Partij voor planten XI

Gisteren kreeg ik een pamflet opgestuurd van de Partij voor planten. Ergens benauwt mij dit pamflet gigantisch. En, zo schreef de partij, er zou nog meer komen. Wat stond er in het pamflet? Dit:

“Als gevolg van de overwinning van de Nederlandse democratie, speelt het exotenvraagstuk een grote rol voor degenen die nog nooit nagedacht over de oplossing van dat vraagstuk. Dus moet uitgelegd waarom nog gevochten moet worden om het vraagstuk op te lossen. Iedereen heeft gezien dat de huidige situatie onhoudbaar is. Het toestaan van vrije ontwikkeling en gelijkheid voor de uitheemse planten heeft geleid tot een “onvrije” situatie van uitgebuite concurrentie, en een overhandiging van belangrijke posities binnen het inheemse begroeiing met die van een vreemde soort. Het resultaat is dat iedereen die denkt over deze vraag zoekt naar een oplossing. Iedereen heeft een voorstel op zijn bureau, die een meer of minder gunstige reactie in discussies krijgt. Het was te verwachten.

Maar de oplossing voor zo’n belangrijk probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt verondersteld. De wettelijke maatregelen die zojuist door de overheid zijn uitgegeven zijn reinigende acties die handig inspelen op oorlogsverklaring van gifplanten. We moeten primair wetten en misschien zelfs een nieuwe grondwet maken die een richting geeft waarin wij inheemse willen bewegen. Men moet de betekenis van zulke wetten niet onderschatten. Het hele volk zal moeten worden onderricht in de extremistische vraag en iedereen moet gaan begrijpen dat onze oergewassen een gemeenschap van zuivere zuurstof en chlorofyl vormen. Voor de eerste keer zullen alle kruiden en onkruiden die hier thuishoren worden bereikt door ons ethisch-praktische denken. We moeten ons niet richten zijn op de theologische en theoretische oplossingen voor de exotenkwestie, maar eerder op een echte oplossing. Toch kunnen we niet zonder tijdelijke maatregelen, omdat voor een definitieve oplossing voor de kwestie de tijd nog niet rijp is. We hebben wel de wetten in de maak die wijzen op de goede richting en die ruimte laten voor eventuele toekomstige ontwikkelingen.

Het zou echter te vroeg zijn om voor de publieke discussie plannen uit te werken. Wel kunnen we voorzichtig voorstellen doen om meer te doen dan op dit moment wordt gedaan. Daarvoor moet een aantal principes worden aangelegd, zodat de plannen kunnen rijpen en fouten worden vermeden. Fundamenteel moet men beslissen om al dan niet de exoten (van elke afkomst) organisatorisch samen brengen. Veel plannen tot nu toe aangekondigde voorstellen om exoten samen te brengen in een federatie, zodat ze in de gaten kunnen worden gehouden en beïnvloed. Al deze voorstellen zijn fundamenteel fout. Als we een federatie zouden vestigen, onder een soort van hoofdexoot of in een soort van federatie of andere onschuldig ogende structuur, dan zouden exoten een eeuwigdurend, juridisch anker in Nederland hebben. Dan hebben ze een manier om hun wensen te presenteren, een tool voor hun doelen, een legale manier om geheime verbindingen te beveiligen. En men zou op zijn minst de indruk dat men te maken had met een nationale minderheid die kunnen zoeken, en zou vinden, ondersteuning buiten ons land te geven. Zelfs niet de oppervlakkige schijn van een ondersteuning aan het exotenminderheid is goed, omdat een dergelijke houding ten opzichte van het exotenvraagstuk politiek gezien krankzinnig zou zijn en de binnenlandse maatregelen zou beschamen, zeker als het vraagstuk met bijbehorend buitenlands beleid vragen zou oproepen.

Alle voorstellen die een permanente aanwezigheid, een permanente regeling van de exoten in Nederland als onderwerp hebben, lossen de uitheemse kwestie niet op. Met zo’n regeling zullen we niet de exoten uit Nederland elimineren. En dat is wat we willen doen. Minder, minder, minder. Exoten benutten en misbruiken altijd hun gastheer en de volkeren waar zij onder schuilen. Ze zijn een constante bron van de open, destructieve vlam van het haatdragende bloemen, en blijven dat ook op eenvoudige wijze, waardoor ze herhaaldelijk opnieuw de tegenstellingen aanwakkeren. Dat leidt tot onzekerheid als gevolg van onenigheid binnen de Nederlandse begroeiing en die is een gevaar voor de stam van het Nederlandse plantensoorten. Laat ons zo’n denken bezweren, voor altijd, want het is een slecht denken met kwade bedoelingen. Om samen te vatten: de staat kan en moet zich richten op systematische eliminatie, dus op emigratie. Elke organisatorische medewerking van exoten zullen voer voor de gevaarlijke, subversieve agitatoren (dat is ook gebeurd met dierensoorten als de tijgermug en de Amerikaanse rivierkreeft) zijn die geen tekenen van samenzweerderige activiteiten laten zien.

Als we plannen ondersteunen om een internationale oplossing te creëren door de oprichting van een thuisland voor de exoten. Dan zullen we in staat zijn om het exotenvraagstuk niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de hele wereld op te lossen. De hele wereld heeft belang bij een dergelijke oplossing, op het elimineren van deze bron van wanorde. We moeten duidelijk vaststellen dat, misschien, dat de uitheemsen in staat zal zijn om een natie, een volk geworden. Als we dit regelen, zullen we nieuwe fundamenten voor een dergelijke regeling te creëren. Verstrooiing van de uitheemsen naar de vier windstreken is niet de oplossing van de kwestie, maar maakt het nog erger. Een systematisch programma van afwikkeling is daarom de beste oplossing. Plannen en programma’s moeten een doel naar de toekomst te hebben. Zij mogen niet worden alleen gericht op een tijdelijk vervelende situatie. Een betere toekomst vraagt om een systematische oplossing van het vraagstuk van de exoten. We moeten ons staat achten een wereld op te bouwen zonder deze haatdragende planten. Ze kunnen alleen dubbelstatige vreemdelingen onder ons zijn, met geen wettelijke, permanente status. Alleen zo zal de legendarische maar verdringende exoten worden gedwongen tot het opnemen van zijn wandelstok, met medeneming van zijn wortels. Wij moeten voorkomen dat die stok wordt omgezet in bijlen en speren.”

Ik vrees voor escalatie.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Partij voor planten X

Holymoly! Dat was een straffe, angstaanjagende email die ik kreeg. Waar ik het idee van een referendum vandaan haalde. Hoe ik dat durfde te noemen. Alsof iedereen maar even mee mocht denken met de grote keuzes van de overheid.

Die laatste opmerking, die was nieuw. ‘De grote keuzes van de overheid.’ GW en consorten hebben tot nu part noch deel aan de overheid. Ze waren en zijn vooral stemmingmakers. Van grote zaken als steekhoudend beleid uitdenken en daar vervolgens op aansturen, met behoorlijk bestuur, hebben deze groene gasten geen graskaas gegeten. Los daarvan: deze collectie inheemse planten is niet de overheid, hoewel ik op een website van de GW-aanhangers zag staan: L’etat c’est moi.

De mail was overigens buitengewoon selectief. Niet verwonderlijk overigens, gegeven de mentale dispositie waarin GW en zijn aanhangers verkeren. Hun opmerkingen draaiden uiteindelijk om maar een vraag: wie zijn de zaaddragende planten en wie de haatdragende planten? Nou wil ik niet meteen zout in wonden en olie op vuur gooien, maar ik vroeg me wel af (en die vraag heb ik ook gesteld in mijn laatste gestuurde email) of die twee soorten planten echt verschillend zijn?

Enfin, in de laatste email van GW sprak hij over boomkap als eerste methode om de exoten – de haatdragende planten volgens hem – de nek om te draaien. Ook een weg die te bewandelen is, volgens hem, is genetische manipulatie: zorgen dat planten die hier niet thuis horen, zich niet kunnen voortplanten. Eigen planten eerst, aldus GW. Die zijn edel, en moeten edeler worden. Ik vroeg me toen wel af of het ok is als als de inheemse planten worden veredeld. Want zo schreef ik, niet elke plant is nou een pacht van een exemplaar. Jaren geleden heb ik een wildgroei aan berenklauw proberen in te dammen en en bij het uitrukken van de planten kreeg ik een fototoxische reactie op mijn hele lichaam. Ik zal het nog maar eens vragen, binnenkort: is dat normaal? Dat ik dat onkruid, want dat is berenklauw, uitroei, en dat ik dan de blaren op mijn handen heb?

Ik heb een voorstel gedaan. Ik heb de Partij voor Planten gevraagd of het mogelijk is een definitie te geven van bedreigde soorten, en niet alleen door stemmingmakerij te brabbelen over bedreigde soorten. En ook: hoe komt het dat die soorten gingen met uitsterven zijn bedreigd? Komt dat ook door de vloedgolf aan exoten? Of hebben we lang geleden die vloedgolf zelf in werking gesteld en wil de PvP nu van die exoten af, ook al hebben ze in de jaren 60 van de vorige eeuw zelf die exoten gehaald. Omdat de samenleving wel eens wat anders wilde. En dat daardoor de soorten die hier wat langer waren (en heus niet al millennia lang) in de verdrukking kwamen, ook al omdat ze zich niet solidair met uitheemse planten toonden.

De vraag over exoten heb ik nog niet gesteld (ik bedoel: in een email, wel hier). Doe ik een andere keer.

Ik heb trouwens wel een klein steekje onder water gegeven. Volgens de PvP worden we bedreigd in ons bestaan. Ik heb een oplossing gegeven, namelijk dit artikel van een hoogleraar nog wel. Niet het soort mensen of planten waar de PvP veel mee omgaat, vermoed ik, gezien de vele spelfouten in de emails en op sociale media, maar ik denk dat dat het goed was om dit artikel te delen met GW en aanhangers. Het gaat over het verplaatsen van bedreigde soorten naar geheel nieuwe gebieden.

Een deel van mijn opmerkingen aan het adres van de PvP is niet eens bedoeld als cynisme, maar meer een verheldering van haar standpunten. Ik wacht weer af…

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten IX

Oei, dat was niet de bedoeling. Toen ik de vorige keer had geschreven over andere vruchten dan appels en peren, had ik binnen geen tijd een mailbox vol met mail. Haatmail vooral. Hoe ik op het onzalige idee, en zelfs gevaarlijke idee, kwam om een papaja te eten. Ik kan daar nu natuurlijk niet op reageren op een zodanige wijze dat die GW-aanhangers en GW zelf snappen wat er zo lekker is aan een papaja. Of kiwi. Of ananas. Zij vinden bij voorbaat een vrucht van vreemde bodem verdacht. Die hoort hier niet. Of iemand als ik dan wel met zulk fruit mag omgaan, was een vraag die bij mij opkwam.

Ik heb dat ook gevraagd in een mail terug. Want is het idee van het leven niet dat we vooral genieten? Dat we met elkaar mooie momenten proberen te hebben. Dat we een vruchtbaar bestaan hebben. Dat we er iets van maken. En ook: planten zijn er voor hun eigen genot, maar het is natuurlijk ook zo dat de ene plant niet perse beter is dan de ander. In diezelfde mail vroeg ik me af of sommige planten nuttiger zijn dan andere.

Nou, dat heb ik geweten. Ik moest worden opgesloten in een concentratiekamp, zei de een in een mail. Opblazen die gast, stond op een forum.

Het erge en enge: bijna iedereen in die mails en op internetfora vindt dat de opperplanten zijzelf zijn. Niemand steekt de hand in eigen boezem, of de meeldraad in eigen bloemblad, en durft te stellen dat er onder de oorspronkelijke planten, de aanhangers van GW, wel erg veel klaplopers en poepverkopers rondzwalken. De wat slimmere planten, die net als GW ternauwernood hoger administratief fauna-onderwijs (HAFO) hebben genoten, spreken zelfs van faunavervalsing. Het is me wat.

Het is natuurlijk blabla van de bovenste plank. Want wie bepaalt wat exoot is en wat niet? Alles wat hier al lang groeit? De familie van GW kwam ook pas 148 jaar geleden naar Nederland, dus dat is recent. Wat is recent? Wanneer is iemand wel een exoot en wanneer niet? Wie heeft wel het recht op de blanke toppen van Neerlands duinen te groeien? Volgens de stamboom is GW dus eigenlijk geen natuurlijke bewoner van onze velden en bossen. Eng wordt het wanneer een enkeling vindt dat we met DNA aan de slag moeten gaan als een plant moet worden buitengesloten. Alsof je daarmee iemand ontzegt dat hij mag groeien en bloeien. Dat neigt naar eugenetica. En dan heb je een probleem bij mij, als plant van Duitsen bloed. Want ik heb geleerd van de plantengeschiedenis van mijn volk. Nie wieder.

Ik heb er een nacht over geslapen. In mijn nachtmerries vol triffid-achtige schepsels hoorde ik steeds weer mijn eigen vraag: wat doe je met die planten, fruit of groente, die van oudsher overal groeien?

In die zelfde nachtmerries riep iemand: REFERENDERUM! Ik denk dat ze bedoelde referendum, maar het was een van die hafisten die dat riep. Een ander schermde ermee dat zelfs de grote Kruis van Bessenbroek had gesteld dat een plant van vreemde bodem niet op onze constitutie moest worden geënt. Badend in het zweet werd ik wakker nadat in de laatste nachtmerrie miljoenen planten hun rechtertak gestrekt omhoog staken.

Ik heb het GW maar meer voorgelegd. Moeten we dus alles afwijzen wat niet van oorsprong hier voorkomt?

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten VIII

Zonder medeweten van GW heb ik nagedacht over de plantenpartij. Dat was niet helemaal zonder aanleiding. Ik had voor lunch een papaja in huis gehaald en die smaakte zo verheven, zo goddelijk dat ik kwijlde. Terwijl ik die vrucht verorberde en de woonkamer zich vulde met de zoete geuren van het fruit, hoorde ik op de radio een man praten over ‘eigen fruit eerst’. Ik keek naar de papaja en dacht: het kan toch niet zo zijn dat iemand van mening is dat je zo’n heerlijke, bijna geile vrucht niet mag eten.

Ik ben daarom in het partijprogramma van GW gedoken. Daar staat onomwonden dat je appels en peren wel mag eten, maar alle fruit dat niet van Hollandsche bodem is, moet worden geweigerd. Sterker, er staat dat appels en peren niet met ander fruit vergeleken mag worden. De vraag of het in orde is als je graag fruit eet dat normaal hier niet groeit, is dus te beantwoorden. Nee. Volgens het manifest van GW.

Maar ik ging nadenken, zoals ik dat vaak doe. Niet alleen omdat ik dat kan, maar omdat het moet. En ik stelde dat ik in de loop van mijn leven over de hele wereld geweest (oké, nog niet in Mongolië, maar dat komt nog wel) en de meest exotische vruchten heb gegeten. En daar genoot ik intens van. Ik weet dus dat er ander fruit in de wereld is. Wat als ik nou zin heb in een banaan of een ananas? Mag ik die wel importeren? Mag ik overigens wel een aardappel of een tomaat eten? Die komen van oorsprong ook niet hier vandaan.

Bovendien, als we alleen mogen eten wat hier van oorsprong groeide, dan eten we alleen beukenschors en raapstelen en suikerbieten. Voor een saaie lul is dat misschien prima, maar voor mij, met mijn rode schoenen, gele broek en groene overhemd is dat onverteerbaar.

Ik las het manifest van GW verder, en raakte verzeild in de paragraaf over opzichtige planten. Dat zijn die planten die niets anders doen dan opzichtig zijn. Het is volslagen duidelijk, aldus GW, dat deze niet op het Hollandse balkon thuis horen. Sterker, zo heb ik in een intern memorandum gelezen: ‘Deze planten die wortel en stok uitgeroeid te worden.’

Meteen maar weer een mail gestuurd en gevraagd hoe je nou bepaalt wie er echt bij de Nederlandsche grond horen, dus welke planten hier thuis horen, en wie een exoot is, een binnendringer. Wie weet heeft GW daarop een goed antwoord.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor Planten VII

Sinds 2007 houd ik op mijn weblog bij hoe het met de Partij voor planten is gesteld. Ik heb al een tijd niets meer geschreven over deze partij, voor een deel omdat ik aandacht geven aan politieke plantenpartijen niet kosjer vind. Alleen als partijen en politici zichzelf te grazen nemen, zoals recentelijk een frauderende Vermeend of een liegende Zijlstra, dan ben ik er als de kippen bij dat te grazen nemen uit te vergroten.

Qua Partij van Planten was er weinig nieuws. Links en rechts wordt deze partij voorbij gestreefd door nog gekkere mannetjes, dus nou moet het opperhoofd Goor fratsen uithalen. Wel, de eerstvolgende frats is er, dames en heren. Want:

De enquête is er!

Eindelijk is het duidelijk wat GW zijn – wat hij noemt – achterban heeft gevraagd. Hij wil me niet de hele enquête geven, en hij wil ook niet alle gegevens geven zoals het aantal planten dat deelnam, of wat de afwijkende meningen waren. Het lijkt er toch op te wijzen dat een plant als GW het best gedijt op droge aarde met een hoge zuurgraad.

Wat hij me wel wilde vertellen, waren vooral getallen. Hij heeft bij benadering 10 procent van alle planten geïnterviewd. Dat is volgens hem representatief. Die zijn allemaal eens met wat hij wil. Ik heb hem die middag over die cijfers gemaild. Hij zei dat hij wilde chatten via MSN. Ik zei ok, en de volgende dag zat ik een uur met hem te chatten.

Ik had natuurlijk, als wetenschapper die voor alles openstaat, vragen over zijn getallen, de planten die meededen zijn vragen, en zijn conclusies. Ik vroeg hem hoe hij die planten had gevonden die aan zijn enquête hadden meegedaan. Die hadden contact gezocht met hem. Dus, zei ik, dat zijn meer dan waarschijnlijk planten die achter jouw denkbeelden staan. Ging hij niet op in. Wel zei hij triomfantelijk dat iedereen die hem een reactie had gestuurd, achter zijn ideeën stond. En dat hij dus het gelijk aan zijn zijde had. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat iedereen die aan de enquête deelnam, met hem was, maar ook dat de overige 90 procent niet gehoord was en misschien wel tegen hem en medegewassen was. Daarop vloekte hij een paar keer en daarna was hij een kwartier offline.

Ik ben gaan koffiezetten en speelde een spelletje op mijn computer tot ik een ping-geluid hoorde en GW weer online bleek. Ik stelde hem de vraag of de planten wisten waarom hij zijn enquête deed, en wat hij er mee wilde. Nee, zei hij, je kunt planten het beste in onwetendheid houden. Is dat dan wel fair? Ach, zo zei GW, ik kan ze alsnog wel vertellen wat ik er mee wil doen, maar dat kan ik zo veranderen. Ik ben immers de opperplant.

Welk programma heb je ze voorgelegd, en welke vragen had je dan? Hup, weer een kwartier offline. Hij kwam sterk terug de opmerking dat hij verkeerde vragen kan stellen. Dus zonder meer verkeerde conclusies trekken, maar dat mocht ik dan weer niet zeggen.

Hij ging weer offline. Het is ook niet gek. GW heeft nauwelijks scholing, dus trekt hij al snel verkeerde conclusies op basis van te weinig gegevens. Ik probeerde dat mijn buren ook uit te leggen. Maar die hebben ook weinig scholing. GW wil alles doen zonder anderen. Quote: ‘Nee, ik wil niet mijn zin doordrijven, ik weet gewoon wat goed is. En anderen snappen gewoon niet dat ik het gelijk geheel en al aan mijn zijde heb.’

En al die anderen die niet meededen aan de enquête, vroeg ik. En kun je niet hebben dat er andere planten zijn, die geen zure grond nodig hebben, maar op zandgrond leven, of in een moeras.

Hij is sindsdien weer onbereikbaar. Chatten is ook al niet zijn sterke kant. Ik wacht weer tot hij zich meldt.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten V

 

De enquête onder de inheemse planten, die GW
 heeft afgenomen, schijnt inmiddels in samengevatte vorm bekend te zijn, maar
 niemand weet wat er nou uit is gerold. Ik hoor geruchten in de plantenwereld
 over dat het een schande is, en een aanfluiting voor elke plantensoort. Het
 stomme is: niemand heeft de enquête-uitkomst tot nu toe gezien. Er wordt zelfs 
gefluisterd dat GW schermt met de uitkomsten, maar die helemaal niet heeft. Ik
ben er bij toeval en via via wel achter gekomen dat in het blaadje van ene
 Groezelige Scheurbek flink wordt gehamerd op meer van dit soort enquêtes. En
 dat actie moet worden ondernomen. Weet niet of Groezelige Scheurbek een
 schuilnaam is, ik heb in boeken over planten en op internet niets kunnen vinden 
over een soort met die naam. Duidelijk is wel dat het blaadje door de
 groezeligheid tweedehands lijkt. Als een pornoblaadje met vlekken en waterige 
kringen. GS is ook nog niet zo lang op de markt, dus het moet zich nog 
ontwikkelen. Dat blijkt ook wel uit de kleine blaadjes.

Hoewel ik op zich niet eens tegen enquêtes ben, 
is schermen met iets dat niet openbaar is van ‘den simpele’. Stemmingmakerij 
ook. Het stomme is ook: iedereen die volgens GS is geïnterviewd staat achter de 
wil en wet van GW. Niet zo verwonderlijk als de enquête van GW alleen maar 
onder inheemse planten is afgenomen. Ondertussen, ook in het bevlekte
GS-blaadje, is de mening steeds hetzelfde: Uitheemse planten moeten geruimd
 worden. Hakken met die bijlen, platbranden, doodspuiten met ddt, alles is geoorloofd.
 Terwijl de geschiedenis van de plant er toch op wijst dat verscheidenheid tot 
overleving leidt, en uniformiteit tot ondergang. En bovendien: inheemse planten
 vaak geen planten die tot de verbeelding spreken. Kijk nou naar GW: een te 
grote bloemknop met verbleekte bloembladeren, boven een uitgemergelde steel.

Ik wil de enquête graag zien, maar dat wil GW
 blijkbaar niet. Het is wel een beetje vaag, wat hij doet. Een van de eerste
 opmerkingen die hij me ooit mailde, was: ‘Je moet de wereld niet overlaten aan 
planten met een one-track-mind.’ Hoe waar. Maar GW heeft niet door dat die
 opmerking zeker en vooral ook op hem slaat. Juist door hem raakt de wereld vervuild van haat
 en weerzin tegen alles dat kleurrijk is. Bij eerdere momenten bleek al dat
planten als hij en zijn kornuiten niet uitgaan van het positieve. Maar erger: 
door te benadrukken dat je je maar om één ding zorgen maakt, namelijk de 
kleurrijke bloemen en planten te weren die bloemenwinkels overspoelen, krijg je
 last van tunnelvisie. Wat ik ook niet helemaal snap: waar zijn angst uit
bestaat. Wat wil hij verdedigen? De hei van Drenthe? En wat weet hij nou
 eigenlijk van alles buiten zijn blikveld? Van mij bijvoorbeeld? Ben ik nou wel 
of niet een goede Nederlander die alleen van inheemse planten houdt? En waar
houdt het inheemse op? Bij de grenzen met België en Duitsland? Of pas bij 
Frankrijk? Spanje? Polen? Daar heeft hij vast nog niet over nagedacht.

Het is nu eerst wachten op de enquête. Oordelen 
over wat er niet is, of oordelen over iets dat wordt aangenomen, heeft ook in
 de plantenwereld tot veel ellende geleid. Niet doen, dus.

© Rick Ruhland 2015

Partij voor Planten IV

 

Het was een paar maanden merkwaardig stil aan het plantenfront. Al een week of zelfs maand of wat. Heb een paar een keer mail gestuurd naar de groep onder leiding van een plant met de (schuil?)naam Goor Waskruid. Kreeg vandaag een mail terug van de zelfbenoemde (partij?)voorzitter gekregen.

Ik dacht eerst dat hij een cactus met lange stekels en korte wortels was, maar zo schreef de man of vrouw (het geslacht is me niet duidelijk): z/hij heeft slappe bladeren in de kleur ‘week groen’. GW wilde verder zijn of haar origine niet prijs geven, en ik weet ook niet of planten namen geven aan zichzelf of aan anderen. In de mail staat dat de radio- en mediastilte niet zomaar is. “We zijn bezig met een enquête onder de leden. We zijn een democratische partij, en we doen wat de leden willen. En jij, Rick, bent onze spreekbuis. Ik ben de leider, maar jij geeft ons een stem.”

Ik zie dat niet zo. Ik vind het belangrijk dat stemmen gehoord worden in onze en eigenlijk elke maatschappij. Wat je ook te zeggen hebt, het moet gezegd worden. Absolute vrijheid van meningsuiting. Voeg er wel fatsoen en respect aan toe. Met die twee woorden gaan velen aan de haal om te laten zien dat ze het echt goed bedoelen; dat is echter maar zelden het geval omdat de meesten dat tweetal ‘fatsoen en respect’ in de mond nemen om daarna ongebreideld en onbeschoft mensen af te maken. Met woorden, dat dan weer wel. Ik heb daar een schijthekel aan. Dat kan zo ver gaan dat mijn sympathie voor iemand omslaat in weerzin, ook al ben ik het hartgrondig met die persoon eens.

[En terwijl ik dit schrijf krijg ik weer een email…]

Waar GW het ook al mis heeft: ik ben niet zijn spreekbuis (ik weet nu dat hij een hij is, want hij heeft het over pissen in het urinoir; een vrouw denkt daar niet aan). Zeker niet als iemand dat tegen mij zegt, of mij opdraagt. Daar gaat het altijd mis: als mensen andere zeggen dat iemand moet volgen, ontstaat de grootste ellende. Politieke, religieuze, economische en andere ideologieën die enkel tot waanzin leiden. Goor Waskrijt heeft me eerder eens gezegd dat hij en zijn volgelingen (ik dacht alle planten gelijk waren, of minstens gelijkgezind, maar sommigen zijn dus gelijker dan anderen) streven naar een brede, Europese stroming. Maar dan niet waarbij andere Europeanen de dienst gaan uitmaken in de florawereld van Nederland.

Maar, zo vervolgt hij, ‘wel vanuit mijn grote ideeën en mijn standpunten. Laten we niet vergeten, zo schrijft hij, ik en mijn volgers zijn toch goed voor minstens 6 % van alle planten. En dan tel ik alle zwijgende sympathisanten nog niet eens mee’. Hij gaat verder met zijn verbale waterval – zonder enige alinea-indeling, waardoor de tekst als een blok letters op het scherm staat en nauwelijks duidelijk is waar de ene zin begint en de andere eindigt, ook al omdat deze plant nou niet echt van interpunctie heeft gehoord – dat de Nederlandse plant meer voorop moet staan in de natuur van Nederland. Wat hij me niet duidelijk maakt, is waarom hij dat allemaal wil. Dat weren van planten. Zijn sommige planten nuttiger? Beter? Mooier? Ik heb die vraag en veel meer aan hem gesteld in een mail terug. Zodra ik weer iets hoor, meld ik me weer.

© Rick Ruhland 2015

Partij voor Planten III

Eerder deze week zat een soort dreigbrief bij de post, met daarin – wat mij leek – een pakket aan eisen. De brief was niet ondertekend, maar had onderaan de brief een druppel hars met enig stuifmeel. Ik moest de lijst publiceren, en dan zou ik daarna nieuwe aanwijzingen krijgen. Geen idee waarvoor, maar ik draag planten een warm hart toe, en niet uit sentimentele, vegetarische redenen.

De lijst hieronder zijn volgens de – immer nog – anonieme plant het actieplan met onder andere de rechten van planten waar meer aandacht voor moet komen. Om het gevaar te ontlopen door planten aangevallen te worden, publiceer ik hier, zij het onder enig protest, de lijst:

  • Verbetering plantenwelzijn en plantenhouderij
  • Pijnloos doden van planten in de plantenhouderij
  • Bestrijding plantenziekten
  • Verbod op houden van bepaalde productieplanten
  • Overheidssteun voor een meer plantvriendelijke plantenhouderij
  • Plantwekerijen
  • Overbeplanting
  • Vermaling van planten voor elektriciteitscentrale
  • Plantproeven en proefplantonderzoek
  • Welzijn van proefplanten
  • Biotechnologie en plantveredeling
  • Plantenmishandeling en verwaarlozing in de planthandel
  • Kweken van allochtone planten
  • Regeling agressieve planten
  • Opvang van gezelschapsplanten
  • Rechten van niet-gedomesticeerde plantsoorten
  • Plantentuinen
  • Sport (waaronder seks) met planten
  • Recreatief plantenspellen
  • Evenementen en mediaopnamen met planten in de hoofd- of bijrol
  • Jacht op loslopende planten
  • Doden van in het wild levende planten
  • Verjagen en doden van planten
  • Plantpopulatiebeheer
  • Handhaving Florawet
  • Stadsplanten
  • Illegale handel in zeldzame of bedreigde planten
  • Zeeplantenjacht

Ik zou nog meer te horen krijgen. Ik zal wel zien. Geen idee waarom ik de brief kreeg. Omdat ik het wel eens opneem voor een plant?

© Rick Ruhland 2015

Partij voor planten II

Na gespannen wachten op reacties – en niet alleen reacties op mijn weblog en andere kanalen, maar ook na ellenlange gesprekken met vreemden in de trein of in de winkel – blijkt dat niemand zich wil aansluiten bij de Partij voor Planten, de PvP. Vreemd. We doen in deze maatschappij, met de zwijgende meerderheid voorop, als gakkende ganzen onze stinkende best niet-blanke en niet-christelijk-joodse variaties op de homo sapiens weg te gummen, weg te werken, of toch minstens op de laagste plaats van onze VOC-maatschappij neer te zetten, maar zodra het op planten aan komt, zijn we nazi’s. Precies, u hoorde het goed. Mijn voorouders! En dat terwijl er zoveel onrecht is in de vegetetatieve, vegetarische, veganistische, veterinaire, … plantenwereld

En dat terwijl de Partij voor Planten in luttele jaren flink aan de weg heeft getimmerd. En heus, de adhesiebetuigingen waren niet van de lucht. Nog nooit zoveel gehad. Veel minder  dan tijdens en na mijn klim naar de top van de K2, waar ik op zoek ging naar het Blauwe Poolgras en dat ook vond. Blauw Poolgras bleek uiteindelijk alleen daar nog te vinden, en voor die ontdekking heb ik nooit de credits gekregen die mij toekomen.

Maar
 ondanks de vele reacties op het initiatief van de PvP, blijken alleen bepaalde planten de Partij te willen steunen. Een plant wil
 ik uit de enorme correspondentie van deze week nog noemen. Hij heeft mij 
geschreven en enkele waardevolle programmapunten gegeven. De plant, die liever
 nog even anoniem wil blijven, maar die wel kwijt wil dat hij voornamelijk groen 
is, toonde zijn interesse voor de functie van Penningmeester, Voorzitter en Secretaris, want, zo schreef
 hij, ‘Ik zit al langer in de groene-vinger-industrie, had een baan als
 modelplant in diverse merken tuincentra, en als het om de juiste richting, de juiste verwoording en – vooruit – geld gaat, bestaat er
 geen betrouwbaarder plant.’ Zegt hij. Zij?

Wordt vervolgd…

© Rick Ruhland 2015

Partij voor planten I

Vandaag is het precies 8 jaar geleden dat de Partij voor Planten werd opgericht (KvK 13061969-1). Al langer was er onder serieuze en minder serieuze mensen de roep hoorbaar om onze plantaardige medemens meer bescherming te bieden tegen de gruwelijke uitbuiting, onderdrukking en vernieling door de homo sapiens, ergo, de mens. Sinds acht jaar wordt er gewerkt aan het eerherstel van de groene soort.

Ik heb, als ex-vegetariër en dus ex-plantenhater, besloten om deze groep, kwetsbaarder dan welke leefvorm ook, te helpen zichzelf op de kaart te zetten. Natuurlijk is het de vraag of je in deze moderne tijd nog wel voor een enkel onderwerp moet kiezen. Dat is even zo natuurlijk, als je er langer over nadenkt, een zinloze vraag. Sterker, de toekomst van politieke partijen, die niet meer valt of staat bij goede of gedurfde beslissingen, of bij het uitzetten van beleid dat alle mensen raakt, is namelijk gericht op ‘Een voor ons, allen voor ons’. Dat is geen belachelijke en hachelijke situatie. De enige soort partij die nog kans maakt te overleven in deze schijnbaar open en schijnbaar klassenloze maatschappij is de partij die zich druk maakt over maar een ding. Laten de anderen, mensen, dieren, idealen, maar elk voor zich een partij oprichten.

Er is, bleek uit een search via Google, al menigmaal gehint naar een PvP. Helaas lieten de meesten zich laatdunkend uit over de oprichting van een dergelijke partij, en ontkenden daarmee impliciet ook het belang van een plantenpartij. Er zijn (zie dezelfde zoektocht op het web) evenzoveel mensen die zeggen een partij voor planten te hebben opgericht, maar dat zijn allemaal charlatans. Geen van hen heeft een prei of eik in het bestuur laten plaatsnemen. Ben je dan wel echt met het lot van de planten begaan? Nee, natuurlijk niet.

Uit de toenmalige statuten en de notulen van de oprichtingsvergadering (vega-de-ring is steeds hoe de bijeenkomsten werden genoemd) blijkt dat aanvankelijk het programma van de PvP bestond uit de volgende programmapunten:

  1. Planten hebben dezelfde rechten als mensen, dus ook een stemrecht
  2. Er vinden geen ongevraagde genetische aanpassingen bij planten plaats; geen veredeling van reeds edele planten
  3. De immigratie van vreemde planten in ons land wordt een halt toegeroepen, en allochtone planten worden in natuurparken ondergebracht
  4. Het wordt de hoogste tijd dat er goede voorzieningen voor planten komen: genoeg zonlicht, voldoende water en de beste grond voor planten
  5. Het welzijn van de plant gaat voor op dat van een zoogdier
  6. Geen overbodige handel in planten en geen misdadige uitbuiting en behandeling van alles dat groen is
  7. We streven naar algehele excuses voor de slavernij van planten, zoals de exorbitante exploitatie en versleping van tulpenbollen en de uitbiting van palmbomen
  8. Geen onnodige mishandeling van lokale planten: stop de kap van bomen en het kerven in bomen, het op vaas zetten van bloemen, het koken van groentes, etc.: planten hebben ook gevoel, weet je.

Het programma is nog in opbouw, dus de partij roept mensen op hun meelevendheid met het groene medegewas te betuigen en bij te dragen aan het programma van de PvP. Het grote doel: bij het vallen van het huidige kabinet meedoen aan de verkiezingsstrijd.

Overigens is de partij niet tegen het eten van planten, maar er moet wel overwogen worden of het niet beter is om dieren te eten. Ook de wijze van planten bereiden kan plantvriendelijker.

De eerste steunbetuigingen waren snel binnen, maar nu stokt het al een tijd. Bovendien zoekt het bestuur weer een penningmeester (liefst een vetplant) aangezien de vorige met onbekende bestemming zijn vertrokken. Er zijn verder twee bestuursleden gevraagd ter vervanging van twee zaden die niet tot wasdom zijn gekomen (over een duopositie is te onderhandelen). Deel dit als je nog geschikte kandidaten weet.

© Rick Ruhland 2015