Brieven Aan Koning Therapeut 21

Ben jij wel eens verdrietig? Ben jij wel eens intens verdrietig? Kun jij je überhaupt voorstellen hoe het is om zo verdrietig te zijn dat je hele bestaan bezwijkt?

Nee, dat vermoedde ik al. Dat kun je niet. Eigenlijk kun je dan slecht hulpverlener zijn. Hooguit kun je mensen helpen via een omweg.

Maar ongelukkig zijn, nee daar snap je niets van. Echt helpen kan dan ook niet. Jij wil alleen maar neuken met je patiënten.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Cognitieve dissonantie van pasta

Wij allen lijden aan cognitieve dissonantie (CD). CD is het onaangename gevoel bedoeld van spanning of frustratie dat ontstaat als we worden geconfronteerd met informatie die de basisaannames weerspreekt. We brengen dan de tegengestelde ideeën in overeenstemming met elkaar, om zo de spanning weg te halen.

De moderne mens moet maar wat vaak die spanning wegwerken. Ik had het vanochtend nog. Ik stond in de winkel te kijken naar de verschillende merken pasta. Je hebt slechte C-merken, huismerken, matige merken (Grand’italia), goede merken (Desecco). En je hebt Barilla. Niet slecht, dat merk.

Maar: een merk met een maar. In 2013 deed het opperhoofd van de Barilla Group uitspraken over homo’s. Hij zou nooit een commercial maken met daarin een homoseksuele familie. De halve homo-wereld viel over hem heen. En een deel van de hetero-wereld ook.

Ik zat vanochtend in mijn maag met de keuze voor de pasta die in de aanbieding was. Want dat was dus Barilla. Ik heb nog eens op internet gekeken en het lijkt erop dat dat Barilla-opperhoofd zijn excuses heeft aangeboden (zie hier).

Is dat genoeg? Helpt dat mijn cognitieve dissonantie in harmonie te brengen met mijn weerzin in racisme en afwijzen van andere mensen omdat ze anders zijn? Ja. Een beetje.

Ik begreep ineens hoe het mijn opa en oma en hun generatiegenoten moet zijn vergaan toen de laatste wereldoorlog was afgelopen en zij op een dag, vele jaren na die oorlog, een reisje naar Duitsland maakten. Dat ze weer met die ‘moffen’ in aanraking kwamen.

En dan te bedenken dat ik van Duitschen bloed ben. Letterlijk. Sterker, ik ben als kind ‘mof’ genoemd.

Cognitieve dissonantie, pasta, homo’s, moffen. Dat allemaal in nog geen 300 woorden. Ik ben in een geestelijk volslagen doorgedraaide tijd aanbeland.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 20

Onderwerp: Honger

Ik las op deze plek niet zo lang geleden een brief over het bewaren van nagels en korsten.

Mijn zus heeft een eetstoornis.

In eerste instantie dacht ik: dat verhaal gaat over haar. Over mijn zus.

Maar mijn zus is nog erger: zij eet eelt, haar en nagels. Niet alleen van haar zelf maar ook van anderen.

Wilt u haar niet zo spoedig mogelijk in therapie nemen? Want ze eet op dit moment van de nagels van mijn tenen af en dat kan ik als burgemeester niet hebben. Niet in het openbaar dus.

V. I. Steel.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 19

Hooggeleerde en zeer geëerde heer B.,

U komt over als iemand die nadenkt voor hij praat. Niet meteen reageren als iemand iets deelt in een therapiesessie, maar eerst aanhoren.

Vandaar dat ik, zonder enige psychische problemen, vermoed dat u de juiste persoon bent om dieper in te gaan op de juistheid van de psychiatrie als vervanging van de mislukte religie.

Ik heb uiteindelijk niet zozeer een vraag of zo, ik vind gewoon dat Freud de plek van God definitief heeft ingenomen. En dat iedereen aan de psychoanalyse moet.

Karel Guust Jong.

© Rick Ruhland 2018

Hulpcijfers

Cijfers. Grote hobby van mij. Ik reken graag, ik wil cijfers, getallen weten. Het aantal mensen dat je tegenkomt op een normale dag, hoeveel bomen er gemiddeld in een stad van ongeveer 100000 inwoners staan, hoe vaak mannen vreemd gaan, hoeveel zandkorrels in een druppel water passen, en het gaat maar door. Dat ‘gecijferde’ is waarschijnlijk een genetische trek, want mijn zoon heeft die behoefte ook. De behoefte van spelen met getallen, cijfers, van weten.

De andere kant van de medaille, ongecijferdheid (tevens de titel van een boek van John Allen Paulos; staat hier in de boekenkast), is mij een gruwel. Ik heb nog niet ontdekt of junior ook die hekel aan ongecijferdheid heeft, maar hij zou wel eens van hetzelfde hout gesneden kunnen zijn. Dan zou het zo maar kunnen zijn dat hij ook op andere fronten van de menselijke geest (taalvermogens, creativiteit, logica met redeneren en argumenteren, en meer) ook bovengemiddeld scoort. Dat lijkt nu, hij is nog jong en nog maar halverwege zijn eerste schooltijd, inderdaad zo te zijn. Op toetsen scoort hij ver boven de hoogste gemiddelde score (de A-score), en ook in andere opzichten zit er een HB-jongen in hem. Hij leest veel, kan zijn aandacht goed houden bij zijn opdrachten op school, interesseert zich voor alles wat los en vast zit, hij heeft een grote mate van zelfreflectie en omdat hij veel kan en uit zichzelf doet, mag hij ook veel. Zo doet hij tablet of computer uit als hij er genoeg van heeft; hij is er zelden lang mee bezig (wij hoeven hem zelden tot nooit te zeggen dat de schermtijd voorbij is). En hij gaat elke week een dagdeel naar een zogenaamd Denklab (ook wel Day a week school genoemd), bedoeld voor die groep kinderen die bovengemiddeld scoort op school.

Dat gezegd hebbend: als hij is zoals ik en als hij dus een kleine dosis pech heeft, heeft hij ook een andere trek van vaders kant, namelijk die van een verstoorde chemiebalans in de hersenen. Dan gaat zijn intelligentie (en misschien ook zijn creativiteit) gepaard met ongehoorde fluctuaties in de samenstelling van de neurotransmitters, in de activiteit in de grijze en witte hersencellen.

Van alle mensen in de wereldbevolking schijnt 1 op 14 geestesziek te zijn. Dan hebben we het niet over een pijntje maar over ernstige stoornissen. Angststoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrenie. Ik hoop dat hij een van die overige 13 is. Ik hoop in ieder geval dat hij niet, zoals 1 op de 3 mensen van de Nederlandse bevolking, een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zal doen. Ik hoop dat hij ook dan tot de meerderheid behoort.

Over de cijfers: ik vind het nogal wat. Dat 30 a 35 % van de mensen de ggz opzoekt, terwijl een groot deel van die mensen eigenlijk geen last heeft van een ernstige stoornis. Mag ik dat zo concluderen? Ja, dat mag. Het kan niet zo zijn dat de tendens in de wereld qua geesteszieken (7 %) zo afwijkt van de Nederlandse tendens (30 a 35 procent). Goed beschouwd zijn Nederlanders (dus) geneigd om hulp te zoeken voor kwesties die ze zelf op moeten pakken, die niet onder de noemer ‘psychiatrische stoornis’ vallen. Misschien is het verhaal ook een verhaal van aanbod: volgens een psychiater uit Amsterdam is het aantal behandelaars en hulpverleners in de ggz in Nederland zo’n 500 per 100.000 inwoners (wereldwijd zou dat 9 per 100.000 zijn). Zoveel aanbod aan ggz’ers genereert vraag.

Als u zich tot slot afvraagt, wat is nou HB? Dat is de afkorting die wij hier in huis gebruiken voor hoogbegaafdheid. Niet een term (noch HB, noch hoogbegaafdheid) die wij graag gebruiken. Hij is wat verder dan andere kinderen, dat zien wij en de leraren wel. Maar HB? Dat is meer een term die ouders graag gebruiken om te laten zien hoe slim hun kind wel niet is. Die term wordt vooral gebruikt door mensen met weinig gevoel voor humor. Doen wij hier in huis dus niet. Maar we zien wel – lees zelf eens wat onderzoeken over kinderen / volwassen met een supergroot denkvermogen, dan valt op dat een kind met een denktalent een ‘kind met rugzak’ is: het onderwijs is niet afgesteld op kinderen die voorlopen – dat mijn zoon, en ook ik, niet alleen profijt heeft van een HB-hoofd. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik HB ben, want let wel: bij het teruglezen van mijn proefschrift kan ik mezelf af en toe niet volgen, maar goed: dat is nog geen argument dat ik al dan niet HB ben.

Dat is overigens een nadeel van mij. Ik bedoel: zie de laatste zin van de vorige alinea. Dat nadeel? Ik hanteer om de haverklap humor. Waarmee ik moeilijk ben voor psychiaters. Want die snappen niet dat er humor blijft bestaan op de zwartste, vermoeidste, meest boze en verdrietigste momenten van het bipolaire bestaan.

Gelukkig heeft mijn zoon ook die humor. Je moet hem horen schateren om de films van Laurel en Hardy. Ja, hij krijgt een bijzonder goede opvoeding.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 18

Beste B.,

Mijn vader is altijd een grapjas. Hij moet altijd een soort taalgrapjes maken. Een ‘soort’, want ik vind het helemaal niet grappig. Hoort hij een woord of zin eindigend op -acht, dan moet hij zeggen: Poep in je schoenen, loop je zacht.

Voorbeeld? Stel dat iemand zegt: Ik wens je veel kracht, dan kwam hij met die zin.

Hij heeft duizenden van deze zogenaamde grapjes. Omdraaiing van medeklinkers is er nog zo een. Voorbeeld: ‘Als ik tweemaal met mijn belfiets fiets, nou dan weet je niets, nou dan weet je niets.’ (dus een variant op het liedje van Max van Praag). Of Doorveur.

Ik vermoed dat mijn vader gipsisch gestoord is.

Hugo

© Rick Ruhland 2018

Overdaad doet goed

Het rijmt niet. De titel boven deze tekst. Het origineel, Overdaad schaadt, rijmt wel. Een variant daarop is: Té is noooooit goed. Ook zo’n oer-Nederlandse uitdrukking van middelmaat. Een laatste: de gulden middenweg. Die uitdrukkingen, anders dan de titel van dit stuk, zijn niet aan mij besteed. Oh, ik zou het wel willen. Misschien verlang ik diep in mijn ziel, geest en brein (drie verschillende entiteiten in mijn denken en voelende leven) naar die rust.

Maar feit is dat ik geen matigheid ken. Ik moet en zal en ben onmatig. Want ik weet nooit hoe lang ziel, geest en brein mij de gelegenheid geven om te schrijven, muziek te maken, te basketballen, vrienden te zien, te wandelen, en meer. Die gelegenheid, van een zekere concentratie en doelgerichtheid, is vaak een beperkt tijdsraam. Tot gisteren was die energie en aandacht en focus en concentratie en drang om te schrijven volslagen weg. Vandaag zijn die processen weer op mijn hand. Dat betekent dat ik vandaag minstens tien stukjes kan schrijven, en daarbij ook nog verder kan werken aan mijn boek dierenverhalen, mijn roman, en wat ik verder nog heb liggen.

Eigenlijk is overdaad dus goed voor mij. Hoe dat zit dan? In de afgelopen dagen was de energie weg. Zowel geestelijk als fysiek. Ik moet slapen, ik heb koude handen en voeten, ik ben boosverdrietig en eenzaam en ik wandel rond in de wereld met geesten en doden om mij heen (hoewel die doden zelden mijn broer of vader zijn), de angst dat ik het einde van de dag niet haal overvalt mij met traangas.

En dus, als bij donderslag op donderdag, is opeens de vermoeidheid weg en kan ik weer schrijven. Dat doe ik dus ook. Ik heb voor de rest van de maand mijn stukken tekst al ingepland op mijn weblog.

Ik wil schrijven, ik moet schrijven, ik schrijf. Onmatigheid als gids. Dat schrijven gaat  in bursts. Zoals de zon af en toe zonnevlammen genereert, door explosies op het oppervlak van de zon, zo schrijf ik mijn stukken. Ik schrijf wanneer explosies van ideeën over mijn neocortex denderen.

Zo, dat weet u dan ook weer. Als het u al interesseert.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 16

Beste B.,

Ik spaar de nagels van mijn teennagels en korstjes van eelt die ik lostrek van mijn voeten. Ik heb van elk kalenderjaar een potje vol. Mijn familie zegt dat ik hulp moet zoeken. Ik heb die zoganaamde ‘naasten’ al gevraagd waarom. Zij vinden het storend en zij zijn van mening dat ik daarom dus aan een psychiatrische stoornis lijdt.

Wat vind jij? Moet ik die potjes met nagels en eelt labels geven zodat ik weet welk potje van welk jaar is?

Overigens zou ik het fijn vinden als je mijn familie een brief kunt sturen waarin je duidelijk maakt dat ik geen stoornis heb, en dat een hobby hebben beter is dan iemand verrot slaan. Ook al snap je niets van die hobby.

Jan.

© Rick Ruhland 2018