Tijdreizen is niet voor iedereen

Ze worden weggehoond. Ze worden niet geloofd. Wat hun boodschap ook is. Vooral als het niet paste in de tijd waarin zij hun uitspraken deden.

Maar ik geloof ze, want het is waar. Waar, zeg ik, want ze bestaan. De tijdreizigers die ons steeds vaker bezoeken.

Laten we even duidelijk stellen: de gasten in de volgende filmpjes zijn geen tijdreizigers maar aandachtsgeilerds. Luister naar de inconsequenties, het gebrek aan antwoorden (die er overigens wel zijn), en de lukrake opmerkingen over de toekomst. Deze baardmans die een tekst opleest, is wel de minst geloofwaardige.

Michael Phillips, nog zo’n fake. Over 2 jaar weten we of de Derde Wereldoorlog begonnen zal zijn. #not.

Edward met het geblurde gezicht.

Zoals al vaker opgemerkt zijn de meeste breinreizigers blank, man en zijn ze angstig. Zie ook dit artikel.

Daar zit een reden achter. Iets met DNA en iets met de gevolgen van tijdreizen (op het niveau van neuronen en dendrieten). Maar ik kan daar niet meer over zeggen. Dat zou mij ook de kop kunnen kosten.

Wat tijdreizen lastig maakt, is dat andere tijden vast zitten in hun eigen hier en nu. De menselijke geest komt daar niet makkelijk uit. Tijdreizigers zelf niet, maar ook de mensen vast in hun tijd zit niet. Wie zijn tijd vooruit is, of achteruit, die wordt niet serieus genomen, of zelfs opgeknoopt. Aan de geestelijke schandpaal of aan de echte galg.

En dan nog: dat ze zelfs in hun eigen tijd niet worden geloofd, is geen voorwaarde te geloven dat iemand tijdreiziger is.

Ik ben ervaringsdeskundige. Toen ik de eerste keer terug ging, of zoals wij het in onze tijd noemen, toen ik de syncronicitijd doorbrak, had ik hetzelfde te verduren. Maar ik was toen al wat ouder dan ik nu ben. Dat maakt dat mensen mij minder snel zullen afwijzen.

Ik heb mensen als John Titor, Michael Phillips, Bryant Johnson, Alexander Smith, Håkan Nordkvist nooit ontmoet, maar als zij al tijdreiziger zijn, dan schenden zij veel, te veel regels. Zij hebben dan ook meestal slechts een keer gereisd, daarna worden ze onderworpen aan het derde protocol.

En dit? Hij is gewoon een aandachtszoeker.

Een vriend van mij heeft het wel eens juist verwoord: de menselijke geest is nog niet in staat tijdreizen te begrijpen, laat staan te bedenken, laat staan uit te vinden, laat staan te doorstaan. Niet het reizen door iemand zelf, niet het reizen door iemand anders. Tijdreizigers die zeggen dat ze uit de 22e, 23e of 24e eeuw komen zijn sowieso leugenaars. Je moet eerder in termen van millennia van millennia denken.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

De Fulmar Inn: Het open riool 1

Onder het uithangbord van de Fulmar Inn, een vierkant bord van geel email met daarop een verwaaide stormvogel en in letters eronder In De Stormvogel, stond elke vrijdag vroeg in de middag een tweetal te wachten voor de deur tot Koos zuchtend aan kwam lopen en de kroeg opende. Hij zuchtte niet om het tweetal an sich, maar het feit dat ze niet pas kwamen als de kroeg al open was. Want zoals het steeds ging, leek het alsof Koos steeds te laat was. Terwijl dat niet zo was. De twee heren waren steeds te vroeg. Dat was altijd al zo geweest. Het leek een gewoonte te zijn geworden: alsof bij hun gebruikelijke drankje ook gebruikelijk gedrag hoorde.
Terzijde: Gerrit en Berend waren niet uit de categorie kroegloper ‘Geen thuis hebben en wel behoefte aan alcohol’. Ze hingen gewoon graag in het weekend bij Koos rond.

Niet zo lang geleden, wederom een vrijdag, kwam Koos op de het al wachtende tweetal af, groette licht mokkend en deed de deur van slot. Uit zijn ooghoeken zag hij Berend en Gerrit elkaar aanstoten, waarop die terloops vroeg:

‘Televisie gekeken gisteren, Koos?’

Meestal ging Koos in op de opmerkingen van Gerrit en Berend als die nog voor de deur staan, maar die dag niet, want het verkeerde been was als eerste uit bed gegaan. En ja, hij had het regionale journaal gezien. Maar dat liet hij het eerste uur niet merken. Berend en Gerrit kregen hun drankje, Koos haalde ongevraagd het doek van het biljart en zette een tweede drankje neer. De twee stamgasten haalden hun schouders op, namen de keus uit het rek, legden de biljartballen op het biljart en begonnen aan een partijtje Tien over rood. Koos liep de trap af naar de kelder om wat worst en kaas te pakken.

Het duurde lang voor Koos terug was achter de bar. Inmiddels waren de overige stamgasten binnengekomen, op Mira-Lux na. Iedereen had zich zijn eigen drankje ingeschonken en braaf genoteerd op een blaadje. Het geroezemoes in de kroeg werd steeds luider, tot Koos de trap op kwam.

Ineens was het stil. Koos keek iedereen aan.

‘Wat?’

Niemand zei iets.

Maar iedereen wist wat er speelde.

Eerder die week was de spade in de grond gegaan. De weg achter de Fulmar Inn, een weg van kinderkopjes die geflankeerd wordt door 19e-eeuwse paaltjes, is al heel lang niet meer open geweest. Was ook niet nodig. Tot tien jaar eerder de eerste keer opviel dat het toch wel meurde op extreem warme dagen. Dat werd niet minder: het riool was sindsdien op sommige plekken en op warme dagen goed te ruiken, en dat steeds vaker. Dan stonk de omgang, de weg van de kerk naar het klooster en die langs de Fulmar Inn leidde, een uur in de wind. En vaak langer als het een windstille dag was. Uit eerste boringen, een half jaar voor de gemeente besloot dat de omgang open moest, bleek de bodem behoorlijk vervuild.

Dus toen Koos zwijgend de deur opende en die middag eerst lange tijd in de kelder vertoefde, was hij niet zo blij. Want zoals gezegd, eerder die week ging de weg open en al na een dag graven, en toen waren de bouwvakkers nog niet eens aangekomen bij de achterdeur van de FI, vond men kapotte rioolbuizen. Daardoor moest men veel meer en vooral dieper graven dan eigenlijk de bedoeling was. Daar was Koos in het geheel niet blij mee. Dat betekende meer tijd voor het afgraven van de vervuilde grond. Wat dat stond buiten kijf: de grond onder de weg was een en al  poep en pies en toiletpapier en luiers en maandverbanden. Stront aan de knikker, had een van de werklui tegen Koos gezegd, toen die fronsend stond te kijken bij de geopende weg. Koos kon niet lachen om de grap en was omgekeerd.

Drie dagen later was het een drukte van belang bij de opgebroken weg. De stadsarcheoloog had de pers opgetrommeld want hij had wat te melden. Wat bleek? Bij het dieper graven in de oude grond onder de kinderkopjes waren tientallen gebruiksvoorwerpen en zelfs delen van een oude muur gevonden. Bij die vondsten zaten onder andere eeuwenoude wijn- en bierkruiken, rozenkransen, een handvol stenen die zwartgeblakerd waren, en een uithangbord van hout met daarop nog net zichtbaar een stormvogel, en de woorden Vul maer in eronder.

Koos keek toe hoe de archeoloog sprak over de vondsten. Want, zo zei de archeoloog, hiermee is het bewijs geleverd dat de straat zo oud is als de kerk en dat de kroeg dus, aldus de woorden van de stadsarcheoloog, ‘een nieuwe pagina zou schrijven aan de historie van de stad’. Toen zag hij Koos. Hij zwaaide naar de uitbater en met het journaille achter zich aan liep hij naar Koos. Die kon niet meer wegvluchten: hij zat ingesloten tussen de schrijvende pers en de lokale televisieploeg.

Dat was gisteren, de dag dat de kroeg normaal gesproken alleen open was tussen lunch en avondmaal. De stamgasten waren er dan niet, en ‘s avonds was de FI dicht na een akkefietje jaren geleden, waarover later meer.

‘Mooi interview gisteren op tv, Koos.’

Iedereen gniffelde.

‘Ja, Hannes?’

De boosheid stond gebeiteld op Koos’ bakkes.

Gerrit greep in.

‘Koos, vraag: waarom was je gisteren en nu weer zo boos? Toch prachtig dat ze in de grond bewijzen voor de ouderdom van de kroeg hebben gevonden.’

Zou Koos het zeggen? Dat hij beducht was dat zijn kroeg een historisch monument zou worden en dat Monumentenzorg zich met alles ging bemoeien?

Koos ging op zijn plek zitten en boog zijn hoofd een paar seconden. Toen keek hij iedereen bedroefd en zei:

‘Ik vrees het einde van de Fulmar Inn.’

[wordt vervolgd…]

© Rick Ruhland 2018

Mijn eerste keer: visioen

Het klinkt middeleeuws. Het woord visioen. Maar dat is het om de drommel niet. Het is een levend verschijnsel. Helaas, zo is mijn overtuiging, heeft visioen vooral een betekenis in religieuze contexten. Daar betekent visioen zoiets als een droombeeld of verschijning hebben die ervaren wordt als bovennatuurlijk of mystiek. Aan die beelden wordt vaak ook een voorspellend vermogen toegeschreven. Dat zal wel zo zijn, maar ook gewone mensen als ik hebben visioenen.

Ik ben niet monotheïstisch religieus, ik ben geen overtuigd aanhanger van een leven na de dood, ik denk niet dat er een hemel is, en zo kan ik nog wel even door gaan. Als ik al een geloof aanhang, dan is het een geloof in mensen. In menselijkheid. In mijn dagelijkse doen en laten ben ik misschien een beginnend boeddhist, of een agnosticus. Ik kom vaak niet verder dan ‘Ik weet het niet’.

Wat ik wel weet is wanneer ik mijn eerste visioen had. Ik was student, en op een windstille zondagmiddag zat ik in de leren stoel in mijn studentenkamertje en keek naar buiten. Ik voelde opeens dat ik uit mijn stoel opstond zonder dat ik opstond. Toen ik dat besefte, klommen mijn lichaam en geest terug zijn mijn lijf. En toen gebeurde het: ik was terug in mijn lichaam en zag toen een andere werkelijkheid. Ik zag mezelf en onbekende mensen die in een ruimte waren waar zij spraken over onderwerpen die ik niet snapte. Nog niet snapte, moet ik zeggen, want ruim zeven jaar later had ik een déjà vu van wereldformaat. Ik was werkelijk in die ruimte die ik in mijn visioen had gezien. Ik hoorde de woorden van weleer. En ik wist: in die stoel op die zondagmiddag jaren eerder heb ik een visioen gehad. Een beeld uit de toekomst. Mijn eigen toekomst.

Ik heb die visioenen vandaag de dag nog. Maar net als over tijdreizen en tijdreiziger zijn kun je beter maar niet spreken over die zaken die andere mensen niet snappen, die andere mensen afwijzen, die niet passen in het tijdsgewricht.

© Rick Ruhland 2018

Semantische inflatie

Semantiek is met een ander woord gezegd betekenisleer. Formeler gezegd: semantiek is de wetenschap die de betekenis van symbolen bestudeerd. En symbolen zijn in onze natuurlijke talen de klanken, woorden en zinnen, en zelfs hele teksten.

De studie van de betekenis van symbolen is een (geslaagde) poging om een formeel systeem te bedenken om natuurlijke taal, zoals het Nederlands, te analyseren. Om voorspellingen over een taal te doen. En deze analyses zijn niet alleen een wetenschappelijke exercitie, ze zijn ook van groot nut bij (ik noem maar wat) het vastleggen van informatie in computertalen. Lang geleden, nog in mijn studietijd, heb ik daar met twee andere onderzoekers een artikeltje over geschreven. Al deze exercities in de (formele) semantiek zijn dus niet alleen wetenschappelijk boeiend, maar hebben ook een praktisch nut.

Welnu, als ik de wetenschappelijk wereld van de studie van semantiek een verzoek mag doen: analyseer de huidige semantische inflatie. De wat? Semantische inflatie is het verschijnsel dat woorden die vroeger een bepaalde betekenis hadden, een bepaalde ‘standing’ hadden, verwaterd raken en erger, steeds minder zeggingskracht hebben.

Ik zal een paar voorbeelden geven, en ze komen allemaal uit ‘het onderwijs’. Lyceum. Van oorsprong een instelling als atheneum en gymnasium: een schooltype dat voorbereid op een universitaire studie. Helaas, heden ten dage wordt het woord gebruikt voor elke plek waar een jong persoon een poging doet een boek open te slaan. Nog zo’n woord: intelligent. Was dat vroeger een woord voor een mens die in staat was op een IQ-test behoorlijk te scoren, tegenwoordig is het een woord dat wordt gebruikt voor iedereen die zinnen kan maken van meer dan vijf woorden. Volgende woord: universiteit. Een plek waar je wordt opgeleid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen, waar je iets leert over normen en waarden van kennis en kennisoverdracht, waar je nieuwe kennis verwerft en zelfs genereert. Helaas, in dit ‘verangliserende’ land, waar doodnormale woorden ogenblikkelijk worden vertaald in het Engels, is het Hoger Beroepsonderwijs (hbo) inmiddels ook een universiteit: ‘university of applied science’. Zo noemen deze instellingen voor hoger onderwijs zich tegenwoordig. Maar eh, laat me niet lachen: met wetenschap hebben deze instellingen niets van doen en wetenschap is er bij de oren bij gehaald. Laatste voorbeeld is helemaal van de ratten besnuffeld: student. Dit wordt inmiddels door en voor leerlingen, pupillen nog, van middelbare scholen gebruikt (zo zag ik deze week een ingezonden brief in de NRC van twee leerlingen van een middelbare school die zich, ik zweer het je, student noemden). Studenten zijn deze kinderen zeker en voorwaar niet; sterker, de meeste van deze kinderen komen niet eens in de buurt van studeren, studie, student zijn.

Overigens is hier al eens wat geschreven over grammaticale inflatie. Lees maar wat er staat (of staat het er niet, Meneer Nijhoff?).

Ja, ik maak mij druk om deze inflatie van betekenissen. Het is net alsof we het woord magnifiek gebruiken voor een gebeurtenissen als ‘poepen in het bos’. Alsof dat een prestatie van wereldformaat is. Ik moet heus wel lachen om deze inflatie, het is ergens, ver weg, humor om te zien dat in deze tijden mensen en organisaties zichzelf belangrijker maken dan ze zijn, maar het is lachen en humor met tranen in de ogen en pijn in het hart.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: forms of change

“In sum, I distinguish[ed] six forms of change in time series. There is change which has no end point, i.e. linear and exponential change, and there is change with an end point, i.e. logistic, asymptotic, discrete and cusp. […]. This end point is constant with respect to the score on the y-axis. The difference between logistic/asymptotic and discrete/cusp (all four have an end state) is the suddenness of change. The difference between logistic and asymptotic growth is the starting point. The difference between the discrete step and the cusp is that the cusp has an overlap of states and more than one possible jump from one state to the other. Despite the intuitively appealing descriptions, all forms of growth lack a formal criterion (e.g. how can one distinguish between a rapid gradual change and a discrete step?). Apart from a conclusive definition, the descriptions are also problematic in the sense of testing. Therefore, I present a mathematical approach to quantitative development. [These] Non-linear models and theories […] models and theories allow for an estimation of parameters and [they] state the relationship between x (a time index) and y (the variable) values in terms of a growth indication (e.g. in terms of continuity and discontinuity).”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

 

Aanslaan

Een blog bijhouden is voor mij een wijze van mijn inzichten en uitzichten delen. Mijn inzichten, dat is in het kort mijn kennis. Mijn uitzichten, dat is in het kort mijn ervaringen. Dit blog is niet hetzelfde als mijn dagboek, mijn romans, mijn korte verhalen, mijn wetenschappelijke werk, mijn gedichten.

Ik heb terugkerende thema’s. Humor, spelen met taal, wetenschap, filosofie, genot, en nog veel meer. Al die dingen die mijn inziens mensen tot mens maken. Als je wat langer blogt, en inmiddels doe ik dat tussen mijn stemmingswisselingen door meer dan tien jaar, dan weet je dat sommige onderwerpen meer reacties oproepen dan andere. Schrijf over yoga (ik doe aan yoga, als onderdeel van het lichaam in een staat van alert en wakker bewustzijn brengen), en hup, mensen slaan aan. Ik krijg reacties. Schrijf iets over eten, en mensen liken je post. Schrijf over levensbeschouwelijke thema’s, en ja hoor, mensen hebben er een mening over.

Meestal geniet ik van de zinzichten die anderen mij geven. Zinzichten is een neologisme uit mijn koker, en die betekent weinig meer dan dat je soms van anderen een reactie op je denken en uiten krijgt die een nieuw blik op het bestaan geven, en die ook nog zinvol zijn.

Als ik schrijf over meer filosofische en levensbeschouwelijke zaken krijg ik rake observaties terug. Maar bij een bepaald soort teksten gaat het steevast mis. Dan gaan mensen mij zeggen dat ik verkeerd zit, dat ik niet zo mag zeggen wat ik zeg, dat zij het wel bij het goede, juiste en correcte eind hebben. Dat zijn teksten die, bijna altijd vermengd met humoristische opmerkingen (humor volgens mijn hoge standaard van humor, dat spreekt voor zich), over de bijbel gaan. Telkens weer is er iemand, vaak Nederlanders, die zijn domineesvinger (zonder uitzondering) opsteekt en zegt dat ik het verkeerd zie. Op andere teksten van mij reageren dit soort mannen niet. Het kan dus niet anders zijn dan dat deze mensen het internet afstruinen op zoek naar teksten waarin iets staat dat zij als onjuist zien. Met tags als bijbel, jezus en ware geloof. Waar zij hun corrigerende vinger voor kunnen opsteken. Op ander kwesties, onderwerpen en teksten op mijn blog reageren ze niet: over kunst, eten, sport, of wat ook hoor ik deze mensen niet. Nee: alleen over bijbel en christelijk geloof.

Ze slaan aan bij een thema waar ik iets anders over beweer dan dat zij kennen (“”geloven””) en blaffen dan luidkeels van zich af. Inmiddels weet ik: “Ik kom in hun hel terecht.”

In geen ander land dan Nederland kon de gereformeerde kerk ontstaan die zuur,  zuinigheid en vlijt vermengde. Nederland heeft niet alleen miljoenen bondscoaches voor het voetbal, ook evenzoveel dominees voor normen en waarden. En ze hebben net als de bondscoaches nooit gelijk. En tegelijk altijd. Nooit en altijd.

© Rick Ruhland 2018

Zinzichten

Neologisme. Woord dat weinig meer betekent dan dat je van anderen een reactie op je denken en uiten krijgt die een nieuwe blik op het bestaan geven, en die ook nog zinvol zijn. Niet zelden bestaan dat soort reacties uit maar één regel tekst, één zin.

Lijkt enigszins op het gerelateerde woord ‘aforisme’, maar dat is meestal iets met grappige of absurde wijsheid, terwijl een zinzicht dat niet perse hoeft te zijn. Bovendien pretendeert een zinzicht niet iets te zijn, en een aforisme wel. Zinzichten komen uit het niets, aforismen komen uit het alles.

© Rick Ruhland 2018

Geheugenafbouw

Een jaar of 20 geleden ontmoette ik Elisabeth Loftus. Zij was in Nederland voor een lezing aan de universiteit waar ik toen werkte (als onderzoeker en docent op het gebied van taal & ontwikkeling) en op de dag dat ze de lezing hield, checkte ze op mijn computer haar email. Boeiende vrouw om naar te kijken. Niet in de laatste plaats door haar ontspannen uitstraling.

Maar belangrijker dan haar fysieke voorkomen was en is haar wetenschappelijke werk. Als een jaar of 40 houdt zij zich bezig met de werking van het geheugen. Nou interesseert me de werking van het geheugen bovenproportioneel, maar waar zij echt stappen gezet heeft in het begrip van het onthouden, is het “misinformation effect”. Dat houdt in dat wij mensen achteraf onze herinneringen vervormen. Actief en passief, dat doet er niet toe. Feit is dat wij niet echt zeker kunnen zijn van ons geheugen. Ander onderzoek van Loftus is naar het geheugen van ooggetuigen en valse herinneringen. Alles bij elkaar genomen: ons brein is qua herinneren en geheugen niet alleen plooibaar, het is makkelijk te ver- en misvormen.

Wat mij zo boeit, nu in deze tijd van computers, tablets en smart phones, is dat ons geheugen steeds minder hoeft te doen. We kunnen alles wat we zien en horen ergens op vastleggen. We kunnen geuren en smaken nog niet zo goed bewaren in de digitale vorm (bijvoorbeeld als we ergens eten en de smaak en geur van de gerechten), maar ons omringende klanken en beelden wel.

Al een tijd zie ik dat het niet hoeven onthouden van informatie leidt tot het niet kunnen onthouden. Bij het geven van les aan studenten – enkele jaren geleden – viel me op dat bij zo goed als elke vraag van mij over feitjes of berekeningen het merendeel naar hun digitale slaaf greep.

Ik moest aan Loftus en aan de lekkende geheugens van studenten denken toen ik dit artikel las. Door mobiele computers hoeven we niet alleen weinig meer te onthouden, ons brein wordt ook nog eens afgeleid door deze apparaten waardoor het vastleggen van informatie (even kort door de bocht gezegd: herinneren en leren) slecht of zo goed als niet lukt.

Mooi citaat als het gaat om foto’s nemen en niet meer om ons heen kijken:

When we’re hunting for the perfect Instagram shot, we’re not listening, we’re not smelling, we’re not always paying attention to the beautiful, complex minutiae that make up the moment.

We raken het contact met, het benul van en de waardering voor de werkelijkheid kwijt.

Erger: de emoties die ons maken tot wie we zijn, namelijk mens, verdwijnen naar de achtergrond. Wat we hebben vastgelegd, is waar. Wat we hebben ervaren en gevoeld is tweederangs geworden. Soms is die ervaring en dat gevoel afwezig.

Al met al: wat echt is, is alleen dat wat is vastgelegd. Het rare: vastleggen maakt het geheugen zwakker, terwijl we misschien denken dat we een deel van ons leven bewaren. Wie wat bewaart, heeft wat, zegt het spreekwoord, maar wie bewaart op een digitaal geheugen, bewaart niet perse een waarheid die waarde heeft.

© Rick Ruhland 2018

Ruimhartig

Vandaag, het is de 88e dag van het kalenderjaar, ben ik een vergevingsgezind mens. Als beginnend Boeddhist denk ik op deze dag aan de 88 tempels op Shikoku. Deze tempels staan in een soort van cirkel, die alles bij elkaar een kilometer of 1200 lang is. Ik heb nog niet alle tempels gezien, ik weet ook niet of ik dat ooit ga doen. Ik heb genoeg aan de cirkels in mijn geest, die ik urenlang afwandel om uiteindelijk op een meditatieve hoogte te komen die mij los laat komen van alle bezit, alle verlangen en zelfkwelling.

Mijn boeddhisme is een wijze van omgaan met wijsheid, met daadkracht, met concentratie en met ervaren. Dat is niet eenvoudig. Meer en meer “snap” ik (ik gebruiken het werkwoord snappen zeer losjes, want wat snap ik nou eigenlijk echt?) wat het is om die vier krachten in de praktijk van alledag toe te passen. Dat vergt een bewustzijn dat vraagt om training.

Ik ben ergens al wel geslaagd – al valt het soms moeilijk om het vol te houden – om vergevingsgezind te zijn. Ik heb al een paar uur het idee dat het vandaag gaat lukken. Ik weet ook wel waarom: vandaag ben ik weer eens aan het einde van een cirkel in mijn geest gekomen. Vandaag heb ik de alle 88 tempels van mijn geest bezocht. Vandaar dat ik vandaag kan zeggen: alle andere geloven hebben evenveel gelijk. Alle grote godsdiensten hebben het juiste boek, de juist rituelen, de juiste god, de juiste hemel.

Het boeddhisme dat ik aanhang heeft dat vermoedelijk niet. Ik weet het niet. En terwijl ik dit schrijf, vraag ik me af of ik misschien een agnostische boeddhist ben. Doelloos, of beter: zelfloos. Zonder verlangens die doen lijden. Met een schoonheid die zich niet laat vastpakken, met geen enkel zintuig.

© Rick Ruhland 2018

I took a red pill…

… but I didn’t see any true reality. In fact, the only thing I saw was bleaknessn of the universal womb. Remains of the time before we were created.

When the pill pulled out of my conscienceness, I saw the last five minutes of my life. Of everybody’s life.

You know what? That’s all there is.

Everything before that point in time never happened. That’s when everything was created: memories, artifacts, books, heavens and planets. Everything.

In five minutes all that wil be gone.

That’s when it hit me: happiness. A ten minutes life is all you need. Enjoy it. Enjoy that happy thought.

And if someone askes: why? Why should that be true?, I’d say: because that’s all you need. Because that’s all there is. Because that’s the only chance of redemption.

Last words for today: I’m not feeling sad, I’m not disappointed. I am dissolving into emptiness. Come and join me.

© Koekaai 1918