Brieven Aan Koning Therapeut 22

Beste meneer,

Mijn zus is net als ik ruim over de tachtig. Ik kom mijn tijd meestal door met breien.

Mijn zus daarentegen is verslaafd aan haken. Niet met draden, nee, vleeshaken. Die slaat ze dan in de vensterbank.

Haar dementie is minder erg dan die van mij.

Spekjes.

En zure bommen.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Cognitieve dissonantie van pasta

Wij allen lijden aan cognitieve dissonantie (CD). CD is het onaangename gevoel bedoeld van spanning of frustratie dat ontstaat als we worden geconfronteerd met informatie die de basisaannames weerspreekt. We brengen dan de tegengestelde ideeën in overeenstemming met elkaar, om zo de spanning weg te halen.

De moderne mens moet maar wat vaak die spanning wegwerken. Ik had het vanochtend nog. Ik stond in de winkel te kijken naar de verschillende merken pasta. Je hebt slechte C-merken, huismerken, matige merken (Grand’italia), goede merken (Desecco). En je hebt Barilla. Niet slecht, dat merk.

Maar: een merk met een maar. In 2013 deed het opperhoofd van de Barilla Group uitspraken over homo’s. Hij zou nooit een commercial maken met daarin een homoseksuele familie. De halve homo-wereld viel over hem heen. En een deel van de hetero-wereld ook.

Ik zat vanochtend in mijn maag met de keuze voor de pasta die in de aanbieding was. Want dat was dus Barilla. Ik heb nog eens op internet gekeken en het lijkt erop dat dat Barilla-opperhoofd zijn excuses heeft aangeboden (zie hier).

Is dat genoeg? Helpt dat mijn cognitieve dissonantie in harmonie te brengen met mijn weerzin in racisme en afwijzen van andere mensen omdat ze anders zijn? Ja. Een beetje.

Ik begreep ineens hoe het mijn opa en oma en hun generatiegenoten moet zijn vergaan toen de laatste wereldoorlog was afgelopen en zij op een dag, vele jaren na die oorlog, een reisje naar Duitsland maakten. Dat ze weer met die ‘moffen’ in aanraking kwamen.

En dan te bedenken dat ik van Duitschen bloed ben. Letterlijk. Sterker, ik ben als kind ‘mof’ genoemd.

Cognitieve dissonantie, pasta, homo’s, moffen. Dat allemaal in nog geen 300 woorden. Ik ben in een geestelijk volslagen doorgedraaide tijd aanbeland.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 20

Onderwerp: Honger

Ik las op deze plek niet zo lang geleden een brief over het bewaren van nagels en korsten.

Mijn zus heeft een eetstoornis.

In eerste instantie dacht ik: dat verhaal gaat over haar. Over mijn zus.

Maar mijn zus is nog erger: zij eet eelt, haar en nagels. Niet alleen van haar zelf maar ook van anderen.

Wilt u haar niet zo spoedig mogelijk in therapie nemen? Want ze eet op dit moment van de nagels van mijn tenen af en dat kan ik als burgemeester niet hebben. Niet in het openbaar dus.

V. I. Steel.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 19

Hooggeleerde en zeer geëerde heer B.,

U komt over als iemand die nadenkt voor hij praat. Niet meteen reageren als iemand iets deelt in een therapiesessie, maar eerst aanhoren.

Vandaar dat ik, zonder enige psychische problemen, vermoed dat u de juiste persoon bent om dieper in te gaan op de juistheid van de psychiatrie als vervanging van de mislukte religie.

Ik heb uiteindelijk niet zozeer een vraag of zo, ik vind gewoon dat Freud de plek van God definitief heeft ingenomen. En dat iedereen aan de psychoanalyse moet.

Karel Guust Jong.

© Rick Ruhland 2018

Hulpcijfers

Cijfers. Grote hobby van mij. Ik reken graag, ik wil cijfers, getallen weten. Het aantal mensen dat je tegenkomt op een normale dag, hoeveel bomen er gemiddeld in een stad van ongeveer 100000 inwoners staan, hoe vaak mannen vreemd gaan, hoeveel zandkorrels in een druppel water passen, en het gaat maar door. Dat ‘gecijferde’ is waarschijnlijk een genetische trek, want mijn zoon heeft die behoefte ook. De behoefte van spelen met getallen, cijfers, van weten.

De andere kant van de medaille, ongecijferdheid (tevens de titel van een boek van John Allen Paulos; staat hier in de boekenkast), is mij een gruwel. Ik heb nog niet ontdekt of junior ook die hekel aan ongecijferdheid heeft, maar hij zou wel eens van hetzelfde hout gesneden kunnen zijn. Dan zou het zo maar kunnen zijn dat hij ook op andere fronten van de menselijke geest (taalvermogens, creativiteit, logica met redeneren en argumenteren, en meer) ook bovengemiddeld scoort. Dat lijkt nu, hij is nog jong en nog maar halverwege zijn eerste schooltijd, inderdaad zo te zijn. Op toetsen scoort hij ver boven de hoogste gemiddelde score (de A-score), en ook in andere opzichten zit er een HB-jongen in hem. Hij leest veel, kan zijn aandacht goed houden bij zijn opdrachten op school, interesseert zich voor alles wat los en vast zit, hij heeft een grote mate van zelfreflectie en omdat hij veel kan en uit zichzelf doet, mag hij ook veel. Zo doet hij tablet of computer uit als hij er genoeg van heeft; hij is er zelden lang mee bezig (wij hoeven hem zelden tot nooit te zeggen dat de schermtijd voorbij is). En hij gaat elke week een dagdeel naar een zogenaamd Denklab (ook wel Day a week school genoemd), bedoeld voor die groep kinderen die bovengemiddeld scoort op school.

Dat gezegd hebbend: als hij is zoals ik en als hij dus een kleine dosis pech heeft, heeft hij ook een andere trek van vaders kant, namelijk die van een verstoorde chemiebalans in de hersenen. Dan gaat zijn intelligentie (en misschien ook zijn creativiteit) gepaard met ongehoorde fluctuaties in de samenstelling van de neurotransmitters, in de activiteit in de grijze en witte hersencellen.

Van alle mensen in de wereldbevolking schijnt 1 op 14 geestesziek te zijn. Dan hebben we het niet over een pijntje maar over ernstige stoornissen. Angststoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrenie. Ik hoop dat hij een van die overige 13 is. Ik hoop in ieder geval dat hij niet, zoals 1 op de 3 mensen van de Nederlandse bevolking, een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zal doen. Ik hoop dat hij ook dan tot de meerderheid behoort.

Over de cijfers: ik vind het nogal wat. Dat 30 a 35 % van de mensen de ggz opzoekt, terwijl een groot deel van die mensen eigenlijk geen last heeft van een ernstige stoornis. Mag ik dat zo concluderen? Ja, dat mag. Het kan niet zo zijn dat de tendens in de wereld qua geesteszieken (7 %) zo afwijkt van de Nederlandse tendens (30 a 35 procent). Goed beschouwd zijn Nederlanders (dus) geneigd om hulp te zoeken voor kwesties die ze zelf op moeten pakken, die niet onder de noemer ‘psychiatrische stoornis’ vallen. Misschien is het verhaal ook een verhaal van aanbod: volgens een psychiater uit Amsterdam is het aantal behandelaars en hulpverleners in de ggz in Nederland zo’n 500 per 100.000 inwoners (wereldwijd zou dat 9 per 100.000 zijn). Zoveel aanbod aan ggz’ers genereert vraag.

Als u zich tot slot afvraagt, wat is nou HB? Dat is de afkorting die wij hier in huis gebruiken voor hoogbegaafdheid. Niet een term (noch HB, noch hoogbegaafdheid) die wij graag gebruiken. Hij is wat verder dan andere kinderen, dat zien wij en de leraren wel. Maar HB? Dat is meer een term die ouders graag gebruiken om te laten zien hoe slim hun kind wel niet is. Die term wordt vooral gebruikt door mensen met weinig gevoel voor humor. Doen wij hier in huis dus niet. Maar we zien wel – lees zelf eens wat onderzoeken over kinderen / volwassen met een supergroot denkvermogen, dan valt op dat een kind met een denktalent een ‘kind met rugzak’ is: het onderwijs is niet afgesteld op kinderen die voorlopen – dat mijn zoon, en ook ik, niet alleen profijt heeft van een HB-hoofd. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik HB ben, want let wel: bij het teruglezen van mijn proefschrift kan ik mezelf af en toe niet volgen, maar goed: dat is nog geen argument dat ik al dan niet HB ben.

Dat is overigens een nadeel van mij. Ik bedoel: zie de laatste zin van de vorige alinea. Dat nadeel? Ik hanteer om de haverklap humor. Waarmee ik moeilijk ben voor psychiaters. Want die snappen niet dat er humor blijft bestaan op de zwartste, vermoeidste, meest boze en verdrietigste momenten van het bipolaire bestaan.

Gelukkig heeft mijn zoon ook die humor. Je moet hem horen schateren om de films van Laurel en Hardy. Ja, hij krijgt een bijzonder goede opvoeding.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 18

Beste B.,

Mijn vader is altijd een grapjas. Hij moet altijd een soort taalgrapjes maken. Een ‘soort’, want ik vind het helemaal niet grappig. Hoort hij een woord of zin eindigend op -acht, dan moet hij zeggen: Poep in je schoenen, loop je zacht.

Voorbeeld? Stel dat iemand zegt: Ik wens je veel kracht, dan kwam hij met die zin.

Hij heeft duizenden van deze zogenaamde grapjes. Omdraaiing van medeklinkers is er nog zo een. Voorbeeld: ‘Als ik tweemaal met mijn belfiets fiets, nou dan weet je niets, nou dan weet je niets.’ (dus een variant op het liedje van Max van Praag). Of Doorveur.

Ik vermoed dat mijn vader gipsisch gestoord is.

Hugo

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 16

Beste B.,

Ik spaar de nagels van mijn teennagels en korstjes van eelt die ik lostrek van mijn voeten. Ik heb van elk kalenderjaar een potje vol. Mijn familie zegt dat ik hulp moet zoeken. Ik heb die zoganaamde ‘naasten’ al gevraagd waarom. Zij vinden het storend en zij zijn van mening dat ik daarom dus aan een psychiatrische stoornis lijdt.

Wat vind jij? Moet ik die potjes met nagels en eelt labels geven zodat ik weet welk potje van welk jaar is?

Overigens zou ik het fijn vinden als je mijn familie een brief kunt sturen waarin je duidelijk maakt dat ik geen stoornis heb, en dat een hobby hebben beter is dan iemand verrot slaan. Ook al snap je niets van die hobby.

Jan.

© Rick Ruhland 2018

Narcis

Jaren geleden beoordeelde en veroordeelde een man mij. Hij keek naar mij toen ik hem op zocht en hij noemde mij een narcist. Die opmerking kwam aan. Ik een narcist? Iemand die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij de wereld laat voor wat hij is en steeds weer moeten laten merken dat hij de belangrijkste persoon is? Zo zag ik mij zelf niet, maar dat zal wel eigen zijn aan narcistische mensen. Maar erger, hij gaf geen duidelijke reden. Ik was in de war, zoals ik wel vaker in de war ben. Maar waarom ik nou een narcist was?

Het zit mij nog steeds dwars dat deze man mij inschaalde in de categorie Narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ok, ik weet dat mijn hoofd niet helemaal is zoals het bij de meeste mensen wel. Dat was ook de reden dat ik bij hem was gekomen. Uit noodzaak. Ik was weer eens zo ver in de geestelijke shit gekomen dat ik gedwongen werd, door een vriendin, hulp te zoeken. Ik zat in de put. Of eigenlijk in ruimte onder de put waar je niet meer uitkomt. Omdat je niet weet wat boven, onder, links, rechts, achter, voor is. Waar het intens zwart is en alleen vervormde geluiden binnen dringen, of waar je de geluiden van je lichaam (suizen, hartslagen, gasvorming, enz. etc.) zo hard hoort dat ze je angst aanjagen. Waar de geest zijn eigen indrukken creëert. Waar je zintuigelijke waarnemingen hebt die niet echt kunnen zijn. Geuren die er niet zijn, geluiden die er niet zijn, enzovoort. Dat zei ik hem ook. Hij, een “professioneel psychiater”, leek het een en ander dat ik zei niet te begrijpen. Of hij kon het niet plaatsen. Veel psychiaters zitten vastgeketend in – en aan – hun vak met hun eigen wereldbeeld als loden bal aan hun hulpverlenersbeen. Gevangene van hun eigen overtuigingen en opgesloten in de cel van de DSM (het standaard-diagnose-boekwerk van psychiatrische hulpverleners). Ondanks hun opleiding kunnen ze een mens en zijn verhaal niet anders zien dan wat zij geloven als waar: de geesteszieke mens moet ergens in het diagnostische handboek (de DSM) passen.

Nou terug naar mij: ik zei deze psychiater dingen die ik meende, maar die hem in het diepste van zijn ziel moeten hebben geraakt.Wat ik zei? “Ik vertrouw psychiaters niet.” Ik geloof ook niet in priesters, die hetzelfde werk doen: werken voor het zieleheil. “Ik heb gezien hoe jullie mijn broer naar gene zijde hebben geholpen.” “Door jullie zorg is hij nu dood.” Dat was natuurlijk tegen het zere been waaraan die loden bal vastzat.

Nog erger, ik ben in stemmingsgestoorde periodes mijn intelligentie, creativiteit en humor niet kwijt. Die worden dan alleen maar sterker. Maar kom daarnaar eens mee aanzetten bij een psychiater. Ik heb trouwens bijna een keer – bij de hierboven geschetste hulpverlener – het grapje ‘psyche hater’ gemaakt, als woordspeling op zijn beroep. Bijna. Ik was net op tijd met die twee woorden inslikken, waarna ik een grote hoestbui kreeg.

Ik heb daarna natuurlijk eens gekeken naar de kenmerken, de symptomen, de verschijnselen die bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis horen. Volgens het handboek van psychiaters zijn dit ze, en heb ik die kenmerken ook (misschien niet allemaal, maar in ieder geval genoeg om mij een narcist te noemen). Een narcist, aldus de DSM:

(1) has a grandiose sense of self-importance (e.g., exaggerates achievements and talents, expects to be recognized as superior without commensurate achievements)
(2) is preoccupied with fantasies of unlimited success, power, brilliance, beauty, or ideal love
(3) believes that he or she is “special” and unique and can only be understood by, or should associate with, other special or high-status people (or institutions)
(4) requires excessive admiration
(5) has a sense of entitlement, i.e., unreasonable expectations of especially favorable treatment or automatic compliance with his or her expectations
(6) is interpersonally exploitative, i.e., takes advantage of others to achieve his or her own ends
(7) lacks empathy: is unwilling to recognize or identify with the feelings and needs of others
(8) is often envious of others or believes that others are envious of him or her
(9) shows arrogant, haughty behaviors or attitudes

Ik heb het gecheckt bij mijn vrienden die ik het langst ken. Ik bedoel, vrienden die ik het meest uitbuit, maar die het wel gewend zijn dat ik uit de hoogte doe. Niet dat het me ook maar iets kan schelen wat zij vinden. Zij zijn toch alleen maar jaloers op mij. En dat is meestal omdat ze niet bereikt hebben wat ik wel bereikt heb. In plaats van mij te bewonderen om mijn grandioze successen en mijn prachtige vrouw, zijn ze alleen maar op deze wereld om mijn intelligentie neer te halen. Is het dan niet verwonderlijk dat ik die gasten weinig wil zien? Nou dan.

Maar dat alles heb ik deze psychiater niet gezegd. Dat zou hij toch niet begrijpen en bovendien zou hij dan zijn gelijk krijgen. En ja, ook omdat hij en zijn beroepsgroep grosso modo geheel en al gespeend was / is van humor. En: hij moet in de gaten gehad hebben dat ik hem intellectueel en creatief superieur was.

Ik keek mezelf die avond – na de ontmoeting van deze man die zichzelf psychiater noemde maar die misschien wel patiënt was -, en alle dagen daarna, in de spiegel en zag een voorjaarsbloem. Met een prachtige trompetter als neus.

© Rick Ruhland 2018