Praktische oplossingen 6: dennennaaldenbezem

In de kersttijd staat de kerstboom, punt natuur natuurlijk, na een paar weken in de woonkamer er uitgedroogd bij. De naalden liggen als een stralenkrans rond de stam. Het is natuurlijk zonde om die naalden weg te gooien, en dat geldt ook voor de stam. De stam en takken zijn goed te verzagen tot haardvuurhout, maar de naalden, dat is een ander verhaal. Mijn eerste idee was om ze als vulling voor een hoofdkussen te gebruiken, maar dat ligt niet lekker, zo bleek.

Ik heb een betere oplossing. Ik veeg de naalden op een hoop en leg ze dan als een reeks naalden naast elkaar. Vervolgens zaag ik een plankje van 30 cm bij 3 cm. Bijzonder duurzaam: uit de stam van de kerstboom. In dat plankje frees ik vijf zeer dunne groeven. In die groeven lijm ik dan stuk voor stuk naalden. Uiteindelijk heeft de plank een vijftal borstels, die samen een bezem vormen.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Dode duif

Er lag een duif op de weg. Plat gereden. Dood ook.

Spontaan barstte ik in zingen uit.

‘Death is all around me, and so the feeling grows.’

En voor ik het wist, bedacht ik liedjes met love in de titel. Ik verving love door death.

‘All you need is death.’

‘Can’t help falling in death.’

‘Crazy little thing called death.’

‘Death is a battlelfield.’

‘Whole lotta death.’

Ik werd er blij van. De dood is waarder dan de liefde. Niet iedereen leert liefde kennen, maar de dood? Ja, de dood is belangrijker dan de liefde.

© Rick Ruhland 2019

 

 

 

Overdaad doet goed

Het rijmt niet. De titel boven deze tekst. Het origineel, Overdaad schaadt, rijmt wel. Een variant daarop is: Té is noooooit goed. Ook zo’n oer-Nederlandse uitdrukking van middelmaat. Een laatste: de gulden middenweg. Die uitdrukkingen, anders dan de titel van dit stuk, zijn niet aan mij besteed. Oh, ik zou het wel willen. Misschien verlang ik diep in mijn ziel, geest en brein (drie verschillende entiteiten in mijn denken en voelende leven) naar die rust.

Maar feit is dat ik geen matigheid ken. Ik moet en zal en ben onmatig. Want ik weet nooit hoe lang ziel, geest en brein mij de gelegenheid geven om te schrijven, muziek te maken, te basketballen, vrienden te zien, te wandelen, en meer. Die gelegenheid, van een zekere concentratie en doelgerichtheid, is vaak een beperkt tijdsraam. Tot gisteren was die energie en aandacht en focus en concentratie en drang om te schrijven volslagen weg. Vandaag zijn die processen weer op mijn hand. Dat betekent dat ik vandaag minstens tien stukjes kan schrijven, en daarbij ook nog verder kan werken aan mijn boek dierenverhalen, mijn roman, en wat ik verder nog heb liggen.

Eigenlijk is overdaad dus goed voor mij. Hoe dat zit dan? In de afgelopen dagen was de energie weg. Zowel geestelijk als fysiek. Ik moet slapen, ik heb koude handen en voeten, ik ben boosverdrietig en eenzaam en ik wandel rond in de wereld met geesten en doden om mij heen (hoewel die doden zelden mijn broer of vader zijn), de angst dat ik het einde van de dag niet haal overvalt mij met traangas.

En dus, als bij donderslag op donderdag, is opeens de vermoeidheid weg en kan ik weer schrijven. Dat doe ik dus ook. Ik heb voor de rest van de maand mijn stukken tekst al ingepland op mijn weblog.

Ik wil schrijven, ik moet schrijven, ik schrijf. Onmatigheid als gids. Dat schrijven gaat  in bursts. Zoals de zon af en toe zonnevlammen genereert, door explosies op het oppervlak van de zon, zo schrijf ik mijn stukken. Ik schrijf wanneer explosies van ideeën over mijn neocortex denderen.

Zo, dat weet u dan ook weer. Als het u al interesseert.

© Rick Ruhland 2018

Bladzijdeverbranding

Op beelden uit Amerika in een documentaire zijn mensen te zien die platen – LP’s en singles – op een stapel gooien en vervolgens die stapel in brand steken. Die beelden zijn niet van recent, maar van 50 jaar geleden. Mensen van toen wilden niets meer te maken hebben met die platen. En eigenlijk was die plaatverbranding het gevolg van maar een opmerking: “We’re more popular than Jesus.” Voor wie niet weet wie die opmerking maakte: dat was John Lennon. Zanger, gitarist, componist van de grootste band ooit, The Beatles. Hij had gelijk: zeker op dat moment waren de Beatles zo populair dat Jezus er niet aan kon tippen. Hoe juist ook, het leidde bij velen in de VS tot een woede-uitbarsting. Dat een muzikant zomaar zoiets durfde te beweren: dat kon niet. Of zoals een meisje zei: ‘Stel je voor dat mensen, jongeren vooral, zoiets horen.’

30 jaar daarvoor waren volksstammen bezig met iets vergelijkbaars: het verbranden van boeken. Destijds ging het om boeken van een religieuze minderheid die moest worden geëlimineerd. Boeken, kunst, synagogen, en uiteindelijk mensen moesten worden verbrand. Ook voor hen die kunst en daarmee ook mensen op de brandstapel en in gaskamers gooiden geldt: de angst was groot want tja, wie weet zou de eigen cultuur wel eens bedreigd kunnen worden. Angst, altijd een slechte raadgever.

In onze tijd zijn om weer andere redenen andere volksstammen bezig met het kapot maken van alles wat niet past in het beeld dat die die stammen hebben van wat juist is en wat niet. Beelden en andere overblijfselen van oude culturen worden vernietigd, zelfs als die beelden geen enkele schade aan het huidige denken en handelen van die volksstammen kunnen aanbrengen. Die uitingen van andere geloven, van anders denken, moeten vernietigd worden. Ausrotten, ‘iibadatan, annihilate. De mens is nou eenmaal een kwaadaardig wezen.

Ja, de mens is ook een scheppend wezen, maar na het scheppen vooral een destructief wezen. Ik ook? Ik ben in mijn diepste zijn geen destructief wezen. Ik kan wel dingen stuk maken. Een krant stuk scheuren om als aanmaakpapier voor de open haard te gebruiken, om maar wat te noemen. Maar wat nou als je geen krant in huis hebt, maar nog wel een boek? Een boek dat je gelezen hebt, dat je niet geweldig vond, dat je zou willen doorgeven aan een vriend maar dat niemand wil hebben, en dat zelfs de kringloopwinkel niet wil hebben. Gooi je dat boek in een papierbak? Ik kan dat niet.
Dan nu de hamvraag: mag je een pagina uit dat boek scheuren om te gebruiken als aanmaakpapier, als je ver geen enkel papier meer hebt? Ja, want dan heeft het boek nog nut. Mag 2 pagina’s ook? Of 10? 20 dan? 20 mag ook. Nou had ik een boek dat 20 pagina’s groot was. Ik heb eerst alle pagina’s gebruikt, en de kaft was ook wel te gebruiken als aanmaakpapier. Ik heb dus een boek verbrand om een haardvuur aan te krijgen. Heiligt het haardvuur de middelen?

Ben ik nu van dezelfde orde als zij die platen van de Beatles verbrandden, als de nationalisten die enartetete Bücher naar de brandstapel brachten, en de religieuzen die kapot maken wat van een ander geloof is?

© Rick Ruhland 2018

Toen ik van de sociale media vertrok 3

Ik ben dus vertrokken van een aantal sociale media. Eerder schreef ik twee stukken waarom (1 en 2). Vandaag het laatste stuk.

Een ding moet me daarbij op voorhand van het hart: ik heb niet het licht gezien. Ik heb evenmin een nieuwe set van leefregels. Natuurlijk: de mens die ik nu ben is een eind verwijderd van de mens die ik was de helft van mijn leven geleden. Dat wil niet zeggen dat ik nu beter leef, perse. Wat dat ‘eind verwijderd’ wel wil zeggen: ik heb in de loop van mijn leven – sinds ik een student was en niet meer bij mijn ouders woonde – steeds weer iets andere keuzes gemaakt. Op een gegeven moment kies je niet meer voor datgene wat je kort daarvoor nog als het mooiste beschouwde dat er te halen was in de wereld. Nou was er wel een soort van ‘klein probleem’: er is bijna niets dat mij niet boeit. In alles is wel iets interessants te vinden. De kunsten, wetenschap, menselijke interactie, taal, geschiedenis, ruimtevaart, biologie, waanzin, koken (en ik kan nog wel even doorgaan, wat ik voor nu laat): goed beschouwd boeit mij al sinds kind ‘alles’. Hongerig naar kennis, naar weten, naar redeneren, naar alles.

Dat werd met de mogelijkheden van internet niet minder. Eerder meer. Als het gaat om mijn eerste internet-ervaringen: die stammen uit de begin jaren 90. Ik was aangesteld als onderzoeker bij een universiteit en een van de voordelen van die baan was de beschikking van rudimentair internet. Gopher, Mosaic en Netscape browsers, zoekmachines als Altavista, later kwamen daar nieuwsgroepen en ICQ bij. Ik kon na mijn werkzaamheden als onderzoeker en docent uren lang in nieuwsgroepen vertoeven (groepen die met alt.* en rec.* begonnen, bijvoorbeeld). Ideeën over onderzoek en bijbehorende wetenschappelijke vragen speelden een rol, maar ook vragen over mijn hobby’s (zoals muziek) en het delen van mijn eigen kennis kreeg in die nieuwsgroepen vorm. En het moet gezegd, gratis (weliswaar toen nog met veel moeite) porno jpg’s.

Wat ik toen al besefte: wat was dat alles verslavend! Voor een mens als ik – met een homo-universalis-mentaliteit – was die wereld van kennis en kunnen uitwisselen je reinste hemel. Daar wilde ik steeds zijn. Maar het had een keerzijde: ik werd er op een gegeven moe van. Ik kon niet meer stoppen. Later werd me duidelijk dat die vele kennisbronnen, al die websites, verslavend werkten bij mij. Drugs voor de breedgeoriënteerde en diepgeïnteresseerde begaafde die ik ben. In diezelfde tijd, en dat begon al in de jaren 80, kon ik spelletjes als Arkanoid en Tetris niet uitzetten. Zelfs als ik een tentamen had de volgende dag, was ik in staat om tot het ochtendgloren te spelen. Met vierkante ogen zat ik vervolgens het tentamen te maken. En te halen.

Er zat en zit iets in de games en het vroege internet dat ik nu doping noem. Dat iets zorgde voor stofjes in het hoofd. Stofjes die het verlangen naar meer vergrootten. Een beloningsgevoel, terwijl je geen inspanning had geleverd of hoefde te leveren. Internet voelde als een beloning. Het vinden van kennis en informatie zonder veel beperkingen en zonder veel inspanning (zoals naar de bibliotheek of boekhandel gaan voor een boek en dat dan openslaan) voelde als een bevrijding en ook een beloning.

Ruim tien jaar geleden kwamen nieuwe mogelijkheden op internet. Mensen konden communiceren (…) met anderen via zogenaamde ‘sociale media’. Ik schrijf ‘zogenaamde’ want communiceren is niet wat er gebeurt. Wat opvalt is dat bij deze ‘sociale media’ het model van zender-boodschap-ontvanger-medium-ruis-feedback-context volledig is losgelaten. Het is zenden en meer niet. De boodschap is niet relevant, en die mag zelfs onzin, fake, domheid zijn. Feedback op deze media wordt alleen gegeven als je elkaar een veer in de reet kunt steken of om een andere neer te halen. Niet om de zender een betere zender te maken of de boodschap duidelijker. Ruis is er niet meer, waardoor alles heel zuiver lijkt, maar dat verre van is. En context, ach, die is niet nodig in de Digital Galaxy, dat is iets van ver voor Facebook en Instagram.

In mijn ogen en naar de mening van veel anderen is het nog erger gesteld. Sociale media zijn er vooral om te zenden. Om aandacht te krijgen, ongeacht de boodschap. Sociale media zijn de grote queeste voor bevestiging van iemands bestaan. Fifteen minutes of fame uitgesmeerd over de secondes dat iemand online is.

Recentelijk hebben diverse mensen uitspraken gedaan over sociale media. Wat er mis mee is. Niet zozeer vanuit Russische inmenging in de westerse politiek, de verkoop van big data aan de hoogstbiedende, het plaatsen van nepnieuws, of vergelijkbare kwesties. Nee, over de invloed op de psyche en de sociale coherentie van de menselijke soort. In de volgende quotes (zie ook hier en hier voor de bijbehorende artikelen) over social media staat wat mij stoort aan sociale media:

“The short-term, dopamine-driven feedback loops we’ve created are destroying how society works.”

“[Social media] hook customer engagement through regular dopamine spurts.”

Vluchtigheid. Verslaving. Zintuigarme beleving van een werkelijkheid die geen werkelijkheid is, maar alleen op een scherm te zien is en die zonder smaak en geur is.

Het was een lange weg van mijn eerste schreden op internet tot de zogenaamde sociale media, maar die sociale media zijn niet meer dan de McDonaldisering van sociale relaties. Ik heb dan ook met een aangenaam gevoel afscheid genomen van met name Facebook en Instagram. Hoe dat voelt? Heerlijk. Soms zelfs opluchting. Ik heb die wereld van likes niet nodig.

Wat ik wel wil en heb: terug in het nu, het hier, bij echte vrienden, in de tastbare werkelijkheid.

Ver weg van de asociale media.

© Rick Ruhland 2018

Drie benen

Er zijn van die ochtenden. Welk been ook als eerste het koude zeil raakt, het zal het verkeerde been zijn. Een van die ochtenden zijn waarop van alles misgaat. Een van die ochtenden waarop je schijnbaar drie benen hebt waarover je kunt struikelen.

Vanaf dat moment dat je uit bed komt, gaat niet alleen met jezelf van alles mis. Je komt in een supermarkt waar ze brood aanbieden voor de helft van de prijs, maar als je bij de brood-afdeling komt, krijg je te horen dat het brood niet geleverd is en dat je dus dat brood niet kopen kunt. Spontaan laat je de mand met reeds gepakte boodschappen staan en je loopt naar buiten. Bij de echte bakker koop je vervolgens je brood, maar als je dat vervolgens thuis opensnijdt, dan blijkt het brood te lang in de oven te hebben gestaan. Op weg naar huis zie je een haastige vader alle voor een stoplicht wachtende fietsers over het trottoir inhalen en ternauwernood weet hij de voetgangers op de stoep te ontwijken, daarbij ook nog eens iedereen uitscheldend. Alsof dat nog niet genoeg is, rijdt een tram een graafmachine aan gruzelementen.

Geloof je niet? Hier het bewijs:

Als je goed luistert, hoor je in de video drie benen op de stoep stappen.

© Jan Doedeltas 1996

Het einde van het jaar

De veer van een meeuw

Aan de jonge spruit van helmgras

Laat de wereld los

De wind blaast fijn zand

In neus en oren en ogen

Inadem leven, uitadem dood

De zee slaat met orkaankracht

Zilt neer op de tong

Water vloeit over de geest

En het schip,

Ach,

Het schip schuift huilend de haven uit

Eeuwige baren,

Nooit verlossing,

Van eiland naar eiland

 

© Rick Ruhland 2015

Music Monday: Lost lyrics

Goodbye doors

 

I am going to leave this world

If you keep on pointing at

The doors that may open, girl,

But won’t secure me a future.

 

Can’t you see that I don’t care

About exits to tomorrow?

What is in the future

Stays in the future.

 

No, I want to see a lock on those

that scare the bejesus out of me.

Those dark holes of what’s been

Locked by the devil in me.

 

I want to get out of here but I can’t

Because the room is getting too small

I try to get out by closing doors

I am banging my head against the wall.

 

The room has no windows

There’s no view outside.

The air is slowly running out

My past is choking me to death.

 

© Rick Ruhland 2015

Wijsheid op woensdag: Ultiem geluk

Elk mens met bezit, en bezit is alles wat je hebt, tot aan je eigen sokken en ondergoed toe, kan heel goed van zichzelf stelen, maar ben je dan een dief? Volgens de wetten van ons land ben je dan niet in overtreding. Als je je eigen leven neemt, is dat dan ook zo? Ben je dan een moordenaar?

Nee, en ik ben het met Montaigne eens:

“Evenmin als ik de wetten tegen diefstal overtreed wanneer ik er met mijn eigen bezit vandoor ga of in mijn eigen beurs snijd, of die tegen brandstichting wanneer ik mijn eigen bos in brand steek, zo val ik ook niet onder de wetten tegen moordenaars wanneer ik mijzelf het leven beneem.”

Uit: Essays van Montaigne, Hoofdstuk 3, Boek II, Een gewoonte van het eiland Cea.

De ultieme zelfbeschikking, en daarmee het ultieme geluk, zit voor elk mens in die zaken die niemand kan afnemen, of niemand kan bepalen. Hoewel veel mensen het een schande vinden dat iemand als ik, toch een denker en intellectueel, beweer dat het inderdaad zo is dat een einde aan je leven kunnen maken tot het ultieme geluk behoort, wil dat nog niet zeggen dat ik dus (nu) een einde aan mijn leven wil maken. Sterker, het geluk bestaat er ook uit dat ik het niet doe. Als het moment komt dat het past, dan mag je als mens dat doen. Zonder reserves, zonder mitsen en maren.

© Rick Ruhland 2015