Mensen vragen mij wel eens…

4. Hoe was je in staat om eerste een studie informatiekunde te doen, toen een studie taalwetenschap, vervolgens een promotie in de psychologie, en ook nog eens een docentschap bij economie en management?

Laat ik vooropstellen dat het totaal van kennis en weten in mijn hoofd niet het resultaat is van een geplande route van A naar B. Ik heb gemerkt dat de meeste mensen hun verzamelde kennis en ervaring opdoen in het leven, zoals zij ook aan de universiteit een studie kiezen, die het gevolg is van hun voorkeuren en vermogens. Anders gezegd, wie van wiskunde houdt kiest voor een beta-studie. Wie van geschiedenis en cultuur houdt, gaat voor een alfa-studie, en wie in menselijk handelen is geïnteresseerd, kiest voor een gamma-studie. Wie graag met zijn handen werkt wordt kunstenaar of kiest een praktisch beroep. Deze routes en deze vakgebieden zijn voor de meesten het makkelijkst en ook het meest succesvol.

Anders dan veel van deze slimmerds – ik noem ze het gemak even specialisten – heb ik nooit een idee gehad van wie of wat ik wilde zijn als groot was. Ik ben inmiddels wel een specialist, namelijk op het gebied van Mathematische Ontwikkelingspsycholinguïstiek, maar zo’n lange naam voor een specialisatie geeft te denken. Dat is geen specialisatie meer te noemen.

Toen ik in de laatste jaren van het VWO zat, en ik me dus voorbereidde op de universiteit (ik deed immers niet voor niets Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs), kreeg ik het lichtelijk benauwd. Wat moest ik nou kiezen? Ik las graag romans, literatuur, maar om daar nou mijn wetenschappelijke opleiding daar aan te besteden leek me een slechte zaak. Bovendien was ik dol op puzzelen met cijfers. Ik was goed in wiskundige vergelijkingen en ik zag er wel het nut van in, maar om nou wiskunde studeren, dat was me te abstract en ging me te ver. Biologie, nog zo’n hobby. Ik heb altijd een interesse in de levende wereld gehad: ik had een herbarium, ik spotte vogels en haalde hun nesten uit (ja, niet netjes, ik weet het), ik vertoefde wekelijks in de velden rond mijn geboorteplaats. Maar wat kon je nou met biologie?

Kortom, toen ik op mijn uomo-universalis-sloffen mijn diploma had gehaald, met allemaal cijfers boven de 6, maar geen enkele 10, toen wist ik nog steeds niet wat ik wilde worden. Ik besefte wel dat ik door moest. Stoppen was geen optie. Studeren, iets met dat intelligente hoofd doen, dat was het minste dat ik had te doen.

Op het moment dat ik moest kiezen was ik echter nog niet zo ver dat ik wist: dat moest het worden. Ik deed daarom een tussenstudie. Een studie documentaire vaardigheden, een hbo-opleiding genaamd BDA. Vaardigheden van zoeken naar informatie. Vaardigheden op het vlak van informatie opbergen. Veel vakken die enige inzicht in alle kennis van de mens gaven. Vakken die kennis en informatie structureerden (en naar mijn bescheiden mening, vakken die je al veel eerder in je leven moet hebben gehad).

Zeer nuttig allemaal. Maar ik besefte toen heel goed dat die studie geen eindpunt kon zijn. Ik deed te weinig met datgene waar ik toe in staat was. Mijn hersens werd onvoldoende uitgedaagd. Ik moest verder. De universiteit was roepende.

Wat echter niet duidelijk was op dat moment: wat moest het onderwerp van studie worden? Ik had de wiskunde afgeserveerd als voldoende praktisch en intellectueel uitdagend. De biologie was niet meer mogelijk vanwege de switch in mijn schooltijd van een volkomen beta-vakkenpakket naar een uomo-universalis-vakkenpakket. Iets met denken, hersenen, taal?

Het werd Nederlands, of all posibilities. Tijdens dat eerste jaar kreeg ik vakken letterkunde (nee, dat zou het niet worden, teveel hobbyisten op de vierkante millimeter), taalbeheersing (communicatie, zouden we dat nu noemen, gok ik; een hbo-bezigheid) en taalkunde, a.k.a. linguïstiek. Dat was het. Althans, daar moest ik het zoeken. Taalwetenschappen behelsen de studie van syntaxis, semantiek, fonetiek en fonologie, morfologie. Ik zag niet meteen het nuttig ervan in, maar dat veranderde toen ik in jaar twee tegen kunstmatige intelligentie, afasiologie, bestudering van kindertaal, en veel meer aanliep.

In de tweede helft van mijn studie (ik deed mijn studie in minder de 4 jaar die een student er normaal over mag doen) had ik mijn richting gevonden. Psycholinguïstiek. De relatie tussen mathematische modellen, taal, en hersenen was zo boeiend, en ook zo pittig, dat ik daarin mijn tanden stuk wilde bijten.

Ik studeerde af op een vraag over de verwerving van negatief polaire uitdrukkingen, en al snel kreeg ik door dat ik goed bezig was. De interesse van andere hoogleraren was gewekt. In de maanden na mijn afstuderen ging ik eindelijk eens tijd nemen om te bedenken wat ik met die studie ging doen. Promoveren? Advieswereld? Iets met programmeren (ik ben in een tijd opgegroeid dat computers nog geen vast onderdeel van elke woning en elk bedrijf vormden en programmeren bijna exotisch was)?

Promoveren het werd. Een aanstelling bij NWO, als onderzoeker in opleiding. En jawel, ik koos wederom voor een andere richting. Dit keer, omdat een hoogleraar lucht had gekregen van mijn onderzoekskwaliteiten, ging ik aan de slag bij Psychologie. Meer precies: ontwikkelingspsychologie. Ik leerde veel: theorieën over ontwikkeling, stadia, wiskundige modellen (met name modellen gebouwd met non-lineaire vergelijkingen), ook: hoe je data verzamelt en analyseert. Ik promoveerde, schreef een niet onverdienstelijk proefschrift, maar ik was alweer uitgekeken op het vakgebied. Een probleem dat ik steeds heb: als ik het snap, heb ik er genoeg van.

Jaren later, 10 om precies te zijn, begon ik een baan bij Bedrijfseconomie. Wat? Alweer een ander vakgebied? Ja, een vakgebied van cijfers en menselijk handelen. Ik was geen boekhouder die daar les gaf, maar ik moest wel verstand hebben van bedrijven, van management, van de uitgangspunten van het bedrijfsleven, van investeringen, en veel meer. Niet zo moeilijk, bleek. Los van wat economie op de middelbare school (eindexamenvak) is economie op het HBO niet zo heel doordacht en doordrenkt van goede theorieën, goede modellen, goede data-analyses. Sterker, nog de diepgang die ik bij taalwetenschap en psychologie vond, en zelfs op de BDA, die was bij economie geheel en al weg. Maar dan nog: ik deed het uit de losse pols. Niet erg uitdagend, op zijn minste gezegd.

Of er ooit nog meer en iets anders komt? Misschien wel. Die kans is niet klein. Ik laat me verrassen dat *als* dat gebeurt, en ook: *in welk richting* dat gaat gebeuren. Niet in een van de bovenstaande vakgebieden, dat staat wel vast. Herhaling is dodelijk.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.