A reason to write

I make music (both performing and writing bass lines to songs), I am an actor (on stage and in front of camera), I write (scientific, poetic, bloggic, novelic, and more). I am not the only one who is creative, who likes to be ‘on a stage’, but different people have different needs, especially when it comes to those creative activities. So, what reasons could one have to make music, write, act, sculpt, direct a movie?

Let me stick to writing. For some people, writing is a way to become famous. Write poetry, a novel, essays, and people will know who you are. The only problem is: there are so many writers who publish. Books, blogs, literary journals, newspapers. Fame is hard to achieve. And why is that so important? Does it really make you a better person or artist? When I think about great painters, like Van Gogh, it is clear that they were not famous in their living years. He painted because that’s what Vincent wanted to do. Fame is futile. I could quote thousands about fame, I do one (since, hey, when you quote a famous philosopher, it means that you are clever yourself…):

“Wealth is like sea-water; the more we drink, the thirstier we become; and the same is true of fame.”

Schopenhauer allegedly said that. Or wrote that. Or had that in his mind.

So fame as a reason to write?

No.

Next please.

Some people want to write because they want to be rich. Earning some or a lot of money is their goal. A itsy bitsy teenie weenie insight on my behalf: becoming rich is only an option for the happy few. Those writers that sell a lot books (or other stuff that is associated with their writing). If you knew how many books are published each day, week, month, year, you probably would not consider writing one yourself. Earning a living? From writing? Good luck.

I have thought about another aspect of writing. The word is communication. Writing a book is about exchanging views, maybe to help others, to make someone happy. Is that really a reason to write? Call me a cynic, but I don’t really think that people who write want to communicate. A fraction of those writers, yes, maybe. But there’s at least one person in the world who doesn’t really care about communicating. If it happens, fine. If not, fine too.

Reason no. 4: interesting insights. Pardon my french, but that’s bull shit. Most people have no interesting insights. At. All. They’re rambling on about the sad, silly trivia of their lives. Period.

No. I have wondered ever I since started writing texts – other than those needed for school – why I write. In the beginning (when I was 11, 12) I wrote letters in German to a girl from Essen (40 years later, I still have her letters, that are written on pink paper and full of hearts and I wonder: what is she doing right now?). I started a journal many moons ago, and I still keep track of my live. I started writing my first novel in college. Since then: more novels, articles, thesis, blogs, poetry, short stories, even a play is in the making.

But why? Why do I write?

One of the writers I follow wrote a blog on art, being an artist and the (non-)importance  of pain and struggling.

I have my struggles. Probably like anyone else who wites. But that’s just a small fraction of the overall reason why I write. Actually, I don’t write because I feel pain or because I struggle.

No.

My reason to write is to get rid of those thoughts, stories, puns, and what have you. To make room for peace. And also: to make room for more stories. Which makes it kind of weird: I write to get those stories out of my head, only to fill them with new ones.

Here’s the twist: I want those new stories to be soothing. Alas, in the end most of those new stories in my head are not soothing at all. And they are so many. You loose one story, two or three or more pop up. So, I have to write more stories. Some would say: that sounds therapeutic. Well, if that’s the word, than that’s the case. It’s worse than that, Jim: it’s manic.

I do have another reason to write, though. I want to leave something behind. Something to be remembered for. Something which says: he was alive at some point in the human history. Maybe a sad reason, but that is what keeps me going.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Tijdvouw

Wist u dat er een laag is in onze atmosfeer waarin tijd en chronologie niet meer volgens de klassieke lineariteit bestaan, maar waar je overschiet in een ander tijdvak?

Het is een laag in de luchtlagen waar, als het ware, de ‘reali-tijd’ een deuk heeft opgelopen, een snee in de volgorde van gebeurtenissen.

Vliegtuigen vliegen door die laag om vervolgens op kruishoogte naar een volgende luchthaven te vliegen. Wat bijna niemand weet dus is dat als je door die laag in de atmosfeer vliegt, je  tijdelijk in een andere tijd bent. Je merkt er niets van, normaal gesproken.

Elk vliegtuig dat een kruishoogte van 9 kilometer of meter heeft, gaat door die ‘discontinuï-tijd’. Afhankelijk van wat de tijdsbreuk is, wordt dat vliegtuig gezien door een andere tijd. Dat verklaart ook waarom in bijvoorbeeld geschriften van onder andere de Romeinen 2000 jaar geleden melding maakten van een stipje aan de hemel dat ook nog eens knipperde. Ook in hiërogliefen staan tekeningen die veel Egyptologen hebben aangezien voor iets heel aards, maar die feitelijk een verwijzing naar onze vliegtuigen zijn. Men (onderzoekers nu, maar ook de Romeinen en Egyptenaren van weleer, en andere oude culturen, waaronder de Chinese dynastieën en de Maya’s) gaf als verklaring dat het een vallende ster was. Of een vuurvliegje. Inmiddels moge duidelijk zijn dat het hier om een tijdvouw.

© Rick Ruhland 2018

Misvattingen: manische depressiviteit

Ik had een lang, in zekere mate ironisch (cynisch? sarcastisch?) stuk over mijn bipolaire leven geschreven, maar uiteindelijk plaats ik dat niet. Ik vind het beter om hier een link te plaatsen naar een artikel op arstechnica.com. Dat stuk is om meerdere redenen beter dan mijn eigen verhaal. Ik vind dit stuk goed omdat de schrijver er in uitlegt dat het (bipolariteit, manisch depressie, stemmingsstoornis) niet een ‘snap out of it’-verhaal is. Dat er niet één oplossing (pillen, praten, overige methoden) is die altijd bij iedereen werkt (er is ook niet een middel voor de behandeling of genezing van kanker die bij iedereen altijd werkt). Geen One cure fits all. Dat slim zijn, of geld hebben, of een doel in het leven hebben, of een levensgenieter zijn, niet kunnen voorkomen dat deze ellende opspeelt. En zo zijn er nog veel meer redenen waarom ik dit stuk omarm. Ik laat in het midden wat die overige redenen zijn. Mocht je mijn oorspronkelijke stuk toch willen lezen, mail / chat / sms / app dan. Ik kan niet beloven dat je het dan krijgt.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 610.854

Ik lijd aan een meerderwaardigheidscomplex. Ik ben meerderwarig. Meer waard.

Ik ben superieur aan mezelf. Ik ben Alfred Adler.

Steeds als ik een strijd met mezelf aan ga, dan win ik. In de finale verliezen, en dan toch kampioen van de mensheid zijn.

Beste B., ik heb je hulp niet nodig. En hulpverlener inter pares? Wat een lachertje.

Donald

© Rick Ruhland 2018

 

Een gewone dag in januari

Ontbijtbord en bestek afwassen, artikel in de krant lezen, 6 minuten van Mr. Nobody kijken (niet voor het eerst), driekwart pagina aan roman 4 schrijven, bericht op Facebook plaatsen, 2 tweets de luchten insturen, 5 zinnen voor blog geschreven, een half nummer op de bas spelen. Weer 14 minuten en 23 seconden voorbij.

© Rick Ruhland 201

Zorglabelisatie: casus ggz

Ik heb een haatverhouding met de geestelijke gezondheidszorg, oftewel ggz. Laat ik er wel bij zeggen dat in beginsel de ggz nobel is in haar streven. De ggz is een verzameling van mensen en instituten en (be)handelwijzen die erop gericht is om geestelijke problemen of nood te lenigen (genezen doet de ggz niet). Menigeen is de zorg ingegaan om mensen te helpen. Zonder enige vorm van ironie of sarcasme: ik vind dat een goed streven.

Wat nou jammer is, en daar komt mijn haatverhouding ook vandaan: ondanks al die goedwillende mensen – hulpverleners noem ik ze maar even als collectief – is hun taak, verpleging en medische hulp en dergelijke, ten onder aan het gaan. Dat ligt niet aan de mensen in de zorg. Het is de bureaucratie. Want die zorg leeft bij de gratie van protocollen. Wat is een protocol? Dat is, in een notendop en zwartwit gezegd, een formulier met een stroomdiagram met staan die je met nee en ja kunt beantwoorden, waarna je verder gaat in de richting die het stroomdiagram aangeeft.

‘Maakt de cliënt (sic! Van patiënt is al geen sprake meer; schande, want cliënt is een woord voor iemand die komt shoppen, die een keus heeft om iets te kopen dat hij leuk vindt) … een ongewassen indruk?’

Dan volgt ja of nee en de volgende vraag, en na tig van vragen rolt er dan uit wat er loos is met een patiënt. Maar het probleem is dat vooral in de ggz veel patiënten met een reeks aan problemen zit. Is ook niet zo gek. Wie in de geestelijke shit, heeft met meerdere soorten shit te maken. Met ja of nee kom je er niet. Bovendien is menigeen zo de weg kwijt dat je na een protocolletje meestal zo goed als niets weet.

Naast dit soort protocollenzorg is de zorg vercommercialiseerd. Alles moet sneller, of als het niet sneller kan, dan toch minstens met minder moeite. En uiteindelijk: voor veel minder geld. Daarin speelt de kwantiteit de hoofdrol. Zoals een hulpverlener me laatst toevertrouwde: ‘Het enige wat telt is het goede antwoord op de vraag: hoeveel cliënten heb jij vandaag gezien?’ Niet behandeld, gezien. En een laag antwoord is niet goed. Want daar wordt op afgerekend in de moderne ggz. Een verantwoording van de getallen.

De zorg, de ggz voorop, is een productieapparaat geworden. Daarin speelt de dbc de hoofdrol: de diagnosebehandelcombinatie. En dat moet wel binnen een (lees 1) gesprek duidelijk zijn. Nog even en we gaan mensen niet meer behandelen, maar alleen in kaart brengen. Daarna is de boodschap aan de patiënt: zoek zelf maar uit hoe je beter wordt.

En het moet natuurlijk veel goedkoper. Want dat willen de schatrijke zorgverzekeraars. Die wil nog meer geld. Het kan ook goedkoper. Maar wat nu gebeurt is beknibbelen aan de verkeerde kant van de medaille. Of zoals de reeds aangehaalde zorgverlener zei: ‘We waren ooit een goed geoutilleerde bus met voorzieningen, met hulpverleners die kennis en ervaring bezaten, een bus die iedereen aan boord nam die hulp nodig had, maar nu zijn we meer en meer een vuilniswagen waar de wielen vanaf vliegen, waar elke patiënt bij de volgende bocht uit de wagen gekieperd wordt, en die vuilniswagen dendert met grote snelheid bergafwaarts op de volgende bocht of muur af.’

Was het oude systeem beter? Nee. Mijn broer is gestorven in een inrichting, ruim 18 jaar geleden, in de tijd van voor de vercommercialisering. Na anderhalf jaar testen en meten en gesprekken volgende diverse diagnoses (ca. 10 als ik mij het goed herinner). En toen was hij er op een dag niet meer. Door medicijnvergiftiging. Foute diagnose? Fout medicijn? Wie zal het zeggen. Maar de kans op meer doden, op een ontregelde samenleving wordt alsmaar groter. De hulpverleners die ooit in de zorg aan het werk gingen vanuit het idee mensen met lichamelijke of geestelijke problemen te helpen, die kunnen dat idee op hun buik schrijven.

Ik houd mijn hart vast.

© Rick Ruhland 2015

PS Ik ben van nature een homo ironicus satiriensis. Ik heb me er desondanks van weerhouden het idee te opperen dat de commerciële zorg baat heeft bij het ziek houden of zelfs ziek maken van mensen want dat is commercieel gezien reuze interessant, maar dat kan mag niet waar zijn. Toch?

Pingpongsteenpuist

Vandaag geen lange tekst, maar slechts een constatering:

“de waarschijnlijkheid van een steenpuist groter dan een pingpongbal neemt toe in de aanloop naar of na afloop van een (manisch) depressieve periode.”

Onderzoek uit 2014 in het Journal of Physical Psychiatry toont aan dat na een periode (langer 10 weken) van psychische problemen fysieke ongemakken, met name ontstekingen zoals steenpuisten, met een factor 10 toenemen.

De vraag die in het onderzoek centraal was overigens psychopathologisch bidirectioneel. Dat wil zeggen, de wetenschappers lieten in het midden of iets als een steenpuist ontstaat door bijvoorbeeld depressief zijn, of dat de steenpuist de oorzaak is van een depressie. Vermoed wordt dat een disbalans van neurohormonale transmitters een ontsteking aan haarzakjes triggert, aldus de leider van het onderzoek, Prof. Manfred Schulmayer.

© Rick Ruhland 2015