Een doorwaadbare plaats: 2. Roken

Nee, de Marlboro-man die op de prairie rijdt op zijn paard en bij de ondergaande zon een sigaret opsteekt is voor mij nooit een stoer beeld geweest. Ik heb niets met cowboys, met paarden, met prairies. Ik heb wel een jeugd gehad waarin op de Duitse televisie films met Karl May’s Winnetou en Old Shatterhand waren te zien. Niet slecht, maar een liefde voor de western en bijbehorende levensstijl heb ik niet ontwikkeld. Ook Back to the Future deel III, een van de filmseries uit mijn all time top-tien-films, die in het wilde westen speelt, heeft daar niks aan veranderd.

Roken leerde ik niet door naar films of advertenties te kijken. Ik durf zelfs te stellen dat het aanbod van sigaretten in reclames of in een winkel bij lange na niet leidt tot roken van een jong iemand. Ik durf ook te stellen dat roken op zich stoer is. Omdat die anderen die een sigaret opsteken een zekere stoerheid hebben en omdat roken niet (meer) mag, volgens de meerderheid van de bevolking. Ik denk wel dat kijken naar films als Grease mij heeft geholpen een lagere drempel te hebben bij de eerste sigaret die ik opstak. Niet omdat in die film veel gerookt werd. Nee, het was de tijd waarin die film uitkwam. De jaren 70.

Voor dat moment, voor 1978, was het doodnormaal dat het huis blauw van de rook zag. Sterker, tussen de bakjes chips en nootjes stonden in glazen de sigaretten. Belinda en Roxy waren hip. Geen feestje of dit stond bij ons op tafel (een foto van Internet, geen idee wie de maker is; dus wie vindt dat hij of zij onrecht wordt aangedaan vanwege het ontbreken van een © een dankwoord aan de maker van de foto, hij of zij melde zich):

zoutjes en sigaretten

Roken was heel gewoon in die jaren. Ben ik daarom gaan roken? Omdat op allerlei feestjes de sigaretten op tafel stonden? Nee, in het geheel niet. Een moeder die rookte, was dat stoer? Nee. Maar ergens tussen de bakjes op tafel en het roken van mijn moeder ontstond het bewustzijn: ‘ik wil weten wat het is om te roken.’

Ik denk dat de reden dat ik op jonge leeftijd ging roken, wel te maken heeft met die moeder die rookte, die huiskamers die blauw stonden, het imago van stoer en vrijheid. Ik zag toen niet dat het een gewoonte is die je kunt afleren. Zo ver was ik in het geheel niet. Integendeel, de glazen met sigaretten in ons huis waren gewoon, net zoals de glazen Duitse wijn. In de jaren 70 en 80 had ik een moeder die rookte en zelfs een vader die ging roken toen het huwelijk verslechterde. En zo kwam ik het dat ik, in een tijd dat een 11-jarige nog sigaretten kon kopen in een tabakszaak, of een pakje kon trekken uit een sigarettenautomaat, mijn eerste sigaret rookte op de leeftijd dat ik bijna alle puberale bezigheden voor het eerst deed. Ik was 11.

Min eerste sigaretten waren een happening. Het was een winderige oktoberavond. Het was niet koud, maar de najaarsstorm huilde en joelde om de flats langs de snelweg. Ik stond er met een jongen uit de buurt, al weet ik bij god niet meer wie dat is geweest. We stonden op een plek net uit de wind die door de portieken gierde. Ik weet evenmin meer hoe ik aan de rookwaar kwam. Ik weet wel dat ik geen sigaretten rookte, maar shag. Volgens mij Samson halfzware. Goeddeels uit de wind draaide ik onbeholpen mijn eerste sigaret. Dat ging niet goed en ook niet mis. Maar ik had iets om in de brand te steken. De geprikkelde keel, de verdoofde tong, en de kriebel in de keel. En dan die geur van shag-tabak.

Het was niet alleen van de nicotine dat het hart luid bonkte. Ik voelde wel aan dat het roken iets was wat voor een 11-jarige normaal was. Ik denk wel dat ik in diezelfde tijd, ik was dus 11 a 12, vaker merkte dat ik afscheid nam van wat normaal was, afstand nam van wat je dus behoorde te doen en wat niet. Ik tongzoende het eerste meisje op mijn 11e, ik streelde de naakte borsten van een tweede meisje op mijn 12e. Ik las de Winkler prins encyclopedie op mijn 11e.

Toen ik thuis kwam, heb ik misschien wel een poging gedaan om te verhullen dat ik gerookt had. Maar of dat gelukt is? Of ik een serieuze poging kauwgom kauwen heb gedaan? En of mijn ouders er iets van gezegd hebben? Ik herinner het mij niet. Ik ben in ieder geval niet zo danig toegesproken dat ik het uit mijn hoofd liet om weer een sigaret te rollen en die op te roken. Dus dat deed ik wel/

Even op de analytische tour: ik denk dat ik altijd een verslaving nodig heb gehad. Als opgroeiende jongen was dat het verzamelen van postzegels, later werd dat het lezen van boeken. De verslavingen van mijn leven waren meestal een vlucht uit de werkelijkheid, of beter, een vlucht van mijn geest weg. Verslaving was een stabiliserende factor, al zal elke psycholoog en psychiater beweren dat dat onzin is.

Toen de eerste sigaretten waren gerookt, kwamen er meer momenten dat er al dan niet stiekem gerookt werd. Nog midden in mijn reddend-zwemmen-tijd, de laatste jaren van de lagere school (basisschool), rookte ik elke donderdag naast het Stilobad (zie het verhaal Zwemmen 1) met een paar andere zwemmers in het fietsenhok naast het overdekte zwembad. We waren meestal met ons vijven of zessen. Dat 5- of 6-tal bestond uit de oudste kinderen die les kregen in reddend zwemmen. Daaronder ook de blondine, Sylvia, die met mij in de wachtruimte voor de kleedhokjes, voordat de zwemles begon, lichaamsstoffen uitwisselde. Slijm vooral.

Ik rolde van rooksituatie naar rookgelegenheid. School speelde daar een grote rol in. Ten eerste omdat ik daar een vriendje tegen kwam die ook rookte. Met hem zat ik ook een jaar of vijf in een bandje: Jerkin’. Misschien wel de meeste momenten in mijn eerste jaren op school rookte ik met hem. Toen werd nog een groot oog dicht geknepen als het ging om roken door kinderen, door jongeren. Ik mocht bij hem thuis roken, ik rookte op het eerste feestje van de middelbare school. Dat vieren van feestjes in garages was sowieso cool in die jaren: beste muziek ooit (ska, punk, disco, rock, new wave), compleet met lichtorgel, die met drie kleuren lampen opflitste bij de geluiden uit de boxen, en geen ouders die de hele tijd zich af vroegen of bier drinken voor kinderen van 13, 14 wel een goed idee was.

Niet alleen bij anderen thuis kon ik roken, ook op school mocht op 1 plek gerookt worden (buiten het feit dat er docenten waren die in de jaren 70 in de klas rookten). Het was een donker hol onder in het gebouw met de welluidende naam De Kelder. Op klassenfeestjes, die daar werden gehouden, speelde ik meestal ook voor dj. Nou ja, plaatjes aan elkaar plakken.

Als ik het zo lees, lijk ik wel een zeer coole dude in die tijd. Zo zie ik mijzelf niet, maar vergeet niet: ik rookte in de jaren 80. Toen was de overheid minder aan het zeuren over roken, toen kon je nog stoer zijn met iets simpels als brandende tabak. Heb ik ooit geprobeerd te stoppen met roken? Ja, elke keer weer. Ook als ik een vriendinnetje had. Als dat weer eens uit was, rookte ik meer dan voorheen. Om de verloren rooktijd in te halen.

Ik ben inmiddels niet meer zo’n roker als destijds (hoewel ik nog steeds graag maar wel af en toe een sigaret of sigaar opsteek), maar ik moet gezegd hebben: de geur van rook is de geur van vrijheid. Ik rook bijna nooit meer binnen, maar altijd buiten, in de vrije natuur. Is dat ook de reden dat ik het roken van vlees, zoals onder andere op een barbecue, geweldig vind? Dat roept bij mij een diepe emotie op. Emoties, meervoud. Vrijheid, eten, buiten zijn, veel tijd hebben, de jager die zijn vlees bereidt, bijvoorbeeld een hert dat hij net daarvoor na een grote inspanning heeft weten te verschalken?

Als ik rook, of sigarettenrook ruik, brandt het vuur van de ongebondenheid in mij.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.