Cognitieve dissonantie van pasta

Wij allen lijden aan cognitieve dissonantie (CD). CD is het onaangename gevoel bedoeld van spanning of frustratie dat ontstaat als we worden geconfronteerd met informatie die de basisaannames weerspreekt. We brengen dan de tegengestelde ideeën in overeenstemming met elkaar, om zo de spanning weg te halen.

De moderne mens moet maar wat vaak die spanning wegwerken. Ik had het vanochtend nog. Ik stond in de winkel te kijken naar de verschillende merken pasta. Je hebt slechte C-merken, huismerken, matige merken (Grand’italia), goede merken (Desecco). En je hebt Barilla. Niet slecht, dat merk.

Maar: een merk met een maar. In 2013 deed het opperhoofd van de Barilla Group uitspraken over homo’s. Hij zou nooit een commercial maken met daarin een homoseksuele familie. De halve homo-wereld viel over hem heen. En een deel van de hetero-wereld ook.

Ik zat vanochtend in mijn maag met de keuze voor de pasta die in de aanbieding was. Want dat was dus Barilla. Ik heb nog eens op internet gekeken en het lijkt erop dat dat Barilla-opperhoofd zijn excuses heeft aangeboden (zie hier).

Is dat genoeg? Helpt dat mijn cognitieve dissonantie in harmonie te brengen met mijn weerzin in racisme en afwijzen van andere mensen omdat ze anders zijn? Ja. Een beetje.

Ik begreep ineens hoe het mijn opa en oma en hun generatiegenoten moet zijn vergaan toen de laatste wereldoorlog was afgelopen en zij op een dag, vele jaren na die oorlog, een reisje naar Duitsland maakten. Dat ze weer met die ‘moffen’ in aanraking kwamen.

En dan te bedenken dat ik van Duitschen bloed ben. Letterlijk. Sterker, ik ben als kind ‘mof’ genoemd.

Cognitieve dissonantie, pasta, homo’s, moffen. Dat allemaal in nog geen 300 woorden. Ik ben in een geestelijk volslagen doorgedraaide tijd aanbeland.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Brieven Aan Koning Therapeut 20

Onderwerp: Honger

Ik las op deze plek niet zo lang geleden een brief over het bewaren van nagels en korsten.

Mijn zus heeft een eetstoornis.

In eerste instantie dacht ik: dat verhaal gaat over haar. Over mijn zus.

Maar mijn zus is nog erger: zij eet eelt, haar en nagels. Niet alleen van haar zelf maar ook van anderen.

Wilt u haar niet zo spoedig mogelijk in therapie nemen? Want ze eet op dit moment van de nagels van mijn tenen af en dat kan ik als burgemeester niet hebben. Niet in het openbaar dus.

V. I. Steel.

© Rick Ruhland 2018

Nieuwe winkels 3: Restjeswinkel

Winkel waar je restjes voedsel heen kunt brengen of kunt halen. Niet alleen dat wat over is en nog goed is, maar ook beschimmeld en verrot voedsel is welkom.

Ideale winkel voor arme mensen en mensen die het goed voor hebben met onze wereld door verspilling tegen te gaan. Producten zijn ook ideaal voor compost.

Niet in de laatste plaats een winkel voor fetisjisten en voor eigenaren van varkens.

© Rick Ruhland 2018

Salonfähgetarisch

Ik ben een van de laatste personen die mensen zal bekritiseren op hun niet vlees eten. Sterker, geen of zelfs minder vlees eten vind ik aanmoedigingswaardig. Overigens zullen vegetariërs omgekeerd niet zo snel hetzelfde doen: die moeten vleeseters bekritiseren. Die moeten soms te vuur ende zwaard vlesetariërs bestrijden.

Maar dan nu de hamvraag (ja ja, zo’n woordgrap moet in een ultrakort essay over vlees eten versus groente uitroeien): moet je salonfähgetarisme aanmoedigen? Mensen die om wille van de maatschappelijke veranderingen geen aardappels, groente en een stukje vlees als avondeten op tafel zetten, maar iets zonder dier, een vleesarme of vleesloze maaltijd?

Als ik kijk naar mijn eigen leven kijk, dan speelt ‘geen vlees eten’ zeker een rol. Er was een periode dat ik een jaar of wat bijzonder bot ageerde tegen de bio-industrie, een bedrijfstak die mij deed besluiten om geen vlees meer te eten. Daar ben ik van teruggekomen. Ik vind vlees namelijk niet perse zielig of overbodig. Hoeveel vlees je eet en wat voor soort vlees (geen bio-shit), dat vind ik relevanter dan extremistisch worden en totaal geen vlees meer eten.

Ik eet nu op menige dag geen vlees. Dat maakt mij nog geen salonfähgetariër. Dat zijn mensen die geen vlees eten om dat het bon ton is geen vlees te eten. Ik eet geen vlees omdat ik geen systeem in mijn geest heb dat zegt dat een maaltijd zonder vlees een slechte maaltijd is. Ik eet soms wel vlees vanwege een gerecht dat beter smaakt met vlees dan zonder.

Laten we wel zijn: als de gewoonte vlees eten stopt, maar een keuze wordt, een die je steeds opnieuw kunt maken (en dus ook de keuze betekent dat je wel vlees eet), dan wordt de wereld beter. Daar blijf ik in geloven.

Dus, vooruit, salonfähgetariërs ter wereld, weest bon ton en slacht vanavond een preitje  meer en een kippetje minder. Een kip, een kip, een prei voor een kip.

© Rick Ruhland 2018

Nieuwe winkels 2: de Staartwinkel

Winkel waar je alleen staartstukken en (sporadisch) vinnen kunt krijgen.

Niet alleen van varkens, zalm, kippen, kortom, de dieren die de mens standaard eet, maar ook van eekhoorns, haaien, honden, fazanten, en olifanten.

Onder toonbank zijn ook staarten verkrijgbaar van bijna uitgestorven of reeds uitgestorven dieren te krijgen, zoals van de quagga en Tasmaanse buidelwolf.

Voor de echte smulpaap.

© Rick Ruhland 2018

 

Kaffeetisch

Het is moeilijk voorstelbaar, voor mijzelf, maar vandaag is iets gebeurd dat mij in Duitsland niet eerder is overkomen. Voor de duidelijkheid: ik kom al mijn hele leven in dat land. Het is mijn tweede thuis.

Ik heb daarmede een zwak voor het land. Voor de natuur, de cultuur, het eten en drinken, de mensen. Opgevoed met Duitse gewoontes weet ik de maaltijden op hoge waarde te schatten. Het ontbijt met de Brödchen, de warme maaltijd in een Stube, en het Abendbrot met een rijke schakering van worsten is volledig aan mij besteed en zit diep in mijn genen.

Waar ik zeer blij gemaakt mee kan worden, is een Kaffeetisch in de namiddag in een goede Conditorei. De uitstekende taart (Käsekuchen bij voorkeur) en een potje koffie zijn standaard bij een bezoek aan mijn tweede thuis.

Maar dan vandaag. Ik bezocht Bocholt, net over de grens met Nederland. Halverwege de middag zat ik met mijn naasten neder op het terras van een café in het centrum. Tussen twee haakjes: ik heb overwogen de naam van het café te noemen maar dat is niet wat ik wil.

Wat ik wil is mijn verbazing uiten. Wij kwamen aan en keken binnen naar de taarten. We kozen voor twee stukken frambozentaart en een stuk Käsesahne. Buiten zou iemand langskomen voor de drankjes.

Maar wie ook kwam, geen serveerster. Na 20 minuten besloot een van de vrouwen ons te bedienen. Let wel, er waren 5 vrouwen aan het bedienen en het terras zat niet barstensvol.

We bestelden Koffie, thee Darjeeling en een milkshake.

Toen kwamen de taarten. Verkeerd. Slechts 1 frambozen en 2 van de andere soort. We hebben tot zes keer gezegd dat het niet klopte, zij bleef volhouden dat er geen framboos meer was, en pas toen vertrok ze weer. Om alsnog de tweede frambozentaart te brengen.

Toen de thee en de rest kwam, bleek men voor Earl grey gekozen. Waarom, we hebben geen idee.

Dit alles is voor mij zo ongekend. Letterlijk: zo ken ik de service van de Duitse horeca totaal niet.

Het bedienende personeel had nog één onfatsoenstroef achter de hand. Bij het afrekenen stonden de vijf vrouwen te smoezen bij elkaar en gevijven keken ze toe hoe we aan de counter stonden. Maar in beweging komen om de rekening te geven, nee.

Toen we hoofdschuddend wegliepen van het etablissement langs de Bocholter Aa, keek ik naar de vele oude vrouwen die daar hun Kaffeetisch nuttigden en vroeg me af: is de service van Duitsland aan de grens echt zo Nederlands?

© Rick Ruhland 2018

Proefschrift van de week

Titel: Frisdrankfabriek op de maan. Auteur: Ben Hero.

Samenvatting: Dit onderzoek is gestart vanuit een technologisch kader maar is vermengd met een sterke, sterk filosofische inslag. Heeft het nut is niet de vraag, maar kan het en heeft het voordelen. Het technische deel laat veel wiskundige en natuurkundige vergelijkingen zien, en dat is eigenlijk een beetje overdone. Ook niet conform de eisen van de wetenschap: het startpunt is de uitkomst, en dat kan niet. Er worden geen hypotheses vermeld. Ik heb het idee dat dit onderzoek gesponsord is door een suikerfabrikant die nieuwe en goedkopere productiewijzen zoekt.

Eindoordeel: als denkexercitie geslaagd, als wetenschappelijk verhaal half, als praktische toepassing niet. De indruk valt niet te onderdrukken dat Hero familie is van de producent van o.a. Cassis. Dan is mogelijk ook sprake van belangenverstrengeling. Ik weet iets van bedrijfseconomische processen en cijfers, en ik kan stellen: Hero slaat vaak de plank mis. Het financiële plaatje is ronduit ontoereikend.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten IX

Oei, dat was niet de bedoeling. Toen ik de vorige keer had geschreven over andere vruchten dan appels en peren, had ik binnen geen tijd een mailbox vol met mail. Haatmail vooral. Hoe ik op het onzalige idee, en zelfs gevaarlijke idee, kwam om een papaja te eten. Ik kan daar nu natuurlijk niet op reageren op een zodanige wijze dat die GW-aanhangers en GW zelf snappen wat er zo lekker is aan een papaja. Of kiwi. Of ananas. Zij vinden bij voorbaat een vrucht van vreemde bodem verdacht. Die hoort hier niet. Of iemand als ik dan wel met zulk fruit mag omgaan, was een vraag die bij mij opkwam.

Ik heb dat ook gevraagd in een mail terug. Want is het idee van het leven niet dat we vooral genieten? Dat we met elkaar mooie momenten proberen te hebben. Dat we een vruchtbaar bestaan hebben. Dat we er iets van maken. En ook: planten zijn er voor hun eigen genot, maar het is natuurlijk ook zo dat de ene plant niet perse beter is dan de ander. In diezelfde mail vroeg ik me af of sommige planten nuttiger zijn dan andere.

Nou, dat heb ik geweten. Ik moest worden opgesloten in een concentratiekamp, zei de een in een mail. Opblazen die gast, stond op een forum.

Het erge en enge: bijna iedereen in die mails en op internetfora vindt dat de opperplanten zijzelf zijn. Niemand steekt de hand in eigen boezem, of de meeldraad in eigen bloemblad, en durft te stellen dat er onder de oorspronkelijke planten, de aanhangers van GW, wel erg veel klaplopers en poepverkopers rondzwalken. De wat slimmere planten, die net als GW ternauwernood hoger administratief fauna-onderwijs (HAFO) hebben genoten, spreken zelfs van faunavervalsing. Het is me wat.

Het is natuurlijk blabla van de bovenste plank. Want wie bepaalt wat exoot is en wat niet? Alles wat hier al lang groeit? De familie van GW kwam ook pas 148 jaar geleden naar Nederland, dus dat is recent. Wat is recent? Wanneer is iemand wel een exoot en wanneer niet? Wie heeft wel het recht op de blanke toppen van Neerlands duinen te groeien? Volgens de stamboom is GW dus eigenlijk geen natuurlijke bewoner van onze velden en bossen. Eng wordt het wanneer een enkeling vindt dat we met DNA aan de slag moeten gaan als een plant moet worden buitengesloten. Alsof je daarmee iemand ontzegt dat hij mag groeien en bloeien. Dat neigt naar eugenetica. En dan heb je een probleem bij mij, als plant van Duitsen bloed. Want ik heb geleerd van de plantengeschiedenis van mijn volk. Nie wieder.

Ik heb er een nacht over geslapen. In mijn nachtmerries vol triffid-achtige schepsels hoorde ik steeds weer mijn eigen vraag: wat doe je met die planten, fruit of groente, die van oudsher overal groeien?

In die zelfde nachtmerries riep iemand: REFERENDERUM! Ik denk dat ze bedoelde referendum, maar het was een van die hafisten die dat riep. Een ander schermde ermee dat zelfs de grote Kruis van Bessenbroek had gesteld dat een plant van vreemde bodem niet op onze constitutie moest worden geënt. Badend in het zweet werd ik wakker nadat in de laatste nachtmerrie miljoenen planten hun rechtertak gestrekt omhoog staken.

Ik heb het GW maar meer voorgelegd. Moeten we dus alles afwijzen wat niet van oorsprong hier voorkomt?

© Rick Ruhland 2018