Een doorwaadbare plaats: 1. Schaatsen

In de strenge winter van 1978 / 1979 ging Nederland gebukt onder verraderlijke sneeuwbuien en ijzige temperaturen. De wereld die winter was onaangenaam: soms vroor het overdag 10 graden, en op zekere momenten zoals rond de jaarwisseling en op Valentijnsdag woedden sneeuwstormen die het leven stillegden. Het water in de wateren rond de doorwaadbare plaats was normaal mijn speelkameraad, maar kende nu een verraderlijke twist. Dat besefte ik, jongen van 12, niet.

Op de vele beken, vijvers en plassen rond mijn geboortestad lag een flinke laag ijs. Niet overal even mooi ijs, eigenlijk zelden van dat zwarte ijs waaronder je de vissen zag hangen in het ijskoude water. Nee, er zaten scheuren in de bevroren waterlaag en op veel plekken lag sneeuw opgehoopt, als gevolg van stormachtige sneeuwbuien. Maar dik was dat ijs op veel plekken wel, en zeker op de smalle beken was het goed zwieren. Ik had vanaf het moment dat ik op het ijs kon staan, zowat dagelijks op mijn noren rond mijn geboortestad geschaatst. Vaak op een vijver in de buurt van mijn huis, maar de mooiste herinneringen zijn die van een heldere avond, met een volle maan en heldere sterren die op het witte landschap kaatsten en die de koude winterwereld lieten oplichten en die schaatsen zonder enige kunstverlichting zoals straatlantaarns mogelijk maakte. Beekjes, slootjes rond de stad, niet ver van de Vecht.

Ik had in de weken van die winter vele uren op de schaats doorgebracht. Mijn beenspieren, met name die rond de kuiten en schenen, en de pezen van mijn enkels waren stevig geworden. De koude lucht deed me hoegenaamd weinig, in spijkerbroek, trui en jas, en een sjaal en handschoenen hield ik het makkelijk uren uit in de buitenlucht.

Er was een plek waar ik niet of nauwelijks kwam om te schaatsen: de Wijde Aa. Dat was een grote plas aan de rand van de stad. Een zandafgraving die volgestroomd was. In de zomer goed voor zwem- en vooral surfplezier (zoals ik in de jaren na die extreme winter veel heb gehad op dat zelfde water), maar ’s winters een plaats om van weg te blijven. De plas vroor bijna nooit dicht. Die winter wel, maar elk kind wist dat je daar beter niet kon komen. Dun ijs, onbetrouwbaar ijs.

Sfeerbeeld:

Wijde AA

Toch, ik moest er even kijken. De reden was simpel: ik had alle beken en plassen in de buurt al gehad. En ik had nog niet genoeg van het glijden op millimeter dunne ijzers over centimeter dik ijs. Verder moest ik dan waar ik was geweest. Ik schaatste naar de Wijde Aa op een van de beken die afwaterden op die plas. Februari was half voorbij en die dag dat ik zou merken dat ik een nieuwe ervaring zou krijgen, stond op veel plekken al dooiwater op het ijs. Nergens kraakte het, dus gevaarlijk was het niet. In mijn eentje gleed ik over het ijs, hier en daar met een ijzer in een scheur wegzakkend. Op een of twee keer na ging ik niet onderuit. De kale bomen van het park Aa-landen, zeer creatief vernoemd naar het beekje dat tussen de bomen en oevers stroomt, hingen moedeloos in de waterkoude lucht te wachten op de lente. Het park kwam aan zijn eind toen ik anderhalve kilometer had afgelegd. En daar was de grote plas. Geheel met ijs bedekt, onder een grauwe lucht, onder bewolking die nog meer dooi aankondigde. Ik had nog niet genoeg, ik moest verder. Aan de rand van de plas stonden hier en daar kinderen en volwassen, op het ijs waren niet zoveel mensen. Als er al schaatsers waren, dan dicht bij de oever.

Jeugdige overmoed, dat zal wel geweest zijn. Ik zwierde, ik ging op weg naar het midden van de plas, maar voor ik meer dan 25 meter van de kant was, zakte ik door het ijs. Dit was geen ‘doorschaatsbare’ plaats. Ik schrok niet eens, het ijs opende zich zonder enige geluid en onder mijn jonge benen verscheen een wak. Daaronder was geen plek om te staan, het water ging nog meters verder voor het de bodem aaide. Geen doorwaadbare plaats, alleen maar ijskoud water dat om mijn benen, en niet veel later mij romp sloot. Ik viel met mijn armen en handen op het ijs, maar hield mijn hoofd omhoog. Ik schrok toen pas, pas toen ik 9/10 onder water was. Ik schreeuwde een keer, zonder echt te weten wat ik riep. Mijn benen deden een slag, ik kwam een decimeter uit het water, mijn armen en handen grepen vooruit, maar ook daar voor mij waar mijn handen grepen, daar brokkelde het ijs af. Na vier of vijf van die pogingen werd ik moe. Toen hoorde ik een stem. Van een engel. Op de wal stond een vrouw van rond de 35, en misschien ouder en misschien jonger, maar hier laat mijn eigen breincomputer mij in de steek. Zij riep mij dat ik het touw dat ze op het ijs had gegooid (het touw van een surfplank, zag ik later) moest grijpen. Ik greep en beetje bij beetje kwam ik naar de kant. Binnen luttele seconden was ik in haar huis, dat aan de plas grensde. Ze zette me onder de warme douche en liet me op temperatuur komen.

Niet alles in het leven is een doorwaadbare plaats. Ook in het brein niet. Je kunt herinneringen oproepen die je van a naar b of c brengen, maar soms heb je alleen plek a, en daar houdt de herinnering op. Wat er verder die onfortuinlijke middag op en vooral door het ijs is gebeurd, het is weg. Een plek a zonder een duidelijk plek b. Feit is: ik werd gered. Het water heeft me niet omsloten. Ik kwam weer aan bij de wal. Ik vermoed dat ik het verhaal van Mozes bij de Rode zee, hoe weinig gelovig ik ook ben, niet alleen mooi vind om de menselijke fantasie, illusie, zinsbedrog, ja, waan zelfs, maar ook omdat ik waters nooit bedreigend heb gevonden. Er valt altijd wel een plek te vinden waar je er door kunt. Niet alleen als metafoor, maar ook als werkelijkheid. Wie wil kan altijd de overkant, de wal bereiken, zelfs als je door het ijs zakt.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Een doorwaadbare plaats: introductie

In de afgelopen manische herfst en winter begon ik aan een project met de titel Een doorwaadbare plaats. Doel was het schrijven van een reeks verhalen over die plaats; de plek waar ik geboren en opgegroeid ben. 36 verhalen over de eerste 18 jaren van mijn leven. Die zouden op hun eigen plek op internet komen. Na verloop van een aantal verhalen, die ik in de loop van de winter daar had gepost, merkte ik: dit is het niet. Dit staat teveel los van mijn andere verhalen.

Ik heb dat weblog verwijderd. Het zinde me niet dat ik op andere plekken teksten schreef die van mij zijn.  Ik vroeg me daarbij af waarom ik in eerste instantie een aparte plek voor die verhalen wilde. Ik denk het te weten. Die verhalen zijn autobiografischer dan al de andere schrijfsels hier in mijn blog. En hoewel ik mijn eigen geschiedenis niet oninteressant vind, is mijn blog vooral een blog van fictie. Van verzinsels en verdichtingen. En daar hoorden die verhalen van Een doorwaadbare plaats niet bij. Dacht ik. Tot ik die verhalen eens goed ging lezen, en ik besefte: er zit meer fictie in die verhalen dan ik in eerste instantie dacht. En daarmee voldoen die verhalen aan een van mijn uitgangspunten van het leven: fictie is de reden waarom het leven meer is dan overleven. Fictie is de reden van schrijven. Anders gezegd: van alles wat ik zeg of schrijf is 80% onwaar en onzin en bedacht, en 20 % is dat niet.

Vanaf deze week, en met grote onregelmaat, publiceer ik verhalen van de cyclus Een doorwaadbare plaats. Ik ben halverwege qua schrijven: ik heb 18 verhalen zo goed als klaar. Een kanttekening: deze verhalen zijn een stuk persoonlijker dan andere verhalen. Maar zijn ze waar? Ze zijn vooral herinneringen. Die bestaan meestal en grotendeels uit leugens.

© Rick Ruhland 2018

Ik ga zelden op vakantie

Vakantie. Daar zit het woord vakant (vacant) in. Leeg, onbezet. Als weggaan van huis nou eigenlijk iets nooit is voor mij, dan is het wel vakantie. Bij dat woord stel ik mij een periode van niets doen voor. Ledigheid als doel. Ik ben in mijn hele leven misschien een of twee keer op vakantie geweest. Vakantie is niets voor mij. Ik wil juist andere dingen zien, mijn geest vullen met beelden en ervaringen en geuren en smaken die ik thuis niet heb. Indrukken waarmee ik de gure herfst en koude winter doorkom.

Als ik weg ga van huis en naar een andere plek ga, dan ga ik reizen. Vandaag besefte ik voor het eerst wat het woord ‘reizen’ betekent. Rei heeft de betekenis van begroeting en van koor. Zen is (vrij vertaald) bevrijd worden door meditatie.

Dat is mijn Zenzicht (een meditatief inzicht) van vandaag: reizen is een ‘koor en begroeting die mijn leven door meditatie bevrijden en verrijken’.

Ik kan gaan reizen morgen. Ik ga reizen morgen.

© Rick Ruhland 2018

 

Praktische oplossingen 3

Afgelopen week waren de koffiefilters op, maar met een paar blaadjes wc-papier over elkaar was het probleem opgelost. Bijkomend voordeel was dat, nadat de koffie was geschonken en nadat de velletjes gedroogd waren, die blaadjes alsnog voor het afvegen van de billen konden worden gebruikt, in het voorbijgaan de anus een koffiegeur gevend.

© Rick Ruhland 2018

Vraag op vrijdag: doe geen relatietest

Heb zelf nog nooit een ingevuld. Maar ze bestaan. Relatietesten. Zoek maar eens op internet. Ook al zoek je niet omdat je jezelf wilt testen.

Mijn vraag van de dag is eigenlijk ook een stelling, een hypothese. Die luidt: als je een test doet naar de staat van je huwelijk, zet je dan al niet vraagtekens bij je partner, staat je relatie dan al niet op springen of waarschijnlijker, is je huwelijk of andere vorm van samenzijn dan eigenlijk al ten einde?

Ik zeg: ja. Je doet zoiets niet als het goed gaat met je huwelijk. Dan denk je daar niet eens aan. Nee, een test naar je huwelijk is vragen om bevestiging van de teloorgang van je huwelijk. Of welke relatievorm ook.

Terzijde: ik heb nog nooit een IQ test gedaan.

© Rick Ruhland 2015

Ergernis van de dag: natte anus

Dat je op de wc wit en dat het een oneindigheid duurt voor die keutel eindelijk de sluitspier doorkomt, en dat die in het water plonst, zodat water tegen je anus spettert, en dat je dan wilt afvegen en het toiletpapier nat wordt en je vingers er door heen gaan en in je anus drukken.

© Rick Ruhland 2015

Fun Friday: scheerapparaat 2.0

Goed nieuws voor natscheerders: Gilette, Wilkinson, Philips en Braun slaan de handen ineen. Vanaf 2016 brengen zij nieuwe scheerapparaten op de markt: een met 10 mesjes en voor zware baarden een versie met 25 mesjes.

Maar dat is nog niet alles. De nieuwe scheermessen zijn zo breed als smartphone. Om die reden zijn de scheermesfabrikanten in gesprek de grote spelers op het gebied van mobiele telefonie om deze nieuwe apparaten van een plakstrip te voorzien zodat het scheermes achter op een smartphone kan worden geplakt (de lijm in kwestie is nog een probleem, maar gekeken wordt of de lijm van post-its kan worden gebruikt).

Er wordt ook gewerkt aan een app die aangeeft hoe bot de mesjes zijn geworden na verloop van tijd. Via de camera kan de app zien of je wel glad genoeg bent of dat je bepaalde plekken bent vergeten waarna je ook meteen een bestelling voor nieuwe mesjes kunt plaatsen. Zeker is al wel dat drie speciale scheerapparaten in de markt worden gezet met mesjes die respectievelijk van goud, zilver en brons zijn. Op speciaal verzoek en voor wie verder alles al heeft wat zijn ietepetieterige hartje begeert, kan een set glazen messen meegeleverd worden; in het glas zijn zijn dan je initialen geëtst die zijn ingelegd met roze diamanten.

© Rick Ruhland 2015