Partij van Planten XV

Wat een onrustige week. Terwijl ik mijn tijd verdeed met het kijken naar een serie over Berlijn eind jaren 20 van de vorige eeuw, kreeg ik onderwijl diverse e-mails en een overdosis aan tekstberichten. Niet alleen van GW en de zijnen, maar ook van een nieuwe plantenleider. Ene Dier Boodheer (rare voornaam voor een plant, maar enfin). Zijn taalgebruik is van een ouderwetsheid die al 100 jaar niet meer te lezen en horen is. Zijn taal is doorspekt van archaïsche illogismen. Wat een beetje vreemd eng aan dit heerschap is, is dat hij terug wil naar de tijd van de serie die ik bekijk. Een hang naar de betere tijden is goed voor onze tijden, zo stelt hij.

Die serie speelt in dus in Berlijn, en wel in 1929, en gaat over de vele groeperingen die in Berlijn bezig zijn zich een weg te slaan. Soms is het ‘zich een weg slaan’ een kwestie van overleven, van gewone burgers die niet meer dan een broodkorst hebben als eten voor die dag, maar soms is het ‘weg slaan’ ook bezig zijn (een vooruitverwijzing naar de aankomende overheersing van de ariërs die zich nationaalsocialisten noemden, beter bekend als de nazi’s) met andere partijen het leven zuur te maken.

Een leven meer of minder, dat is in de serie natuurlijk niet belangrijk. Maar in de werkelijkheid is dat een ander verhaal. In Nederland is op een paar moorden na al 75 jaar een beschaafde samenleving. Zonder ongebreidelde moorden en knokploegen in de straten. Maar die wereld is in gevaar. De Boze Wereld heeft knokploegen nodig om het schuim van de straten te vegen. De wereld heeft een spaan nodig. En wat Boodheer voorstaat: hij is de spaan. De leider van de opschonende partijen. Hij zegt voor de planten van onze samenleving te zijn, maar zijn taalgebruik kan alleen door gymnasiasten van boven de 40 nog gelezen en verstaan worden.

Het beeld dat hij schetst sluit naadloos aan bij de straatbeelden van de serie over Berlijn. Alle planten voor zich. Iedere plant die niet met mij, is tegen mij. Vroeger was alles beter.

Die hang naar vroeger, tot wanneer is dat dan? Dat heb ik hem gevraagd in een mail. Beetje plagerig vroeg: wil je terug ‘naar den middeleeuwen’? Naar de steentijd?

Een goed hoenderhok heeft een knuppel nodig. Een beetje haan kraait niet meteen victorie.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Partij voor planten XIV

Oei oei oei, zou mijn zoon kunnen zeggen. Als hij had meegeluisterd zonet, toen ik werd gebeld door GW, dan had hij dat zeker gezegd. Mijn zoon zit op school en is een kei in rekenen en wereldoriëntatie. Hij had waarschijnlijk gezegd tegen mij, en dan dus ook tegen Goor, dat het onzin is wat hij had gehoord. Dat er grote fouten in de rekenvaardigheden van de PvP zitten.

Wat zei Goor? Hij ging te keer tegen vleesetende planten. Hij fulmineerde tegen dat uitschot omdat ze in groten getale in Nederland de plek innemen van vriendelijke bloemen en struiken en ook nog eens ‘onze insecten opeten’. Ik wist niet dat Goor zo begaan was met insecten, maar hij was dus boos. Wat zei hij nog meer? ‘We zullen zorgen dat we minder vleesetende planten hebben. Die overblijven moeten gedwongen afkicken. Stop de invasie van vleesetende planten.’

Mensen die boos zijn, hebben meestal ongelijk. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Vleesetende planten komen bijna niet voor in Nederland. Bovendien leven ze vooral op stikstofarme bodems. En die komen door overbemesting – speerpunt in het partijprogramma van de PvP – nauwelijks meer voor. Daar heb ik dan ook iets over gezegd, maar zoals reeds eerder opgemerkt, rekenen en argumenteren zijn twee verschillende grootheden in de PvP.

En dan nog: hij had net zo goed bloemrijk kunnen beginnen over orchideeën. Of een zuur verhaal over citroenen kunnen afsteken. Ook soorten die in Nederland van nature niet voorkomen, maar waar hij dan weer geen problemen mee heeft, vermoed ik.

Punt is, en zelfs mijn zoon kan dat erudiet formuleren, dat deze planten zo weinig voorkomen dat je nauwelijks over een populatie kunt spreken. Maar goed, Goor pakt die planten aan die volgens hem hier niet horen. Het begint stelselmatig, symptomatisch te worden. De ene na de andere kleine groep planten aanpakken, die zwart maken en met wortel en tak uitroeien. Het zal niet lang duren of ook de planten die erg nuttig zijn, of die een universitaire studie hebben gedaan, of die hier al millennia groeien: die moeten dan ook oprotten.

Werkelijkheid, statistiek en waarheid zijn wortelloze klei geworden. Makkelijk te kneden, zo een pot van te maken waarin je wat cijfers gooit, en als je het niet bevalt: een kleine duw tegen de slappe klei en je hebt weer een vormloze hoop natte klieder. Zit er soms klei in het hoofd van Goor?

Ik zal het hem vragen als hij weer eens aan de lijn hangt.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XV

Al een relatief lange tijd horen we van Goor en soortgenoten niets anders dan hoe het niet moet. We horen niet hoe het dan wel moet. Eenzijdig, zo kun je hem en zijn plantgenoten wel noemen. Warrig, dat is misschien ook wel een woord dat van toepassing is. Zit dat in zijn genen? Dat verwarde, dat monomane? Is het nature?

Of is het een kwestie van opvoeding, een kwestie van nurture?  Ik heb een aanwijzing dat het misschien dat is: opvoeding en achtergrond. Ik kwam er namelijk vandaag achter dat Goor eigenlijk helemaal niet Wildkrijt of Waskruid of Wildkruid (al dan niet met een t, dus Wildkruit of Wiltkruit of Wiltkruid) heet. Nee, Goor is namelijk van oorsprong geen Nederlandse plant.

Duits. Dat is hij. Wildes Wachskraut is zijn echte achternaam. Dat verklaart meteen ook waarom zijn taalgebruik lichtelijk slissend en vol grammaticafouten zit, en ook nog eens archaïsch klinkt. Sterker, zijn taalgebruik is oud, en zijn gedachtegoed moet daar wel een gevolg van zijn.

Nu het gekke aan het verhaal, en ik laat daar graag mijn intello-briljante licht over schijnen: GW is dus van twee culturen. Maar hij brandt steeds planten af die tweeculturig zijn.

Terwijl, als hij zich wat breder zou ontwikkelen, hij had kunnen weten dat mensen met twee talen en twee culturen zich makkelijker aanpassen, een betere cognitieve ontwikkeling hebben, flexibeler denken in onbekende situaties, en van een betere concentratie zijn voorzien.

Niet dat voor elke tweetalige en tweeculturige geldt. Goor is dus een van die uitzonderingen.

Als Goor ergens hard om roept, dan is het wel: MONOCULTUUR!!!

Ik droom wel eens weg en zie dan Goor zijn grootste gelijk halen, namelijk het verwijderen van alle allochtone planten en elke plant die afwijkt. Niet alleen de vetplanten, de moerasplanten, of de planten die hier al eeuwen zijn maar van nature uit Zuid-Amerika of Azië komen, maar elke plant die afwijkt van het beeld van groene, bloemdragende zonder ziektes en genetische fouten. Pas dan zal het hier erg goed toeven zijn. Dan houdt alle ellende op. Het punt is: Goor maakt de kolossale fout te denken dan monoculturen tot grootse culturen leiden. Wat ook zijn gedachte is, wat ook zijn motivatie is, het komt vanuit het negatieve.

Als monoculturen iets duidelijk hebben gemaakt, en zullen blijven maken, dan is dat deze culturen van binnenuit rotten. Monocultuur is goed voor inteelt, en planten in een monocultuur zijn gevoelig voor ziektes. Monoculturen zullen altijd het onderspit delven. Gemengde culturen zijn veel weerbaarder voor veranderingen die er altijd zullen zijn.

Ik denk dat Goor, en natuurlijk heb ik dit ook aan hem geschreven (nee, nog geen reactie tot nu toe), de volgende analogie niet begrijpt, maar hij is van toepassing. De analogie van de ratten en de de pest. Hij maakt de fout te denken dat de pest werd over gebracht door ratten. Kul. Humbug. De pest werd door vlooien overgebracht, en vooral ook: door intermenselijk contact.

© Rick Ruhland 2018

PS Waar je mee omgaat, wordt je door besmet. Ik heb moeite met normaal denken, nu ik veel met Goor communiceer. Maar ik kan toch niet stoppen met communiceren? Want dan wint Goor zijn pleit. Zonder tegenspraak en weerwoord is elk ongelijk waarheid.

Partij voor planten XIV

Daar is hij dan. Je kon er op wachten. Het actieprogramma van de PvP. Heel simpel en heel kort.

Daar gaan we.

“1. De PvP is tegen planten die hier thuis horen.
2.De PvP is tegen vervuiling van plantengenen door kruisbestuiving.
3. De PvP is tegen vervuiling van het natuurbeeld!
4. De PvP is tegen het gebruik van zuurstof en ruimte door exotische planten.
5. De PvP is tegen iedere plant die niet is gepoot en gezaaid van generaties planten die al een eeuw in Nederland groeit.
6. De PvP is tegen meer diversiteit.
7. De PvP is tegen!”

Kortom, een onvervalste maar valse herhaling van zetten. De beginselverklaring komt van Goor Waskruid hemzelf.

Waar het op neerkomt, is inteelt.

En over punt 5. zal ik nog wel vragen gaan stellen. Ik snap eigenlijk niet wat daar staat.

Ik heb Goor gevraagd of hij nog ergens voor is, en niet alleen tegen. De reactie is nog niet binnen. Ik weet wel, het zal gaan om eigen planten eerst. Maar toch, de PvP is vooral tegen een misstand. Een oproep tot actie en verbetering is het zeker niet.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XIII

Politiek is uiteindelijk voor die mensen bedoeld die graag aandacht willen, en ook nog macht. Politiek is niet voor creatieve mensen. Niet voor filosofische mensen. Niet voor intelligente mensen.

Nee, politiek is voor die mensen die heel hard willen roepen wat ze denken. Als ze ‘poep’ denken, dan moet ze POEP schreeuwen. Nou is poep en ook MEST voor veel planten best belangrijk, maar om nou het om minste of geringste dat soort krachttermen de wereld in te slingeren is niet goed voor de plantengemeenschap. Dat is overigens geen stelling van ondergetekende maar van een cactus die recentelijk een bericht postte op een forum voor vetplanten.

Het grappige van dat forum is dat planten daar vooral zeggen dat Nederland verandert. Niet omdat planten anders zijn gaan denken. Nee, volgens de vetplantenorganisatie en ook de schrijver van de post op het forum is het weer in Nederland dusdanig aan het veranderen dat cactussen als hij makkelijker hier wortel kunnen schieten.

De schrijver, een cactus die vroeger naast de geraniums stond maar op een gegeven buiten de deur is gezet, voorkomt het woord Klimaatveranderingen. En ik denk dat dat wijs is. Want bij de PvP geloven ze niet in klimaat. Of veranderingen daarin.

Om met de woorden van de grote Goor te spreken:

‘Klimaat is een hobby.’

Toch wil de PvP wel planten verplaatsen. Want de problemen van tegelijk drogere en ook nattere en warmere zomers en dergelijke, daar hebben ook de PvP-aanhangers wel te maken met exoten.

Misschien is dit artikel de moeite waard voor Goor en consorten. Want translocatie wordt een issue de komende decennia. Of Goor dat nou wil of niet.

De niches waarin planten kunnen leven zijn niet zo groot, zeker niet voor PvP’ers. Een risico-analyse is dan essentieel. En hoewel ik mij afvraag of de PvP het wil toegeven, maar zelfs voor de aanhangers van Goor zijn ARCS (assisted regional colonisation areas) onoverkomelijk.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XII

Als iets opvalt in mijn communicatie met de PvP (onderaan meer over de nieuwe afkorting), dan is het wel de wispelturigheid van de grote leider en de haast über-polemische opmerkingen die in de mails van GW staan en die ik in de twitterberichten lees van de lagere echelons van de partij. Het komt er vaak op neer dat anderen de schuld zijn van de  tekortkomingen van GW en zijn aanhangers . Een journalist van een kwaliteitskrant heeft zelfs een keer een opiniestuk geschreven waarin hij stelde dat de PvP de Faalpartij is. Falende planten die hun eigen falen aan andere planten toeschrijven, die op hun beurt niets anders zijn dan falers. Volgens de faalpartij zelf dus.

Ik heb die journalist gebeld en gemaild, maar die wil geen reactie geven op mijn ervaringen met GW en zijn nalopers. Ik vroeg specifiek om zijn ervaringen omdat ik wil weten hoe het komt dat er zo veel boosheid en verwijten naar iedereen die niet met hem (GW) en de zijnen is. Ik gebruik de woorden boosheid en verwijten, maar misschien is het iets heel anders. Dat had ik die journalist willen vragen, maar ik kreeg een mail terug met niet meer dan de opmerking ‘Lees mijn artikelen maar.’

Goed, ik heb dus een eigen journalistiek onderzoek gedaan en alle websites, fora en boeken bestudeerd. Eerst van de buitenstaanders, zoals de genoemde journalist, toen stukken en websites van de PvP’ers. Wat die laatste uitingen betreft: gelezen is een groot woord, want de meeste teksten zijn onleesbaar. Slecht Nederlands, onduidelijke standpunten, metaforen en beeldspraak die te hooi en te gras er met de oren bij zijn gesleept, en een opbouw en structuur die zelfs op alineaniveau van de hak op de tak, waar geen touw aan vast te knopen valt, en daardoor in alle valkuilen van een ondoorwrochte tekst tegelijk springt.

Interessant is wel dat van die partij de meest geletterden – dat woord is ruim te nemen want geletterd wil niet meer zeggen dan het aantal spelfouten geringer is, de opbouw van teksten helderder en het taalgebruik an zich niet zo storend is dat het lezen wordt bemoeilijkt – nou net de planten zijn die uit de partij willen stappen of er reeds uitgezet zijn.

Het lijkt erop dat er een aardverschuiving plaats vindt. Van veel planten raken de  wortels los en enige voeling met de grond waarin zij meenden te staan is er niet meer. GW schrijft op een van zijn websites (hij heeft er meerdere) dat hij een scheuring in de partij niet zal accepteren. Planten die elkaar, de inheemse planten, het zonlicht niet in de cellen gunnen, zo oreert hij menig maal, moeten maar ‘in een broeikas gaan groeien’.

De eerste afsplitsingen hebben al plaats gevonden. En dat had niet eens te maken met de partijbeginselen zelf, maar met randverschijnselen. Belangrijkste is de ruzie met de Partij van de dieren, consequent door GW de Partij voor de dieren genoemd. Die partij is alleen maar geïnteresseerd in dieren, en de naam lijkt ook veel te veel op de naam van zijn partij. Vandaar, zo schreef hij deze week, de naamsverandering van PvdP naar PvP.

Al die ellende, met dwarsliggers en querulanten en afsplitsers, dat komt niet door de partij zelf. Dat ligt aan vragenstellers zoals ik. Mijn mail aan GW is al de deur uit: hoe zit dat dan? Leg me dat eens uit.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XI

Gisteren kreeg ik een pamflet opgestuurd van de Partij voor planten. Ergens benauwt mij dit pamflet gigantisch. En, zo schreef de partij, er zou nog meer komen. Wat stond er in het pamflet? Dit:

“Als gevolg van de overwinning van de Nederlandse democratie, speelt het exotenvraagstuk een grote rol voor degenen die nog nooit nagedacht over de oplossing van dat vraagstuk. Dus moet uitgelegd waarom nog gevochten moet worden om het vraagstuk op te lossen. Iedereen heeft gezien dat de huidige situatie onhoudbaar is. Het toestaan van vrije ontwikkeling en gelijkheid voor de uitheemse planten heeft geleid tot een “onvrije” situatie van uitgebuite concurrentie, en een overhandiging van belangrijke posities binnen het inheemse begroeiing met die van een vreemde soort. Het resultaat is dat iedereen die denkt over deze vraag zoekt naar een oplossing. Iedereen heeft een voorstel op zijn bureau, die een meer of minder gunstige reactie in discussies krijgt. Het was te verwachten.

Maar de oplossing voor zo’n belangrijk probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt verondersteld. De wettelijke maatregelen die zojuist door de overheid zijn uitgegeven zijn reinigende acties die handig inspelen op oorlogsverklaring van gifplanten. We moeten primair wetten en misschien zelfs een nieuwe grondwet maken die een richting geeft waarin wij inheemse willen bewegen. Men moet de betekenis van zulke wetten niet onderschatten. Het hele volk zal moeten worden onderricht in de extremistische vraag en iedereen moet gaan begrijpen dat onze oergewassen een gemeenschap van zuivere zuurstof en chlorofyl vormen. Voor de eerste keer zullen alle kruiden en onkruiden die hier thuishoren worden bereikt door ons ethisch-praktische denken. We moeten ons niet richten zijn op de theologische en theoretische oplossingen voor de exotenkwestie, maar eerder op een echte oplossing. Toch kunnen we niet zonder tijdelijke maatregelen, omdat voor een definitieve oplossing voor de kwestie de tijd nog niet rijp is. We hebben wel de wetten in de maak die wijzen op de goede richting en die ruimte laten voor eventuele toekomstige ontwikkelingen.

Het zou echter te vroeg zijn om voor de publieke discussie plannen uit te werken. Wel kunnen we voorzichtig voorstellen doen om meer te doen dan op dit moment wordt gedaan. Daarvoor moet een aantal principes worden aangelegd, zodat de plannen kunnen rijpen en fouten worden vermeden. Fundamenteel moet men beslissen om al dan niet de exoten (van elke afkomst) organisatorisch samen brengen. Veel plannen tot nu toe aangekondigde voorstellen om exoten samen te brengen in een federatie, zodat ze in de gaten kunnen worden gehouden en beïnvloed. Al deze voorstellen zijn fundamenteel fout. Als we een federatie zouden vestigen, onder een soort van hoofdexoot of in een soort van federatie of andere onschuldig ogende structuur, dan zouden exoten een eeuwigdurend, juridisch anker in Nederland hebben. Dan hebben ze een manier om hun wensen te presenteren, een tool voor hun doelen, een legale manier om geheime verbindingen te beveiligen. En men zou op zijn minst de indruk dat men te maken had met een nationale minderheid die kunnen zoeken, en zou vinden, ondersteuning buiten ons land te geven. Zelfs niet de oppervlakkige schijn van een ondersteuning aan het exotenminderheid is goed, omdat een dergelijke houding ten opzichte van het exotenvraagstuk politiek gezien krankzinnig zou zijn en de binnenlandse maatregelen zou beschamen, zeker als het vraagstuk met bijbehorend buitenlands beleid vragen zou oproepen.

Alle voorstellen die een permanente aanwezigheid, een permanente regeling van de exoten in Nederland als onderwerp hebben, lossen de uitheemse kwestie niet op. Met zo’n regeling zullen we niet de exoten uit Nederland elimineren. En dat is wat we willen doen. Minder, minder, minder. Exoten benutten en misbruiken altijd hun gastheer en de volkeren waar zij onder schuilen. Ze zijn een constante bron van de open, destructieve vlam van het haatdragende bloemen, en blijven dat ook op eenvoudige wijze, waardoor ze herhaaldelijk opnieuw de tegenstellingen aanwakkeren. Dat leidt tot onzekerheid als gevolg van onenigheid binnen de Nederlandse begroeiing en die is een gevaar voor de stam van het Nederlandse plantensoorten. Laat ons zo’n denken bezweren, voor altijd, want het is een slecht denken met kwade bedoelingen. Om samen te vatten: de staat kan en moet zich richten op systematische eliminatie, dus op emigratie. Elke organisatorische medewerking van exoten zullen voer voor de gevaarlijke, subversieve agitatoren (dat is ook gebeurd met dierensoorten als de tijgermug en de Amerikaanse rivierkreeft) zijn die geen tekenen van samenzweerderige activiteiten laten zien.

Als we plannen ondersteunen om een internationale oplossing te creëren door de oprichting van een thuisland voor de exoten. Dan zullen we in staat zijn om het exotenvraagstuk niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de hele wereld op te lossen. De hele wereld heeft belang bij een dergelijke oplossing, op het elimineren van deze bron van wanorde. We moeten duidelijk vaststellen dat, misschien, dat de uitheemsen in staat zal zijn om een natie, een volk geworden. Als we dit regelen, zullen we nieuwe fundamenten voor een dergelijke regeling te creëren. Verstrooiing van de uitheemsen naar de vier windstreken is niet de oplossing van de kwestie, maar maakt het nog erger. Een systematisch programma van afwikkeling is daarom de beste oplossing. Plannen en programma’s moeten een doel naar de toekomst te hebben. Zij mogen niet worden alleen gericht op een tijdelijk vervelende situatie. Een betere toekomst vraagt om een systematische oplossing van het vraagstuk van de exoten. We moeten ons staat achten een wereld op te bouwen zonder deze haatdragende planten. Ze kunnen alleen dubbelstatige vreemdelingen onder ons zijn, met geen wettelijke, permanente status. Alleen zo zal de legendarische maar verdringende exoten worden gedwongen tot het opnemen van zijn wandelstok, met medeneming van zijn wortels. Wij moeten voorkomen dat die stok wordt omgezet in bijlen en speren.”

Ik vrees voor escalatie.

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten X

Holymoly! Dat was een straffe, angstaanjagende email die ik kreeg. Waar ik het idee van een referendum vandaan haalde. Hoe ik dat durfde te noemen. Alsof iedereen maar even mee mocht denken met de grote keuzes van de overheid.

Die laatste opmerking, die was nieuw. ‘De grote keuzes van de overheid.’ GW en consorten hebben tot nu part noch deel aan de overheid. Ze waren en zijn vooral stemmingmakers. Van grote zaken als steekhoudend beleid uitdenken en daar vervolgens op aansturen, met behoorlijk bestuur, hebben deze groene gasten geen graskaas gegeten. Los daarvan: deze collectie inheemse planten is niet de overheid, hoewel ik op een website van de GW-aanhangers zag staan: L’etat c’est moi.

De mail was overigens buitengewoon selectief. Niet verwonderlijk overigens, gegeven de mentale dispositie waarin GW en zijn aanhangers verkeren. Hun opmerkingen draaiden uiteindelijk om maar een vraag: wie zijn de zaaddragende planten en wie de haatdragende planten? Nou wil ik niet meteen zout in wonden en olie op vuur gooien, maar ik vroeg me wel af (en die vraag heb ik ook gesteld in mijn laatste gestuurde email) of die twee soorten planten echt verschillend zijn?

Enfin, in de laatste email van GW sprak hij over boomkap als eerste methode om de exoten – de haatdragende planten volgens hem – de nek om te draaien. Ook een weg die te bewandelen is, volgens hem, is genetische manipulatie: zorgen dat planten die hier niet thuis horen, zich niet kunnen voortplanten. Eigen planten eerst, aldus GW. Die zijn edel, en moeten edeler worden. Ik vroeg me toen wel af of het ok is als als de inheemse planten worden veredeld. Want zo schreef ik, niet elke plant is nou een pacht van een exemplaar. Jaren geleden heb ik een wildgroei aan berenklauw proberen in te dammen en en bij het uitrukken van de planten kreeg ik een fototoxische reactie op mijn hele lichaam. Ik zal het nog maar eens vragen, binnenkort: is dat normaal? Dat ik dat onkruid, want dat is berenklauw, uitroei, en dat ik dan de blaren op mijn handen heb?

Ik heb een voorstel gedaan. Ik heb de Partij voor Planten gevraagd of het mogelijk is een definitie te geven van bedreigde soorten, en niet alleen door stemmingmakerij te brabbelen over bedreigde soorten. En ook: hoe komt het dat die soorten gingen met uitsterven zijn bedreigd? Komt dat ook door de vloedgolf aan exoten? Of hebben we lang geleden die vloedgolf zelf in werking gesteld en wil de PvP nu van die exoten af, ook al hebben ze in de jaren 60 van de vorige eeuw zelf die exoten gehaald. Omdat de samenleving wel eens wat anders wilde. En dat daardoor de soorten die hier wat langer waren (en heus niet al millennia lang) in de verdrukking kwamen, ook al omdat ze zich niet solidair met uitheemse planten toonden.

De vraag over exoten heb ik nog niet gesteld (ik bedoel: in een email, wel hier). Doe ik een andere keer.

Ik heb trouwens wel een klein steekje onder water gegeven. Volgens de PvP worden we bedreigd in ons bestaan. Ik heb een oplossing gegeven, namelijk dit artikel van een hoogleraar nog wel. Niet het soort mensen of planten waar de PvP veel mee omgaat, vermoed ik, gezien de vele spelfouten in de emails en op sociale media, maar ik denk dat dat het goed was om dit artikel te delen met GW en aanhangers. Het gaat over het verplaatsen van bedreigde soorten naar geheel nieuwe gebieden.

Een deel van mijn opmerkingen aan het adres van de PvP is niet eens bedoeld als cynisme, maar meer een verheldering van haar standpunten. Ik wacht weer af…

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten IX

Oei, dat was niet de bedoeling. Toen ik de vorige keer had geschreven over andere vruchten dan appels en peren, had ik binnen geen tijd een mailbox vol met mail. Haatmail vooral. Hoe ik op het onzalige idee, en zelfs gevaarlijke idee, kwam om een papaja te eten. Ik kan daar nu natuurlijk niet op reageren op een zodanige wijze dat die GW-aanhangers en GW zelf snappen wat er zo lekker is aan een papaja. Of kiwi. Of ananas. Zij vinden bij voorbaat een vrucht van vreemde bodem verdacht. Die hoort hier niet. Of iemand als ik dan wel met zulk fruit mag omgaan, was een vraag die bij mij opkwam.

Ik heb dat ook gevraagd in een mail terug. Want is het idee van het leven niet dat we vooral genieten? Dat we met elkaar mooie momenten proberen te hebben. Dat we een vruchtbaar bestaan hebben. Dat we er iets van maken. En ook: planten zijn er voor hun eigen genot, maar het is natuurlijk ook zo dat de ene plant niet perse beter is dan de ander. In diezelfde mail vroeg ik me af of sommige planten nuttiger zijn dan andere.

Nou, dat heb ik geweten. Ik moest worden opgesloten in een concentratiekamp, zei de een in een mail. Opblazen die gast, stond op een forum.

Het erge en enge: bijna iedereen in die mails en op internetfora vindt dat de opperplanten zijzelf zijn. Niemand steekt de hand in eigen boezem, of de meeldraad in eigen bloemblad, en durft te stellen dat er onder de oorspronkelijke planten, de aanhangers van GW, wel erg veel klaplopers en poepverkopers rondzwalken. De wat slimmere planten, die net als GW ternauwernood hoger administratief fauna-onderwijs (HAFO) hebben genoten, spreken zelfs van faunavervalsing. Het is me wat.

Het is natuurlijk blabla van de bovenste plank. Want wie bepaalt wat exoot is en wat niet? Alles wat hier al lang groeit? De familie van GW kwam ook pas 148 jaar geleden naar Nederland, dus dat is recent. Wat is recent? Wanneer is iemand wel een exoot en wanneer niet? Wie heeft wel het recht op de blanke toppen van Neerlands duinen te groeien? Volgens de stamboom is GW dus eigenlijk geen natuurlijke bewoner van onze velden en bossen. Eng wordt het wanneer een enkeling vindt dat we met DNA aan de slag moeten gaan als een plant moet worden buitengesloten. Alsof je daarmee iemand ontzegt dat hij mag groeien en bloeien. Dat neigt naar eugenetica. En dan heb je een probleem bij mij, als plant van Duitsen bloed. Want ik heb geleerd van de plantengeschiedenis van mijn volk. Nie wieder.

Ik heb er een nacht over geslapen. In mijn nachtmerries vol triffid-achtige schepsels hoorde ik steeds weer mijn eigen vraag: wat doe je met die planten, fruit of groente, die van oudsher overal groeien?

In die zelfde nachtmerries riep iemand: REFERENDERUM! Ik denk dat ze bedoelde referendum, maar het was een van die hafisten die dat riep. Een ander schermde ermee dat zelfs de grote Kruis van Bessenbroek had gesteld dat een plant van vreemde bodem niet op onze constitutie moest worden geënt. Badend in het zweet werd ik wakker nadat in de laatste nachtmerrie miljoenen planten hun rechtertak gestrekt omhoog staken.

Ik heb het GW maar meer voorgelegd. Moeten we dus alles afwijzen wat niet van oorsprong hier voorkomt?

© Rick Ruhland 2018