Bach-Werke-Verzeichnis 7: Christ unser Herr zum Jordan kam

Deze cantate is voor St. Jansdag, feestdag van Johannes de doper, op 24 juni en is geschreven in 1724. Bach houdt het thema dicht bij Johannes de Doper die vaak mensen (ook Christus, naar het schijnt) doopte in de Jordaan. Wat ik bij de overige cantates niet noteer (ook omdat ik het niet zo heel relevant vind: het draait mij om de muziek en de uitvoering daarvan), is dat de opvoering van de cantates in Bachs tijd ook gepaard ging met het lezen uit de Bijbel. Zie de site www.bach-cantatas.com voor meer informatie. Zie ook beneden voor sites over deze cantate.

De eerste opname die ik goed beluisterd heb, is die van Gardiner (Spotify; in twee delen te vinden op YouTube; hier is deel 1 en hier deel 2). Ik kan er niet echt chocola van maken. Spel van musici is goed, maar wel wat traag, zo lijkt het. Koor is mooi door de unisono gedeeltes en tevens, in andere delen, door de stratificatie van de stemmen (van bassen tot sopranen). Ligt ook aan de compositie, dat spreekt voor zich, maar Gardiner c.s. maken er zeker iets moois van, maar niet alles van deze uitvoering is aan mij besteed.

Ton Koopman en het Amsterdam Baroque Koor (Spotify; op youtube te zien als deel van drie cantates; de cantate Christ unser Herr begint bij 25.17). Het koor is niet geheel in balans, voor mijn oor. De bas (ik meen Klaus Mertens) hoort prettig, kalmerend. Of is dat omdat het koor in de openingskoraal niet in balans is, waardoor de aria meer opvalt, in de beste zin van het woord?

Bach Collegium Japan (gehoord op Spotify). Sneller dan Gardiner, maar de noten vallen te veel op hun plek. Dat klinkt te netjes te aangeharkt, te ‘technisch netjes’ (als dat de juiste woorden zijn). Teveel noten die niet leven.

De uitvoering van de Stuttgarter Kantorei en de Stiftsbarock Stuttgart onder leiding van Kay Johannsen is niet slecht, maar ik vind na de snelle opening geen rust. Wordt het stuk te snel gespeeld? De noten jagen mij iets te veel. Nog een reden waarom ik niet geniet: een veel te groot koor. Ik heb in de loop van mijn leven een zekere antipathie tegen grote koren opgebouwd. In de jaren 70 kwamen de Fischer-chöre (o.a. bij het WK voetbal in 1974) veel op televisie. Alsof iedereen maar kan zingen. Nee. Ik zeker niet, al zou ik in zo’n enorm koor wegvallen en het idee hebben dat dat ik best mee kan doen. De bas (in het tweede deel, de aria) is ook zonder echte beleving. Deze opname is geen winnaar derhalve.

Gustav Leonhardt. Oude opname wederom (uit 1971). Ik voel de behoefte om orkest en koor aan te sporen meer haast te maken. Ik kan me wel vinden in het commentaar bij de uitvoering op de youtube-pagina: “Typical early music mind frame : all brain and no feeling, all sound and no forward motion. Museum piece instead of bringing it to life.” En dat terwijl ik normaal wel een liefhebber ben van Leonhardts uitvoeringen van o.a. zijn klavecimbelconcerten.

In de uitvoering van Montreal Baroque staan de noten los van elkaar. Beetje afstandelijk. Ook de zang is zonder de bezielende overtuiging die een cantate van Bach wel nodig heeft. Het is ook een tragere uitvoering dan die van andere orkesten en dirigenten, maar  deze is wel erg traag. Dat is niet altijd een pre.

De versie van de Stuttgarter Kantorei, Stiftsbarock Stuttgart, is Formule 1. Racen, snel snel snel, opzij opzij opzij. Gillend koor. Nee.

En dit? Shinji Ishihara (gehoord op Spotify) die op een synthesizer (?) de cantate speelt. Nee. Nee. Driewerf nee.

Over het stuk zelf:

Het voelt voor mij als een vlakke compositie. Bijna te makkelijk voor Bachs vermogens. Niet rot bedoeld: een beetje Mozartiaans. Vrolijk, lichtvoetig. Zeker het voorlaatste deel, de Aria Mensen glaubt doch dieser Gnade, is wat mij betreft een vooruitverwijzing naar muziek van een eeuw later: de melodielijnen, zangwijze, de begeleiding. Of hoor ik nu iets wat er niet is? Het is niet een cantate die me 100 % boeit. Zijn het de vele mineuren?

Meer informatie? Hier, hier en hier.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Phailed Photo’s on Phriday

Mag ik deze mislukte foto misschien kunstzinnig noemen? Ja, dat mag. Waarmee ik niet beweer dat ik een kunstzinnig type ben. Laat staan een kunstenaar. Ook onbeweerd blijft dat deze foto, zijnde geen kunst per se, dus nut heeft.

IMG_8879.jpg

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis 5: Wo soll ich fliehen hin?

Deze koraalcantate, die qua tekst ook een verwijzing is naar de Dertigjarige oorlog, is uit 1725 en ze is bedoeld voor oktober, midden tussen de christelijke feestdagen in.

Ik heb, omdat ik de vorige keren nog wel eens een uitvoering beluisterde die ondermaats was, in ieder geval bij deze cantate (en misschien wel vaker) besloten om geen aandacht meer te besteden aan verdrietig stemmende versies. Geen Stuttgart Bach Collegium en dergelijke meer.

Goed, de uitvoering van The English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van J.E. Gardiner. Lichtvoetig en aangename solisten. Toch is het een en ander niet af. Ik kan er niet achter komen wat het is. Is het het koor? Tenor lijkt niet uit te komen met zijn aria. Overigens, ik lees bij de commentaren eronder: “Boring, mediocre singers, weak trumpet. As usual with JEG.” Als ik deze persoon dan op YouTube aan een nader onderzoek onderwerp, dan blijkt zij een liefhebber van Karl Richter (*koude rillingen bespotten mijn rug*). Is de conclusie gerechtvaardigd dat deze mevrouw weinig tot niets van Bach of barok begrepen heeft?

Ondanks de leeftijd (opname stamt volgens mij uit 1971) heeft deze uitvoering van Harnoncourt zo zijn charme. Wel veelzeggend is het als bij het Youtube-filmpje mensen vooral vragen stellen over de gebruikte plaatjes (hier een schilderij van Hendrick Andriessen, te weten ‘Vanitas’). Misschien vind ik dit wel de fijnste versie.

Dan Ton Koopmans versie. Hm. Ik luisterde wel, maar ik hoorde nauwelijks de cantate. Of andersom: ik hoorde wel, maar luisterde niet. Ging een beetje langs me heen. Bij een tweede keer luisteren valt me op dat de uitvoering niet uitgesproken is. De tenor is wel beter dan bij Gardiner.

Over het stuk zelf:
De vele mineurklanken, en het gejaagde van o.a. deel 3 (Ergieße dich reichlich) bekoort mij niet. Het tweede deel van de cantate is overigens wel beter dan het eerste deel.
Ik ben kort van stof, ik mag derhalve concluderen dat deze cantate me weinig doet. Terecht?

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBAchcantatas.

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis 3: Ach Gott, wie manches Herzeleid

Ook BWV 3 is net als BWV1 en 2 een koraalcantate; 3 is ook geschreven in 1724. De cantate is bedoeld voor de tweede zondag na Driekoningen (6 januari). Onderstaande versies zijn allemaal weer te vinden op YouTube.

Deze keer (ik ben wijzer geworden) ben ik begonnen met de versie van Gardiner. Deze versie, ook op Spotify te vinden, kent het ingetogen spel van de strijkers en blazers, die vaker bij dirigenten als Gardiner is te vinden, maar ook de zang van de solisten is uitermate plezierig. Alsof je een goed gelukte spaghetti carbonara eet met een glas smakelijke Verdicchio.

Ik heb ook weer een versie van Concentus musicus Wien o.l.v. Nikolaus Harnoncourt beluisterd. Ik weet nu wat ik daar van vind: te romig. Alsof je die spaghetti carbonara maakt met een scheut room, in plaats van alleen eieren, en die verpeste pasta vervolgens opeet met een glaasje volle melk. Ook het koor is niet klein genoeg. Aan de solisten maak ik geen woord vuil: niet mijn stiel. Kortom, de hele uitvoering niet helder genoeg, mede door onvoldoende passende tempi bij de noten, en de solisten (zowel zang als instrument) kennen te weinig dictie. Dat gold voor BWV 2, dat geldt ook voor de uitvoering van deze cantate.

Van Sigiswald Kuijken en La Petite Bande kon ik geen versie vinden, van Ton Koopman wel. Vond ik Koopman in BWV 2 precies goed, ik denk dat ik qua BWV 3 Gardiner de betere is.

Over stuk zelf:
Wat mij betreft een heerlijk chorus dat de cantate opent: klassiek Bach. Je wordt meegenomen op de welgemeende en harmonieuze klanken en harmonieën. Waar ik ook lyrisch over kan worden, zijn de alt en de sopraan die samen deel 5 voor hun rekening nemen. Die samenzang is de basis voor veel latere composities, en niet alleen van Bach zelf, maar mijns inziens ook van andere componisten. Mooi citaat in een YouTube-reactie op Gardiners interpretatie: “Gardiner’s performance of the marvelous first movement is a particularly flowing and tender one. We hear the “heartache”, but it is seems to express that this is indeed a path the believer is traveling “to heaven”.” Mooi gezegd.

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBachcantatas.

‘Failed Photographs’

Nowadays, we can make an unlimited amount of photo’s with our digital camera’s, smart phones and tablets. We can take 100’s, 1000’s or even more pics every day. We can delete those that we don’t fancy. Unlike in the ‘analogue’ age, photo’s we don’t like are put in the waste bin of, for example, our tablet. Straight away. No hesitation whatsoever.

That’s a pity. Because a lot of those photo’s are some sort of art in themselves. Failed doens’t mean failed. It’s is just another representation of the world. A different view on reality. Maybe even a different reality in itself. Like the way bipolar people see the world in their manic episodes.

So, I would like to make a statement for those ‘homeless pics’. I will post pics like that every once in while. Give pics a chance.

IMG_8250

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis: 1. Wie schön leuchtet der Morgenstern

Vanaf deze dag begin ik aan een omvangrijke opdracht (een opdracht die ik mezelf gegeven heb): alle stukken van J.S. Bach – beginnend bij BWV 1, dus volgens de lijst, niet volgens de ontstaansgeschiedenis o.i.d. – kort bespreken op mijn weblog. Het liefst in verschillende uitvoeringen, met wat kennis en informatie en achtergrond, en met mijn voorkeur voor een uitvoering. En: wat ik mooi vind aan een bepaalde compositie. Als ik wat kan vinden, dan doe ik er ook wat websites voor meer informatie bij.

BWV 1 is een koraalcantate, geschreven in 1725. Aanleiding is 25 maart, de Maria Boodschap (aankondiging van geboorte Jezus door de aartsengel Gabriel aan Maria). De versies (ok, op 1 na) die ik heb beluisterd staan op YouTube, dus voor iedereen bereikbaar.

Zet ik die versies naast elkaar, dan heb ik zo mijn voorkeuren. Als eerste luisterde ik naar de versie van Nikolaus Harnoncourt. Mijn reactie was onverbiddelijk en rap: te pompeus, te snel, de hoorns zijn niet in orde, het vioolspel is te scherp, de zangpartijen te frivool, alleen de hobo’s in deel 3 zijn te pruimen. Beste uitvoering die ik zo op internet kan vinden is toch wel Ton Koopman en het Amsterdams Barok Orkest en Koor. Balans van orkest en koor is veel beter, door beter tempo en betere cadans danst het stuk meer, accenten passen beter bij de melodie en de instrumenten. Helderder. Solisten zijn ook dik in orde. Tot slot qua YouTube: Sigiswald Kuijken met La Petite Bande. Best goede opname qua instrumenten, zeker deel 3, maar wat een lelijke sopraanpartij daar. Niet in balans met de orgel en hobo. Ook de tenor is niet wat het kon zijn: geaffectueerd. Hoe het niet moet, wat mij betreft (in massaliteit, in gillerigheid, in plompe uitvoering), is dit: Stuttgart Bach Collegium. Gauw vergeten! Ik doe er niet eens een link bij.

Verder heb ik op Spotify nog dit gevonden: een versie van het Arion Baroque Orchestra (zelf even zoeken ;-)) Mening: beetje dof, wel mooier qua ingetogenheid. Niet veelzeggend, eerlijk gezegd.

Over het stuk zelf:

Mooiste deel van BWV 1 is denk ik de tenor-aria (deel 5, Unser Mund und Ton der Saiten) met de twee violen. Mooiste solo-partij is de hobo in deel 3, in combinatie met het orgel.

Meer informatie? Bijvoorbeeld hier en hier.

Flessenhamster

Ik kom regelmatig op deze site, al sinds 2007. Fenomenaal, de gedachte en uitvoering van het bonsaikatje. Daar is dat meisjemet haar zogenaamd zelfgemaakte tas van haar eigen kat (nee, nou niet grof worden, ze mag best tassen van haar eigen kut maken) een doetje bij. Aanstellerij, geen kunst, reldel, gebrekkige jeugd zonder voldoende aandacht. Dat soort dingen.

Op die bonsaikat-site geweest? Ik ben zo zwaar onder de indruk van de ‘bonsaikitten’. Prachtige kunst natuurlijk, omdat niet alleen het idee zo vooruitstrevend is dat (zo heb ik begrepen) mensen meteen bezwaar maakten – het teken bij uitstek dat het hier gaat om goede kunst die zijn tijd ver vooruit is – maar omdat bovendien de inherente schoonheid van hard (glas) tegen zacht (kat) van verre te zien is. Het staat buiten kijf dat zulke sites bijdragen aan de kunst, en zelfs de mens op een hoger plan brengen.

Sterker, ik ben zelf aan het knutselen geslagen. Vanuit mijn werk (ik doe experimenten op kleine dieren als muizen, ratten en konijnen, omdat ik geen grote (wek)flessen heb) heb ik een paar weken geleden een paar nesten hamsters meegenomen. Mijn vader, die tegenwoordig bij mij inwoont nadat hij niet meer voor zichzelf kon zorgen door een combinatie van vasculaire dementie en symptomen van het Korsakov-syndroom, drinkt nog steeds graag zo ongeveer om het half uur een Underberg. Zodoende heb ik een stapel bruine flesjes in huis. Ik heb verder een apparaat op de kop getikt waarmee ik de naakte babyhamsters de fles in kan duwen. Een soort omgekeerde stofzuiger die lucht blaast.

Na enige aanloopmoeilijkheden waarin veel hamstertjes het leven hebben gelaten, heb ik nu enige hamsters in een Underberg-flesje gekregen. Helaas zijn ze allemaal dood, dus ik kan nog niets laten zien dat geslaagd is te noemen. Tenminste, dat er niet te bloedig uit ziet. En een levende hamster in een flesje is zo mogelijk nog moeilijker.

Goede ideeën vragen om verwezenlijking. Jammer dat het nog niet zo ver is. En ik krijg het hamsterbloed niet uit het tapijt. Voor tips voor het ontbloeden van het tapijt: mail me. Misschien een idee: zodanig hamsters bewerken dat de bloedvlekken een mooi patroon maken op het tapijt. Of een bruinrood tapijt kopen. Maar dat is niet artifarti.

© Rick Ruhland 2015