Toen ik van de sociale media vertrok 2

Ik heb dus een emotionele reden voor mijn aanstaande vertrek van Facebook. Maar er is meer. Vandaag deel 2.

Toen ik nadacht over het verlaten van sociale media (want ik vertrek niet alleen van Facebook), was er nog een setje zeer belangrijke redenen om te vertrekken. Die is deels te vinden in gebruik van data door grote bedrijven, en deels in het feit dat veel van de sociale media en de bedrijven die in relatie staan tot die sociale media – waaronder banken, verzekeraars en meer – nog veel te nonchalant om gaan met gegevens, maar ook met de beveiliging van data. Het moeilijke daarbij is: het valt zo slecht te controleren. Het is niet tastbaar, en het zit ook op zoveel plekken. Het is geen organisch verhaal.

Ik kreeg de afgelopen twee, drie jaar het gevoel dat zich op een bepaalde wijze de industrialisatie va de 19e eeuw zich herhaalde. Hoe? Destijds, 200 jaar geleden, kwam veel goederen beschikbaar voor veel mensen, voor veel mensen kwamen die goederen opeens beschikbaar omdat de productiekosten en daarmee de verkoopprijzen omlaag gingen, de kwaliteit ging er (hoewel slechts tijdelijk) op vooruit omdat gebruik werd gemaakt van standaardproductieprocessen. Maar elke menselijke activiteit gaat niet zonder zwarte bladzijden. Industrialisatie ging gepaard met vervuiling, kinderarbeid, eenheidsworst.

Mijn punt: elke menselijke ontwikkeling, elke menselijke vooruitgang gaat samen met tegenstellingen. En: bij elke van deze vooruitgangen werden de positieve kanten eerst benadrukt. Pas later, veel later, kwamen de schaduwzijdes aan de beurt.

Met de digitalisering is het niet anders. Het heeft vele mooie kanten. In deze digitale tijd kunnen we processen automatiseren. Zeker bij herhalend en geestdodend werk is dat fijn. Nog iets fijns: we kunnen ons werk opslaan (van creatieve tot wetenschappelijke uitingen, van handel tot productie, in feite kan alles worden bewaard op geheugens). We kunnen berekeningen uitvoeren die voorheen zo goed als ondenkbaar waren.

In al die zaken zit een zwarte kant. Want die zwarte kant is er. Bij sociale media zijn allerlei processen automatisch: wat je krijgt voorgeschoteld aan advertenties, welke muziek interessant zou kunnen zijn, tips wat je wilt zien qua films of eten bij een restaurant: dat komt allemaal voort uit algoritmes. Herhaling van wat een systeem al weet. Ik wil dat niet. Ik wil nieuwe gerechten, muziek, films, of wat dan ook ontdekken. En die ontdek ik door andere mensen. Het tweede: alles wat we doen op sociale media wordt bewaard. Je goede kant, je kwade kant. Die kunnen en zullen worden gebruikt. Voor of tegen je. Tot slot: van alles wat je doet op de sociale media worden berekeningen gemaakt. En daar kan aan verdiend worden: Want: Big Data means Big Business. Wie een zoekopdracht op internet doet (en niet alleen met Google: gebruik voor de verandering eens Duckduckgo…), zal al gauw de voor- en nadelen zien opgesomd. Oordeel zelf of je problemen hebt met de nadelen, of alleen de voordelen ziet en gelooft. Een van de grootste nadelen zit in de nauwelijks controleerbare en vaak ongecontroleerde verbanden tussen sociale media en grote bedrijven, vooral wanneer het om financiën (zoals creditcards), gezondheid, verzekeringen en andere voor mij belangrijke en niet deelbare informatie gaat.

Besef tegelijkertijd ook: veel van wat we doen op de sociale media lijkt gratis. Weet ook: gratis bestaat niet in de wereld van het kapitalisme. Je betaalt vaak op de een of andere wijze voor je diensten of goederen, en vaak meer dan de goederen in feite kosten. Commissie voor tussenhandelaren, reclame en marketingkosten, managerskosten, en ga zo maar door. Los nog van die kosten spelen bij de grote bedrijven aandeelhouders, winst maken, omzet, ROI, en meer een grote rol. Nogmaals: Big Data means Big Business.

Ik heb geen behoefte om die wijze van denken te sponsoren. Niet omdat ik tegen kapitalisme ben, maar omdat ik voor andere digitale denkwijzen ben. Voorbeeld: open source software.

To the point: ik heb keuzes gemaakt die mijn digitale leven zullen inperken. Weg van de sociale media is een van de keuzes. Wat ik online doe en hoe ik dat doe is daardoor veel minder doorzichtig voor buitenstaanders die geld verdienen aan mijn online zijn, en veel doorzichtiger voor mijzelf. Wat ik verder nog heb ondernomen, kun je me vragen, dat ga ik hier en nu niet uit de boeken doen.

Natuurlijk ben ik weer niet zo naïef te denken dat ik onvindbaar ben geworden. Dat zou wel heel erg naïef zijn. Wat wel het geval is: als je minder vaak op internet bent, ben je sowieso minder zichtbaar. Dus buiten het vertrek van de sociale media ben ik überhaupt minder online. Meer offline. De natuur in, mensen zien, een boek lezen, muziek maken met vrienden.

“Kom mee naar buiten allemaal…”

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Partij voor planten XI

Gisteren kreeg ik een pamflet opgestuurd van de Partij voor planten. Ergens benauwt mij dit pamflet gigantisch. En, zo schreef de partij, er zou nog meer komen. Wat stond er in het pamflet? Dit:

“Als gevolg van de overwinning van de Nederlandse democratie, speelt het exotenvraagstuk een grote rol voor degenen die nog nooit nagedacht over de oplossing van dat vraagstuk. Dus moet uitgelegd waarom nog gevochten moet worden om het vraagstuk op te lossen. Iedereen heeft gezien dat de huidige situatie onhoudbaar is. Het toestaan van vrije ontwikkeling en gelijkheid voor de uitheemse planten heeft geleid tot een “onvrije” situatie van uitgebuite concurrentie, en een overhandiging van belangrijke posities binnen het inheemse begroeiing met die van een vreemde soort. Het resultaat is dat iedereen die denkt over deze vraag zoekt naar een oplossing. Iedereen heeft een voorstel op zijn bureau, die een meer of minder gunstige reactie in discussies krijgt. Het was te verwachten.

Maar de oplossing voor zo’n belangrijk probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt verondersteld. De wettelijke maatregelen die zojuist door de overheid zijn uitgegeven zijn reinigende acties die handig inspelen op oorlogsverklaring van gifplanten. We moeten primair wetten en misschien zelfs een nieuwe grondwet maken die een richting geeft waarin wij inheemse willen bewegen. Men moet de betekenis van zulke wetten niet onderschatten. Het hele volk zal moeten worden onderricht in de extremistische vraag en iedereen moet gaan begrijpen dat onze oergewassen een gemeenschap van zuivere zuurstof en chlorofyl vormen. Voor de eerste keer zullen alle kruiden en onkruiden die hier thuishoren worden bereikt door ons ethisch-praktische denken. We moeten ons niet richten zijn op de theologische en theoretische oplossingen voor de exotenkwestie, maar eerder op een echte oplossing. Toch kunnen we niet zonder tijdelijke maatregelen, omdat voor een definitieve oplossing voor de kwestie de tijd nog niet rijp is. We hebben wel de wetten in de maak die wijzen op de goede richting en die ruimte laten voor eventuele toekomstige ontwikkelingen.

Het zou echter te vroeg zijn om voor de publieke discussie plannen uit te werken. Wel kunnen we voorzichtig voorstellen doen om meer te doen dan op dit moment wordt gedaan. Daarvoor moet een aantal principes worden aangelegd, zodat de plannen kunnen rijpen en fouten worden vermeden. Fundamenteel moet men beslissen om al dan niet de exoten (van elke afkomst) organisatorisch samen brengen. Veel plannen tot nu toe aangekondigde voorstellen om exoten samen te brengen in een federatie, zodat ze in de gaten kunnen worden gehouden en beïnvloed. Al deze voorstellen zijn fundamenteel fout. Als we een federatie zouden vestigen, onder een soort van hoofdexoot of in een soort van federatie of andere onschuldig ogende structuur, dan zouden exoten een eeuwigdurend, juridisch anker in Nederland hebben. Dan hebben ze een manier om hun wensen te presenteren, een tool voor hun doelen, een legale manier om geheime verbindingen te beveiligen. En men zou op zijn minst de indruk dat men te maken had met een nationale minderheid die kunnen zoeken, en zou vinden, ondersteuning buiten ons land te geven. Zelfs niet de oppervlakkige schijn van een ondersteuning aan het exotenminderheid is goed, omdat een dergelijke houding ten opzichte van het exotenvraagstuk politiek gezien krankzinnig zou zijn en de binnenlandse maatregelen zou beschamen, zeker als het vraagstuk met bijbehorend buitenlands beleid vragen zou oproepen.

Alle voorstellen die een permanente aanwezigheid, een permanente regeling van de exoten in Nederland als onderwerp hebben, lossen de uitheemse kwestie niet op. Met zo’n regeling zullen we niet de exoten uit Nederland elimineren. En dat is wat we willen doen. Minder, minder, minder. Exoten benutten en misbruiken altijd hun gastheer en de volkeren waar zij onder schuilen. Ze zijn een constante bron van de open, destructieve vlam van het haatdragende bloemen, en blijven dat ook op eenvoudige wijze, waardoor ze herhaaldelijk opnieuw de tegenstellingen aanwakkeren. Dat leidt tot onzekerheid als gevolg van onenigheid binnen de Nederlandse begroeiing en die is een gevaar voor de stam van het Nederlandse plantensoorten. Laat ons zo’n denken bezweren, voor altijd, want het is een slecht denken met kwade bedoelingen. Om samen te vatten: de staat kan en moet zich richten op systematische eliminatie, dus op emigratie. Elke organisatorische medewerking van exoten zullen voer voor de gevaarlijke, subversieve agitatoren (dat is ook gebeurd met dierensoorten als de tijgermug en de Amerikaanse rivierkreeft) zijn die geen tekenen van samenzweerderige activiteiten laten zien.

Als we plannen ondersteunen om een internationale oplossing te creëren door de oprichting van een thuisland voor de exoten. Dan zullen we in staat zijn om het exotenvraagstuk niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de hele wereld op te lossen. De hele wereld heeft belang bij een dergelijke oplossing, op het elimineren van deze bron van wanorde. We moeten duidelijk vaststellen dat, misschien, dat de uitheemsen in staat zal zijn om een natie, een volk geworden. Als we dit regelen, zullen we nieuwe fundamenten voor een dergelijke regeling te creëren. Verstrooiing van de uitheemsen naar de vier windstreken is niet de oplossing van de kwestie, maar maakt het nog erger. Een systematisch programma van afwikkeling is daarom de beste oplossing. Plannen en programma’s moeten een doel naar de toekomst te hebben. Zij mogen niet worden alleen gericht op een tijdelijk vervelende situatie. Een betere toekomst vraagt om een systematische oplossing van het vraagstuk van de exoten. We moeten ons staat achten een wereld op te bouwen zonder deze haatdragende planten. Ze kunnen alleen dubbelstatige vreemdelingen onder ons zijn, met geen wettelijke, permanente status. Alleen zo zal de legendarische maar verdringende exoten worden gedwongen tot het opnemen van zijn wandelstok, met medeneming van zijn wortels. Wij moeten voorkomen dat die stok wordt omgezet in bijlen en speren.”

Ik vrees voor escalatie.

© Rick Ruhland 2018

Nieuwe winkels 1: de Aromette

Een parfumerie is een plek waar je potjes en flesjes kunt halen met welriekende vluchtige stoffen. Ik kom er graag.

Maar wat nou als je een geur zoekt, die je niet op je huid smeert, en die niet bedoeld is om zoet of aantrekkelijk te ruiken, zoals een parfum lekker riekt?

Dan kun je terecht in de Aromette. In die winkel kun je terecht voor geuren die een aangenaam of misschien zelfs een gewenst onaangenaam gevoel geven. Dat laatste kan zijn een penetrante vislucht of een mexicaanse-bonen-maaltijd-scheet. Ik ga er heen voor de geur van vers brood, pas gemaaid gras, en zilte zeelucht.

Echt een uitvinding, de Aromette. Van kleine zakjes tot literverpakking, voor elk wat wils.

© Rick Ruhland 2018

 

Partij voor planten X

Holymoly! Dat was een straffe, angstaanjagende email die ik kreeg. Waar ik het idee van een referendum vandaan haalde. Hoe ik dat durfde te noemen. Alsof iedereen maar even mee mocht denken met de grote keuzes van de overheid.

Die laatste opmerking, die was nieuw. ‘De grote keuzes van de overheid.’ GW en consorten hebben tot nu part noch deel aan de overheid. Ze waren en zijn vooral stemmingmakers. Van grote zaken als steekhoudend beleid uitdenken en daar vervolgens op aansturen, met behoorlijk bestuur, hebben deze groene gasten geen graskaas gegeten. Los daarvan: deze collectie inheemse planten is niet de overheid, hoewel ik op een website van de GW-aanhangers zag staan: L’etat c’est moi.

De mail was overigens buitengewoon selectief. Niet verwonderlijk overigens, gegeven de mentale dispositie waarin GW en zijn aanhangers verkeren. Hun opmerkingen draaiden uiteindelijk om maar een vraag: wie zijn de zaaddragende planten en wie de haatdragende planten? Nou wil ik niet meteen zout in wonden en olie op vuur gooien, maar ik vroeg me wel af (en die vraag heb ik ook gesteld in mijn laatste gestuurde email) of die twee soorten planten echt verschillend zijn?

Enfin, in de laatste email van GW sprak hij over boomkap als eerste methode om de exoten – de haatdragende planten volgens hem – de nek om te draaien. Ook een weg die te bewandelen is, volgens hem, is genetische manipulatie: zorgen dat planten die hier niet thuis horen, zich niet kunnen voortplanten. Eigen planten eerst, aldus GW. Die zijn edel, en moeten edeler worden. Ik vroeg me toen wel af of het ok is als als de inheemse planten worden veredeld. Want zo schreef ik, niet elke plant is nou een pacht van een exemplaar. Jaren geleden heb ik een wildgroei aan berenklauw proberen in te dammen en en bij het uitrukken van de planten kreeg ik een fototoxische reactie op mijn hele lichaam. Ik zal het nog maar eens vragen, binnenkort: is dat normaal? Dat ik dat onkruid, want dat is berenklauw, uitroei, en dat ik dan de blaren op mijn handen heb?

Ik heb een voorstel gedaan. Ik heb de Partij voor Planten gevraagd of het mogelijk is een definitie te geven van bedreigde soorten, en niet alleen door stemmingmakerij te brabbelen over bedreigde soorten. En ook: hoe komt het dat die soorten gingen met uitsterven zijn bedreigd? Komt dat ook door de vloedgolf aan exoten? Of hebben we lang geleden die vloedgolf zelf in werking gesteld en wil de PvP nu van die exoten af, ook al hebben ze in de jaren 60 van de vorige eeuw zelf die exoten gehaald. Omdat de samenleving wel eens wat anders wilde. En dat daardoor de soorten die hier wat langer waren (en heus niet al millennia lang) in de verdrukking kwamen, ook al omdat ze zich niet solidair met uitheemse planten toonden.

De vraag over exoten heb ik nog niet gesteld (ik bedoel: in een email, wel hier). Doe ik een andere keer.

Ik heb trouwens wel een klein steekje onder water gegeven. Volgens de PvP worden we bedreigd in ons bestaan. Ik heb een oplossing gegeven, namelijk dit artikel van een hoogleraar nog wel. Niet het soort mensen of planten waar de PvP veel mee omgaat, vermoed ik, gezien de vele spelfouten in de emails en op sociale media, maar ik denk dat dat het goed was om dit artikel te delen met GW en aanhangers. Het gaat over het verplaatsen van bedreigde soorten naar geheel nieuwe gebieden.

Een deel van mijn opmerkingen aan het adres van de PvP is niet eens bedoeld als cynisme, maar meer een verheldering van haar standpunten. Ik wacht weer af…

© Rick Ruhland 2018