Bipolar fall

Krassen op mijn hemel.

Mist over mijn akkers.

Ver weg schijnt een licht.

Verscholen achter een donker bos bomen.

Ik weet niet of het nou ochtend is of avond.

IMG_9014

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Narcis

Jaren geleden beoordeelde en veroordeelde een man mij. Hij keek naar mij toen ik hem op zocht en hij noemde mij een narcist. Die opmerking kwam aan. Ik een narcist? Iemand die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij de wereld laat voor wat hij is en steeds weer moeten laten merken dat hij de belangrijkste persoon is? Zo zag ik mij zelf niet, maar dat zal wel eigen zijn aan narcistische mensen. Maar erger, hij gaf geen duidelijke reden. Ik was in de war, zoals ik wel vaker in de war ben. Maar waarom ik nou een narcist was?

Het zit mij nog steeds dwars dat deze man mij inschaalde in de categorie Narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ok, ik weet dat mijn hoofd niet helemaal is zoals het bij de meeste mensen wel. Dat was ook de reden dat ik bij hem was gekomen. Uit noodzaak. Ik was weer eens zo ver in de geestelijke shit gekomen dat ik gedwongen werd, door een vriendin, hulp te zoeken. Ik zat in de put. Of eigenlijk in ruimte onder de put waar je niet meer uitkomt. Omdat je niet weet wat boven, onder, links, rechts, achter, voor is. Waar het intens zwart is en alleen vervormde geluiden binnen dringen, of waar je de geluiden van je lichaam (suizen, hartslagen, gasvorming, enz. etc.) zo hard hoort dat ze je angst aanjagen. Waar de geest zijn eigen indrukken creëert. Waar je zintuigelijke waarnemingen hebt die niet echt kunnen zijn. Geuren die er niet zijn, geluiden die er niet zijn, enzovoort. Dat zei ik hem ook. Hij, een “professioneel psychiater”, leek het een en ander dat ik zei niet te begrijpen. Of hij kon het niet plaatsen. Veel psychiaters zitten vastgeketend in – en aan – hun vak met hun eigen wereldbeeld als loden bal aan hun hulpverlenersbeen. Gevangene van hun eigen overtuigingen en opgesloten in de cel van de DSM (het standaard-diagnose-boekwerk van psychiatrische hulpverleners). Ondanks hun opleiding kunnen ze een mens en zijn verhaal niet anders zien dan wat zij geloven als waar: de geesteszieke mens moet ergens in het diagnostische handboek (de DSM) passen.

Nou terug naar mij: ik zei deze psychiater dingen die ik meende, maar die hem in het diepste van zijn ziel moeten hebben geraakt.Wat ik zei? “Ik vertrouw psychiaters niet.” Ik geloof ook niet in priesters, die hetzelfde werk doen: werken voor het zieleheil. “Ik heb gezien hoe jullie mijn broer naar gene zijde hebben geholpen.” “Door jullie zorg is hij nu dood.” Dat was natuurlijk tegen het zere been waaraan die loden bal vastzat.

Nog erger, ik ben in stemmingsgestoorde periodes mijn intelligentie, creativiteit en humor niet kwijt. Die worden dan alleen maar sterker. Maar kom daarnaar eens mee aanzetten bij een psychiater. Ik heb trouwens bijna een keer – bij de hierboven geschetste hulpverlener – het grapje ‘psyche hater’ gemaakt, als woordspeling op zijn beroep. Bijna. Ik was net op tijd met die twee woorden inslikken, waarna ik een grote hoestbui kreeg.

Ik heb daarna natuurlijk eens gekeken naar de kenmerken, de symptomen, de verschijnselen die bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis horen. Volgens het handboek van psychiaters zijn dit ze, en heb ik die kenmerken ook (misschien niet allemaal, maar in ieder geval genoeg om mij een narcist te noemen). Een narcist, aldus de DSM:

(1) has a grandiose sense of self-importance (e.g., exaggerates achievements and talents, expects to be recognized as superior without commensurate achievements)
(2) is preoccupied with fantasies of unlimited success, power, brilliance, beauty, or ideal love
(3) believes that he or she is “special” and unique and can only be understood by, or should associate with, other special or high-status people (or institutions)
(4) requires excessive admiration
(5) has a sense of entitlement, i.e., unreasonable expectations of especially favorable treatment or automatic compliance with his or her expectations
(6) is interpersonally exploitative, i.e., takes advantage of others to achieve his or her own ends
(7) lacks empathy: is unwilling to recognize or identify with the feelings and needs of others
(8) is often envious of others or believes that others are envious of him or her
(9) shows arrogant, haughty behaviors or attitudes

Ik heb het gecheckt bij mijn vrienden die ik het langst ken. Ik bedoel, vrienden die ik het meest uitbuit, maar die het wel gewend zijn dat ik uit de hoogte doe. Niet dat het me ook maar iets kan schelen wat zij vinden. Zij zijn toch alleen maar jaloers op mij. En dat is meestal omdat ze niet bereikt hebben wat ik wel bereikt heb. In plaats van mij te bewonderen om mijn grandioze successen en mijn prachtige vrouw, zijn ze alleen maar op deze wereld om mijn intelligentie neer te halen. Is het dan niet verwonderlijk dat ik die gasten weinig wil zien? Nou dan.

Maar dat alles heb ik deze psychiater niet gezegd. Dat zou hij toch niet begrijpen en bovendien zou hij dan zijn gelijk krijgen. En ja, ook omdat hij en zijn beroepsgroep grosso modo geheel en al gespeend was / is van humor. En: hij moet in de gaten gehad hebben dat ik hem intellectueel en creatief superieur was.

Ik keek mezelf die avond – na de ontmoeting van deze man die zichzelf psychiater noemde maar die misschien wel patiënt was -, en alle dagen daarna, in de spiegel en zag een voorjaarsbloem. Met een prachtige trompetter als neus.

© Rick Ruhland 2018

Een andere pil

Ik heb een vreemde band met de psychologie en psychiatrie. Een soort haat-liefde-verhouding, waarbij de haat vaak wint wat die is stekeliger. Dat geschreven hebbende: ik kan de twee vakgebieden ook niet terzijde schuiven als zijnde niet interessant of niet belangrijk. Ik lees veel over hersenen, over hoe ze werken en hoe het mis kan gaan, zoals bij psychische stoornissen. En ik heb een heleboel kritiek op ziens- en behandelingswijzen. De zienswijzen zijn niet zelden een soort persoonlijke of haast gelovige benadering van psychische probleem. Dat is een kant van de haatmedaille. De anderen kant is die van de psychotherapeutische behandelingen. Vele daarvan zijn nooit wetenschappelijk onderzocht op hun werking, op hun effectiviteit, op hun nadelen, etc. Veel van deze ‘behandelingen’ hebben minder nut dan een goed gesprek met een dronken man in een kroeg. Ik ben er dan ook als de kippen bij om op te merken en anderen te vertellen dat de psychiatrie een stap terug moet doen of dan toch minstens tot verbeterde behandelingsmethoden moet komen, of om te melden dat bestaande pillen niet of nauwelijks werken en dat je net zo goed een dropje kunt eten. Over dit onderwerp, de ‘psychische pillen’, werd 10 jaar geleden dit geschreven (tekst is terug te vinden op sites van o.a. Trouw, De Morgen, Nu.nl, en Nieuwsblad):

”LONDEN – Antidepressiva als Seroxat en Prozac helpen alleen zéér depressieve mensen. Ze hebben voor de meeste patiënten geen nut. Dat is de uitkomst van een recent onderzoek, meldde de Britse BBC dinsdag. ,Alhoewel patiënten beter worden als ze antidepressiva nemen, worden ze óók beter als ze een placebo slikken. Dit betekent dat depressieve mensen zonder chemische behandeling beter kunnen worden”, aldus een van de onderzoekers. De wetenschappers bekeken 47 eerder gehouden tests met de medicijnen opnieuw. Volgens een van de wetenschappers heeft de farmaceutische industrie daarvan alleen onderzoeken naar buiten gebracht die hun producten in een goed daglicht stellen. De onderzoekers wisten ook de hand te leggen op niet gepubliceerde onderzoeken dankzij de wet op vrijheid op informatie. De makers van Seroxat en Prozac hebben de ‘nieuwste’ bevindingen weersproken.”

Is er iets laat staan veel veranderd sindsdien? Nee.

Het slikken van deze pillen is mij een doorn in het oog. Okee, ik vind het natuurlijk prima als mensen er uit de grootste ellende komen, waardoor ze eindelijk aan een goede vervolgbehandeling toe komen. Maar deze pillen zijn geen pretpillen, geen geluksbrengers. Ze zijn meestal rotzooi gezien de vele bijwerkingen. Bovendien weten (klinische) onderzoekers vaak niet eens wat de pillen doen. En de meeste mensen hebben er niets aan.

Ik weet het, het bericht staat niet op zichzelf, eerdere en latere onderzoeken laten dezelfde waarheid zien, maar steeds weer zal het psychofarmaterrorisme van zich af slaan, en het tegendeel beweren. Het schofterige daaraan is: mensen die in de geestelijke shit zitten, hebben weinig te willen en zullen elke – ook valse – belofte omarmen om uit de ellende te komen. Grote bedrijven maken pillen die weinig meer doen dan een placebo-effect oproepen, maar die ondertussen – anders dan een placebo-pil – ook nog eens een reeks aan bijwerkingen hebben. En geen kinderachtige bijwerkingen. Ze verdienen bakken met geld. En dat terwijl alle studies waarin een gebrek aan effect van bijv. antidepressiva niet worden gemeld, in ieder geval niet door die bedrijven die antidepressiva, antipsychotica en andere medicijnen tegen psychische problemen maken.

Ik roep alle artsen op meer placebo’s voor te schrijven bij lichte depressies. Niet om de farmaceutische industrie om zeep te helpen, wat an sich ook mooi zou zijn, maar om meer respect voor mensen met psychische problemen en om hen voor nog meer ellende te behoeden.

© Rick Ruhland 2018

Behandeling van bipolariteit: zijn biomarkers van nut?

Wie dit blog wel eens leest, weet dat ik nieuwsgierig ben naar hoe hersenen werken. Hoe we taal gebruiken (begrijpen en produceren), hoe onze zintuigen werken, maar ook wat er gebeurt als het mis gaat, zoals bij bloedingen, tumoren, ouderdom.

In de lijn van het misgaan: ik heb een grote nieuwsgierigheid naar het (dys)functioneren van hersenen. Dat is vanwege een psychische ‘trek’ die door de (Duitse) familie loopt. Dat komt ook door mijn broer, die is overleden terwijl hij eigenlijk de hulp van van psychiaters, psychologen, psychotherapeuten, en andere “hulp”-verleners had moeten krijgen. Daar komt ook nog eens bij dat ik heb geschreven aan een boek genaamd Hulp bij hoofdzaken. Een zelfhulpboek om mensen met psychische problemen aan goede zorg te helpen. Opmerking: het boek zal helaas niet meer het licht zien, maar wie weet maak ik op termijn een website met als onderwerp de verschillende stoornissen en mogelijke hulp. En niet onbelangrijk: ondanks mijn intelligentie, ondanks mijn creativiteit en ondanks mijn streven naar levensgenieten ben ook ik niet vrij van een psychiatrische ellende.

Bij psychiatrische ziektes, zoals manische depressiviteit, weten we nauwelijks tot niet hoe die ontstaan. Erger nog: de diagnose en duidelijke afbakening van de symptomen is ronduit moeilijk en lastig. En we weten ook slecht hoe deze ziektes het beste zijn te behandelen. Er zijn heel veel therapieën, en dan denk ik aan zowel praten als medisch ingrijpen met operatie, medicijnen, en meer. Maar vele van die behandelingen zijn (nog) niet echt goed. Bijwerkingen of een onvolkomen werking zijn eerder regelmaat dan uitzondering.

Ik vind het altijd meer dan goed te lezen als er weer een stap is gezet in een goede diagnose, waar vaak een goede behandeling op gebaseerd is. Zo bestaat er onderzoek dat heeft laten zien dat het met een paar zogenaamde biomarkers in het bloed mogelijk is aan te tonen of, en zo ja, hoe zwaar iemand lijdt aan een bipolaire stoornis, en ook: wat het effect van medicatie zoals antidepressiva is.  Deze objectivering is wat de psychiatrie dringend nodig heeft. Om van alle hocuspocus, ‘black boxen’, vage blabla en psychoanalytische therapieën af te komen. Of zoals een van de onderzoekers zegt in een quote:

“This discovery is a major step towards bringing psychiatry on par with other medical specialties that have diagnostic tools to measure disease states and the effectiveness of treatments.”

Lees dit artikel van de BBC over het onderzoek naar biomarkers.

© Rick Ruhland 2018

Notes regarding my blog

This winter and early spring, I posted dozens and dozens of texts on my blog. Not all good, sometimes even very bad. But I had to. My brain, my mind, my spirit if you will, was in a manic phase. My mood had to go, and I had to follow. I knew it myself, and there was nothing I could do about it (except for pills and shrinks, both no option in my life; contact me if you want to know why). There is no choice, no option in a manic period: I was at the mercy of my mind.

With regard to this blog: I posted on a lot of subjects, with no direction, no bigger idea, no whatsoever.

SInce Japan, the manic mood swings have been replaced by something similar sinister: the opposite of manic moods. It’s not that bad this time, I seem to have some energy to makes long walks through the countryside, to write stories and work on my novel, to make music with my formidable band, and occasionally I can even stand other people. But the energy is fading, sleep is becoming an issue again, smoking and drinking are on the increase, and there’s more shit happening.

Anyway, I am still here and I decided to post less frequent, more substantial. Longer texts, maybe specific weekdays for specific subjects, no hurry, because, well, in this given situation time is not a factor. That means: the concept of time is for a bipolar person like me meaningless. I can still read time on computer or clock, but time beyond today is a tricky concept. Even worse: I do not know how to handle time.

So, if you are following my blog, do not worry. I am sort of okay. I am familiar with my mood swings, my bipolarism, and have been with those periods of ‘moodism’ for over 30 years. I managed to stay alive. Somehow. I have help from wife, family and friends.

And I will post, less often though, stories (fiction) and thoughts (facts). Maybe even start organising my posts: certain posts on certain weekdays (like the photo’s on Friday).

I don’t know how things will turn out, blogwise. However, I know I had to write this post to get this of my chest.

© Rick Ruhland 2018