Partij voor planten XVIII

Ik ben uitgenodigd door Goor. Jazeker! Of ik een keer het hoofdkwartier van zijn partij zou willen zien. Opdat ik niet van die kritische stukjes (…) over hem en de zijnen meer zou schrijven, zeker niet als ik had gezien hoe hard de Planten-Partij zijn best deed om van Nederland weer een Nederplant te maken.

Ik ben natuurlijk naar zijn HQ gegaan. Kennis is macht en kennissen zijn machtiger, en hoewel ik in alle opzichten superieur ben aan Goor W. en zijn partij, kan het geen kwaad eens te zien hoe het er aan toegaat in het hol van de ‘superplanten’, zoals een van de PvP’ers zijn partij recentelijk noemde.

Ik werd door de tuinkas van de partij geloodst. Ik mocht nergens aankomen, maar als ik vragen had, dan zou de Chef Communicatie zijn best doen een afdoend antwoord te geven. Deze Chef was een PR-mannetje oude stijl, en toen ik hem goed bekeek, naar zijn beharing, werd hij eerst ongemakkelijk. Toen leek hij zich te herpakken en zei: ‘Ik ben trots om Goor te dienen.’ Ik vroeg hem naar zijn afkomst, iets wat hem leek te ontstemmen. Op monotone toon zei hij een kruisbestuiving tussen een cactus en een woestijnroos te zijn. Daarna kwam nauwelijks nog spontane informatie over zijn lippen.

Goor liet zich niet zien. Die had belangrijke commissievergaderingen, aldus de Chef. Een jonge stagiaire die niet actief zich bemoeide met de rondgang door de burelen van de partij, keek nadrukkelijk op mijn vingers. Ik stelde haar af en toe een makkelijke vraag, zoals hoeveel water verbruikt de partij gemiddeld per maand. Die informatie had ze paraat.

Na een halve dag was ik doodop. Iedere plant die ik zag was een modelplant.

Toen ik naar de wc ging, vlak voor de lunch, was ik even weg van de controle van de PR-man. De laatste 30 minuten van de rondleiding was hij enkel en alleen propaganda aan het spuien. Hoe planten het meest edele organisme in het universum waren. Dat het tijd werd dat de mens de plant ging dienen. En dat al die voorkeursbehandelingen voor planten die zich niet achter de PvP schaarden: Weg ermee!!

Na de lunch, die ik buiten de kassen van de PvP in mijn eentje opat, hield ik het nog een uurtje uit. De stagiaire had overduidelijk instructie gekregen om mijn te bombarderen met hun partijprogramma. Hoe goed de partij voor het behoud van de cultuur en natuur van de Nederplant zorgde. Over mest- en watervoorzieningen. Over de juiste voortplanting.

Ik had een prikkelende en prikkelige vraag tot het laatst bewaard. Ik wist dat die vraag het einde van mijn bezoek aan de PvP-kassen zou betekenen.

‘De PvP heeft de aanval ingezet op het verschijnsel volkstuin. Vrijheid was het toverwoord. Maar hoe zit het dan met jullie kassen? Dat is toch ook een inperking?’

De reactie was buitengewoon venijnig:

‘Wij doen aan veredeling. Voor toekomstige generatie planten om te overleven in een steeds vijandiger wereld, waarin oorspronkelijke planten steeds verder in het gedrang kwamen.’

Dat betekende ook het einde van mijn aanwezigheid in de staatskassen van de PvP. Een   bewaker, een net ontsproten eikel, greep me bij de kladden en lurven en escorteerde mij naar buiten. Met de takken over elkaar wachtte hij tot ik de straat uit was.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Wereldplantendag

Vandaag een bericht in de mail. Een vrolijke, digitale kaart van de PvP. Om mij een fijne Wereldplantendag te wensen. Een initiatief van Goor, stond op de kaart. En: “Om de arrogantie en tsunami van Werelddierendagen te beperken.” Okee. Wat jullie willen, PvP.

De PvP vindt mijn kritiek op de partij en op partijleider Goor dus blijkbaar niet van dien aard dat ze mij geen kaart sturen. Stiekem denk ik dat ze wel blij zijn met mijn aandacht voor hun partij. Zelfs als die aandacht vol kritiek, verwijten en cynisme zit.

4 april. Wereldplantendag. Ik had er nog niet van gehoord.

© Rick Ruhland 2019

Partij voor planten XVII

Verwarring alom. In een uitgebreid interview doet Goor enkele pittige uitspraken over een meldpunt voor korstmossen. Wat is namelijk loos? Goor is een beetje boos op al die planten die een mens omarmen. Met name de korstmossen, die, quote: ‘een stelletje kankerlijers zijn die meeliften op het succes van anderen en die niet anders zijn dan de deugplanten die de ontwikkeling van ons, superioriteitplanten, in de weg staan.’

Ik heb me zoals gewoonlijk verdiept in de uitlatingen van Goor, en kwam op het korstmosmeldpunt van de PvP. Een website waar je anoniem kon melden dat je ergens een korstmos had gezien die niets anders deed dan in de zon (en regen) zich tegoed deed ‘aan onze cultuur’. Zo stond het er echt: ‘Te goed doen aan onze cultuur’. Ok, zo stond het er niet, er stond ‘Tegoed doen aan onze kultuur’, maar dat is een gegeven: zij die zich op het botte en onbeholpene af zogenaamd inzetten voor onze cultuur hebben een uitzonderlijk slechte beheersing van de Nederlandse taal.

Dat doet allemaal ter zake. Immers, taal is gedrag. En aan gedrag herken je de schandaleuze minachting voor anderen.

Echter, dat is niet het meest cruciale punt. Wat het punt is: korstmossen zijn geen planten. Korstmossen zijn symbionten. Een samenleefvorm van een schimmel en een wier. Geen planten. Waarom maakt Goor zich er zou druk over? Dit is heel fout. Want voor je het weet, wil hij alle virussen en bacteriën ook uit de wereld helpen. En hij heeft niet in de gaten dat de wereld niet kan leven zonder virussen en vooral niet zonder bacteriën.

Is dit het volgende nonsens-verhaal waar andere planten in trappen?

© Rick Ruhland 2019

Partij voor planten XVI

Soms, en misschien is het volgende het gevolg van al langere tijd de PvP volgen, maak ik me druk over de planten van onze samenleving. Maar het moet gezegd: ik maak me niet druk zoals Goor dat doet. Die is alleen maar bezig met de eigen parochie. En hij preekt hel en verdoemenis, maar dan niet over de planten die hij goed vindt. Entartete planten moeten door de versnipperaar, hoorde ik hem deze maand beweren. Een ghetto voor planten, dat zal hij binnenkort voorstellen. Zou me niets verbazen. Een stap verder en het wordt eng, als Goor planten die hem niet aanstaan wil concentreren in kampen.

Goed, ik moet zelf waken voor stemmingmakerij door iets als de laatste zin van de vorige alinea te beweren. Maar het is niet verwonderlijk dat ik tot zulke zware taalmiddelen grijp. Goor speelt in op angsten die op onwetendheid leunen. Die leunen op basale, makkelijke onderuit te halen angsten; angsten zoals een kind die kent wanneer het denkt dat onder het bed monsters leven. Kijk even onder het bed. Daar groeien geen planten die entartet zijn. Die planten groeien in het hoofd van PvP-adepten.

Maar ik maak me dus wel degelijk zorgen over planten. Ik liep deze week door de buurt waarin ik woon en zag op allerlei billboards een reclame. De slogan was:

“Planten zijn de nieuwe koe.”

Ik heb die zin even tot me laten doordringen. Planten zijn dieren? Nee. Planten zijn herkauwers? Ook niet. Planten staan in stallen?

Nonsens, het ging om iets als planten die voedingsstoffen kunnen leveren die je normaal alleen in bijv. koemelk vindt. Dat klopt niet, die claim, als ik voedings- en dieetdeskundigen moet geloven. Maar los daarvan, wat is het gevolg van deze botte aanpak? Jawel, dat planten worden misbruikt en gekweekt om als nieuwe ‘melkkoe’ te functioneren.

Kijk, daar hoor ik de PvP dus niet over. Daar zie ik Goor dus niets over twitteren (ik dacht eerst dat GW achter het twitteraccount van bomengids zat, maar nee, de tweets van dat account zijn te beschaafd om de spreekbuis van de PvP te zijn).

De PvP maakt zich druk over de vraag of uitheemse bomen winden kunnen laten. Ja, volgens de PvP wel; niet omdat ze een anus hebben, maar dat ze stinkende gassen loslaten.

Er is al weer een vraag uitgegaan richting Goor, namelijk of dat ook voor inheemse bomen geldt.

© Rick Ruhland 2019

Praktische oplossingen 6: dennennaaldenbezem

In de kersttijd staat de kerstboom, punt natuur natuurlijk, na een paar weken in de woonkamer er uitgedroogd bij. De naalden liggen als een stralenkrans rond de stam. Het is natuurlijk zonde om die naalden weg te gooien, en dat geldt ook voor de stam. De stam en takken zijn goed te verzagen tot haardvuurhout, maar de naalden, dat is een ander verhaal. Mijn eerste idee was om ze als vulling voor een hoofdkussen te gebruiken, maar dat ligt niet lekker, zo bleek.

Ik heb een betere oplossing. Ik veeg de naalden op een hoop en leg ze dan als een reeks naalden naast elkaar. Vervolgens zaag ik een plankje van 30 cm bij 3 cm. Bijzonder duurzaam: uit de stam van de kerstboom. In dat plankje frees ik vijf zeer dunne groeven. In die groeven lijm ik dan stuk voor stuk naalden. Uiteindelijk heeft de plank een vijftal borstels, die samen een bezem vormen.

© Rick Ruhland 2019

Proefschrift van de week

Titel: Contrabassen in de tuin: lage tonen en de groei van wortels. Auteur: Bard Moud de Zong.

Samenvatting: Er is meer tussen hemel en aarde dan wij mensen beseffen. Dat lijkt een beetje het uitgangspunt van Contrabassen in de tuin. Het onderzoek is mooi van opzet, net als de omslag van het proefschrift. De opzet is als een canon van Bach, en dat nekt ook tegelijkertijd de kwaliteit. Literair, maar niet wetenschappelijk.
Wat is Zongs punt? De menselijke zintuigen bevatten veel meer dan de vijf die normaal worden onderscheiden. We weten eigenlijk nauwelijks, gezien de definitie van de term zintuig die we normaal gesproken hanteren, iets van hoe organismen zoals zoogdieren de werkelijkheid waarnemen. Van planten weten we misschien nog wel minder.
Moud de Zong doet een poging ons gapende gat van plantenzintuigen te dichten. Uitgangspunt van zijn studie is het idee dat lage tonen (met de bijbehorende trillingen) de groei van wortels bevordert. Hij heeft daarbij ook gekeken naar hoe blessures van achillespezen van sporters worden behandeld met lage trillingen.
In verschillende settings (in een kas versus buiten, bloemen versus planten, inheemse planten versus exoten) zijn experimenten gedaan.

Eindoordeel: Wat een nonsens. Veel meer woorden maak ik er niet aan vuil. Resultaten zijn er niet, onderzoeksgelden zijn verspild, en wetenschappelijk noch praktisch heeft het onderzoek nut. In de compostbak ermee.

© Rick Ruhland 2018

Partij van Planten XV

Wat een onrustige week. Terwijl ik mijn tijd verdeed met het kijken naar een serie over Berlijn eind jaren 20 van de vorige eeuw, kreeg ik onderwijl diverse e-mails en een overdosis aan tekstberichten. Niet alleen van GW en de zijnen, maar ook van een nieuwe plantenleider. Ene Dier Boodheer (rare voornaam voor een plant, maar enfin). Zijn taalgebruik is van een ouderwetsheid die al 100 jaar niet meer te lezen en horen is. Zijn taal is doorspekt van archaïsche illogismen. Wat een beetje vreemd eng aan dit heerschap is, is dat hij terug wil naar de tijd van de serie die ik bekijk. Een hang naar de betere tijden is goed voor onze tijden, zo stelt hij.

Die serie speelt in dus in Berlijn, en wel in 1929, en gaat over de vele groeperingen die in Berlijn bezig zijn zich een weg te slaan. Soms is het ‘zich een weg slaan’ een kwestie van overleven, van gewone burgers die niet meer dan een broodkorst hebben als eten voor die dag, maar soms is het ‘weg slaan’ ook bezig zijn (een vooruitverwijzing naar de aankomende overheersing van de ariërs die zich nationaalsocialisten noemden, beter bekend als de nazi’s) met andere partijen het leven zuur te maken.

Een leven meer of minder, dat is in de serie natuurlijk niet belangrijk. Maar in de werkelijkheid is dat een ander verhaal. In Nederland is op een paar moorden na al 75 jaar een beschaafde samenleving. Zonder ongebreidelde moorden en knokploegen in de straten. Maar die wereld is in gevaar. De Boze Wereld heeft knokploegen nodig om het schuim van de straten te vegen. De wereld heeft een spaan nodig. En wat Boodheer voorstaat: hij is de spaan. De leider van de opschonende partijen. Hij zegt voor de planten van onze samenleving te zijn, maar zijn taalgebruik kan alleen door gymnasiasten van boven de 40 nog gelezen en verstaan worden.

Het beeld dat hij schetst sluit naadloos aan bij de straatbeelden van de serie over Berlijn. Alle planten voor zich. Iedere plant die niet met mij, is tegen mij. Vroeger was alles beter.

Die hang naar vroeger, tot wanneer is dat dan? Dat heb ik hem gevraagd in een mail. Beetje plagerig vroeg: wil je terug ‘naar den middeleeuwen’? Naar de steentijd?

Een goed hoenderhok heeft een knuppel nodig. Een beetje haan kraait niet meteen victorie.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XIV

Oei oei oei, zou mijn zoon kunnen zeggen. Als hij had meegeluisterd zonet, toen ik werd gebeld door GW, dan had hij dat zeker gezegd. Mijn zoon zit op school en is een kei in rekenen en wereldoriëntatie. Hij had waarschijnlijk gezegd tegen mij, en dan dus ook tegen Goor, dat het onzin is wat hij had gehoord. Dat er grote fouten in de rekenvaardigheden van de PvP zitten.

Wat zei Goor? Hij ging te keer tegen vleesetende planten. Hij fulmineerde tegen dat uitschot omdat ze in groten getale in Nederland de plek innemen van vriendelijke bloemen en struiken en ook nog eens ‘onze insecten opeten’. Ik wist niet dat Goor zo begaan was met insecten, maar hij was dus boos. Wat zei hij nog meer? ‘We zullen zorgen dat we minder vleesetende planten hebben. Die overblijven moeten gedwongen afkicken. Stop de invasie van vleesetende planten.’

Mensen die boos zijn, hebben meestal ongelijk. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Vleesetende planten komen bijna niet voor in Nederland. Bovendien leven ze vooral op stikstofarme bodems. En die komen door overbemesting – speerpunt in het partijprogramma van de PvP – nauwelijks meer voor. Daar heb ik dan ook iets over gezegd, maar zoals reeds eerder opgemerkt, rekenen en argumenteren zijn twee verschillende grootheden in de PvP.

En dan nog: hij had net zo goed bloemrijk kunnen beginnen over orchideeën. Of een zuur verhaal over citroenen kunnen afsteken. Ook soorten die in Nederland van nature niet voorkomen, maar waar hij dan weer geen problemen mee heeft, vermoed ik.

Punt is, en zelfs mijn zoon kan dat erudiet formuleren, dat deze planten zo weinig voorkomen dat je nauwelijks over een populatie kunt spreken. Maar goed, Goor pakt die planten aan die volgens hem hier niet horen. Het begint stelselmatig, symptomatisch te worden. De ene na de andere kleine groep planten aanpakken, die zwart maken en met wortel en tak uitroeien. Het zal niet lang duren of ook de planten die erg nuttig zijn, of die een universitaire studie hebben gedaan, of die hier al millennia groeien: die moeten dan ook oprotten.

Werkelijkheid, statistiek en waarheid zijn wortelloze klei geworden. Makkelijk te kneden, zo een pot van te maken waarin je wat cijfers gooit, en als je het niet bevalt: een kleine duw tegen de slappe klei en je hebt weer een vormloze hoop natte klieder. Zit er soms klei in het hoofd van Goor?

Ik zal het hem vragen als hij weer eens aan de lijn hangt.

© Rick Ruhland 2018