Brieven Aan Koning Therapeut 22

Beste meneer,

Mijn zus is net als ik ruim over de tachtig. Ik kom mijn tijd meestal door met breien.

Mijn zus daarentegen is verslaafd aan haken. Niet met draden, nee, vleeshaken. Die slaat ze dan in de vensterbank.

Haar dementie is minder erg dan die van mij.

Spekjes.

En zure bommen.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Hulpcijfers

Cijfers. Grote hobby van mij. Ik reken graag, ik wil cijfers, getallen weten. Het aantal mensen dat je tegenkomt op een normale dag, hoeveel bomen er gemiddeld in een stad van ongeveer 100000 inwoners staan, hoe vaak mannen vreemd gaan, hoeveel zandkorrels in een druppel water passen, en het gaat maar door. Dat ‘gecijferde’ is waarschijnlijk een genetische trek, want mijn zoon heeft die behoefte ook. De behoefte van spelen met getallen, cijfers, van weten.

De andere kant van de medaille, ongecijferdheid (tevens de titel van een boek van John Allen Paulos; staat hier in de boekenkast), is mij een gruwel. Ik heb nog niet ontdekt of junior ook die hekel aan ongecijferdheid heeft, maar hij zou wel eens van hetzelfde hout gesneden kunnen zijn. Dan zou het zo maar kunnen zijn dat hij ook op andere fronten van de menselijke geest (taalvermogens, creativiteit, logica met redeneren en argumenteren, en meer) ook bovengemiddeld scoort. Dat lijkt nu, hij is nog jong en nog maar halverwege zijn eerste schooltijd, inderdaad zo te zijn. Op toetsen scoort hij ver boven de hoogste gemiddelde score (de A-score), en ook in andere opzichten zit er een HB-jongen in hem. Hij leest veel, kan zijn aandacht goed houden bij zijn opdrachten op school, interesseert zich voor alles wat los en vast zit, hij heeft een grote mate van zelfreflectie en omdat hij veel kan en uit zichzelf doet, mag hij ook veel. Zo doet hij tablet of computer uit als hij er genoeg van heeft; hij is er zelden lang mee bezig (wij hoeven hem zelden tot nooit te zeggen dat de schermtijd voorbij is). En hij gaat elke week een dagdeel naar een zogenaamd Denklab (ook wel Day a week school genoemd), bedoeld voor die groep kinderen die bovengemiddeld scoort op school.

Dat gezegd hebbend: als hij is zoals ik en als hij dus een kleine dosis pech heeft, heeft hij ook een andere trek van vaders kant, namelijk die van een verstoorde chemiebalans in de hersenen. Dan gaat zijn intelligentie (en misschien ook zijn creativiteit) gepaard met ongehoorde fluctuaties in de samenstelling van de neurotransmitters, in de activiteit in de grijze en witte hersencellen.

Van alle mensen in de wereldbevolking schijnt 1 op 14 geestesziek te zijn. Dan hebben we het niet over een pijntje maar over ernstige stoornissen. Angststoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrenie. Ik hoop dat hij een van die overige 13 is. Ik hoop in ieder geval dat hij niet, zoals 1 op de 3 mensen van de Nederlandse bevolking, een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zal doen. Ik hoop dat hij ook dan tot de meerderheid behoort.

Over de cijfers: ik vind het nogal wat. Dat 30 a 35 % van de mensen de ggz opzoekt, terwijl een groot deel van die mensen eigenlijk geen last heeft van een ernstige stoornis. Mag ik dat zo concluderen? Ja, dat mag. Het kan niet zo zijn dat de tendens in de wereld qua geesteszieken (7 %) zo afwijkt van de Nederlandse tendens (30 a 35 procent). Goed beschouwd zijn Nederlanders (dus) geneigd om hulp te zoeken voor kwesties die ze zelf op moeten pakken, die niet onder de noemer ‘psychiatrische stoornis’ vallen. Misschien is het verhaal ook een verhaal van aanbod: volgens een psychiater uit Amsterdam is het aantal behandelaars en hulpverleners in de ggz in Nederland zo’n 500 per 100.000 inwoners (wereldwijd zou dat 9 per 100.000 zijn). Zoveel aanbod aan ggz’ers genereert vraag.

Als u zich tot slot afvraagt, wat is nou HB? Dat is de afkorting die wij hier in huis gebruiken voor hoogbegaafdheid. Niet een term (noch HB, noch hoogbegaafdheid) die wij graag gebruiken. Hij is wat verder dan andere kinderen, dat zien wij en de leraren wel. Maar HB? Dat is meer een term die ouders graag gebruiken om te laten zien hoe slim hun kind wel niet is. Die term wordt vooral gebruikt door mensen met weinig gevoel voor humor. Doen wij hier in huis dus niet. Maar we zien wel – lees zelf eens wat onderzoeken over kinderen / volwassen met een supergroot denkvermogen, dan valt op dat een kind met een denktalent een ‘kind met rugzak’ is: het onderwijs is niet afgesteld op kinderen die voorlopen – dat mijn zoon, en ook ik, niet alleen profijt heeft van een HB-hoofd. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik HB ben, want let wel: bij het teruglezen van mijn proefschrift kan ik mezelf af en toe niet volgen, maar goed: dat is nog geen argument dat ik al dan niet HB ben.

Dat is overigens een nadeel van mij. Ik bedoel: zie de laatste zin van de vorige alinea. Dat nadeel? Ik hanteer om de haverklap humor. Waarmee ik moeilijk ben voor psychiaters. Want die snappen niet dat er humor blijft bestaan op de zwartste, vermoeidste, meest boze en verdrietigste momenten van het bipolaire bestaan.

Gelukkig heeft mijn zoon ook die humor. Je moet hem horen schateren om de films van Laurel en Hardy. Ja, hij krijgt een bijzonder goede opvoeding.

© Rick Ruhland 2018

Automatisering ontmenselijkt

Voor de verandering een zo goed als nietszeggende titel boven een weblogtekst waarin ik wel degelijk punt maak, waarover zo meer, maar even bij de titel blijvend: die zou zo uit de sociologische school kunnen komen. In die school gaat men prat op het menselijke en wordt alles wat nieuw is met argusogen bekeken en niet zelden te vuur en te zwaard bestreden. Daar (vuur, zwaard, sociologie, argusogen, etc.) gaat het me niet om, want sociologische en ook sociaal-psychologische prietpraat geeft me kippenvel van het soort dat ontstaat als je eerst met een kaasschaaf een stuk huid hebt verwijderd en dat nog fijn vindt ook, en dan kippenvel krijgt op de plek waar geen huid meer is, en daar prat op gaat.

Waar gaat het dan wel om (ik houd van omwegen, zolang omwegen geen domwegen zijn, en daar waar ik een omweg maak, daar is nooit sprake van een domweg, behalve als ik in de Dapperstraat ben)? Het gaat me om het feit dat ik kort voor het weekend een e-mail kreeg van een zorgverzekeraar waar ik bijna tien maanden geleden ben vertrokken, eigenlijk omdat die verzekeraar toen van alles deed zonder dat ik dat wilde en zonder dat ik daar om had gevraagd. Ook de premie van die verzekeraar groeide als kool, terwijl vergoedingen afnamen (niet bij mij, ik ben geen grootgebruiker van zorg, maar bij naasten die ook daar verzekerd waren). In die e-mail van de afgelopen dagen word ik aangesproken alsof ik nog steeds daar verzekerd ben. Hier een screenshot uit die e-mail:

Schermafbeelding 2018-10-22 om 09.31.13

Feit is dus dat deze verzekeraar uit het noorden van ons land (…) overduidelijk zijn databases niet goed op een rijtje heeft. Ik heb dus tien maanden geleden een goede keuze gemaakt om me bij een andere zorgverzekeraar aan te melden.

En wat moet ik hier mee? ‘Niets’? Dat zou het makkelijke antwoord zijn. Immers: Delete mail and get on with it. Maar zo makkelijk komt de zelfverrijkers in de zorg er niet van af bij mij.

We hebben gekozen voor een neo-liberaal (verdien)model in de financiering van de zorg waar zieke mensen niet beter van worden. Zieke mensen die niet beter worden: een manier om overbevolking te bestrijden.

En prima als ik zou kunnen kiezen om helemaal geen zorgverzekeraar te hebben, maar nee, dat soort extreemkapitalisme (waar ik heus voor ben) staan we dan weer niet toe.

Dit soort digitale shit is een voorbode. Van veel meer en veel ergere ellende. Mark my words. Deze zorgverzekeraar doet dus nog steeds dingen die k niet wil. Zelfs als ik daar al bijna een tien maanden geleden ben vertrokken.

© Rick Ruhland 2018

PS Dit wordt een dag vol blaffende en bijtende honden in mijn hersenen.

Edit: ik heb een reactie gekregen. Daarin schrijft een of andere PR-medewerker dat het toch iets anders zit. I DON’T FUCKING CARE!!! Ik wil geen mails van jullie en ik wil niet meer in jullie systeem zitten. ZORG DAT DAT GEBEURT EN NEEM GEEN CONTACT MEER OP.

PS2: ik heb overwogen om als categorie van deze post ook ‘Humor’ aan te vinken, maar het is niet grappig. Verre van.

Narcis

Jaren geleden beoordeelde en veroordeelde een man mij. Hij keek naar mij toen ik hem op zocht en hij noemde mij een narcist. Die opmerking kwam aan. Ik een narcist? Iemand die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij de wereld laat voor wat hij is en steeds weer moeten laten merken dat hij de belangrijkste persoon is? Zo zag ik mij zelf niet, maar dat zal wel eigen zijn aan narcistische mensen. Maar erger, hij gaf geen duidelijke reden. Ik was in de war, zoals ik wel vaker in de war ben. Maar waarom ik nou een narcist was?

Het zit mij nog steeds dwars dat deze man mij inschaalde in de categorie Narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ok, ik weet dat mijn hoofd niet helemaal is zoals het bij de meeste mensen wel. Dat was ook de reden dat ik bij hem was gekomen. Uit noodzaak. Ik was weer eens zo ver in de geestelijke shit gekomen dat ik gedwongen werd, door een vriendin, hulp te zoeken. Ik zat in de put. Of eigenlijk in ruimte onder de put waar je niet meer uitkomt. Omdat je niet weet wat boven, onder, links, rechts, achter, voor is. Waar het intens zwart is en alleen vervormde geluiden binnen dringen, of waar je de geluiden van je lichaam (suizen, hartslagen, gasvorming, enz. etc.) zo hard hoort dat ze je angst aanjagen. Waar de geest zijn eigen indrukken creëert. Waar je zintuigelijke waarnemingen hebt die niet echt kunnen zijn. Geuren die er niet zijn, geluiden die er niet zijn, enzovoort. Dat zei ik hem ook. Hij, een “professioneel psychiater”, leek het een en ander dat ik zei niet te begrijpen. Of hij kon het niet plaatsen. Veel psychiaters zitten vastgeketend in – en aan – hun vak met hun eigen wereldbeeld als loden bal aan hun hulpverlenersbeen. Gevangene van hun eigen overtuigingen en opgesloten in de cel van de DSM (het standaard-diagnose-boekwerk van psychiatrische hulpverleners). Ondanks hun opleiding kunnen ze een mens en zijn verhaal niet anders zien dan wat zij geloven als waar: de geesteszieke mens moet ergens in het diagnostische handboek (de DSM) passen.

Nou terug naar mij: ik zei deze psychiater dingen die ik meende, maar die hem in het diepste van zijn ziel moeten hebben geraakt.Wat ik zei? “Ik vertrouw psychiaters niet.” Ik geloof ook niet in priesters, die hetzelfde werk doen: werken voor het zieleheil. “Ik heb gezien hoe jullie mijn broer naar gene zijde hebben geholpen.” “Door jullie zorg is hij nu dood.” Dat was natuurlijk tegen het zere been waaraan die loden bal vastzat.

Nog erger, ik ben in stemmingsgestoorde periodes mijn intelligentie, creativiteit en humor niet kwijt. Die worden dan alleen maar sterker. Maar kom daarnaar eens mee aanzetten bij een psychiater. Ik heb trouwens bijna een keer – bij de hierboven geschetste hulpverlener – het grapje ‘psyche hater’ gemaakt, als woordspeling op zijn beroep. Bijna. Ik was net op tijd met die twee woorden inslikken, waarna ik een grote hoestbui kreeg.

Ik heb daarna natuurlijk eens gekeken naar de kenmerken, de symptomen, de verschijnselen die bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis horen. Volgens het handboek van psychiaters zijn dit ze, en heb ik die kenmerken ook (misschien niet allemaal, maar in ieder geval genoeg om mij een narcist te noemen). Een narcist, aldus de DSM:

(1) has a grandiose sense of self-importance (e.g., exaggerates achievements and talents, expects to be recognized as superior without commensurate achievements)
(2) is preoccupied with fantasies of unlimited success, power, brilliance, beauty, or ideal love
(3) believes that he or she is “special” and unique and can only be understood by, or should associate with, other special or high-status people (or institutions)
(4) requires excessive admiration
(5) has a sense of entitlement, i.e., unreasonable expectations of especially favorable treatment or automatic compliance with his or her expectations
(6) is interpersonally exploitative, i.e., takes advantage of others to achieve his or her own ends
(7) lacks empathy: is unwilling to recognize or identify with the feelings and needs of others
(8) is often envious of others or believes that others are envious of him or her
(9) shows arrogant, haughty behaviors or attitudes

Ik heb het gecheckt bij mijn vrienden die ik het langst ken. Ik bedoel, vrienden die ik het meest uitbuit, maar die het wel gewend zijn dat ik uit de hoogte doe. Niet dat het me ook maar iets kan schelen wat zij vinden. Zij zijn toch alleen maar jaloers op mij. En dat is meestal omdat ze niet bereikt hebben wat ik wel bereikt heb. In plaats van mij te bewonderen om mijn grandioze successen en mijn prachtige vrouw, zijn ze alleen maar op deze wereld om mijn intelligentie neer te halen. Is het dan niet verwonderlijk dat ik die gasten weinig wil zien? Nou dan.

Maar dat alles heb ik deze psychiater niet gezegd. Dat zou hij toch niet begrijpen en bovendien zou hij dan zijn gelijk krijgen. En ja, ook omdat hij en zijn beroepsgroep grosso modo geheel en al gespeend was / is van humor. En: hij moet in de gaten gehad hebben dat ik hem intellectueel en creatief superieur was.

Ik keek mezelf die avond – na de ontmoeting van deze man die zichzelf psychiater noemde maar die misschien wel patiënt was -, en alle dagen daarna, in de spiegel en zag een voorjaarsbloem. Met een prachtige trompetter als neus.

© Rick Ruhland 2018

Een andere pil

Ik heb een vreemde band met de psychologie en psychiatrie. Een soort haat-liefde-verhouding, waarbij de haat vaak wint wat die is stekeliger. Dat geschreven hebbende: ik kan de twee vakgebieden ook niet terzijde schuiven als zijnde niet interessant of niet belangrijk. Ik lees veel over hersenen, over hoe ze werken en hoe het mis kan gaan, zoals bij psychische stoornissen. En ik heb een heleboel kritiek op ziens- en behandelingswijzen. De zienswijzen zijn niet zelden een soort persoonlijke of haast gelovige benadering van psychische probleem. Dat is een kant van de haatmedaille. De anderen kant is die van de psychotherapeutische behandelingen. Vele daarvan zijn nooit wetenschappelijk onderzocht op hun werking, op hun effectiviteit, op hun nadelen, etc. Veel van deze ‘behandelingen’ hebben minder nut dan een goed gesprek met een dronken man in een kroeg. Ik ben er dan ook als de kippen bij om op te merken en anderen te vertellen dat de psychiatrie een stap terug moet doen of dan toch minstens tot verbeterde behandelingsmethoden moet komen, of om te melden dat bestaande pillen niet of nauwelijks werken en dat je net zo goed een dropje kunt eten. Over dit onderwerp, de ‘psychische pillen’, werd 10 jaar geleden dit geschreven (tekst is terug te vinden op sites van o.a. Trouw, De Morgen, Nu.nl, en Nieuwsblad):

”LONDEN – Antidepressiva als Seroxat en Prozac helpen alleen zéér depressieve mensen. Ze hebben voor de meeste patiënten geen nut. Dat is de uitkomst van een recent onderzoek, meldde de Britse BBC dinsdag. ,Alhoewel patiënten beter worden als ze antidepressiva nemen, worden ze óók beter als ze een placebo slikken. Dit betekent dat depressieve mensen zonder chemische behandeling beter kunnen worden”, aldus een van de onderzoekers. De wetenschappers bekeken 47 eerder gehouden tests met de medicijnen opnieuw. Volgens een van de wetenschappers heeft de farmaceutische industrie daarvan alleen onderzoeken naar buiten gebracht die hun producten in een goed daglicht stellen. De onderzoekers wisten ook de hand te leggen op niet gepubliceerde onderzoeken dankzij de wet op vrijheid op informatie. De makers van Seroxat en Prozac hebben de ‘nieuwste’ bevindingen weersproken.”

Is er iets laat staan veel veranderd sindsdien? Nee.

Het slikken van deze pillen is mij een doorn in het oog. Okee, ik vind het natuurlijk prima als mensen er uit de grootste ellende komen, waardoor ze eindelijk aan een goede vervolgbehandeling toe komen. Maar deze pillen zijn geen pretpillen, geen geluksbrengers. Ze zijn meestal rotzooi gezien de vele bijwerkingen. Bovendien weten (klinische) onderzoekers vaak niet eens wat de pillen doen. En de meeste mensen hebben er niets aan.

Ik weet het, het bericht staat niet op zichzelf, eerdere en latere onderzoeken laten dezelfde waarheid zien, maar steeds weer zal het psychofarmaterrorisme van zich af slaan, en het tegendeel beweren. Het schofterige daaraan is: mensen die in de geestelijke shit zitten, hebben weinig te willen en zullen elke – ook valse – belofte omarmen om uit de ellende te komen. Grote bedrijven maken pillen die weinig meer doen dan een placebo-effect oproepen, maar die ondertussen – anders dan een placebo-pil – ook nog eens een reeks aan bijwerkingen hebben. En geen kinderachtige bijwerkingen. Ze verdienen bakken met geld. En dat terwijl alle studies waarin een gebrek aan effect van bijv. antidepressiva niet worden gemeld, in ieder geval niet door die bedrijven die antidepressiva, antipsychotica en andere medicijnen tegen psychische problemen maken.

Ik roep alle artsen op meer placebo’s voor te schrijven bij lichte depressies. Niet om de farmaceutische industrie om zeep te helpen, wat an sich ook mooi zou zijn, maar om meer respect voor mensen met psychische problemen en om hen voor nog meer ellende te behoeden.

© Rick Ruhland 2018

Hert

Reusachtige rotsen rijzen op uit woest water. Boven op het eonen oude gesteente staat een machtig hert, de blik woest, te staren over het schuimende oceaan, aan de rand van Europa. Hij heeft kort daarvoor met zijn metersbrede gewei een man die met zijn geweer klaar stond om de jacht te openen op elk dier dat in de hooglanden rondwaart, over de rand geduwd. De machtige bok kijkt met schuim op de lippen naar de gebroken, bloedende man op het rotsstrand, en kijkt dan naar de hemel. Terwijl de stormt joelt, klinkt boven de razende golven uit een luid burlen.

© Rick Ruhland 2018

A reason to write

I make music (both performing and writing bass lines to songs), I am an actor (on stage and in front of camera), I write (scientific, poetic, bloggic, novelic, and more). I am not the only one who is creative, who likes to be ‘on a stage’, but different people have different needs, especially when it comes to those creative activities. So, what reasons could one have to make music, write, act, sculpt, direct a movie?

Let me stick to writing. For some people, writing is a way to become famous. Write poetry, a novel, essays, and people will know who you are. The only problem is: there are so many writers who publish. Books, blogs, literary journals, newspapers. Fame is hard to achieve. And why is that so important? Does it really make you a better person or artist? When I think about great painters, like Van Gogh, it is clear that they were not famous in their living years. He painted because that’s what Vincent wanted to do. Fame is futile. I could quote thousands about fame, I do one (since, hey, when you quote a famous philosopher, it means that you are clever yourself…):

“Wealth is like sea-water; the more we drink, the thirstier we become; and the same is true of fame.”

Schopenhauer allegedly said that. Or wrote that. Or had that in his mind.

So fame as a reason to write?

No.

Next please.

Some people want to write because they want to be rich. Earning some or a lot of money is their goal. A itsy bitsy teenie weenie insight on my behalf: becoming rich is only an option for the happy few. Those writers that sell a lot books (or other stuff that is associated with their writing). If you knew how many books are published each day, week, month, year, you probably would not consider writing one yourself. Earning a living? From writing? Good luck.

I have thought about another aspect of writing. The word is communication. Writing a book is about exchanging views, maybe to help others, to make someone happy. Is that really a reason to write? Call me a cynic, but I don’t really think that people who write want to communicate. A fraction of those writers, yes, maybe. But there’s at least one person in the world who doesn’t really care about communicating. If it happens, fine. If not, fine too.

Reason no. 4: interesting insights. Pardon my french, but that’s bull shit. Most people have no interesting insights. At. All. They’re rambling on about the sad, silly trivia of their lives. Period.

No. I have wondered ever I since started writing texts – other than those needed for school – why I write. In the beginning (when I was 11, 12) I wrote letters in German to a girl from Essen (40 years later, I still have her letters, that are written on pink paper and full of hearts and I wonder: what is she doing right now?). I started a journal many moons ago, and I still keep track of my live. I started writing my first novel in college. Since then: more novels, articles, thesis, blogs, poetry, short stories, even a play is in the making.

But why? Why do I write?

One of the writers I follow wrote a blog on art, being an artist and the (non-)importance  of pain and struggling.

I have my struggles. Probably like anyone else who wites. But that’s just a small fraction of the overall reason why I write. Actually, I don’t write because I feel pain or because I struggle.

No.

My reason to write is to get rid of those thoughts, stories, puns, and what have you. To make room for peace. And also: to make room for more stories. Which makes it kind of weird: I write to get those stories out of my head, only to fill them with new ones.

Here’s the twist: I want those new stories to be soothing. Alas, in the end most of those new stories in my head are not soothing at all. And they are so many. You loose one story, two or three or more pop up. So, I have to write more stories. Some would say: that sounds therapeutic. Well, if that’s the word, than that’s the case. It’s worse than that, Jim: it’s manic.

I do have another reason to write, though. I want to leave something behind. Something to be remembered for. Something which says: he was alive at some point in the human history. Maybe a sad reason, but that is what keeps me going.

© Rick Ruhland 2018

Tijdvouw

Wist u dat er een laag is in onze atmosfeer waarin tijd en chronologie niet meer volgens de klassieke lineariteit bestaan, maar waar je overschiet in een ander tijdvak?

Het is een laag in de luchtlagen waar, als het ware, de ‘reali-tijd’ een deuk heeft opgelopen, een snee in de volgorde van gebeurtenissen.

Vliegtuigen vliegen door die laag om vervolgens op kruishoogte naar een volgende luchthaven te vliegen. Wat bijna niemand weet dus is dat als je door die laag in de atmosfeer vliegt, je  tijdelijk in een andere tijd bent. Je merkt er niets van, normaal gesproken.

Elk vliegtuig dat een kruishoogte van 9 kilometer of meter heeft, gaat door die ‘discontinuï-tijd’. Afhankelijk van wat de tijdsbreuk is, wordt dat vliegtuig gezien door een andere tijd. Dat verklaart ook waarom in bijvoorbeeld geschriften van onder andere de Romeinen 2000 jaar geleden melding maakten van een stipje aan de hemel dat ook nog eens knipperde. Ook in hiërogliefen staan tekeningen die veel Egyptologen hebben aangezien voor iets heel aards, maar die feitelijk een verwijzing naar onze vliegtuigen zijn. Men (onderzoekers nu, maar ook de Romeinen en Egyptenaren van weleer, en andere oude culturen, waaronder de Chinese dynastieën en de Maya’s) gaf als verklaring dat het een vallende ster was. Of een vuurvliegje. Inmiddels moge duidelijk zijn dat het hier om een tijdvouw.

© Rick Ruhland 2018

Misvattingen: manische depressiviteit

Ik had een lang, in zekere mate ironisch (cynisch? sarcastisch?) stuk over mijn bipolaire leven geschreven, maar uiteindelijk plaats ik dat niet. Ik vind het beter om hier een link te plaatsen naar een artikel op arstechnica.com. Dat stuk is om meerdere redenen beter dan mijn eigen verhaal. Ik vind dit stuk goed omdat de schrijver er in uitlegt dat het (bipolariteit, manisch depressie, stemmingsstoornis) niet een ‘snap out of it’-verhaal is. Dat er niet één oplossing (pillen, praten, overige methoden) is die altijd bij iedereen werkt (er is ook niet een middel voor de behandeling of genezing van kanker die bij iedereen altijd werkt). Geen One cure fits all. Dat slim zijn, of geld hebben, of een doel in het leven hebben, of een levensgenieter zijn, niet kunnen voorkomen dat deze ellende opspeelt. En zo zijn er nog veel meer redenen waarom ik dit stuk omarm. Ik laat in het midden wat die overige redenen zijn. Mocht je mijn oorspronkelijke stuk toch willen lezen, mail / chat / sms / app dan. Ik kan niet beloven dat je het dan krijgt.

© Rick Ruhland 2018