Voorrang

Ik zat in de auto afgelopen week. In een grote stad rijden betekent beter opletten dan in een dorp of landelijke omgeving. Veel andere auto’s, taxi’s, bussen, trams, fietsers, voetgangers, toeristen, etc. etc., en vooral ook veel van dat alles. Je eigen zin doorzetten leidt tot ongelukken. Juist in een stad is het goed en wijs om de verkeersregels te respecteren. Het valt des te meer op als je een tijd buiten Nederland bent geweest dat hier meer het recht hebben op wat dan ook en beter menen te zijn dan andere mensen.

Bij een kruising moest ik wachten op het tegemoet komende verkeer en op fietsers en wandelaars die tegelijk groen licht hadden. Ik wachtte rustig, net als de auto voor mij. Maar de auto daarvoor niet. Die reed met gierende banden weg toen het stoplicht op groen sprong. Toen hij aankwam bij het zebrapad, waarop mensen liepen die voorrang hadden, sloegen bij deze ‘man’ de stoppen door. Met het raam open schreeuwde hij iedereen die lopend overstak toe en maakte ze voor vuil, ratten. Complete kortsluiting in de kleine hersenen.

Ik weet dat mensen in een grote stad opgefokter zijn. Onbeschofter. Maar bij deze man was de overtreffende trap bereikt. Hij was zo extreem verdorven vertoornd dat zijn hele gezicht misvormde en de spieren in zijn keel aanspanden en bijna door zijn huid heen staken.

Hij is voor mij nog steeds het prototype Nederlander (het was een blanke klojo-majeur) dat boos wordt als het niet krijgt wat het wil, waar het recht op heeft. Zijns inziens. Alleen zijns inziens. Het is een vergaarbak van onbeschoftheid, halsstarrigheid, cynisme, in-zichzelf-gekeerdheid, en botheid. Het is het type levend wezen dat als reactie op een goedbedoelde lach, jou een beuk verkoopt. Alles vanuit het standpunt ‘Ik heb hier recht op’.

Tja, en dan moet je wel voorrang krijgen, en dan mag je daar iemand voor dood rijden.

Het hoge zombie-gehalte van de medemens valt des te meer op als ik de hemel ben geweest. Japan. Het land, de natuur, de bewoners, het fatsoen. Japanners weten nog wat het is om samen te leven.

Een andere hemel: Schotland, voor de gelovigen onder ons ook te schrijven als ’s Godland. Een land bevolkt door Schotten (…). Wat zo goed aan dat volk is: de openheid, de verhalen, de goedmoedige grappen, de whisky, de behulpzaamheid. Schotten zijn zoveel verder ontwikkeld dan Nederlanders.

Ik moet nodig weer terug. Ik ga gauw weer terug.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Teruggereisd

Reizen is, zo werd me weer eens duidelijk toen ik in de afgelopen dagen terug kwam in mijn eigen land, voor mij de beste manier om afstand te nemen van ‘het hier’. Het hier, dat is de straat waarin ik leef, de hobby’s die ik beoefen, de familie en vrienden die ik heb. En overige medemensen.

Wat die mensen uit mijn land betreft is er een goede reden dat ik daar afstand van wil doen. Op zijn minst tijdelijk, namelijk door te reizen. Dat heeft te maken met het feit dat ik de meeste mensen in deze stad en in dit land kan verstaan. Dat betekent dat zonder moeite het klagen en zeuren mijn ontspannen geest binnen zeilt, die daardoor minder ontspannen wordt. Dat is deel van de weerzin van terugkomen van een land dat een taal heeft die ik lezen noch kan verstaan. Slechts een paar woorden kan ik zeggen in het Japans.

Deel van de charme van een reis naar Japan is dus de afstand die de onverstaanbaarheid geeft. Voeg er aan toe dat Japanners sowieso op meer afstand van elkaar staan. Wat ik meen te weten van het land van de rijzende zon is dat men minder bezig is de ander de wacht en waarheid aan te zeggen. Niet dat alles daar goed is, maar ik kan wel 20 dingen noemen (van konbini’s tot het gebrek aan vuil op straat) die me Japan doen omarmen.

Vergelijk ik dat met het ruwe Nederland en de ruwe Nederlander, en besef: beschaving heeft zich teruggetrokken in de stellingen net buiten onze landsgrenzen.

Als het kon, was ik weer teruggereisd. Vandaag nog.

© Rick Ruhland 2018