Illusies: Troxler

We kunnen niet zien wat er werkelijk is. Werkelijkheid is een construct. Een constructie. Een reconstructie.

Als we denken dat we de werkelijkheid kunnen waarnemen, met onze ogen bijvoorbeeld, dan moet ik iedereen teleurstellen. Onze ogen en onze bijbehorende hersencellen (die achter in ons brein zitten, en die samen de zogenaamde visuele cortex vormen) zijn slecht toegerust om de waarheid of zelfs de werkelijkheid te doorgronden.

Dat blijkt wel het beste uit het zogenaamde Troxler-effect. Kijk eens naar het volgende plaatje. Focus in het midden van het plaatje. Laat je niet afleiden. Beweeg je ogen niet.

En? De kleuren verwateren als je je te veel focust. Het bewijs dat zintuigen als de ogen niet goed waarnemen als je op een enkel punt focust. De reden om homo universalis te zijn. Of in ieder geval te proberen.

Meer weten? Lees. Verwonder.

 © Rick Ruhland 2018

Advertisements

Geheugenafbouw

Een jaar of 20 geleden ontmoette ik Elisabeth Loftus. Zij was in Nederland voor een lezing aan de universiteit waar ik toen werkte (als onderzoeker en docent op het gebied van taal & ontwikkeling) en op de dag dat ze de lezing hield, checkte ze op mijn computer haar email. Boeiende vrouw om naar te kijken. Niet in de laatste plaats door haar ontspannen uitstraling.

Maar belangrijker dan haar fysieke voorkomen was en is haar wetenschappelijke werk. Als een jaar of 40 houdt zij zich bezig met de werking van het geheugen. Nou interesseert me de werking van het geheugen bovenproportioneel, maar waar zij echt stappen gezet heeft in het begrip van het onthouden, is het “misinformation effect”. Dat houdt in dat wij mensen achteraf onze herinneringen vervormen. Actief en passief, dat doet er niet toe. Feit is dat wij niet echt zeker kunnen zijn van ons geheugen. Ander onderzoek van Loftus is naar het geheugen van ooggetuigen en valse herinneringen. Alles bij elkaar genomen: ons brein is qua herinneren en geheugen niet alleen plooibaar, het is makkelijk te ver- en misvormen.

Wat mij zo boeit, nu in deze tijd van computers, tablets en smart phones, is dat ons geheugen steeds minder hoeft te doen. We kunnen alles wat we zien en horen ergens op vastleggen. We kunnen geuren en smaken nog niet zo goed bewaren in de digitale vorm (bijvoorbeeld als we ergens eten en de smaak en geur van de gerechten), maar ons omringende klanken en beelden wel.

Al een tijd zie ik dat het niet hoeven onthouden van informatie leidt tot het niet kunnen onthouden. Bij het geven van les aan studenten – enkele jaren geleden – viel me op dat bij zo goed als elke vraag van mij over feitjes of berekeningen het merendeel naar hun digitale slaaf greep.

Ik moest aan Loftus en aan de lekkende geheugens van studenten denken toen ik dit artikel las. Door mobiele computers hoeven we niet alleen weinig meer te onthouden, ons brein wordt ook nog eens afgeleid door deze apparaten waardoor het vastleggen van informatie (even kort door de bocht gezegd: herinneren en leren) slecht of zo goed als niet lukt.

Mooi citaat als het gaat om foto’s nemen en niet meer om ons heen kijken:

When we’re hunting for the perfect Instagram shot, we’re not listening, we’re not smelling, we’re not always paying attention to the beautiful, complex minutiae that make up the moment.

We raken het contact met, het benul van en de waardering voor de werkelijkheid kwijt.

Erger: de emoties die ons maken tot wie we zijn, namelijk mens, verdwijnen naar de achtergrond. Wat we hebben vastgelegd, is waar. Wat we hebben ervaren en gevoeld is tweederangs geworden. Soms is die ervaring en dat gevoel afwezig.

Al met al: wat echt is, is alleen dat wat is vastgelegd. Het rare: vastleggen maakt het geheugen zwakker, terwijl we misschien denken dat we een deel van ons leven bewaren. Wie wat bewaart, heeft wat, zegt het spreekwoord, maar wie bewaart op een digitaal geheugen, bewaart niet perse een waarheid die waarde heeft.

© Rick Ruhland 2018

Waarheid is meestal warheid

Ik wilde eigenlijk vooral schrijven aan mijn roman vandaag (en tussendoor ook nog op mijn bas spelen ter voorbereiding van een gig komend weekend), maar wie schrijft, moet minstens net zoveel lezen als schrijven. Om ideeën op te doen, om te zien hoe anderen schrijven, om zoveel meer redenen. Het houdt de geest verser en frisser dan wanneer je alleen je eigen verhaal gelooft en opschrijft.

Wat dat laatste betreft las ik zojuist een artikel met de volgende zin:

We tend to remember the cases that fit our narrative.

Het onderwerp van het artikel is niet echt belangrijk (het was iets wetenschappelijks, over de relatie tussen gebeurtenissen in de digitale wereld en gebeurtenissen in de analoge wereld), maar deze zin trof mij in het hart. Ik denk dat het idee van de zin klopt. De meeste mensen zullen datgene wat ze zien, horen, en algemener: denken, willen inpassen in wat ze al weten, wat ze geloven. Wat men al gehoord heeft moet door het nieuwe te horen verhaal worden bevestigd.

Dat leidt er altijd toe dat mensen bevestiging zoeken. Als iets anders is dan wat je dacht, dan is het waarschijnlijk niet waar. Of minder waar dan wat je eerst dacht. Mensen zijn behoorlijk vasthoudend in het blijven geloven in hun eigen gelijk. Hoe ongelijk zo ook hebben.

Schrijvers, wetenschappers, denkers, het liefst ook journalisten (maar die vergeten meer en meer hun taak) hebben de taak de wereld in een ander daglicht te zetten. Zij, en ik ook, moeten altijd blijven hameren op die andere kanten van welk verhaal ook.

© Rick Ruhland 2018

Wijsheid op woensdag: religiegoïsme

Ik heb een goede verstandhouding met filosofische vraagstukken. Elk vraagstuk is interessant want filosofisch, elke vraag mag gesteld worden, en in principe is alles filosofie. Vragen over werkelijkheid (ik denk dat een film als The sixth sense – ook ik zie dode mensen, maar daar praat ik weinig over – of de trilogie The Matrix heel dicht bij mijn perceptie van de werkelijkheid komen; perceptie is daarbij een woord dat mogelijk met zintuigen te maken heeft, maar vooral ook met iets buiten mijn brein…) en waarheid zijn elementair.

Waarom? Werkelijkheid en Waarheid zijn niet eenduidig. Eigenlijk zijn die twee woorden in het enkelvoud onzin. Werkelijkheid is altijd meervoud, zelfs vanuit het idiosyncratische perspectief. Ook Waarheid is nooit alleen.

Maar ergens in de geschiedenis van de mens is iemand, of een groep van mensen, gaan groepen dat het gevaarlijk is zelf na te denken. Op dat moment is religie geboren. En let wel: elke dag wordt wel een nieuwe religie geboren. Zoveel gekken, zoveel waarheden, zoveel religies.

Mijn punt van vandaag (ik ben de laatste dagen behoorlijk debiel en geklutst): op het moment dat religie ontstaat, eigent die denkstroming (meer is religie niet) zich toe dat alles wat de mens is, onder de vlag van die geloofsstroming moet vallen. Is (en doet) de mens goed? Dat komt door het geloof, door God, etc. Is (en doet) de mens slecht? Dan zal het geloof er alles aan doen dat uit te gummen. Zoals de nazi’s joden probeerden ‘aus zu radieren’.

Dat is religiegoïsme. Het toe-eigenen van menselijk (= dierlijk) gedrag als zijnde iets gelovigs, als iets van god. Nonsens. Humbug. ‘Zijn’ is niet te duiden. Waarheid ook niet. Werkelijkheid evenmin. Als je dat wel kunt, heb je een pathetisch leven.

En ja, het is best lastig om door te dringen bij gelovigen. Om een gelovige op andere gedachten te brengen. Niet omdat die andere gedachte klopt of waar is, maar omdat er een andere gedachte is. Probeer ik een gelovige aan het denken te krijgen, dan loop ik het risico vermoord te worden. En het is lastig om duidelijk te maken aan gelovigen dat het niet mogelijk is om te bewijzen dat iets wat niet bestaat, niet bestaat.

Een dag vol waanzin gewenst. En kom even langs in mijn hoofd vandaag. Kopje neurotransmitters drinken.

Skpritozussie!

© Rick Ruhland 2015

Op naar Pasen

Zo, de kerstboom is de deur uit. Waarschijnlijk vinden we tot ver in de zomer nog dennennaalden ergens in een hoek van de woonkamer. Of onder een of andere bank.

Ik wil niet negatief doen, maar Kerstmis is geen feest van mijn jeugd meer. Toen kon ik zelfs in de zomer, als bijvoorbeeld ik in een dorp in Groot-Brittannië of de Verenigde staten was waar ze een xmas-shop hadden, genieten van het idee dat niet veel maanden later de boom opgetuigd werd, dat kaarsjes aangingen, dat koekjes werden gebakken, dat op alle radiozenders kerstliedjes te horen waren, dat je cadeautjes zou krijgen.

Nu ik de boom heb afgetuigd (ik heb hem er flink van langs gegeven), is het wel weer goed. Laat maar even de komende 11 maanden. Maar misschien bent u ook een van die vrouwen (mannen mogen natuurlijk ook bekennen dat ze nu al denken aan de volgende boom en versieringen en kaarsen) die begin januari al nadenken over de volgende kerst. U bent niet alleen. Ik heb begrepen dat 1 op de 7 a 8 vrouwen dat doet.

Kerst begint bij mij pas met de eerste advent, dan begint pas het denken aan en denken over de komende kerst. Maar nu even niet. Ik kan me wel verheugen op Pasen. Overigens ben ik nog niet bezig met paaseitjes kopen. Ben wel benieuwd wanneer die in winkels liggen. Voor of na Valentijnsdag? Het is niet om de eieren dat Pasen toch wel zo fijn is. Het is dan bijna zomer. Ik ben bijna jarig en het is voorjaar. Het warme weer nadert. Elke dag heeft meer licht. Vakantie. Buiten zijn.

Waarom is Kerstmis ook al weer zo leuk? Of is het alleen maar leuk omdat de zomer is geweest? Of zal ik de boom gewoon weer binnenhalen en kerstmis tot en met Maria-Lichtmis (40e dag na kerst) verlengen? Misschien heb ik gewoon meer tijd nodig om aan de kerststemming te wennen. Wat vroeger zo eigen gemaakt was, moet nu door een dikke laag van cortex en levenservaring heen.

© Rick Ruhland 2015

Drie breinen

Ik heb drie breinen. Niet fysiek. Nee, dan zou mijn hoofd nog groter zijn dan het al is. Maar ik heb drie breinen. Drie werkende geesten. Drie bronnen van gedrag en denken. Drie soms samenwerkende, soms elkaar tegenwerkende, maar vaak los van elkaar opererende entiteiten in mijn lijf (lijf, niet schedel, want ik denk dat mijn drie breinen meer zijn dan de klont boven aan mijn ruggemerg).

Het eerste is mijn impulsieve kleurloze brein. Mijn brein dat meteen klaar staat om een mening te geven. Een mening waaruit meestal blijkt dat ik niet heb nagedacht. Uit de andere twee breinen blijkt dat nadenken wel tot de mogelijkheden behoort. Of nadenken: er is meer dan mijn impulsieve brein.

Het tweede brein is mijn creatieve en kleurrijke brein. Daarin sta ik los van de zintuiglijke werkelijkheid. Daarin bedenk ik romans en liedjes.

Het derde is mijn logische brein. Die zorgt met behulp van de zintuigen dat de input samenhang krijgt. Die maakt van alles wat het waarneemt en alles wat de andere breinen doen een wiskundig, of een semantisch-syntactisch geheel.

Mijn breinen hebben constant ruzie. Ik neem er dagelijks afstand van.

© rick ruhland 2014.

De psychiater is niet helemaal goehoed!

Jarengeleden zei ik voor de gein “Protest hiertegen, protest!” tegen een kleine artsin de inrichting waar mijn broer had verbleven en daarna ook mijn moeder. Wijzaten in zijn muffige kamer, waar het naar oud okselzweet rook, keken elkaardiep in de ogen en deden een halve minuut het spelletje “Wie kijkt als eersteweg?”

Ikwon natuurlijk. We hadden er al een uur praten op zitten, en het was ook nietde eerste keer dat ik hem sprak. Wij waren geen vrienden geworden. Volgens die man was ik een enge man, omdatonbeschroomd duidelijk zei wat ik dacht. Natuurlijk was er al het een en anderaan voorafgegaan voor hij dat zei. Ik kwam eens in de zoveel weken bij hemlangs, en dan gaf hij mij een overzicht van de therapieën en pillen die ze inde weken sinds mijn laatste bezoek over mijn moeder hadden heen gestort. Ik wasdan niet de beroerdste hem de lastigste vragen te stellen. Als natuurlijkeoverlevingsstrategie had hij, als alle zenuwartsen, altijd wel een slotsomklaar liggen als een mens, zoals ik, zo uitgesproken en onverdroten zijn meninggaf. Artsen als hij meenden, een van zijn collega”s had het zelfs hardopgezegd, dat ik dacht dat ik gelijk had en misschien ook hulp nodig had. Tuurlijkniet. Ik wilde alleen maar weten. Wisten die artsen veel. Gelijk hebben wasnooit een doel of reden van mijn spreken en denken geweest en zou het ook nooitworden. Ik was hooguit bang voor het leven en met kennis wilde ik die angstvoor zijn. Zeker was wel dat ik nieuwsgierig was naar alles in het leven. Alsik hardop zei wat ik dacht, schiep ik ogenblikkelijk ruimte in mijn geheugen engedachten. Kon ik mijn energie en denkruimte voor nieuwe creaties gebruiken.

Enfin,ik was gekomen om mijn moeder te bezoeken. Zij zat toen weer eens in de inrichting.Ik vroeg de man in de smoezelige witte jas hoe het met mijn moeder ging. Hijnam mij apart in zijn koude werkkamer, we spraken over zijn patiënt en voor ikhet wist stelde hij mij vragen over hoe ik dacht dat mijn moeder er aan toewas. Die man, met een hoornen bril met vierkante glazen op een hoekig gezicht,speurde met zijn kubusogen de wereld af naar mensen die hij kon beoordelenvolgens een ingenieus schema van vragen.

Hijzei dat ik bang was. Ik had ja gezegd, en voor hij kon kuchen om het gesprek tevervolgen, vervolgde ik met:

“En?Als ik geen angst meer ken, dan is mijn lol in het leven stuk. Als je angstkent, dan heb je nog wat te leren. Ik ben ook bang dat het niet goed of zelfs maarbeter gaat met mijn moeder. Wat ik wil weten, is hoe u die angst van mijinperkt. Kortom, wat heeft u voor ogen bij de behandeling van mijn moeder?”

Datgesprek ging hortend en stotend verder. Een opmerking herinner ik me nog: ik zeihem dat een mens aan het einde van de dag de kans had gehad om iets nieuws teweten te komen. Misschien leerde ik niet elke dag iets nieuws, elke dag kwam ikwel tot een nieuwe ordening of samenhang van wat ik wist. Ik vroeg hem of hijal wat geleerd had die dag. Hij reageerde door te zeggen dat ik een narcistwas, waarschijnlijk alleen maar omdat ik vragen stelde die hem bang maakten. Ikwas geen narcist in mijn dagelijkse leven, daarvoor had ik te veel interesse inandere mensen. Mijn naasten stelden juist alles in het werk, zonder dat ze hetwisten, om mijn natuurlijke neiging naar een kluizenaarsleven in een vijver vangoedmoedigheid en vrijgevigheid te verdrinken. Ik wist toen al dat ik nog nietklaar was met hem. Mijn moeder zat nog een half jaar in de inrichting, toenbesloten mijn broers haar te bevrijden.

xa9 rick ruhland 2010.

Synesthesie

Bij sommige mensen werken de zintuigen op een bijzonderemanier samen: zij zien kleuren bij het horen van muziek, of proevenversgebakken brood als ze cijfers zien. Deze eigenschap, waarbij het enezintuig een ander oproept, is geen vrijwillige keuze en die is ook niet uniek:vermoedelijk ervaren 1 op de 200 mensen zulke gemengde zintuiglijke ervaringen.De meeste mensen hebben deze ervaringen al sinds hun kindertijd. Dieervaringen, ook wel synesthesie genoemd, ontstaan uit het niets (je hebt ergeen controle over) en ze zijn altijd hetzelfde. Tegenwoordig is duidelijk datsynestheten hun ervaringen niet verzinnen en dat synesthesie geen onderdeel isvan een ziekte.

Vermoed wordt dat synesthesie al in de babytijd ontstaat.Dan is de wereld nog niet in duidelijke zintuigen ingedeeld. Bovendien krijgende hersenen van baby’s tussen nul en twee jaar er vooral verbindingen bij. Nadie eerste kinderjaren neemt het aantal verbindingen snel af. Deze uitdunninglijkt bij synestheten minder of niet te gebeuren. Dat synestheten dingenwaarnemen die er niet zijn, kan komen doordat ze bepaalde verbindingen hebbenin de hersenen die andere mensen missen, of beter, niet meer hebben.

Er bestaan verschillende verklaringen voor het mechanismeachter synesthesie. Sommige onderzoekers menen dat een hersengebied waarvanbekend is dat het op kleuren reageert, vlak naast een hersengebied ligt dat opde visuele vorm van woorden reageert. Iemand met synesthesie zou(ongebruikelijke) fysieke verbindingen tussen deze gebieden hebben, waardoor deervaring van gekleurde cijfers of letters verklaard kan worden. Andereonderzoekers hebben verondersteld dat er geen structurele verschillen zijntussen de hersenen van mensen met synesthesie en zij zonder deze eigenschap.Via normale verbindingen stroomt dan informatie van de zintuigen op eenongebruikelijke manier terug waardoor de synesthetische ervaring ontstaat.Ander onderzoek naar synesthesie richt zich op de wijze vaninformatieverwerking en het hersengebied waar de bexefnvloeding plaatsvindt.

Recentelijk, in een artikel in het wetenschappelijketijdschrift Nature Neuroscience, toonden psychologen Romke Rouw en StevenScholte aan dat de hersenen van synestheten verschillen van normale mensen. Dankzij een nieuwe methode vonden de onderzoekers eigenschappen van de wittestof waaruit de hersenen opgebouwd die wijzen op een anatomisch verschil van dehersenen. Verschillen in de sterkte van verbindingen in de buitenkant van dehersenen spelen een rol bij synesthetische ervaringen. Rouw en Scholte vondenniet alleen meer verbindingen, maar ontdekten ook dat deze verbindingen invloedhebben op wat iemand met synesthesie waarneemt. Ook opvallend is verschillende plekkenin het brein meer verbindingen hebben. Synesthesie niet alleen wordtveroorzaakt door een afwijking in de vroege verwerking van zintuiglijke signalen,maar dat ook bij de latere verwerking iets ongewoons gebeurt. Kortom, synesthetenhebben een anatomisch ander brein.

Nu we weten dat mensen met synesthesie geen fantasten zijn,kan het onderzoek zich richten op wáárom sommigen letters en cijfers in kleurzien en anderen niet. Een andere vraag die interessant is is de vraag of synesthesievoordelen kan hebben, vanwege het vermogen tot snel associëren en verbandenzien. De meeste mensen zien hun synesthesie namelijk als een verrijking. Maar veelverbindingen kan er ook voor zorgen dat een signaal allerlei hersengebiedenaanzet, wat tot overgevoeligheid kan leiden. Mogelijk ligt hierin zelfs eenverklaring voor het ontstaan van autisme.

xa9 rick ruhland 2010.

Het ongelijk van het geheugen

Naast taal en zintuigen interesseert een derde aspect vanons brein mij mateloos: het geheugen. Ik heb veel gelezen over allerlei vormenvan geheugen, hoe dat geheugen werkt op functioneel en anatomisch niveau, watdaar psychologisch en psychiatrisch over te zeggen valt, welke delen van dehersens bij het geheugen betrokken zijn, hoe het geheugen verstoord of bexefnvloedkan raken, hoe een geheugen opgebouwd is uit o.a. diverse sensorische elementen(zoals geuren, geluiden en beelden), en veel meer.

 

Dit weekend ontmoeten mijn geheugen aan een periode van mijnstuderende leven en de huidige werkelijkheid (de concrete plek waar ikstudeerde) elkaar. Wat ik 25 jaar geleden begon, wordt aan een kleine ah&g-keuring:algemene herinnering en geheugen-keuring. Ik heb die tijd, midden jaren 80,vastgelegd in een dagboek. Ik schrijf niet meer in dat dagboek, maar ik weetwel dat wat ik toen schreef niet zo in mijn geheugen staat gegrift. Erger, ikheb in mijn dagboek, dat ca. 25 jaar leven omvat, meerdere malen in mijndagboek met verwondering geconstateerd dat wat ik op verschillende momentenover een bepaalde tijd dacht, steeds weer aan verandering onderhevig is. Ofanders gezegd, dat wat ik meende te weten over een bepaalde tijd steeds veranderdeen dus nooit klopte als zijnde welomschreven en kant en klaar orgaan oforganisme. Geheugen is niet alleen feilbaar, zelfs voor een buitengewoon goed “onthouder”,maar is bovendien zo sterk aan verandering onderhevig dat ik durf te stellendat “het” geheugen is niet eens bestaat.

 

Ik ga het dit weekend testen. Dan zal blijken dat of de fysiekewerkelijkheid ongelijk heeft, of dat het geheugen het bij het verkeerde eindheeft.

xa9 rick ruhland 2010.