Uit een andere wereld: Fietslampjes

Kato keek uit zijn raam met een glas rum-warme-chocomelk in de hand. Zijn schenen leunden tegen de centrale verwarming terwijl hij keek naar de door god verlaten straten van zijn stad. Geen ziel vertoonde zich op deze gure avond op straat. Het regende fijne druppels, de wind was net geen windkracht 4, maar het was koud, en wie buiten was, had een reden om buiten te zijn.

Hoewel, toen hij bij het raam weg draaide, zag hij uit zijn ooghoeken in de verte een lampje op een fiets uitgaan. De meeste fietsers in zijn stad gebruikten zulke lampjes op batterijen. De meeste van die lampjes zaten met elastiek aan stuur en bagagedrager waren te bevestigen. Vaak lieten fietsers de lampjes aan hun fiets hangen.

‘Dat is apart, dat ik dat zag gebeuren,’ zei hij hardop.

Kato keek in de richting van het gedoofde licht. Toen ging er nog een uit. En drie seconden later weer een. Dat kon toeval zijn, natuurlijk. Lampjes op fietsen hadden een batterij en batterijen hadden niet het eeuwige leven. Toch, Kato moest nog een keer kijken.

En toen zag hij de man. De man die van fiets naar fiets liep. Die deed de lampjes uit. Het was geen toeval.

Kato keek toe hoe de man langzaam door de straat liep en elke fiets controleerde, en dichter en dichter bij Kato’s huis kwam.

Daar moest hij het fijne van weten. Waarom deed die man dat? Wel een nobele man, vond Kato.

Hij trok zijn skijack aan, pakte zijn handschoenen op en liep zijn warme huis uit, de gure avond in.

Hij was op een meter of tien van de Lampjes-Uitdraaier. De man was in zijn eigen wereld. Toen Kato kuchte, sprong de man een halve meter in de lucht. De man draaide zich om naar Kato en nam een Bruce-Lee-houding aan.

‘Raak me niet aan. Raak me niet aan. Raak me niet aan.’

In Kato’s oren klonk de woorden als een bezwering. Kato was niet van plan wie dan ook aan te raken.

‘Ik raak u niet aan. Ik ben alleen zeer gecharmeerd van uw nobele daad.’

De man liet zijn karatehanden even zakken.

‘Wat?’

Kato wees op de fiets naast de man.

‘Die lampjes die u uit doet. Nobele daad.’

De Lampjes-Uitdraaier liet zijn handen zakken.

‘Dat is geen nobele zaak. Ik loop ’s nachts door de stad om de led-lampjes van fietsen uit te doen omdat in die lampjes het boze oog van satan schuilt.’

‘U bezweert het duivelse op uw eigen wijze?’

‘Nee dat is het niet.’

De man zuchtte.

‘Het gaat er om dat mensen niet meer heel bewust zijn wat ze doen. Ik ben een hulp van het universum. Ik voorkom de verspilling van energie. Ik ben Gods mindfullness-engel.’

Daarop liep de man door.

Kato had ergens respect voor de man, al wist hij niet waarom.

‘Succes!’

De man draaide zich nog een keer om en keek Kato diep in de ogen.

‘Succes!?!? Oh, for fucks sake!’

Hij rende weg van Kato.

Vijf minuten later was de straat leeg.

Op Kato na. Die stond tegen een lantaarnpaal geleund.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.