Bloedig mikado

Ze hield van een spelletje mikado, had ze me vaak gezegd.  Gisteren zei ze dat ze een nieuwe set had gekocht.

Ze liet me een foto zien.

IMG_6808.jpg

Ik vroeg haar of het niet gewoon tandenstokers waren waar bloed op zat.

Ik hoefde niet aan te dringen.

Ja, zei ze zacht.

Ze dacht dat ze met zulke houten prikkers aan acupunctuur kon doen en zo de demonen uit haar lijf kon halen.

© Rick Ruhland 2018

 

Advertisements

Tijdreizen is niet voor iedereen

Ze worden weggehoond. Ze worden niet geloofd. Wat hun boodschap ook is. Vooral als het niet paste in de tijd waarin zij hun uitspraken deden.

Maar ik geloof ze, want het is waar. Waar, zeg ik, want ze bestaan. De tijdreizigers die ons steeds vaker bezoeken.

Laten we even duidelijk stellen: de gasten in de volgende filmpjes zijn geen tijdreizigers maar aandachtsgeilerds. Luister naar de inconsequenties, het gebrek aan antwoorden (die er overigens wel zijn), en de lukrake opmerkingen over de toekomst. Deze baardmans die een tekst opleest, is wel de minst geloofwaardige.

Michael Phillips, nog zo’n fake. Over 2 jaar weten we of de Derde Wereldoorlog begonnen zal zijn. #not.

Edward met het geblurde gezicht.

Zoals al vaker opgemerkt zijn de meeste breinreizigers blank, man en zijn ze angstig. Zie ook dit artikel.

Daar zit een reden achter. Iets met DNA en iets met de gevolgen van tijdreizen (op het niveau van neuronen en dendrieten). Maar ik kan daar niet meer over zeggen. Dat zou mij ook de kop kunnen kosten.

Wat tijdreizen lastig maakt, is dat andere tijden vast zitten in hun eigen hier en nu. De menselijke geest komt daar niet makkelijk uit. Tijdreizigers zelf niet, maar ook de mensen vast in hun tijd zit niet. Wie zijn tijd vooruit is, of achteruit, die wordt niet serieus genomen, of zelfs opgeknoopt. Aan de geestelijke schandpaal of aan de echte galg.

En dan nog: dat ze zelfs in hun eigen tijd niet worden geloofd, is geen voorwaarde te geloven dat iemand tijdreiziger is.

Ik ben ervaringsdeskundige. Toen ik de eerste keer terug ging, of zoals wij het in onze tijd noemen, toen ik de syncronicitijd doorbrak, had ik hetzelfde te verduren. Maar ik was toen al wat ouder dan ik nu ben. Dat maakt dat mensen mij minder snel zullen afwijzen.

Ik heb mensen als John Titor, Michael Phillips, Bryant Johnson, Alexander Smith, Håkan Nordkvist nooit ontmoet, maar als zij al tijdreiziger zijn, dan schenden zij veel, te veel regels. Zij hebben dan ook meestal slechts een keer gereisd, daarna worden ze onderworpen aan het derde protocol.

En dit? Hij is gewoon een aandachtszoeker.

Een vriend van mij heeft het wel eens juist verwoord: de menselijke geest is nog niet in staat tijdreizen te begrijpen, laat staan te bedenken, laat staan uit te vinden, laat staan te doorstaan. Niet het reizen door iemand zelf, niet het reizen door iemand anders. Tijdreizigers die zeggen dat ze uit de 22e, 23e of 24e eeuw komen zijn sowieso leugenaars. Je moet eerder in termen van millennia van millennia denken.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: modelling development

“One of the main concerns […] is how to account for quantitative growth in development and how to relate this quantitative growth to qualitative analyses and to the parameters in the model. The definition of such quantitative growth (or development) is an autocatalytic quantitative increase in a growth variable following the emergence of a specific structural possibility in the cognitive system. In other words, language development (or cognitive growth in general) consists of growth which is expressed in numbers (quantitative) and which is not entirely caused by some external factor (autocatalytic). This growth is caused by the system itself, i.e. change is induced by the cognitive system itself.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Brieven Aan Koning Therapeut 8

Beste B., hulpverlener inter pares,

Mijn vriendin weigert zich te vingeren voor de webcam (die uit staat, zeg ik er dan bij). Normaal doet ze alles wat god verboden heeft. De webcam is zelfs al een keer tussen haar schaamlippen geweest, als een soort dildo, en toen stond hij niet uit.

Ik vind dat zij zich zorgen moet maken, maar dan verwijt ze mij dat ik vind dat zij exhibitionistisch moet zijn, terwijl zij meent dat niet iedereen hoeft te zien hoe groot haar schaamlippen zijn. Maar dat is onzin. Daar draait het niet om. Ik vind het gewoon geil als iedereen kan zien hoe mijn vrouw helemaal los gaat.

Houdt ze dus nog wel van me? B., jij bent ook een geile beer, dus help me uit de brand.

Sjon.

 

Mijn eerste keer: visioen

Het klinkt middeleeuws. Het woord visioen. Maar dat is het om de drommel niet. Het is een levend verschijnsel. Helaas, zo is mijn overtuiging, heeft visioen vooral een betekenis in religieuze contexten. Daar betekent visioen zoiets als een droombeeld of verschijning hebben die ervaren wordt als bovennatuurlijk of mystiek. Aan die beelden wordt vaak ook een voorspellend vermogen toegeschreven. Dat zal wel zo zijn, maar ook gewone mensen als ik hebben visioenen.

Ik ben niet monotheïstisch religieus, ik ben geen overtuigd aanhanger van een leven na de dood, ik denk niet dat er een hemel is, en zo kan ik nog wel even door gaan. Als ik al een geloof aanhang, dan is het een geloof in mensen. In menselijkheid. In mijn dagelijkse doen en laten ben ik misschien een beginnend boeddhist, of een agnosticus. Ik kom vaak niet verder dan ‘Ik weet het niet’.

Wat ik wel weet is wanneer ik mijn eerste visioen had. Ik was student, en op een windstille zondagmiddag zat ik in de leren stoel in mijn studentenkamertje en keek naar buiten. Ik voelde opeens dat ik uit mijn stoel opstond zonder dat ik opstond. Toen ik dat besefte, klommen mijn lichaam en geest terug zijn mijn lijf. En toen gebeurde het: ik was terug in mijn lichaam en zag toen een andere werkelijkheid. Ik zag mezelf en onbekende mensen die in een ruimte waren waar zij spraken over onderwerpen die ik niet snapte. Nog niet snapte, moet ik zeggen, want ruim zeven jaar later had ik een déjà vu van wereldformaat. Ik was werkelijk in die ruimte die ik in mijn visioen had gezien. Ik hoorde de woorden van weleer. En ik wist: in die stoel op die zondagmiddag jaren eerder heb ik een visioen gehad. Een beeld uit de toekomst. Mijn eigen toekomst.

Ik heb die visioenen vandaag de dag nog. Maar net als over tijdreizen en tijdreiziger zijn kun je beter maar niet spreken over die zaken die andere mensen niet snappen, die andere mensen afwijzen, die niet passen in het tijdsgewricht.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: forms of change

“In sum, I distinguish[ed] six forms of change in time series. There is change which has no end point, i.e. linear and exponential change, and there is change with an end point, i.e. logistic, asymptotic, discrete and cusp. […]. This end point is constant with respect to the score on the y-axis. The difference between logistic/asymptotic and discrete/cusp (all four have an end state) is the suddenness of change. The difference between logistic and asymptotic growth is the starting point. The difference between the discrete step and the cusp is that the cusp has an overlap of states and more than one possible jump from one state to the other. Despite the intuitively appealing descriptions, all forms of growth lack a formal criterion (e.g. how can one distinguish between a rapid gradual change and a discrete step?). Apart from a conclusive definition, the descriptions are also problematic in the sense of testing. Therefore, I present a mathematical approach to quantitative development. [These] Non-linear models and theories […] models and theories allow for an estimation of parameters and [they] state the relationship between x (a time index) and y (the variable) values in terms of a growth indication (e.g. in terms of continuity and discontinuity).”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

 

Non-commerciële ruimtevluchten in de US correleert met aantal kinderen dat door hun ouders is gedood

Als je als niet-psycholoog gaat werken bij de sociale faculteit van een universiteit, om daar onderzoek te doen, dan valt een ding meteen op. Bij alles wat aan onderzoek wordt gedaan, bij alle theorieën en methoden van deze onderzoekers, staat op de eerste plaats: statistiek. Het lijkt wel dat zonder die statistiek de psycholoog eigenlijk geen recht van spreken heeft.

Begrippen als unimodale verdeling en p-waarden zijn cruciaal in het creëren van geloofwaardigheid in het vak. Dat lukt de psychologen in slechts 66,3 % van de gevallen (met een p<0,05, zeg ik met 🙂, bij een steekproef van 1800 medewerkers aan vier verschillende universiteiten; ook hier weer:🙂).

Alle Spaß beiseite:

waar het gaat om is in dit korte stukje blog is een ander woord dat te pas en te onpas valt bij wetenschappers aan de sociale faculteiten: correlatie. In het kort is dat het verschijnsel dat twee grootheden, twee maten een samenhang vertonen. Ik ga hier geen statistiekcollege geven, maar geloof me, deze correlatie wordt meestal totaal verkeerd begrepen en gebruikt. Vaak wordt namelijk een causaal verband verbonden aan correlatie. Onzin: correlatie is niets anders dan dat twee dingen (variabelen, eenheden, grootheden, verschijnselen) tegelijk voorkomen. Ik vond op deze site heerlijke voorbeelden. Ga eens kijken bij de voorbeelden daar en bedenk: de correlatie is hoog, maar dat is het dan ook wel.

Tenzij je denkt dat er een causale relatie zit tussen (ik noem maar wat) moord door een val van een hoog gebouw *en* de neerslag in Tuscola county, Michigan, USA. Of de correlatie tussen huwelijken in Wyoming, USA *en* het aantal verkochte personenauto’s die in de USA zijn gemaakt.

Te vaak heb ik psychologen aan het werk gezien die de relatie tussen hun variabelen zagen als bewijs voor hun hypotheses, of bewijs voor de theorie. Die van correlatie causaal verband maakten. Die met statistiek bewijzen probeerden te vinden. Of zelfs de waarheid. Terwijl uiteindelijk maar een ding met zekerheid te zeggen is over statistiek:

Je hebt leugens, verdomde leugens, en statistiek.

(vrij naar een quote van – zeer waarschijnlijk – Leonard H. Courtney uit 1895).

© Rick Ruhland 2018

Geheugenafbouw

Een jaar of 20 geleden ontmoette ik Elisabeth Loftus. Zij was in Nederland voor een lezing aan de universiteit waar ik toen werkte (als onderzoeker en docent op het gebied van taal & ontwikkeling) en op de dag dat ze de lezing hield, checkte ze op mijn computer haar email. Boeiende vrouw om naar te kijken. Niet in de laatste plaats door haar ontspannen uitstraling.

Maar belangrijker dan haar fysieke voorkomen was en is haar wetenschappelijke werk. Als een jaar of 40 houdt zij zich bezig met de werking van het geheugen. Nou interesseert me de werking van het geheugen bovenproportioneel, maar waar zij echt stappen gezet heeft in het begrip van het onthouden, is het “misinformation effect”. Dat houdt in dat wij mensen achteraf onze herinneringen vervormen. Actief en passief, dat doet er niet toe. Feit is dat wij niet echt zeker kunnen zijn van ons geheugen. Ander onderzoek van Loftus is naar het geheugen van ooggetuigen en valse herinneringen. Alles bij elkaar genomen: ons brein is qua herinneren en geheugen niet alleen plooibaar, het is makkelijk te ver- en misvormen.

Wat mij zo boeit, nu in deze tijd van computers, tablets en smart phones, is dat ons geheugen steeds minder hoeft te doen. We kunnen alles wat we zien en horen ergens op vastleggen. We kunnen geuren en smaken nog niet zo goed bewaren in de digitale vorm (bijvoorbeeld als we ergens eten en de smaak en geur van de gerechten), maar ons omringende klanken en beelden wel.

Al een tijd zie ik dat het niet hoeven onthouden van informatie leidt tot het niet kunnen onthouden. Bij het geven van les aan studenten – enkele jaren geleden – viel me op dat bij zo goed als elke vraag van mij over feitjes of berekeningen het merendeel naar hun digitale slaaf greep.

Ik moest aan Loftus en aan de lekkende geheugens van studenten denken toen ik dit artikel las. Door mobiele computers hoeven we niet alleen weinig meer te onthouden, ons brein wordt ook nog eens afgeleid door deze apparaten waardoor het vastleggen van informatie (even kort door de bocht gezegd: herinneren en leren) slecht of zo goed als niet lukt.

Mooi citaat als het gaat om foto’s nemen en niet meer om ons heen kijken:

When we’re hunting for the perfect Instagram shot, we’re not listening, we’re not smelling, we’re not always paying attention to the beautiful, complex minutiae that make up the moment.

We raken het contact met, het benul van en de waardering voor de werkelijkheid kwijt.

Erger: de emoties die ons maken tot wie we zijn, namelijk mens, verdwijnen naar de achtergrond. Wat we hebben vastgelegd, is waar. Wat we hebben ervaren en gevoeld is tweederangs geworden. Soms is die ervaring en dat gevoel afwezig.

Al met al: wat echt is, is alleen dat wat is vastgelegd. Het rare: vastleggen maakt het geheugen zwakker, terwijl we misschien denken dat we een deel van ons leven bewaren. Wie wat bewaart, heeft wat, zegt het spreekwoord, maar wie bewaart op een digitaal geheugen, bewaart niet perse een waarheid die waarde heeft.

© Rick Ruhland 2018

Als je focust, zie je de punten

Mensen die een ongebreidelde nieuwsgierigheid hebben, kennen van nature een gebrekkige focus. Feit. Want zo goed als elk moment dat zij iets hebben ontdekt en er meer van willen weten, zien ze iets dat gerelateerd is en dat ook interessant is. Of niet, maar dat moet worden uitgezocht.

Zoiets, dat andere dat ook gerelateerd is, niet uitzoeken is niet mogelijk. Focus en constante, ongebreidelde nieuwsgierigheid gaan niet samen.

Hoe werkte dat in mijn geest? Ik vond dit wel een redelijk passende tekening. Een model van mijn geest. Behoorlijk geabstraheerd, dat wel, maar het maakt duidelijk hoe mijn geest werkt. Laterale inhibitie wordt dit ook genoemd. En ik moet steeds even kijken of die andere rondjes er zijn. De figuur hieronder is beperkt in grootte (er zijn slechts 12 zwarte rondjes in de figuur). Het aantal focuspunten in mijn brein is veel en veel groter. Geen idee hoeveel groter.

IMG_6490

Overigens weet ik niet de verklaring (er bestaat een artikel in Perception met de titel ‘Variations on the Hermann Grid’ uit 2000 die op verklaringen ingaat), maar feit is wel dat je niet alle 12 zwarte rondjes tegelijk kunt zien. Alleen als je je ogen over de tekening beweegt, zie je de andere, maar nooit alle tegelijk. Maar je weet dat ze er zijn. En je zult ze steeds zien als je je ogen beweegt.

Dat heb ik met kennis, met indrukken, met gedachtes, met taal. Dagelijks. Met alle zintuigen.

© Rick Ruhland 2018

 

Scenes from a thesis: rule guided development

“The importance of the concept of a language structure is that in any language, but also during development this structure follows rules. In other words, language and language development is not without a goal. There is an end state in development, which is described and explained with the aid of linguistic theory. Language development, i.e. the change from no language to that end state, is not a proliferation of change that is adrift, but a series of learning events in time that is rule guided, although these rules do not need to be innate or explicitly learned.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.