Een andere pil

Ik heb een vreemde band met de psychologie en psychiatrie. Een soort haat-liefde-verhouding, waarbij de haat vaak wint wat die is stekeliger. Dat geschreven hebbende: ik kan de twee vakgebieden ook niet terzijde schuiven als zijnde niet interessant of niet belangrijk. Ik lees veel over hersenen, over hoe ze werken en hoe het mis kan gaan, zoals bij psychische stoornissen. En ik heb een heleboel kritiek op ziens- en behandelingswijzen. De zienswijzen zijn niet zelden een soort persoonlijke of haast gelovige benadering van psychische probleem. Dat is een kant van de haatmedaille. De anderen kant is die van de psychotherapeutische behandelingen. Vele daarvan zijn nooit wetenschappelijk onderzocht op hun werking, op hun effectiviteit, op hun nadelen, etc. Veel van deze ‘behandelingen’ hebben minder nut dan een goed gesprek met een dronken man in een kroeg. Ik ben er dan ook als de kippen bij om op te merken en anderen te vertellen dat de psychiatrie een stap terug moet doen of dan toch minstens tot verbeterde behandelingsmethoden moet komen, of om te melden dat bestaande pillen niet of nauwelijks werken en dat je net zo goed een dropje kunt eten. Over dit onderwerp, de ‘psychische pillen’, werd 10 jaar geleden dit geschreven (tekst is terug te vinden op sites van o.a. Trouw, De Morgen, Nu.nl, en Nieuwsblad):

”LONDEN – Antidepressiva als Seroxat en Prozac helpen alleen zéér depressieve mensen. Ze hebben voor de meeste patiënten geen nut. Dat is de uitkomst van een recent onderzoek, meldde de Britse BBC dinsdag. ,Alhoewel patiënten beter worden als ze antidepressiva nemen, worden ze óók beter als ze een placebo slikken. Dit betekent dat depressieve mensen zonder chemische behandeling beter kunnen worden”, aldus een van de onderzoekers. De wetenschappers bekeken 47 eerder gehouden tests met de medicijnen opnieuw. Volgens een van de wetenschappers heeft de farmaceutische industrie daarvan alleen onderzoeken naar buiten gebracht die hun producten in een goed daglicht stellen. De onderzoekers wisten ook de hand te leggen op niet gepubliceerde onderzoeken dankzij de wet op vrijheid op informatie. De makers van Seroxat en Prozac hebben de ‘nieuwste’ bevindingen weersproken.”

Is er iets laat staan veel veranderd sindsdien? Nee.

Het slikken van deze pillen is mij een doorn in het oog. Okee, ik vind het natuurlijk prima als mensen er uit de grootste ellende komen, waardoor ze eindelijk aan een goede vervolgbehandeling toe komen. Maar deze pillen zijn geen pretpillen, geen geluksbrengers. Ze zijn meestal rotzooi gezien de vele bijwerkingen. Bovendien weten (klinische) onderzoekers vaak niet eens wat de pillen doen. En de meeste mensen hebben er niets aan.

Ik weet het, het bericht staat niet op zichzelf, eerdere en latere onderzoeken laten dezelfde waarheid zien, maar steeds weer zal het psychofarmaterrorisme van zich af slaan, en het tegendeel beweren. Het schofterige daaraan is: mensen die in de geestelijke shit zitten, hebben weinig te willen en zullen elke – ook valse – belofte omarmen om uit de ellende te komen. Grote bedrijven maken pillen die weinig meer doen dan een placebo-effect oproepen, maar die ondertussen – anders dan een placebo-pil – ook nog eens een reeks aan bijwerkingen hebben. En geen kinderachtige bijwerkingen. Ze verdienen bakken met geld. En dat terwijl alle studies waarin een gebrek aan effect van bijv. antidepressiva niet worden gemeld, in ieder geval niet door die bedrijven die antidepressiva, antipsychotica en andere medicijnen tegen psychische problemen maken.

Ik roep alle artsen op meer placebo’s voor te schrijven bij lichte depressies. Niet om de farmaceutische industrie om zeep te helpen, wat an sich ook mooi zou zijn, maar om meer respect voor mensen met psychische problemen en om hen voor nog meer ellende te behoeden.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Toen ik van de sociale media vertrok 3

Ik ben dus vertrokken van een aantal sociale media. Eerder schreef ik twee stukken waarom (1 en 2). Vandaag het laatste stuk.

Een ding moet me daarbij op voorhand van het hart: ik heb niet het licht gezien. Ik heb evenmin een nieuwe set van leefregels. Natuurlijk: de mens die ik nu ben is een eind verwijderd van de mens die ik was de helft van mijn leven geleden. Dat wil niet zeggen dat ik nu beter leef, perse. Wat dat ‘eind verwijderd’ wel wil zeggen: ik heb in de loop van mijn leven – sinds ik een student was en niet meer bij mijn ouders woonde – steeds weer iets andere keuzes gemaakt. Op een gegeven moment kies je niet meer voor datgene wat je kort daarvoor nog als het mooiste beschouwde dat er te halen was in de wereld. Nou was er wel een soort van ‘klein probleem’: er is bijna niets dat mij niet boeit. In alles is wel iets interessants te vinden. De kunsten, wetenschap, menselijke interactie, taal, geschiedenis, ruimtevaart, biologie, waanzin, koken (en ik kan nog wel even doorgaan, wat ik voor nu laat): goed beschouwd boeit mij al sinds kind ‘alles’. Hongerig naar kennis, naar weten, naar redeneren, naar alles.

Dat werd met de mogelijkheden van internet niet minder. Eerder meer. Als het gaat om mijn eerste internet-ervaringen: die stammen uit de begin jaren 90. Ik was aangesteld als onderzoeker bij een universiteit en een van de voordelen van die baan was de beschikking van rudimentair internet. Gopher, Mosaic en Netscape browsers, zoekmachines als Altavista, later kwamen daar nieuwsgroepen en ICQ bij. Ik kon na mijn werkzaamheden als onderzoeker en docent uren lang in nieuwsgroepen vertoeven (groepen die met alt.* en rec.* begonnen, bijvoorbeeld). Ideeën over onderzoek en bijbehorende wetenschappelijke vragen speelden een rol, maar ook vragen over mijn hobby’s (zoals muziek) en het delen van mijn eigen kennis kreeg in die nieuwsgroepen vorm. En het moet gezegd, gratis (weliswaar toen nog met veel moeite) porno jpg’s.

Wat ik toen al besefte: wat was dat alles verslavend! Voor een mens als ik – met een homo-universalis-mentaliteit – was die wereld van kennis en kunnen uitwisselen je reinste hemel. Daar wilde ik steeds zijn. Maar het had een keerzijde: ik werd er op een gegeven moe van. Ik kon niet meer stoppen. Later werd me duidelijk dat die vele kennisbronnen, al die websites, verslavend werkten bij mij. Drugs voor de breedgeoriënteerde en diepgeïnteresseerde begaafde die ik ben. In diezelfde tijd, en dat begon al in de jaren 80, kon ik spelletjes als Arkanoid en Tetris niet uitzetten. Zelfs als ik een tentamen had de volgende dag, was ik in staat om tot het ochtendgloren te spelen. Met vierkante ogen zat ik vervolgens het tentamen te maken. En te halen.

Er zat en zit iets in de games en het vroege internet dat ik nu doping noem. Dat iets zorgde voor stofjes in het hoofd. Stofjes die het verlangen naar meer vergrootten. Een beloningsgevoel, terwijl je geen inspanning had geleverd of hoefde te leveren. Internet voelde als een beloning. Het vinden van kennis en informatie zonder veel beperkingen en zonder veel inspanning (zoals naar de bibliotheek of boekhandel gaan voor een boek en dat dan openslaan) voelde als een bevrijding en ook een beloning.

Ruim tien jaar geleden kwamen nieuwe mogelijkheden op internet. Mensen konden communiceren (…) met anderen via zogenaamde ‘sociale media’. Ik schrijf ‘zogenaamde’ want communiceren is niet wat er gebeurt. Wat opvalt is dat bij deze ‘sociale media’ het model van zender-boodschap-ontvanger-medium-ruis-feedback-context volledig is losgelaten. Het is zenden en meer niet. De boodschap is niet relevant, en die mag zelfs onzin, fake, domheid zijn. Feedback op deze media wordt alleen gegeven als je elkaar een veer in de reet kunt steken of om een andere neer te halen. Niet om de zender een betere zender te maken of de boodschap duidelijker. Ruis is er niet meer, waardoor alles heel zuiver lijkt, maar dat verre van is. En context, ach, die is niet nodig in de Digital Galaxy, dat is iets van ver voor Facebook en Instagram.

In mijn ogen en naar de mening van veel anderen is het nog erger gesteld. Sociale media zijn er vooral om te zenden. Om aandacht te krijgen, ongeacht de boodschap. Sociale media zijn de grote queeste voor bevestiging van iemands bestaan. Fifteen minutes of fame uitgesmeerd over de secondes dat iemand online is.

Recentelijk hebben diverse mensen uitspraken gedaan over sociale media. Wat er mis mee is. Niet zozeer vanuit Russische inmenging in de westerse politiek, de verkoop van big data aan de hoogstbiedende, het plaatsen van nepnieuws, of vergelijkbare kwesties. Nee, over de invloed op de psyche en de sociale coherentie van de menselijke soort. In de volgende quotes (zie ook hier en hier voor de bijbehorende artikelen) over social media staat wat mij stoort aan sociale media:

“The short-term, dopamine-driven feedback loops we’ve created are destroying how society works.”

“[Social media] hook customer engagement through regular dopamine spurts.”

Vluchtigheid. Verslaving. Zintuigarme beleving van een werkelijkheid die geen werkelijkheid is, maar alleen op een scherm te zien is en die zonder smaak en geur is.

Het was een lange weg van mijn eerste schreden op internet tot de zogenaamde sociale media, maar die sociale media zijn niet meer dan de McDonaldisering van sociale relaties. Ik heb dan ook met een aangenaam gevoel afscheid genomen van met name Facebook en Instagram. Hoe dat voelt? Heerlijk. Soms zelfs opluchting. Ik heb die wereld van likes niet nodig.

Wat ik wel wil en heb: terug in het nu, het hier, bij echte vrienden, in de tastbare werkelijkheid.

Ver weg van de asociale media.

© Rick Ruhland 2018

Oplossneeuw

Ik heb vandaag het patent op de uitvinding oplossneeuw aangevraagd. Het is organisch, biologisch en macrobiotisch poeder dat voorlopig nog niet in de winkel of groothandel is te verkrijgen, maar al wel bij mij te bestellen is.

Zeer geschikt voor feestjes waar vallende sneeuw nog miste als verhoging van de stemming.

Water wordt niet meegeleverd. Wel zit in de verpakking een zakje onverdunde ranja die met de oplossneeuw kan worden vermengd om zo groene, gele of rode sneeuw te krijgen. Voordeel is ook dat de sneeuw lekker smaakt en prima gegeten kan worden.

Ik heb inmiddels de eerste bestellingen binnen, maar gek genoeg vraagt iedereen om een paar grammen. Dat is niet de bedoeling. Ik verkoop het spul per pond.

© Rick Ruhland 2017

More gills than ever

One has to look carefully, but it is a fact and not merely an observation that more people in the world have gills than ever before.

Of course, this is easy to check. Let’s throw everybody in the water: a canal, a lake, a river, the sea. Those who go under and live, are the ones with the gills. Those who go under and die, don’t. Those who can swim, well, bollocks.

I might rescue those who go under and don’t have gills, since I am a keen swimmer and owner of six (that’s right: 6!) swimming certificates. Yes, qualified to rescue people from drowning. But I won’t do it, for the sake of the experiment.

I used to have gills. Been in the water so many times that at a certain point, I could inhale water and extract the oxygen from the water. In my wrinkly skin under my buttocks and next to my scrotum, I used to have tiny openings through which let the water in. Sadly, they are clogged due to my age.

By the way, I still have to publish my marvelous animated series called Gill Lady. It is about a woman who used to be mermaid, but lost her fins and how she (actually, she is a he) started selling drugs to mussels and clams.

© Rick Ruhland 2015

The Stoner Chant – a song for the high

Intro: inhale, exhale, inhale, exhale, inhale, inhale, inhale, hold your breath, EXHALE.

We are the cannabis cannibals

We smoke till the walls are gone

When we get the crunchy munchies

We nibble on our friend’s big bone

Chorus:

Hehehehe. Oh hahaha hohoho oh yeah. Huhhuh.

We are the hashish high head-hunters

We even get flying from a rolling a spliff

When we get hungry we need a junk for food

We are skull scavengers, we hunger for a stiff

Chorus:

Hehehehe. Oh hahaha hohoho oh yeah. Huhhuh.

We are the grass groping ugly ogres

We need two filled coffin nails per hour

In between we head for the mighty fridge

We eat everything, sweet death salt sour.

Chorus:

Hehehehe. Oh hahaha hohoho oh yeah. Huhhuh.

(repeat ad infinitum)

(Ending – after 2 hours)

What? Oh. Hahahahah. Hehehehehe.

Hohoho. Haha. Oh. Hunk? Ho, ho, ho.

© Rick Ruhland 2015

PS These are actually my lyrics, but it started off as an idea for a short story on two Cannabis Cannibals. Think a spoof horror version of Harold & Kumar go to White Castle. Still have to write that short story, though.

Genieten, genot

Ik neem mijn werk altijd serieus, in de zin dat ik goed tot perfect mijn werk probeer te doen. In mijn persoonlijke leven, echter, ben ik niet of nauwelijks serieus. Bovendien, werk is bedoeld voor geld, voor ambitie misschien, voor sociale contacten, voor het toepassen van wat geleerd is in onder andere studies en banen. Maar mijn persoonlijke leven? Dat is andere Kuchen, om het maar eens in mijn tweede moedertaal Duits te zeggen.

Voorop in het leven staat plezier en genot. Die kan samen gaan met een flinke dosis diepgang, zoals een goed gesprek over oude jazz of de betekenis van reizen op de menselijke geest. Daarom is dit weblogbericht gewijd enkel en alleen aan het grote genieten. In genot en genieten komt zo ongeveer alles terug wat maakt dat ik in leven blijf.

De meeste mensen (zelfs ik af en toe) vergeten het, maar we zijn niet in het leven om dood te gaan. Dat zal wel gebeuren, maar die zelfde meeste mensen verwarren die eventualiteit en waarschijnlijkheid als maatgevend voor het leven. Doodgaan is geen daarom om geen hedonist te zijn, om dus maar niet te genieten. U merkt het, ik heb weinig linksradicale en strengreligieuze mensen in mijn omgeving. #Mens, durf te leven! #

Dus wie leeft, zal zich toch minstens met eten bezig houden. En dat kan simpel of saai, maar ook met smaak en verrassing. Wie leeft, kan verstrooiing gebruiken, zoals muziek, films en beelden kunsten. Dat is voor mij bijna noodzaak. En wie even geen zin heeft: #Whatever gets you through the night, it’s allright!#, dus steek een verdovend rokertje op, heb seks met je lief, dans, drink een goed glas wijn of whisky. En humor dan? Ook.

En als je echt niet meer hier wilt zijn: ga reizen. Zoek andere culturen op, andere naturen, andere landen, andere gewoonten. Ik kom graag in Italië, Frankrijk, Duitsland. En Schotland, natuurlijk, maar dat is verhaal apart. Zie mijn website.

Maar in mijn naam: geniet! Van Muziek, Reizen, Films, Beeldende kunsten, Humor tot Koken & eten. Want dat maakt het leven de moeite waard, en geeft het bestaan pas echt een reden.

© Rick Ruhland 2015

Christian meth

Religious drug, highly addictive, very toxic. Once you take it, you’re hooked. And once you’re hooked, reality is distorted and you will believe in devils and life after death (although you’re already dead). As long as you take it, you will try to get others addicted. You will hear voices and you will be babbling in tongues. Also known by the name Pervertsin.

On the side: a band making electronic noise. No relationship between drug and band except for the name.

© Rick Ruhland 2015

Verslaving

Ik ben erg verslavingsgevoelig. Erg veel nadelen ondervind ik er in het algemeen niet van. De verslaving aan eten (met name slow food) heeft een nadeel van dikker worden, omdat slow food lekker is. En wat lekker is, dat wil ik meer en meer.

Ik ben ook verslaafd aan mijn vrouw. Daar word ik dan weer niet dik van. Zij heel soms wel.

Alcohol is niet zo’n verslaving. Ik vind het wel lekker, maar ik heb niet het idee dat ik iets mis als ik geen alcohol drink. Ik mis het vooral als ik gedronken heb. Dan wil ik meer. Dus als ik niet drink, wil ik niet meer.

Ik ben verslaafd aan gokken. Zo gok ik er regelmatig op dat het weer beter is dan uiteindelijk blijkt. In Nederland is dat een verlies-verlies-situatie. Want ik verlies de gok, en ik word nat.

Muziek. Ook een verslaving. Kan ik niet zonder. Ik word psychisch minder als ik niet elke dag muziek hoor. Het liefst maak ik zelf muziek. Ik functioneer slechter als ik een tijd geen muziek hoor (van buiten; de liedjes in mijn hoofd zijn er dagelijks).

Er zijn dus goede verslavingen. Daar hoor je te weinig over. Zeker niet van psychiaters. Die zien verslaving dan ook alleen maar als verslaving als je voldoet aan de 11 criteria van het handboek van psychiaters. Die criteria zijn:

 

– Je gebruikt vaker en in grotere hoeveelheden dan ja van plan was;

– Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen zijn talrijk;

– Herstellen na gebruik kost veel tijd;

– Het verlangen om te gebruiken is groot en constant;

– Door gebruik schiet je tekort (werk, school of thuis);

– Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het relationele vlak;

– Door gebruik geef je je hobby’s, sociale activiteiten of werk op;

– Je gebruikt ook als je daardoor in gevaar komt;

– Je gebruikt, ook al weet je dat lichamelijke / psychische problemen op de loer liggen;

– Grotere hoeveelheden zijn nodig om het effect nog te voelen (tolerantie);

– Je kent onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden als je weer / meer gebruikt;

 

Deze gelden zeker voor de mooiste van mijn verslavingen: mijn vrouw. Verliefdheid en liefde zijn hardnekkig. Ik wil haar vaker en meer. Onthouding of stoppen lukt niet. En ja, de verslaving heeft niet zelden effect op mijn functioneren. Ik word helemaal van mijn voeten geslagen door die verslaving. En ik moet gebruiken, ook al breng ik mijzelf daarmee in gevaar. Dat is het risico van leven en liefde.

[Edit: Het is wachten op een psychiater die bloedserieus mij terecht wijst dat verslaving een ernstige zaak is. Dan kan ik alleen maar zeggen: klopt!]

© Rick Ruhland 2014