Proefschrift van de week

Titel: Holistische genetica. Auteur: B. R. Oddel

Samenvatting: Toen ik de titel voor het eerst zag, en het boek op zijn omslag beoordeelde, wilde ik het boek in een hoek smijten. Het is een boek dat thuis hoort in deze fase van de menselijke neergang, zo meende ik. En die boeken die onze neergang beschrijven of zelfs bewerkstelligen, die moeten – ik durf het te zeggen – naast de waarzeggers op tv en de tarotkaartlezers op de brandstapel. Ik zeg niet dat die brandstapel dan ook aangestoken moet worden, maar ergens op de wereld moet er een eiland komen waarop vertegenwoordigers van dergelijke volksverlakkerij worden gedumpt zodat deze individuen nooit meer de menselijke ontwikkeling in de weg kunnen staan.

Ik heb het onderzoeksverslag toch gelezen. Niets op voorhand afwijzen, is een van de credo’s van onze adellijke familie. Tja, wat er van te denken? Oddel heeft een punt. We zijn als wetenschappers die de hersenen en gedrag bestuderen (ik ben er zelf een van) doorgeschoten in het vinden van verklaringen die aanwijsbaar zijn in de activiteit van neuronen, dendrieten, axonen, neurotransmitters, en ga zo maar door. Dat is ook geen onlogische aanpak. Immers, we veronderstellen vaak dat activiteit van levende wezens of van wat dan ook terug te voeren op aantoonbaar energieverbruik. Een mens die ademt, heeft voedsel nodig, zuurstof. Een mens genereert beweging en warmte, die scheidt kooldioxide (en andere gassen) en poep uit. Waarom zou dat ook niet gelden  voor onze hersenen? Die hersenen leven duidelijk herkenbaar en zijn actief door zuurstofgebruik, genereren van warmte, ontstaan van afvalstoffen.

Is dat dan alles? Nee, zegt Oddel. Ze neemt een kleine omweg. Ze schrijft: We hebben donkere energie nodig  voor een goed model van het universum. Om te kunnen verklaren dat het universum zo zwaar is als het is en dat het heelal uitdijt. Nou vind ik het altijd een goed idee om verklaringen, modellen, methoden en technieken, etc. niet alleen maar te zoeken in je eigen vakgebied. Dat voorkomt namelijk dat je als onderzoeker alleen maar vindt wat het vakgebied altijd al voorschrijft. Door andere vakgebieden te exploreren kun je op nieuwe idee komen, nieuwe aanpak, nieuwe methodes, en ga zo maar door.

Zo komt de onderzoekster tot het idee dat er gedachten tussen de zenuwcellen zitten, maar die we (nog) niet kunnen aantonen. En dat is het. Meer zegt ze niet, en ondersteuning door data of een methode geeft ze al helemaal niet.

Eindoordeel: Het probleem van Oddels onderzoek is echt groot: ze zorgt niet voor paradigm shift, zoals dat zo mooi heet. Een paradigm shift is een fundamentele verandering van onderzoek doen in een vakgebied. Bestaande ideeën worden terzijde geschoven en een volslagen nieuwe aanpak, aannames, theorieën, methodes en wat dies meer zij wordt geprobeerd op het eigen vakgebied. Zie daar, Oddel en haar aanpak. Er is alleen een groot maar. Ze kijkt wel naar andere vakgebieden, zoals de astronomie, maar behandelt haar onderzoeksonderwerp vervolgens alsof het een astrologische vraag is. Ze weet waar ze het over heeft, want ze is een neuroloog, maar wel een neuroloog die van het padje is geraakt. Over de ruimte tussen de zenuwcellen is het laatste woord wat mij betreft gezegd. Oddels wijze van onderzoek doen doet afbreuk aan de wetenschappelijke consistentie van haar vakgebied.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.