De Fulmar Inn: Het open riool 1

Onder het uithangbord van de Fulmar Inn, een vierkant bord van geel email met daarop een verwaaide stormvogel en in letters eronder In De Stormvogel, stond elke vrijdag vroeg in de middag een tweetal te wachten voor de deur tot Koos zuchtend aan kwam lopen en de kroeg opende. Hij zuchtte niet om het tweetal an sich, maar het feit dat ze niet pas kwamen als de kroeg al open was. Want zoals het steeds ging, leek het alsof Koos steeds te laat was. Terwijl dat niet zo was. De twee heren waren steeds te vroeg. Dat was altijd al zo geweest. Het leek een gewoonte te zijn geworden: alsof bij hun gebruikelijke drankje ook gebruikelijk gedrag hoorde.
Terzijde: Gerrit en Berend waren niet uit de categorie kroegloper ‘Geen thuis hebben en wel behoefte aan alcohol’. Ze hingen gewoon graag in het weekend bij Koos rond.

Niet zo lang geleden, wederom een vrijdag, kwam Koos op de het al wachtende tweetal af, groette licht mokkend en deed de deur van slot. Uit zijn ooghoeken zag hij Berend en Gerrit elkaar aanstoten, waarop die terloops vroeg:

‘Televisie gekeken gisteren, Koos?’

Meestal ging Koos in op de opmerkingen van Gerrit en Berend als die nog voor de deur staan, maar die dag niet, want het verkeerde been was als eerste uit bed gegaan. En ja, hij had het regionale journaal gezien. Maar dat liet hij het eerste uur niet merken. Berend en Gerrit kregen hun drankje, Koos haalde ongevraagd het doek van het biljart en zette een tweede drankje neer. De twee stamgasten haalden hun schouders op, namen de keus uit het rek, legden de biljartballen op het biljart en begonnen aan een partijtje Tien over rood. Koos liep de trap af naar de kelder om wat worst en kaas te pakken.

Het duurde lang voor Koos terug was achter de bar. Inmiddels waren de overige stamgasten binnengekomen, op Mira-Lux na. Iedereen had zich zijn eigen drankje ingeschonken en braaf genoteerd op een blaadje. Het geroezemoes in de kroeg werd steeds luider, tot Koos de trap op kwam.

Ineens was het stil. Koos keek iedereen aan.

‘Wat?’

Niemand zei iets.

Maar iedereen wist wat er speelde.

Eerder die week was de spade in de grond gegaan. De weg achter de Fulmar Inn, een weg van kinderkopjes die geflankeerd wordt door 19e-eeuwse paaltjes, is al heel lang niet meer open geweest. Was ook niet nodig. Tot tien jaar eerder de eerste keer opviel dat het toch wel meurde op extreem warme dagen. Dat werd niet minder: het riool was sindsdien op sommige plekken en op warme dagen goed te ruiken, en dat steeds vaker. Dan stonk de omgang, de weg van de kerk naar het klooster en die langs de Fulmar Inn leidde, een uur in de wind. En vaak langer als het een windstille dag was. Uit eerste boringen, een half jaar voor de gemeente besloot dat de omgang open moest, bleek de bodem behoorlijk vervuild.

Dus toen Koos zwijgend de deur opende en die middag eerst lange tijd in de kelder vertoefde, was hij niet zo blij. Want zoals gezegd, eerder die week ging de weg open en al na een dag graven, en toen waren de bouwvakkers nog niet eens aangekomen bij de achterdeur van de FI, vond men kapotte rioolbuizen. Daardoor moest men veel meer en vooral dieper graven dan eigenlijk de bedoeling was. Daar was Koos in het geheel niet blij mee. Dat betekende meer tijd voor het afgraven van de vervuilde grond. Wat dat stond buiten kijf: de grond onder de weg was een en al  poep en pies en toiletpapier en luiers en maandverbanden. Stront aan de knikker, had een van de werklui tegen Koos gezegd, toen die fronsend stond te kijken bij de geopende weg. Koos kon niet lachen om de grap en was omgekeerd.

Drie dagen later was het een drukte van belang bij de opgebroken weg. De stadsarcheoloog had de pers opgetrommeld want hij had wat te melden. Wat bleek? Bij het dieper graven in de oude grond onder de kinderkopjes waren tientallen gebruiksvoorwerpen en zelfs delen van een oude muur gevonden. Bij die vondsten zaten onder andere eeuwenoude wijn- en bierkruiken, rozenkransen, een handvol stenen die zwartgeblakerd waren, en een uithangbord van hout met daarop nog net zichtbaar een stormvogel, en de woorden Vul maer in eronder.

Koos keek toe hoe de archeoloog sprak over de vondsten. Want, zo zei de archeoloog, hiermee is het bewijs geleverd dat de straat zo oud is als de kerk en dat de kroeg dus, aldus de woorden van de stadsarcheoloog, ‘een nieuwe pagina zou schrijven aan de historie van de stad’. Toen zag hij Koos. Hij zwaaide naar de uitbater en met het journaille achter zich aan liep hij naar Koos. Die kon niet meer wegvluchten: hij zat ingesloten tussen de schrijvende pers en de lokale televisieploeg.

Dat was gisteren, de dag dat de kroeg normaal gesproken alleen open was tussen lunch en avondmaal. De stamgasten waren er dan niet, en ‘s avonds was de FI dicht na een akkefietje jaren geleden, waarover later meer.

‘Mooi interview gisteren op tv, Koos.’

Iedereen gniffelde.

‘Ja, Hannes?’

De boosheid stond gebeiteld op Koos’ bakkes.

Gerrit greep in.

‘Koos, vraag: waarom was je gisteren en nu weer zo boos? Toch prachtig dat ze in de grond bewijzen voor de ouderdom van de kroeg hebben gevonden.’

Zou Koos het zeggen? Dat hij beducht was dat zijn kroeg een historisch monument zou worden en dat Monumentenzorg zich met alles ging bemoeien?

Koos ging op zijn plek zitten en boog zijn hoofd een paar seconden. Toen keek hij iedereen bedroefd en zei:

‘Ik vrees het einde van de Fulmar Inn.’

[wordt vervolgd…]

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

De pelgrimstocht 3: Schotse steencirkels

Zoals gezegd ben ik steeds op bedevaart als ik naar Schotland ga (zie De pelgrimstocht 1 en 2). Ik heb de behoefte om mijn thuis achter me te laten, om rust te vinden. Dat lukt me bij de staande stenen van Schotland. Tot nu toe ben ik in de volgende steencirkels in Schotland geweest.

Callanish, Isle of Lewis, Buitenste Hebriden, 1991.

Callanish 1991

Brodgar, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Ring of Brodgar

Stennes, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Stones of Stenness

Pobull Fhinn, Uist, 1996

Schotland 1996 steencirkel Pobull Fhinn Maari Uist

The Twelve Apostles, Dumfries, 2006.

Schotland 2006 12 apostles 2.jpg

Machrie Moor, Arran, 2006.

Schotland 2006 2_0040

Cultoon, Islay, 2009.

STR_0174.JPG

Temple Wood, Kilmartin Glen, 2011.

268863_10150251857873818_810073817_7213195_7172316_n

Ettrick Bay, Bute, 2015.

IMG_5598

Dit zijn mijn ‘kerken’. Hier voel ik mij thuis. Hier ben ik verbonden met millennia aan mensheid.

© Rick Ruhland 2018

 

De pelgrimstocht 2

Ik heb eerder al aangegeven dat ik op pelgrimstocht ben geweest (zie De pelgrimstocht 1), omdat ik bepaalde plaatsen wilde zien. Ik had een doel, maar vooraf was vooral het voorspel van verwachtingen en nieuwsgierigheid van groot belang, de reis zelf (dus het verplaatsen naar en van dat doel) idem dito, en de napret duurt van menige tocht nog steeds voort.

Zo wilde ik sinds mijn studententijd de buitenste Hebriden (de eilanden ten westen van het Schotse vasteland) zien, met name het eiland Lewis, want daar staan de steencirkels van Callanish. Meteen na mijn afstuderen ben ik een paar weken op pelgrimstocht geweest en heb de stenen van de grootste steencirkel daar gezien. Het was een openbaring, een levensveranderende reis. De reis was de afsluiting van mijn onbekommerdheid, en de start van mijn werkende bestaan.

Nou zal menigeen vermoedelijk zeggen: ‘Dat is geen pelgrimstocht. Ik ken niemand die zo’n tocht met zo’n doel heeft gedaan. Bovendien, zo’n pelgrimstocht is niet religieus.’ Nou is dat allemaal niet waar. Ik ken wel degelijk mensen die zulke pelgrimstochten ondernemen. En religieus? Dat woord roep wrevel op. Wrevel in de zin van: moet iets perse religieus zijn? En wanneer is iets dan religieus? Als er een heilige of een god aan te pas komt? Nee. Een pelgrimstocht is niets anders dan een tocht maken om over het leven na te denken. Om iets te volbrengen. Dat mag onder invloed van een bedevaartsoord dat met geloof te maken heeft, maar het heeft veel meer te maken met het afstand nemen van het hier en nu. Dat is religie pur sang: loskomen van het aardse en hedense.

Het gaat dus om iets extreem menselijks, zoals verrijking en verdieping zoeken, of samen met andere je verwonderen, of je kippenvelmoment delen met anderen (zo ben ik lid van drie groepen op Facebook die zich met respectievelijk De Buitenste Hebriden, De Schotse Eilanden en Oude stenen van de Britse eilanden en Ierland bezig houden).

Ik ben terug geweest na die eerste keer, en ik heb inmiddels een soort van eigen bedevaart gedaan, en ik ben er nog mee bezig. Die voert langs de grotere en kleinere steencirkels van Schotland. Inmiddels heb ik een hoop van deze cirkels gezien. Een overzicht geef ik in De pelgrimstocht 3.

Ik ben nog niet klaar dus. Van de steencirkels in Aberdeenshire heb ik er nog niet een gezien. Wat een heerlijk vooruitzicht. De voorpret is allang begonnen, terwijl ik nog niet eens weet of en wanneer ik zal gaan.

© Rick Ruhland 2018

Proefschrift van de week

Titel: The Romans in New York: evidence from excavations at Wallstreet. Auteur: Per Zeijeralp.

Samenvatting: in de netten van vissers, die met hun boten voor de kust van Newfoundland voeren, werden in de 19e en 20e eeuw stenen kruiken gevonden. Analyse van de versieringen en de gebruikte klei van deze kruiken maakte duidelijk dat het ging om amfora uit de tweede eeuw van onze jaartelling. Hoewel de analyses tot veel speculaties en hoogoplopende twisten leiden over de zeereizen van de Romeinen, hebben recentelijke opgravingen in New York duidelijk gemaakt dat de villa’s die zijn gevonden eenduidig meer dan 1800 jaar oud zijn.

Eindoordeel: een proefschrift dat het verdient om meer aandacht te krijgen. Zowel de bevindingen, de wijze van conclusie trekken als de stijl van schrijven zijn om te smullen.

© Rick Ruhland 2018

Dino? Well, you did. Diyes.

Weird name for a whole bunch of animals and species that’s become extinct. Dino? I would Diyes. Or Diyoudid, to be more Yoda-istic.

Recently my son and I started buying real dino’s that are embedded in sandstone still. We can hack them free ourselves.

IMG_6759

We got into a talk about these animals. It all came down to this question: how did the diyes get into the sandstone? According to my son, they were taking a mud bath way too long. I think he’s right.

© Rick Ruhland 2015