Stamgasten van de Fulmar Inn: Berend

Om een idee te geven wie er zoal in de Fulmar Inn komen (o.a. hier en hier meer informatie over deze kroeg) is het misschien handig om wat meer te vertellen over de stamgasten en de uitbater.

Volledige naam: Berend dop (achternaam met de kleine letter; Berend heeft geen idee waarom zijn achternaam zo geschreven wordt).

Leeftijd: 51.

Werk / studie: Bureauklerk bij de gemeente. In vrije tijd: websites maken; hij is de eigenaar van Bureau De Laptap.

Hobby’s: Speelt dagelijks met zijn kinderen en met zijn Scalectrix (racebaan).
Vaste uitdrukkingen / spreuk(en): Steevast een quote met een kwinkslag uit de Bijbel. Zegt hij. Feit is dat hij als katholiek de bijbel helemaal niet goed kent.

Familie: Rooms, dus veel kinderen, namelijk zeven. Vrouw is Maria. Praat hij verder niet over.

Afkomst: Onduidelijk. Hij heeft ergens een creatieve kant, maar die komt maar zelden echt ter sprake (hoewel iedereen weet van de websites die hij maakt). Volgens Maartje, de journaliste, komt hij uit een schildersgeslacht. Woont al heel lang in het centrum van de stad.

Vrienden / kennissen: Erg druk met gezin en vrouw.

Kleding: Goede kleren, maar geen pakken. Wel colberts, overhemden, bandplooibroeken. Schoenen van Zwartjes. Ruikt meestal naar aftershave.

Uiterlijk: Keurige man. Gaat elke 2 weken naar de kapper, nog geen spoor van ouderdom. Klassieke 50-er, voor wie de tijden van Frits van Egters bij lange na niet zijn afgelopen.

Drank: Het liefst shandy, maar bier met 7-up en zoete wijn met spa mag ook. Als het maar bubbelt en prikkelt.

Muziek: Liever niet. Hij moppert ook altijd als iemand geld in de jukebox gooit.

Onhebbelijkheid: Zijn gemopper op de jukebox.

Gewoontes: Danst als hij te veel gedronken heeft. Komt niet zo veel voor en als, dan moet het wel feest in de stad en kroeg zijn. Houdt van samenzweringen en theorie daarover. Ondanks de Roomse achtergrond van Berend is hij degene die ontkent dat Prinses Diana in iets als een hemel zal zijn opgenomen. Reden? Haar contacten met moeder Teresa!

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Mijn eerste keer: humorloze mensen

Verschrikkelijk. Mensen die geen humor hebben.

Het lijkt wel alsof ik steeds weer “een eerste keer”-ervaring heb.

Ik snap dat mensen niet mijn humor hebben. Die is ook vrij bijzonder. Talig, beelden, abstract, absurd, ruw, verfijnd, en meer dan soms dat alles door elkaar.

Maar mensen zonder humor?

En hemeltjelief, wat zijn er veel mensen zonder een spoor van humor.

Dat hoeft heus niet mijn briljante humor te zijn, maar kom op, ik moet niet steeds weer tegen mensen aan hoeven lopen die niet eens de lol van het hoofd stoten kennen (leedvermaak om je eigen). Lachen lijkt sowieso uit de mode. Terwijl het de remedie is voor alle ellende in de wereld. Alle!

© Rick Ruhland 2018

Toen ik van de sociale media vertrok 2

Ik heb dus een emotionele reden voor mijn aanstaande vertrek van Facebook. Maar er is meer. Vandaag deel 2.

Toen ik nadacht over het verlaten van sociale media (want ik vertrek niet alleen van Facebook), was er nog een setje zeer belangrijke redenen om te vertrekken. Die is deels te vinden in gebruik van data door grote bedrijven, en deels in het feit dat veel van de sociale media en de bedrijven die in relatie staan tot die sociale media – waaronder banken, verzekeraars en meer – nog veel te nonchalant om gaan met gegevens, maar ook met de beveiliging van data. Het moeilijke daarbij is: het valt zo slecht te controleren. Het is niet tastbaar, en het zit ook op zoveel plekken. Het is geen organisch verhaal.

Ik kreeg de afgelopen twee, drie jaar het gevoel dat zich op een bepaalde wijze de industrialisatie va de 19e eeuw zich herhaalde. Hoe? Destijds, 200 jaar geleden, kwam veel goederen beschikbaar voor veel mensen, voor veel mensen kwamen die goederen opeens beschikbaar omdat de productiekosten en daarmee de verkoopprijzen omlaag gingen, de kwaliteit ging er (hoewel slechts tijdelijk) op vooruit omdat gebruik werd gemaakt van standaardproductieprocessen. Maar elke menselijke activiteit gaat niet zonder zwarte bladzijden. Industrialisatie ging gepaard met vervuiling, kinderarbeid, eenheidsworst.

Mijn punt: elke menselijke ontwikkeling, elke menselijke vooruitgang gaat samen met tegenstellingen. En: bij elke van deze vooruitgangen werden de positieve kanten eerst benadrukt. Pas later, veel later, kwamen de schaduwzijdes aan de beurt.

Met de digitalisering is het niet anders. Het heeft vele mooie kanten. In deze digitale tijd kunnen we processen automatiseren. Zeker bij herhalend en geestdodend werk is dat fijn. Nog iets fijns: we kunnen ons werk opslaan (van creatieve tot wetenschappelijke uitingen, van handel tot productie, in feite kan alles worden bewaard op geheugens). We kunnen berekeningen uitvoeren die voorheen zo goed als ondenkbaar waren.

In al die zaken zit een zwarte kant. Want die zwarte kant is er. Bij sociale media zijn allerlei processen automatisch: wat je krijgt voorgeschoteld aan advertenties, welke muziek interessant zou kunnen zijn, tips wat je wilt zien qua films of eten bij een restaurant: dat komt allemaal voort uit algoritmes. Herhaling van wat een systeem al weet. Ik wil dat niet. Ik wil nieuwe gerechten, muziek, films, of wat dan ook ontdekken. En die ontdek ik door andere mensen. Het tweede: alles wat we doen op sociale media wordt bewaard. Je goede kant, je kwade kant. Die kunnen en zullen worden gebruikt. Voor of tegen je. Tot slot: van alles wat je doet op de sociale media worden berekeningen gemaakt. En daar kan aan verdiend worden: Want: Big Data means Big Business. Wie een zoekopdracht op internet doet (en niet alleen met Google: gebruik voor de verandering eens Duckduckgo…), zal al gauw de voor- en nadelen zien opgesomd. Oordeel zelf of je problemen hebt met de nadelen, of alleen de voordelen ziet en gelooft. Een van de grootste nadelen zit in de nauwelijks controleerbare en vaak ongecontroleerde verbanden tussen sociale media en grote bedrijven, vooral wanneer het om financiën (zoals creditcards), gezondheid, verzekeringen en andere voor mij belangrijke en niet deelbare informatie gaat.

Besef tegelijkertijd ook: veel van wat we doen op de sociale media lijkt gratis. Weet ook: gratis bestaat niet in de wereld van het kapitalisme. Je betaalt vaak op de een of andere wijze voor je diensten of goederen, en vaak meer dan de goederen in feite kosten. Commissie voor tussenhandelaren, reclame en marketingkosten, managerskosten, en ga zo maar door. Los nog van die kosten spelen bij de grote bedrijven aandeelhouders, winst maken, omzet, ROI, en meer een grote rol. Nogmaals: Big Data means Big Business.

Ik heb geen behoefte om die wijze van denken te sponsoren. Niet omdat ik tegen kapitalisme ben, maar omdat ik voor andere digitale denkwijzen ben. Voorbeeld: open source software.

To the point: ik heb keuzes gemaakt die mijn digitale leven zullen inperken. Weg van de sociale media is een van de keuzes. Wat ik online doe en hoe ik dat doe is daardoor veel minder doorzichtig voor buitenstaanders die geld verdienen aan mijn online zijn, en veel doorzichtiger voor mijzelf. Wat ik verder nog heb ondernomen, kun je me vragen, dat ga ik hier en nu niet uit de boeken doen.

Natuurlijk ben ik weer niet zo naïef te denken dat ik onvindbaar ben geworden. Dat zou wel heel erg naïef zijn. Wat wel het geval is: als je minder vaak op internet bent, ben je sowieso minder zichtbaar. Dus buiten het vertrek van de sociale media ben ik überhaupt minder online. Meer offline. De natuur in, mensen zien, een boek lezen, muziek maken met vrienden.

“Kom mee naar buiten allemaal…”

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XI

Gisteren kreeg ik een pamflet opgestuurd van de Partij voor planten. Ergens benauwt mij dit pamflet gigantisch. En, zo schreef de partij, er zou nog meer komen. Wat stond er in het pamflet? Dit:

“Als gevolg van de overwinning van de Nederlandse democratie, speelt het exotenvraagstuk een grote rol voor degenen die nog nooit nagedacht over de oplossing van dat vraagstuk. Dus moet uitgelegd waarom nog gevochten moet worden om het vraagstuk op te lossen. Iedereen heeft gezien dat de huidige situatie onhoudbaar is. Het toestaan van vrije ontwikkeling en gelijkheid voor de uitheemse planten heeft geleid tot een “onvrije” situatie van uitgebuite concurrentie, en een overhandiging van belangrijke posities binnen het inheemse begroeiing met die van een vreemde soort. Het resultaat is dat iedereen die denkt over deze vraag zoekt naar een oplossing. Iedereen heeft een voorstel op zijn bureau, die een meer of minder gunstige reactie in discussies krijgt. Het was te verwachten.

Maar de oplossing voor zo’n belangrijk probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt verondersteld. De wettelijke maatregelen die zojuist door de overheid zijn uitgegeven zijn reinigende acties die handig inspelen op oorlogsverklaring van gifplanten. We moeten primair wetten en misschien zelfs een nieuwe grondwet maken die een richting geeft waarin wij inheemse willen bewegen. Men moet de betekenis van zulke wetten niet onderschatten. Het hele volk zal moeten worden onderricht in de extremistische vraag en iedereen moet gaan begrijpen dat onze oergewassen een gemeenschap van zuivere zuurstof en chlorofyl vormen. Voor de eerste keer zullen alle kruiden en onkruiden die hier thuishoren worden bereikt door ons ethisch-praktische denken. We moeten ons niet richten zijn op de theologische en theoretische oplossingen voor de exotenkwestie, maar eerder op een echte oplossing. Toch kunnen we niet zonder tijdelijke maatregelen, omdat voor een definitieve oplossing voor de kwestie de tijd nog niet rijp is. We hebben wel de wetten in de maak die wijzen op de goede richting en die ruimte laten voor eventuele toekomstige ontwikkelingen.

Het zou echter te vroeg zijn om voor de publieke discussie plannen uit te werken. Wel kunnen we voorzichtig voorstellen doen om meer te doen dan op dit moment wordt gedaan. Daarvoor moet een aantal principes worden aangelegd, zodat de plannen kunnen rijpen en fouten worden vermeden. Fundamenteel moet men beslissen om al dan niet de exoten (van elke afkomst) organisatorisch samen brengen. Veel plannen tot nu toe aangekondigde voorstellen om exoten samen te brengen in een federatie, zodat ze in de gaten kunnen worden gehouden en beïnvloed. Al deze voorstellen zijn fundamenteel fout. Als we een federatie zouden vestigen, onder een soort van hoofdexoot of in een soort van federatie of andere onschuldig ogende structuur, dan zouden exoten een eeuwigdurend, juridisch anker in Nederland hebben. Dan hebben ze een manier om hun wensen te presenteren, een tool voor hun doelen, een legale manier om geheime verbindingen te beveiligen. En men zou op zijn minst de indruk dat men te maken had met een nationale minderheid die kunnen zoeken, en zou vinden, ondersteuning buiten ons land te geven. Zelfs niet de oppervlakkige schijn van een ondersteuning aan het exotenminderheid is goed, omdat een dergelijke houding ten opzichte van het exotenvraagstuk politiek gezien krankzinnig zou zijn en de binnenlandse maatregelen zou beschamen, zeker als het vraagstuk met bijbehorend buitenlands beleid vragen zou oproepen.

Alle voorstellen die een permanente aanwezigheid, een permanente regeling van de exoten in Nederland als onderwerp hebben, lossen de uitheemse kwestie niet op. Met zo’n regeling zullen we niet de exoten uit Nederland elimineren. En dat is wat we willen doen. Minder, minder, minder. Exoten benutten en misbruiken altijd hun gastheer en de volkeren waar zij onder schuilen. Ze zijn een constante bron van de open, destructieve vlam van het haatdragende bloemen, en blijven dat ook op eenvoudige wijze, waardoor ze herhaaldelijk opnieuw de tegenstellingen aanwakkeren. Dat leidt tot onzekerheid als gevolg van onenigheid binnen de Nederlandse begroeiing en die is een gevaar voor de stam van het Nederlandse plantensoorten. Laat ons zo’n denken bezweren, voor altijd, want het is een slecht denken met kwade bedoelingen. Om samen te vatten: de staat kan en moet zich richten op systematische eliminatie, dus op emigratie. Elke organisatorische medewerking van exoten zullen voer voor de gevaarlijke, subversieve agitatoren (dat is ook gebeurd met dierensoorten als de tijgermug en de Amerikaanse rivierkreeft) zijn die geen tekenen van samenzweerderige activiteiten laten zien.

Als we plannen ondersteunen om een internationale oplossing te creëren door de oprichting van een thuisland voor de exoten. Dan zullen we in staat zijn om het exotenvraagstuk niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de hele wereld op te lossen. De hele wereld heeft belang bij een dergelijke oplossing, op het elimineren van deze bron van wanorde. We moeten duidelijk vaststellen dat, misschien, dat de uitheemsen in staat zal zijn om een natie, een volk geworden. Als we dit regelen, zullen we nieuwe fundamenten voor een dergelijke regeling te creëren. Verstrooiing van de uitheemsen naar de vier windstreken is niet de oplossing van de kwestie, maar maakt het nog erger. Een systematisch programma van afwikkeling is daarom de beste oplossing. Plannen en programma’s moeten een doel naar de toekomst te hebben. Zij mogen niet worden alleen gericht op een tijdelijk vervelende situatie. Een betere toekomst vraagt om een systematische oplossing van het vraagstuk van de exoten. We moeten ons staat achten een wereld op te bouwen zonder deze haatdragende planten. Ze kunnen alleen dubbelstatige vreemdelingen onder ons zijn, met geen wettelijke, permanente status. Alleen zo zal de legendarische maar verdringende exoten worden gedwongen tot het opnemen van zijn wandelstok, met medeneming van zijn wortels. Wij moeten voorkomen dat die stok wordt omgezet in bijlen en speren.”

Ik vrees voor escalatie.

© Rick Ruhland 2018