Behandeling van bipolariteit: zijn biomarkers van nut?

Wie dit blog wel eens leest, weet dat ik nieuwsgierig ben naar hoe hersenen werken. Hoe we taal gebruiken (begrijpen en produceren), hoe onze zintuigen werken, maar ook wat er gebeurt als het mis gaat, zoals bij bloedingen, tumoren, ouderdom.

In de lijn van het misgaan: ik heb een grote nieuwsgierigheid naar het (dys)functioneren van hersenen. Dat is vanwege een psychische ‘trek’ die door de (Duitse) familie loopt. Dat komt ook door mijn broer, die is overleden terwijl hij eigenlijk de hulp van van psychiaters, psychologen, psychotherapeuten, en andere “hulp”-verleners had moeten krijgen. Daar komt ook nog eens bij dat ik heb geschreven aan een boek genaamd Hulp bij hoofdzaken. Een zelfhulpboek om mensen met psychische problemen aan goede zorg te helpen. Opmerking: het boek zal helaas niet meer het licht zien, maar wie weet maak ik op termijn een website met als onderwerp de verschillende stoornissen en mogelijke hulp. En niet onbelangrijk: ondanks mijn intelligentie, ondanks mijn creativiteit en ondanks mijn streven naar levensgenieten ben ook ik niet vrij van een psychiatrische ellende.

Bij psychiatrische ziektes, zoals manische depressiviteit, weten we nauwelijks tot niet hoe die ontstaan. Erger nog: de diagnose en duidelijke afbakening van de symptomen is ronduit moeilijk en lastig. En we weten ook slecht hoe deze ziektes het beste zijn te behandelen. Er zijn heel veel therapieën, en dan denk ik aan zowel praten als medisch ingrijpen met operatie, medicijnen, en meer. Maar vele van die behandelingen zijn (nog) niet echt goed. Bijwerkingen of een onvolkomen werking zijn eerder regelmaat dan uitzondering.

Ik vind het altijd meer dan goed te lezen als er weer een stap is gezet in een goede diagnose, waar vaak een goede behandeling op gebaseerd is. Zo bestaat er onderzoek dat heeft laten zien dat het met een paar zogenaamde biomarkers in het bloed mogelijk is aan te tonen of, en zo ja, hoe zwaar iemand lijdt aan een bipolaire stoornis, en ook: wat het effect van medicatie zoals antidepressiva is.  Deze objectivering is wat de psychiatrie dringend nodig heeft. Om van alle hocuspocus, ‘black boxen’, vage blabla en psychoanalytische therapieën af te komen. Of zoals een van de onderzoekers zegt in een quote:

“This discovery is a major step towards bringing psychiatry on par with other medical specialties that have diagnostic tools to measure disease states and the effectiveness of treatments.”

Lees dit artikel van de BBC over het onderzoek naar biomarkers.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Brieven Aan Koning Therapeut 12

Beste B.,

Recentelijk gaf je in je columnpje (mag ik je erop wijzen dat het woord column het enige woord in het Nederlands is dat op een n eindigt en toch de verkleinvorm met -pje heeft?) op je website en in diverse damesbladen een antwoord op de volgende vraag:

Mag mijn kind meekijken met porno als het meekijken liefdevol gedaan wordt?

Ik ben echt heel boos geworden dat je durft te stellen dat meekijken oké is, ALS aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Je geeft die voorwaarden dan, maar echt, hoe durf je!

Het feit dat je niet kijkt naar andere factoren, zoals uit welk land die porno komt, of uit welke tijd, dat kan echt niet. Hoe moet ik bijvoorbeeld mijn kind uitleggen dat mensen vroeger hun schaamhaar gewoon lieten staan en dus niets afscheerden?

En dan nog: moet de porno liefdevol gedaan worden, of het meekijken liefdevol?

Ik ben geen schaamhaar wijzer geworden!

Xaviera, moeder van 13 kinderen.

© Rick Ruhland 2018

De poot om op te staan

Het café dat aan de Vismarkt ligt, opent al vroeg in de ochtend. Op dat uur loopt het café vol met marktlieden die met een koffie en een likeur de dag beginnen, en die pas weer tegen 5 uur binnenkomen voor een pul bier.

Zodra zij naar hun kraam gaan en de handel proberen te verkopen, wordt het even rustig, maar dat duurt niet lang. Het is alsof een ieder die al wel wakker is en niet meer thuis wil zijn, zich daar verzamelt. Oude mannen met hoed en stok, juffers met hun laptop die een creatief beroep doen of daar de illusie van willen wekken, geliefden die het kleffe, naar liefdeszweet stinkende bed voor een moment hebben verlaten, toeristen. Het is een komen en gaan, iedereen is welkom, niemand valt op, de benen die ik zie vanuit mijn plek naast het grote raam duiden op gewone mensen in een gezellige kroeg.

Met uitzondering van elke dinsdagochtend rond even voor elf uur. Dan komt een man binnen die aan mijn tafel gaat zitten. Een wat stijve man, die vaak in grijze broeken en en beige vesten is gekleed. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij loopt vaak hard. Dat is wat ik van hem weet.

Niet veel later komt zij binnen.

Zo ging het tot nu toe: zodra zij zit, gaat zijn hand onder het tafelblad. Eerst is die hand alleen maar onder het tafelblad, maar na een seconde of tien gaat zijn wijsvinger richting zijn lies en krabt daar een minuut lang. Elke keer weer. Het duurt een paar minuten, dan haalt hij zijn geslacht naar rechts en dat is nu stijf. Zij heeft inmiddels beide handen onder de tafel en trekt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. De vingers van haar andere hand strelen haar schaamlippen.

Als ze aan mijn tafel zit, draagt ze meestal rode pumps. Meestal zet ze een pump op de staander van mijn tafel en drukt ze een vinger tussen haar schaamlippen terwijl haar duim haar klit masseert. Nu ook.

Maar vandaag is een dag als geen andere dag. Zij wrijft wel, maar hij niet. Hij brengt zijn hand weer boven tafel.

Door het tafelblad heen hoor ik hem zeggen:

“Je kunt niet langer mijn patiënt en mijn minnares tegelijk zijn.”

Haar hand stopt, haar dijen klappen dicht, haar voet op mijn houten poot glijdt weg.
Dan zet hij zijn voet op mij. Aan zijn zool kleeft hondenpoep. Ik ruik de penetrante geur van de poep, die hij aan mijn hout afveegt.

“Maar mijn emotionele focustherapie moet door gaan, Peter, want ik word zo geil van psychiaters, en ik kan nergens meer gewoon zijn zonder mezelf te bevredigen.”

Geruisloos zijn de benen van de kelner naderbij gekomen.

“Peter, je moet me blijven bevredigen,” zegt ze veel te hard.

Peter springt overeind, glijdt uit over de poep op mijn tafelpoot, bewaart nog net zijn evenwicht en rent het café uit.

© Rick Ruhland 2018

Notes regarding my blog

This winter and early spring, I posted dozens and dozens of texts on my blog. Not all good, sometimes even very bad. But I had to. My brain, my mind, my spirit if you will, was in a manic phase. My mood had to go, and I had to follow. I knew it myself, and there was nothing I could do about it (except for pills and shrinks, both no option in my life; contact me if you want to know why). There is no choice, no option in a manic period: I was at the mercy of my mind.

With regard to this blog: I posted on a lot of subjects, with no direction, no bigger idea, no whatsoever.

SInce Japan, the manic mood swings have been replaced by something similar sinister: the opposite of manic moods. It’s not that bad this time, I seem to have some energy to makes long walks through the countryside, to write stories and work on my novel, to make music with my formidable band, and occasionally I can even stand other people. But the energy is fading, sleep is becoming an issue again, smoking and drinking are on the increase, and there’s more shit happening.

Anyway, I am still here and I decided to post less frequent, more substantial. Longer texts, maybe specific weekdays for specific subjects, no hurry, because, well, in this given situation time is not a factor. That means: the concept of time is for a bipolar person like me meaningless. I can still read time on computer or clock, but time beyond today is a tricky concept. Even worse: I do not know how to handle time.

So, if you are following my blog, do not worry. I am sort of okay. I am familiar with my mood swings, my bipolarism, and have been with those periods of ‘moodism’ for over 30 years. I managed to stay alive. Somehow. I have help from wife, family and friends.

And I will post, less often though, stories (fiction) and thoughts (facts). Maybe even start organising my posts: certain posts on certain weekdays (like the photo’s on Friday).

I don’t know how things will turn out, blogwise. However, I know I had to write this post to get this of my chest.

© Rick Ruhland 2018

Bloedig mikado

Ze hield van een spelletje mikado, had ze me vaak gezegd.  Gisteren zei ze dat ze een nieuwe set had gekocht.

Ze liet me een foto zien.

IMG_6808.jpg

Ik vroeg haar of het niet gewoon tandenstokers waren waar bloed op zat.

Ik hoefde niet aan te dringen.

Ja, zei ze zacht.

Ze dacht dat ze met zulke houten prikkers aan acupunctuur kon doen en zo de demonen uit haar lijf kon halen.

© Rick Ruhland 2018

 

A reason to write

I make music (both performing and writing bass lines to songs), I am an actor (on stage and in front of camera), I write (scientific, poetic, bloggic, novelic, and more). I am not the only one who is creative, who likes to be ‘on a stage’, but different people have different needs, especially when it comes to those creative activities. So, what reasons could one have to make music, write, act, sculpt, direct a movie?

Let me stick to writing. For some people, writing is a way to become famous. Write poetry, a novel, essays, and people will know who you are. The only problem is: there are so many writers who publish. Books, blogs, literary journals, newspapers. Fame is hard to achieve. And why is that so important? Does it really make you a better person or artist? When I think about great painters, like Van Gogh, it is clear that they were not famous in their living years. He painted because that’s what Vincent wanted to do. Fame is futile. I could quote thousands about fame, I do one (since, hey, when you quote a famous philosopher, it means that you are clever yourself…):

“Wealth is like sea-water; the more we drink, the thirstier we become; and the same is true of fame.”

Schopenhauer allegedly said that. Or wrote that. Or had that in his mind.

So fame as a reason to write?

No.

Next please.

Some people want to write because they want to be rich. Earning some or a lot of money is their goal. A itsy bitsy teenie weenie insight on my behalf: becoming rich is only an option for the happy few. Those writers that sell a lot books (or other stuff that is associated with their writing). If you knew how many books are published each day, week, month, year, you probably would not consider writing one yourself. Earning a living? From writing? Good luck.

I have thought about another aspect of writing. The word is communication. Writing a book is about exchanging views, maybe to help others, to make someone happy. Is that really a reason to write? Call me a cynic, but I don’t really think that people who write want to communicate. A fraction of those writers, yes, maybe. But there’s at least one person in the world who doesn’t really care about communicating. If it happens, fine. If not, fine too.

Reason no. 4: interesting insights. Pardon my french, but that’s bull shit. Most people have no interesting insights. At. All. They’re rambling on about the sad, silly trivia of their lives. Period.

No. I have wondered ever I since started writing texts – other than those needed for school – why I write. In the beginning (when I was 11, 12) I wrote letters in German to a girl from Essen (40 years later, I still have her letters, that are written on pink paper and full of hearts and I wonder: what is she doing right now?). I started a journal many moons ago, and I still keep track of my live. I started writing my first novel in college. Since then: more novels, articles, thesis, blogs, poetry, short stories, even a play is in the making.

But why? Why do I write?

One of the writers I follow wrote a blog on art, being an artist and the (non-)importance  of pain and struggling.

I have my struggles. Probably like anyone else who wites. But that’s just a small fraction of the overall reason why I write. Actually, I don’t write because I feel pain or because I struggle.

No.

My reason to write is to get rid of those thoughts, stories, puns, and what have you. To make room for peace. And also: to make room for more stories. Which makes it kind of weird: I write to get those stories out of my head, only to fill them with new ones.

Here’s the twist: I want those new stories to be soothing. Alas, in the end most of those new stories in my head are not soothing at all. And they are so many. You loose one story, two or three or more pop up. So, I have to write more stories. Some would say: that sounds therapeutic. Well, if that’s the word, than that’s the case. It’s worse than that, Jim: it’s manic.

I do have another reason to write, though. I want to leave something behind. Something to be remembered for. Something which says: he was alive at some point in the human history. Maybe a sad reason, but that is what keeps me going.

© Rick Ruhland 2018

Misvattingen: manische depressiviteit

Ik had een lang, in zekere mate ironisch (cynisch? sarcastisch?) stuk over mijn bipolaire leven geschreven, maar uiteindelijk plaats ik dat niet. Ik vind het beter om hier een link te plaatsen naar een artikel op arstechnica.com. Dat stuk is om meerdere redenen beter dan mijn eigen verhaal. Ik vind dit stuk goed omdat de schrijver er in uitlegt dat het (bipolariteit, manisch depressie, stemmingsstoornis) niet een ‘snap out of it’-verhaal is. Dat er niet één oplossing (pillen, praten, overige methoden) is die altijd bij iedereen werkt (er is ook niet een middel voor de behandeling of genezing van kanker die bij iedereen altijd werkt). Geen One cure fits all. Dat slim zijn, of geld hebben, of een doel in het leven hebben, of een levensgenieter zijn, niet kunnen voorkomen dat deze ellende opspeelt. En zo zijn er nog veel meer redenen waarom ik dit stuk omarm. Ik laat in het midden wat die overige redenen zijn. Mocht je mijn oorspronkelijke stuk toch willen lezen, mail / chat / sms / app dan. Ik kan niet beloven dat je het dan krijgt.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 610.854

Ik lijd aan een meerderwaardigheidscomplex. Ik ben meerderwarig. Meer waard.

Ik ben superieur aan mezelf. Ik ben Alfred Adler.

Steeds als ik een strijd met mezelf aan ga, dan win ik. In de finale verliezen, en dan toch kampioen van de mensheid zijn.

Beste B., ik heb je hulp niet nodig. En hulpverlener inter pares? Wat een lachertje.

Donald

© Rick Ruhland 2018

 

Brieven Aan Koning Therapeut 5

,

Mijn vriend is vegetariër en vindt nu dat mensen geen dieren mogen gebruiken voor seks. Maar hij vindt nu ook dat dieren mensen mogen verkrachten voor hun dierlijke vergenoegen en genoegens. Is hij niet een beetje ziek in zijn hoofd? Of is het mijn penisnijd? Ik heb hem ooit toegezongen:

“Ze zegt dat het niet is omdat ze pijn wil doen of uit penisnijd
Wanneer ze met een mes mijn strak gespannen balzak opensnijdt.”

Ze zegt dat het slechts is om te testen hoe scherp het mes is dat van beide kanten snijdt. Moet ik of moet hij hulp zoeken? En is groepstherapie dan handig?

Ik hoop echt dat u een advies heeft, want ik moet nu elke dag als dier dienen en me laten nemen.

“Hongerige wolf”.

© Rick Ruhland 2018