Woordspeling op Zondag: paastasaus

Pasta met een saus van chocolade-eitjes. Smaakt een tikkel lijzig. Smaakt niet bij fusilli en spaghetti.

© Rick Ruhland 2019

 

Advertisements

Food Fursday: Baharat turkey & side dishes

Turkey baharat (with chickpeas and sweet potatoes), couscous with spring onion, feta, tuna salad, bread and sour orange carrots with cumin, lemon and garlic. Flat bread to dip into the baharat marinade.

IMG_0704.jpg

Judging by the way my son kept on reloading his plate, it was good. I like to think so too. Well balanced with the eighth spices, cooked to perfection. The sour tuna salad and carrots were a good counterpart in taste, as was the slightly salty feta.

© Rick Ruhland 2019

 

De Fulmar Inn: Spelletjesanarchie 1

Berend werd op zondag wakker met een dreinende dreun in zijn hoofd. Zijn vrouw was al uit bed en beneden in de woonkamer speelden zijn kinderen. Hun gegil sneed door zijn hersens. De hoge tonen van het kindergeschreeuw was als een gloeiend hete spijker van een halve meter die in zijn schedel werd gedrukt.

Met heel veel moeite kwam hij overeind. Zijn spieren waren verstijfd door een onmetelijke hoeveelheid drank. Toen hij eenmaal zat, met zijn armen op zijn knieën en zijn hoofd leunend op zijn handen, kwam beetje bij beetje de herinnering aan de avond ervoor zijn nog steeds verdoofde hersencellen uitlopen. Allerlei momenten uit de Fulmar Inn, meestal vertroebeld als had zijn geheugen vlekken op de beelden, en soms heldere beelden, zoals pratend met Koos aan de bar. Van het laatste deel van de avond, toen de bar allang gesloten was en alleen hij en Koos nog in de Fulmar Inn waren, was niets blijven hangen. Hoe hij thuis was gekomen, dat was een grote grijze vlek in zijn geheugen.

Hij was thuis gekomen, hij was binnen gekomen, hij had zijn kleren uitgedaan en hij was op zijn kant van het tweepersoonsbed in slaap gevallen. Niets van al dat was in zijn geheugen vastgelegd. Hij kon op dat moment van wakker worden sowieso niet goed bij dat geheugen. Voor dat deel van zijn hersenen lagen zware rotsblokken, erover heen hing een zwarte mist, ervoor langs reden enorme trucks met ronkende motoren en in die herinnering stonk het naar lijken.

Hij kwam overeind en pakte zijn kleren. Bij het aantrekken van zijn broek rinkelde metaal. Hij greep in zijn broekzak. De bos sleutels van de Fulmar Inn.

Toen was hij weer voor 50 % bij zijn positieven. Koos had hem de avond ervoor gevraagd komende vrijdag de kroeg te openen. Dat was het. Koos was weg en zo moest hij, Berend, aan het eind van de week een een-dags-kroegbaas zijn. Tot vrijdag was de kroeg dicht vanwege schilderwerkzaamheden aan de buitenkant. Het was bovendien meivakantie en de meeste stamgasten waren weg.

Op vrijdag moest hij, Berend, de kroeg openen en de stamgasten schenken. Hij keek naar de sleutels en had zich er in laten kletsen met wat extra borreltjes van Koos.

Toen hij dat alles bij de zondaglunch meldde, had hij meteen een probleem: zijn vrouw wilde iets doen op vrijdag. Eropuit, met de kinderen ergens een pannenkoek en vis eten. Het werd een ruzieachtige lunch. Hij kon en wilde Koos niet teleurstellen, en de andere stamgasten evenmin.

Hij won het van zijn vrouw, met als argument dat de man in het gezin bepaalde wat wel en wat niet ging gebeuren.

Die vrijdag opende hij met gemengde gevoelens de kroeg. Zijn vrouw had hem de wacht aangezegd. Dat had ze nog niet eerder gedaan. Hij mocht dan de kroeg bestieren die avond, hij moest niet denken dat hij dus dronken thuis zou komen. Want dan zou hij geen avond meer in de kroeg zijn. Dan was hij stamgast af. Dat was geen loos dreigement. Berend wist beter dan de andere stamgasten wat het was een groot gezin te hebben en een vrouw die voor je zorgde. Dat betekende dat hij wederdiensten had te leveren. Dat betekende: luisteren naar zijn vrouw, die uit een rijke familie uit Brabant kwam.

En zo stond hij in de lege, koude kroeg. Op de bar lag een lijst van bezigheden. Eerst de veiligheidscode intypen, dan de verwarming aan, de lampen aan, de koelkast checken, enzovoorts. Hij was zo druk bezig dat hij de voordeurbel helemaal niet had gehoord en zich een halve hartverzakking schrok toen hij aan de bar Gerrit en Sjoerd zag zitten.

‘He, Koos. Naar de kapper geweest?’

‘En naar de plastisch chirurg?’

Gerrit en Sjoerd sloeg elkaar op de schouder en gierden het uit. Berend smaalde.

‘We schenken niet aan kinderen.’

‘Geintje. Heb je een biertje?’

‘Ik ben nog bezig met de kroeg in te richten. Tot die tijd moet je jezelf bezig houden. Doe een spelletje of ga een blokje om. Rook een sigaret in de rookruimte.’

Berend ging druk verder met het aan- en klaarzetten van alles wat hij nodig had.

Gerrit en Sjoerd haalden hun schouders en wachtten gedwee tot Berend klaar was. Dat duurde net zo lang tot elke stamgast in de kroeg was. En een enkele toerist.

‘Dus Berend,’ zei Hannes die als laatste van het stel binnen kwam en aan de bar ging zitten, ‘jij hebt dus vandaag de zeggenschap over de bar? Mag je ook gratis drinken?’

‘Ik kan een glas 7-up nemen, maar meer neem ik niet.’

Inmiddels speelden Sjoerd en Gerrit een spelletje Mexicanen. Dobbelstenen rolden aan en af over de bar.

Maartje keek toe.

‘Spelletjes doen. Dat hebben we lang niet gedaan.’

Hannes lachsnurkte spottend.

‘Nee, en dat heeft een reden. Steeds als we spelletjes deden, eindigde het in een ruzie.’

‘Maar dat komt door Koos. Die wil niet verliezen. En Koos is er nu niet. Dus wat als we nu eens een paar spelletjes uit de kast in de kelder haalden en daarmee de avond vullen? Een ouderwetse spelletjesavond.’

Jonneke was de enige die nog niets gezegd behalve goedendag bij binnenkomst. Dat viel Berend op. Van achter de bar was hij – net als Koos – meer een waarnemer dan een deelnemer.

‘Jonneke, hoe is het leven?’

Berend was zelden zo positief geïnteresseerd in Jonneke. Die was te veel een psycholoog om dat niet op te merken. Dat maakte haar als elke psycholoog zeer behoedzaam.

‘Goed, Berend. En jij?’

Jonneke keek hem aan met een blik die hem kippenvel gaf. De blik van een ouder die over haar kind waakte. De blik die een kind deed zwijgen.

Hij greep een doekje om wat glazen te poleren.

‘Druk. Het is geen werk dat ik vaak doe, maar ik voel me hier wel thuis aan deze kant van de bar.’

‘Dat zie ik. En toch, je bent niet Koos.’

‘Werkelijk?’

Berend trommelde op de bar.

‘Jonneke, je bent briljant. En het bewijs dat psychologen niet heel veel kunnen. Behalve constateren dat de ene mens de andere niet is.’

Iedereen lachte om Berends sneer. Jonneke probeerde dat ook. Haar lach kwam niet helemaal uit de verf.

‘Ik bedoel, de normale balans van Koos en ons is weg. Ook al omdat jij Berend helemaal niet drinkt.’

Hannes had inmiddels andere spelletjes gepakt. Barricade en domino werden op de bar gelegd.

‘Waarom heb je Mens erger je niet gepakt? Levensweg en Monopolie liggen er ook nog.’

‘Als we nou eens beginnen met domino. Dan kan iedereen meedoen.’

Ze speelden een half uur, maar toen was de lol eraf. Levensweg wilde niemand spelen, daar moest je teveel beslissingen nemen, zei Maartje.

Toen Monopolie op de bar lag, begon een avond zonder gelijke.

[Wordt vervolgd]

© Rick Ruhland 2019

Food Fursday: Scotch Steak Pie

I like to cook. I like to eat. So from now on, on an irregular basis and on Thursday, photo’s – and maybe recipes, in case of home made dishes – of food stuff I (like) to cook . This week:

Hogmanay Steak Pie. Served with mashed potatoes, carrots and peas.

IMG_0417.jpg

Review of test panel: very tasty and therefore delicious. To me: this is one of the category ‘horny food’.

Wham, bam, thank you ma’am (no sexual connotation or pun intended)!

© Rick Ruhland 2019

Diepere betekenis

Kerst. Dong Zhi. Winterzonnewende. Chanoeka.

Lichtfeest.

Winterfeesten.

De tijd dat wij mensen samen zijn.

De tijd dat symboliek een grote speelt.

Licht.

Het groen van de natuur.

Eten en drinken.

Geschenken en presentjes.

Maar dan dit: in de drie weken tot de zonnewende gooide ik elke week een keer onvoorzien en onbedoeld een fles olie op de grond. Een groot deel vloeide uit de fles, op de keukenvloer lag een plas olie.

Ik vermoed dat een diepere betekenis achter “de oliefles op de vloer” zit. Zonnewendes zullen nooit meer het zelfde zijn.

© Rick Ruhland 2018

Cognitieve dissonantie van pasta

Wij allen lijden aan cognitieve dissonantie (CD). CD is het onaangename gevoel bedoeld van spanning of frustratie dat ontstaat als we worden geconfronteerd met informatie die de basisaannames weerspreekt. We brengen dan de tegengestelde ideeën in overeenstemming met elkaar, om zo de spanning weg te halen.

De moderne mens moet maar wat vaak die spanning wegwerken. Ik had het vanochtend nog. Ik stond in de winkel te kijken naar de verschillende merken pasta. Je hebt slechte C-merken, huismerken, matige merken (Grand’italia), goede merken (Desecco). En je hebt Barilla. Niet slecht, dat merk.

Maar: een merk met een maar. In 2013 deed het opperhoofd van de Barilla Group uitspraken over homo’s. Hij zou nooit een commercial maken met daarin een homoseksuele familie. De halve homo-wereld viel over hem heen. En een deel van de hetero-wereld ook.

Ik zat vanochtend in mijn maag met de keuze voor de pasta die in de aanbieding was. Want dat was dus Barilla. Ik heb nog eens op internet gekeken en het lijkt erop dat dat Barilla-opperhoofd zijn excuses heeft aangeboden (zie hier).

Is dat genoeg? Helpt dat mijn cognitieve dissonantie in harmonie te brengen met mijn weerzin in racisme en afwijzen van andere mensen omdat ze anders zijn? Ja. Een beetje.

Ik begreep ineens hoe het mijn opa en oma en hun generatiegenoten moet zijn vergaan toen de laatste wereldoorlog was afgelopen en zij op een dag, vele jaren na die oorlog, een reisje naar Duitsland maakten. Dat ze weer met die ‘moffen’ in aanraking kwamen.

En dan te bedenken dat ik van Duitschen bloed ben. Letterlijk. Sterker, ik ben als kind ‘mof’ genoemd.

Cognitieve dissonantie, pasta, homo’s, moffen. Dat allemaal in nog geen 300 woorden. Ik ben in een geestelijk volslagen doorgedraaide tijd aanbeland.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 20

Onderwerp: Honger

Ik las op deze plek niet zo lang geleden een brief over het bewaren van nagels en korsten.

Mijn zus heeft een eetstoornis.

In eerste instantie dacht ik: dat verhaal gaat over haar. Over mijn zus.

Maar mijn zus is nog erger: zij eet eelt, haar en nagels. Niet alleen van haar zelf maar ook van anderen.

Wilt u haar niet zo spoedig mogelijk in therapie nemen? Want ze eet op dit moment van de nagels van mijn tenen af en dat kan ik als burgemeester niet hebben. Niet in het openbaar dus.

V. I. Steel.

© Rick Ruhland 2018

Nieuwe winkels 3: Restjeswinkel

Winkel waar je restjes voedsel heen kunt brengen of kunt halen. Niet alleen dat wat over is en nog goed is, maar ook beschimmeld en verrot voedsel is welkom.

Ideale winkel voor arme mensen en mensen die het goed voor hebben met onze wereld door verspilling tegen te gaan. Producten zijn ook ideaal voor compost.

Niet in de laatste plaats een winkel voor fetisjisten en voor eigenaren van varkens.

© Rick Ruhland 2018

Salonfähgetarisch

Ik ben een van de laatste personen die mensen zal bekritiseren op hun niet vlees eten. Sterker, geen of zelfs minder vlees eten vind ik aanmoedigingswaardig. Overigens zullen vegetariërs omgekeerd niet zo snel hetzelfde doen: die moeten vleeseters bekritiseren. Die moeten soms te vuur ende zwaard vlesetariërs bestrijden.

Maar dan nu de hamvraag (ja ja, zo’n woordgrap moet in een ultrakort essay over vlees eten versus groente uitroeien): moet je salonfähgetarisme aanmoedigen? Mensen die om wille van de maatschappelijke veranderingen geen aardappels, groente en een stukje vlees als avondeten op tafel zetten, maar iets zonder dier, een vleesarme of vleesloze maaltijd?

Als ik kijk naar mijn eigen leven kijk, dan speelt ‘geen vlees eten’ zeker een rol. Er was een periode dat ik een jaar of wat bijzonder bot ageerde tegen de bio-industrie, een bedrijfstak die mij deed besluiten om geen vlees meer te eten. Daar ben ik van teruggekomen. Ik vind vlees namelijk niet perse zielig of overbodig. Hoeveel vlees je eet en wat voor soort vlees (geen bio-shit), dat vind ik relevanter dan extremistisch worden en totaal geen vlees meer eten.

Ik eet nu op menige dag geen vlees. Dat maakt mij nog geen salonfähgetariër. Dat zijn mensen die geen vlees eten om dat het bon ton is geen vlees te eten. Ik eet geen vlees omdat ik geen systeem in mijn geest heb dat zegt dat een maaltijd zonder vlees een slechte maaltijd is. Ik eet soms wel vlees vanwege een gerecht dat beter smaakt met vlees dan zonder.

Laten we wel zijn: als de gewoonte vlees eten stopt, maar een keuze wordt, een die je steeds opnieuw kunt maken (en dus ook de keuze betekent dat je wel vlees eet), dan wordt de wereld beter. Daar blijf ik in geloven.

Dus, vooruit, salonfähgetariërs ter wereld, weest bon ton en slacht vanavond een preitje  meer en een kippetje minder. Een kip, een kip, een prei voor een kip.

© Rick Ruhland 2018