Belasting op ruiken

Bij Thor, wat ruik ik vandaag weer heerlijk. Ik heb een uitgelezen smaak. Dat blijkt niet alleen in de schoenen, de broeken en overhemden die ik koop, maar vooral uit iets dat niet te zien is. Ik heb het over mijn collectie aftershave. Die is niet perse alleen kruidig, of zoet, of bloemig. Nee, ik heb een geur voor elk moment van de dag of van het jaar. Zo zijn er geuren (ik heb ongeveer 15 verschillende aftershaves) die goed passen bij de lente (Higher van Dior), terwijl andere beter bij de herfst passen (Code van Armani).

Het is soms wel jammer dat andere mensen gratis mogen mee ruiken met mijn heerlijke aftershaves. Ik doe die geuren graag op, maar het is wel godgeklaagd dat andere mensen, vooral lelijke mannen, op geen enkele wijze hun best doen een goede geur op hun lelijke huid te smeren. Ondertussen maakt hun verfomfaaide neus wel gebruik van de zalige atomen van mijn geuren. Wat me er zo boos aan maakt, is dat deze mannen nergens voor hoeven te betalen. Ik stel dus voor dat mannen (en vrouwen ook, om een gevalletje discriminatie te voorkomen) een belasting op te leggen als ze bij mij in de buurt komen en zo maar, gratis, gebruik maken van de aromen atomen in mijn aftershave.

Mijn belastingvoorstel gaat verder, namelijk om mannen (en vrouwen) zonder aftershave of met een foute aftershave een naheffing op te leggen, en wel op basis van het ‘niet lekker ruiken’. Want laten we wel wezen, deze wereld wordt steeds minder mooi met alle leugenaars, alternative but wrong facts, en alle nepwaarheden.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Automatisering ontmenselijkt

Voor de verandering een zo goed als nietszeggende titel boven een weblogtekst waarin ik wel degelijk punt maak, waarover zo meer, maar even bij de titel blijvend: die zou zo uit de sociologische school kunnen komen. In die school gaat men prat op het menselijke en wordt alles wat nieuw is met argusogen bekeken en niet zelden te vuur en te zwaard bestreden. Daar (vuur, zwaard, sociologie, argusogen, etc.) gaat het me niet om, want sociologische en ook sociaal-psychologische prietpraat geeft me kippenvel van het soort dat ontstaat als je eerst met een kaasschaaf een stuk huid hebt verwijderd en dat nog fijn vindt ook, en dan kippenvel krijgt op de plek waar geen huid meer is, en daar prat op gaat.

Waar gaat het dan wel om (ik houd van omwegen, zolang omwegen geen domwegen zijn, en daar waar ik een omweg maak, daar is nooit sprake van een domweg, behalve als ik in de Dapperstraat ben)? Het gaat me om het feit dat ik kort voor het weekend een e-mail kreeg van een zorgverzekeraar waar ik bijna tien maanden geleden ben vertrokken, eigenlijk omdat die verzekeraar toen van alles deed zonder dat ik dat wilde en zonder dat ik daar om had gevraagd. Ook de premie van die verzekeraar groeide als kool, terwijl vergoedingen afnamen (niet bij mij, ik ben geen grootgebruiker van zorg, maar bij naasten die ook daar verzekerd waren). In die e-mail van de afgelopen dagen word ik aangesproken alsof ik nog steeds daar verzekerd ben. Hier een screenshot uit die e-mail:

Schermafbeelding 2018-10-22 om 09.31.13

Feit is dus dat deze verzekeraar uit het noorden van ons land (…) overduidelijk zijn databases niet goed op een rijtje heeft. Ik heb dus tien maanden geleden een goede keuze gemaakt om me bij een andere zorgverzekeraar aan te melden.

En wat moet ik hier mee? ‘Niets’? Dat zou het makkelijke antwoord zijn. Immers: Delete mail and get on with it. Maar zo makkelijk komt de zelfverrijkers in de zorg er niet van af bij mij.

We hebben gekozen voor een neo-liberaal (verdien)model in de financiering van de zorg waar zieke mensen niet beter van worden. Zieke mensen die niet beter worden: een manier om overbevolking te bestrijden.

En prima als ik zou kunnen kiezen om helemaal geen zorgverzekeraar te hebben, maar nee, dat soort extreemkapitalisme (waar ik heus voor ben) staan we dan weer niet toe.

Dit soort digitale shit is een voorbode. Van veel meer en veel ergere ellende. Mark my words. Deze zorgverzekeraar doet dus nog steeds dingen die k niet wil. Zelfs als ik daar al bijna een tien maanden geleden ben vertrokken.

© Rick Ruhland 2018

PS Dit wordt een dag vol blaffende en bijtende honden in mijn hersenen.

Edit: ik heb een reactie gekregen. Daarin schrijft een of andere PR-medewerker dat het toch iets anders zit. I DON’T FUCKING CARE!!! Ik wil geen mails van jullie en ik wil niet meer in jullie systeem zitten. ZORG DAT DAT GEBEURT EN NEEM GEEN CONTACT MEER OP.

PS2: ik heb overwogen om als categorie van deze post ook ‘Humor’ aan te vinken, maar het is niet grappig. Verre van.

Partij voor planten XV

Al een relatief lange tijd horen we van Goor en soortgenoten niets anders dan hoe het niet moet. We horen niet hoe het dan wel moet. Eenzijdig, zo kun je hem en zijn plantgenoten wel noemen. Warrig, dat is misschien ook wel een woord dat van toepassing is. Zit dat in zijn genen? Dat verwarde, dat monomane? Is het nature?

Of is het een kwestie van opvoeding, een kwestie van nurture?  Ik heb een aanwijzing dat het misschien dat is: opvoeding en achtergrond. Ik kwam er namelijk vandaag achter dat Goor eigenlijk helemaal niet Wildkrijt of Waskruid of Wildkruid (al dan niet met een t, dus Wildkruit of Wiltkruit of Wiltkruid) heet. Nee, Goor is namelijk van oorsprong geen Nederlandse plant.

Duits. Dat is hij. Wildes Wachskraut is zijn echte achternaam. Dat verklaart meteen ook waarom zijn taalgebruik lichtelijk slissend en vol grammaticafouten zit, en ook nog eens archaïsch klinkt. Sterker, zijn taalgebruik is oud, en zijn gedachtegoed moet daar wel een gevolg van zijn.

Nu het gekke aan het verhaal, en ik laat daar graag mijn intello-briljante licht over schijnen: GW is dus van twee culturen. Maar hij brandt steeds planten af die tweeculturig zijn.

Terwijl, als hij zich wat breder zou ontwikkelen, hij had kunnen weten dat mensen met twee talen en twee culturen zich makkelijker aanpassen, een betere cognitieve ontwikkeling hebben, flexibeler denken in onbekende situaties, en van een betere concentratie zijn voorzien.

Niet dat voor elke tweetalige en tweeculturige geldt. Goor is dus een van die uitzonderingen.

Als Goor ergens hard om roept, dan is het wel: MONOCULTUUR!!!

Ik droom wel eens weg en zie dan Goor zijn grootste gelijk halen, namelijk het verwijderen van alle allochtone planten en elke plant die afwijkt. Niet alleen de vetplanten, de moerasplanten, of de planten die hier al eeuwen zijn maar van nature uit Zuid-Amerika of Azië komen, maar elke plant die afwijkt van het beeld van groene, bloemdragende zonder ziektes en genetische fouten. Pas dan zal het hier erg goed toeven zijn. Dan houdt alle ellende op. Het punt is: Goor maakt de kolossale fout te denken dan monoculturen tot grootse culturen leiden. Wat ook zijn gedachte is, wat ook zijn motivatie is, het komt vanuit het negatieve.

Als monoculturen iets duidelijk hebben gemaakt, en zullen blijven maken, dan is dat deze culturen van binnenuit rotten. Monocultuur is goed voor inteelt, en planten in een monocultuur zijn gevoelig voor ziektes. Monoculturen zullen altijd het onderspit delven. Gemengde culturen zijn veel weerbaarder voor veranderingen die er altijd zullen zijn.

Ik denk dat Goor, en natuurlijk heb ik dit ook aan hem geschreven (nee, nog geen reactie tot nu toe), de volgende analogie niet begrijpt, maar hij is van toepassing. De analogie van de ratten en de de pest. Hij maakt de fout te denken dat de pest werd over gebracht door ratten. Kul. Humbug. De pest werd door vlooien overgebracht, en vooral ook: door intermenselijk contact.

© Rick Ruhland 2018

PS Waar je mee omgaat, wordt je door besmet. Ik heb moeite met normaal denken, nu ik veel met Goor communiceer. Maar ik kan toch niet stoppen met communiceren? Want dan wint Goor zijn pleit. Zonder tegenspraak en weerwoord is elk ongelijk waarheid.

Semantische inflatie

Semantiek is met een ander woord gezegd betekenisleer. Formeler gezegd: semantiek is de wetenschap die de betekenis van symbolen bestudeerd. En symbolen zijn in onze natuurlijke talen de klanken, woorden en zinnen, en zelfs hele teksten.

De studie van de betekenis van symbolen is een (geslaagde) poging om een formeel systeem te bedenken om natuurlijke taal, zoals het Nederlands, te analyseren. Om voorspellingen over een taal te doen. En deze analyses zijn niet alleen een wetenschappelijke exercitie, ze zijn ook van groot nut bij (ik noem maar wat) het vastleggen van informatie in computertalen. Lang geleden, nog in mijn studietijd, heb ik daar met twee andere onderzoekers een artikeltje over geschreven. Al deze exercities in de (formele) semantiek zijn dus niet alleen wetenschappelijk boeiend, maar hebben ook een praktisch nut.

Welnu, als ik de wetenschappelijk wereld van de studie van semantiek een verzoek mag doen: analyseer de huidige semantische inflatie. De wat? Semantische inflatie is het verschijnsel dat woorden die vroeger een bepaalde betekenis hadden, een bepaalde ‘standing’ hadden, verwaterd raken en erger, steeds minder zeggingskracht hebben.

Ik zal een paar voorbeelden geven, en ze komen allemaal uit ‘het onderwijs’. Lyceum. Van oorsprong een instelling als atheneum en gymnasium: een schooltype dat voorbereid op een universitaire studie. Helaas, heden ten dage wordt het woord gebruikt voor elke plek waar een jong persoon een poging doet een boek open te slaan. Nog zo’n woord: intelligent. Was dat vroeger een woord voor een mens die in staat was op een IQ-test behoorlijk te scoren, tegenwoordig is het een woord dat wordt gebruikt voor iedereen die zinnen kan maken van meer dan vijf woorden. Volgende woord: universiteit. Een plek waar je wordt opgeleid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen, waar je iets leert over normen en waarden van kennis en kennisoverdracht, waar je nieuwe kennis verwerft en zelfs genereert. Helaas, in dit ‘verangliserende’ land, waar doodnormale woorden ogenblikkelijk worden vertaald in het Engels, is het Hoger Beroepsonderwijs (hbo) inmiddels ook een universiteit: ‘university of applied science’. Zo noemen deze instellingen voor hoger onderwijs zich tegenwoordig. Maar eh, laat me niet lachen: met wetenschap hebben deze instellingen niets van doen en wetenschap is er bij de oren bij gehaald. Laatste voorbeeld is helemaal van de ratten besnuffeld: student. Dit wordt inmiddels door en voor leerlingen, pupillen nog, van middelbare scholen gebruikt (zo zag ik deze week een ingezonden brief in de NRC van twee leerlingen van een middelbare school die zich, ik zweer het je, student noemden). Studenten zijn deze kinderen zeker en voorwaar niet; sterker, de meeste van deze kinderen komen niet eens in de buurt van studeren, studie, student zijn.

Overigens is hier al eens wat geschreven over grammaticale inflatie. Lees maar wat er staat (of staat het er niet, Meneer Nijhoff?).

Ja, ik maak mij druk om deze inflatie van betekenissen. Het is net alsof we het woord magnifiek gebruiken voor een gebeurtenissen als ‘poepen in het bos’. Alsof dat een prestatie van wereldformaat is. Ik moet heus wel lachen om deze inflatie, het is ergens, ver weg, humor om te zien dat in deze tijden mensen en organisaties zichzelf belangrijker maken dan ze zijn, maar het is lachen en humor met tranen in de ogen en pijn in het hart.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten IX

Oei, dat was niet de bedoeling. Toen ik de vorige keer had geschreven over andere vruchten dan appels en peren, had ik binnen geen tijd een mailbox vol met mail. Haatmail vooral. Hoe ik op het onzalige idee, en zelfs gevaarlijke idee, kwam om een papaja te eten. Ik kan daar nu natuurlijk niet op reageren op een zodanige wijze dat die GW-aanhangers en GW zelf snappen wat er zo lekker is aan een papaja. Of kiwi. Of ananas. Zij vinden bij voorbaat een vrucht van vreemde bodem verdacht. Die hoort hier niet. Of iemand als ik dan wel met zulk fruit mag omgaan, was een vraag die bij mij opkwam.

Ik heb dat ook gevraagd in een mail terug. Want is het idee van het leven niet dat we vooral genieten? Dat we met elkaar mooie momenten proberen te hebben. Dat we een vruchtbaar bestaan hebben. Dat we er iets van maken. En ook: planten zijn er voor hun eigen genot, maar het is natuurlijk ook zo dat de ene plant niet perse beter is dan de ander. In diezelfde mail vroeg ik me af of sommige planten nuttiger zijn dan andere.

Nou, dat heb ik geweten. Ik moest worden opgesloten in een concentratiekamp, zei de een in een mail. Opblazen die gast, stond op een forum.

Het erge en enge: bijna iedereen in die mails en op internetfora vindt dat de opperplanten zijzelf zijn. Niemand steekt de hand in eigen boezem, of de meeldraad in eigen bloemblad, en durft te stellen dat er onder de oorspronkelijke planten, de aanhangers van GW, wel erg veel klaplopers en poepverkopers rondzwalken. De wat slimmere planten, die net als GW ternauwernood hoger administratief fauna-onderwijs (HAFO) hebben genoten, spreken zelfs van faunavervalsing. Het is me wat.

Het is natuurlijk blabla van de bovenste plank. Want wie bepaalt wat exoot is en wat niet? Alles wat hier al lang groeit? De familie van GW kwam ook pas 148 jaar geleden naar Nederland, dus dat is recent. Wat is recent? Wanneer is iemand wel een exoot en wanneer niet? Wie heeft wel het recht op de blanke toppen van Neerlands duinen te groeien? Volgens de stamboom is GW dus eigenlijk geen natuurlijke bewoner van onze velden en bossen. Eng wordt het wanneer een enkeling vindt dat we met DNA aan de slag moeten gaan als een plant moet worden buitengesloten. Alsof je daarmee iemand ontzegt dat hij mag groeien en bloeien. Dat neigt naar eugenetica. En dan heb je een probleem bij mij, als plant van Duitsen bloed. Want ik heb geleerd van de plantengeschiedenis van mijn volk. Nie wieder.

Ik heb er een nacht over geslapen. In mijn nachtmerries vol triffid-achtige schepsels hoorde ik steeds weer mijn eigen vraag: wat doe je met die planten, fruit of groente, die van oudsher overal groeien?

In die zelfde nachtmerries riep iemand: REFERENDERUM! Ik denk dat ze bedoelde referendum, maar het was een van die hafisten die dat riep. Een ander schermde ermee dat zelfs de grote Kruis van Bessenbroek had gesteld dat een plant van vreemde bodem niet op onze constitutie moest worden geënt. Badend in het zweet werd ik wakker nadat in de laatste nachtmerrie miljoenen planten hun rechtertak gestrekt omhoog staken.

Ik heb het GW maar meer voorgelegd. Moeten we dus alles afwijzen wat niet van oorsprong hier voorkomt?

© Rick Ruhland 2018

Partij voor Planten IV

 

Het was een paar maanden merkwaardig stil aan het plantenfront. Al een week of zelfs maand of wat. Heb een paar een keer mail gestuurd naar de groep onder leiding van een plant met de (schuil?)naam Goor Waskruid. Kreeg vandaag een mail terug van de zelfbenoemde (partij?)voorzitter gekregen.

Ik dacht eerst dat hij een cactus met lange stekels en korte wortels was, maar zo schreef de man of vrouw (het geslacht is me niet duidelijk): z/hij heeft slappe bladeren in de kleur ‘week groen’. GW wilde verder zijn of haar origine niet prijs geven, en ik weet ook niet of planten namen geven aan zichzelf of aan anderen. In de mail staat dat de radio- en mediastilte niet zomaar is. “We zijn bezig met een enquête onder de leden. We zijn een democratische partij, en we doen wat de leden willen. En jij, Rick, bent onze spreekbuis. Ik ben de leider, maar jij geeft ons een stem.”

Ik zie dat niet zo. Ik vind het belangrijk dat stemmen gehoord worden in onze en eigenlijk elke maatschappij. Wat je ook te zeggen hebt, het moet gezegd worden. Absolute vrijheid van meningsuiting. Voeg er wel fatsoen en respect aan toe. Met die twee woorden gaan velen aan de haal om te laten zien dat ze het echt goed bedoelen; dat is echter maar zelden het geval omdat de meesten dat tweetal ‘fatsoen en respect’ in de mond nemen om daarna ongebreideld en onbeschoft mensen af te maken. Met woorden, dat dan weer wel. Ik heb daar een schijthekel aan. Dat kan zo ver gaan dat mijn sympathie voor iemand omslaat in weerzin, ook al ben ik het hartgrondig met die persoon eens.

[En terwijl ik dit schrijf krijg ik weer een email…]

Waar GW het ook al mis heeft: ik ben niet zijn spreekbuis (ik weet nu dat hij een hij is, want hij heeft het over pissen in het urinoir; een vrouw denkt daar niet aan). Zeker niet als iemand dat tegen mij zegt, of mij opdraagt. Daar gaat het altijd mis: als mensen andere zeggen dat iemand moet volgen, ontstaat de grootste ellende. Politieke, religieuze, economische en andere ideologieën die enkel tot waanzin leiden. Goor Waskrijt heeft me eerder eens gezegd dat hij en zijn volgelingen (ik dacht alle planten gelijk waren, of minstens gelijkgezind, maar sommigen zijn dus gelijker dan anderen) streven naar een brede, Europese stroming. Maar dan niet waarbij andere Europeanen de dienst gaan uitmaken in de florawereld van Nederland.

Maar, zo vervolgt hij, ‘wel vanuit mijn grote ideeën en mijn standpunten. Laten we niet vergeten, zo schrijft hij, ik en mijn volgers zijn toch goed voor minstens 6 % van alle planten. En dan tel ik alle zwijgende sympathisanten nog niet eens mee’. Hij gaat verder met zijn verbale waterval – zonder enige alinea-indeling, waardoor de tekst als een blok letters op het scherm staat en nauwelijks duidelijk is waar de ene zin begint en de andere eindigt, ook al omdat deze plant nou niet echt van interpunctie heeft gehoord – dat de Nederlandse plant meer voorop moet staan in de natuur van Nederland. Wat hij me niet duidelijk maakt, is waarom hij dat allemaal wil. Dat weren van planten. Zijn sommige planten nuttiger? Beter? Mooier? Ik heb die vraag en veel meer aan hem gesteld in een mail terug. Zodra ik weer iets hoor, meld ik me weer.

© Rick Ruhland 2015

Mijn roman spreekt de waarheid

In een nog uit te geven roman is een van de uitgangspunten dat Nederland in de tweede wereldoorlog zo goed als geen verzetshelden kende, maar dat ons land een lichaam van een collaborateur was. Hetzij uit fascistische overtuiging, hetzij vanwege de oer-Hollandse koopmansgeest.

Die gedachtegang, een hypothese, was lange tijd een voorlopige conclusie. Echter, de wijze waarop dit lage land zich sinds jaren 80, toen de Centrumpartij het gajes van de samenleving verenigde, en voor het eerst sinds 1945 zo extremistisch en extreem uit tegen alles wat hier niet vandaan komt, dat is het bewijs dat er sinds die wereldoorlog niets veranderd is.

Zelfs de oer-Hollandse koopmansgeest is aan het verdwijnen, terwijl die armoedzaaiers die oorlogsgebieden ontlopende gelukszoekers prima als slaaf ingezet kunnen worden op onze velden. Wij, het superieure ras van de kleiige laaglanden, zouden toch dat voordeel kunnen uitbuiten door zulke klaplopers voor ons gewin in te zetten. Maar zelfs dat wordt afgewezen.

Uiteindelijk zal dat natuurlijk ook niet gaan: het inzetten van buitenlanders als goedkope arbeidskrachten zal op weerstand inzetten. De meeste van de inheemse ophitsers en schreeuwers zijn werkloze nietsnutten met een WW-uitkering. Vluchtelingen zullen die uitkering komen opeisen. Of erger: de van kabeldikke nekpezen voorziene en frustratie uitkotsende kinkels raken hun laaggeschoolde baan kwijt aan die verdwaalde vreemdelingen.

Het zal niet anders gaan dan begin Wereldoorlog II: we houden de grenzen dicht voor vreemdelingen met een ander geloof dan het calvicynisme. Wat elders misgaat, is niet ons pakkie-an.

Hoe is ons land anders groot geworden?

© Rick Ruhland 2015

Citaat van de dag: beu

In de krant werd een politicus geciteerd. Hij zou gezegd hebben (het staat wel in de krant, maar de krant is net als ‘statistics, more statistics and…’):

“Ik ben die politieke spelletjes zo beu.”

Zijn zij nou zo dom, of ben ik nou zo slim? Ja, of u het nou goed of fout raadde: beide.

Hij zou een mooi statement kunnen maken, als voorbeeld voor alle politici: verlaat dat pluche. Haal die Ivoren Toren omlaag.

© Rick Ruhland 2015

Economessias

Iemand die door de arrogante blablaters van handel en economie als god en genie wordt beschouwd, maar die feitelijk niets anders doet dan ideetjes in de lucht werpen en dan wel ziet of een van die uit de lucht gegrepen manifesten past bij de huidige economische situatie, waarna zijn mede-geloofsgenoten zijn uitlatingen beschouwen als waar (voor zolang het duurt, want er staat binnen de kortste keren weer een andere handelsheilige op) en hem als monetair mirakel aanbidden.

© Rick Ruhland 2015