bekeerde, was een verrader. Die kon een carrière in zijn vak wel vergeten. Die kon voordelen als goed eten op zijn buik schrijven.

Zo erg is het als je moet leven in een ideologie. Als je gedwongen wordt te leven zoals de mensen aan de top zeggen dat je moet leven. Als iedereen in je omgeving een spion kan zijn. Als de overheid je wijsmaakt dat het goed gaat met de staat, terwijl dat nergens te bespeuren is.

Tot op de dag raakt het mij dat de muur viel en dat mensen de tranen lieten gaan, tot watervallen van geluksverdriet.

Berlin, es grüsst euch Amsterdam. Trinkt noch ein Glas Sekt oder Bier. 25 Jahre Mauerfall soll man feiern. Ich feiere mit Euch mit. Denn auch ich bin Berliner.

© Rick Ruhland 2014

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.