Tweede paasdag

Ik ben vandaag opgestaan.

Uit de tijdelijke dood.

Een eeuwigheid in het kwadraat geleden

Heb ik nieuw leven geschapen.

Vandaag, drie keer drie jaar geleden,

werd mijn zoon aan de mensheid geschonken.

Hij is mij heilig,

Wij zijn een god buiten het ondiepst van ‘s mensen gedachten.

© Rick Ruhland 2019

 

Advertisements

Alle moraal is lokaal

Er leeft bij menigeen het idee, een wens goed beschouwd, dat er een universele moraal is. Dat er gedrag is aan te wijzen, te formuleren op een abstract niveau of zelfs een zeer concreet niveau, dat alle mensen eigen zou zijn. Een stap verder: dat alle mensen zouden moeten onderschrijven. Waaraan alle mensen zich moeten houden. En misschien zelfs: een moraal die op te leggen is aan alle mensen.

Ik stel dat dat onzin is. Zulk gedrag, de handelende mens met een universele moraal, is een utopie, een waanbeeld, dat alleen op intenties valt vol te houden, maar dat botst in de praktijk op bezwaren en wetten van de overleving. Laat me, om uit te leggen waarom dat zo is, het verhaal van de Visser en de Alpbewoner vertellen.

De Visser woont met zijn gezin aan de dijk langs de zee. Elke dag gaat hij de dijk op om te zien of het verantwoord is om met de boot de ze op te gaan. Elke dag inspecteert hij met de andere mannen van het dorp de dijk. Als de dijk door storm of regen verzwakt is, moet onmiddellijk de dijk worden verzwaard. De zee neem je serieus, zegt de Visser als mensen hem vragen waarom ze zo alert zijn op de kwaliteit van de dijk. Een zwakke of te lage dijk, dat kon de dood van zijn gezin betekenen. En zo denkt iedere visser er over. De visser geniet van het uitzicht, en dat maakt zijn denken weids. Zomer of winter, dat maakt nauwelijks verschil. Verschil maakt hoe hoog de vloed is en hoe hard het waait.

Vele kilometers verderop, weg van de zee, woont de Alpbewoner. Hij leeft met zijn familie op een alpenweide. Elke zomer is hij druk bezig met het verzorgen van zijn kudde koeien. Die moeten vanaf de eerste warmte de weides op en vers gras eten. Elke dag zorgt hij er voor dat hij bezig is met de voorbereiding op de winter die meestal in halverwege de herfst al inzet. Hoe de berg erbij staat, dat is weinig relevant. Een rotsblok meer of minder, dat is niet relevant. De berg is sterk. In de winter zijn sneeuw en lawines bedreigingen. Hoe hard het waait, hoe hoog het water in de kleine beken staat, is niet zo relevant voor de Alpbewoner. Sneeuw, dat is een gevaarlijke neerslag. Maar of je nou een topje van de berg afhaalt, dat maakt voor het overleven van de Bergbewoner niets uit.

Dus: waar je woont, dat maakt uit wat belangrijk is. En omdat alle recht en alle moraal voortkomt uit omstandigheden, kan er nooit sprake zijn van een algemene, overal geldende en allesbeheersende moraal. Omdat niet alle omgevingen gelijk zijn.

De enige moraal die op een zeker, zij het abstract, niveau zou kunnen gelden, is de moraal van het stuk maken en het afhandig maken. Je maakt niet stuk wat niet van jou is (al kan een ongelukje zo gebeurd zijn), je maakt niet afhandig wat niet van jou is (al kan een mens zich “vergissen” in het mijn en dijn). Geen voorwerpen, geen planten, geen dieren, geen mensen. Op die twee – stuk en afhandig maken – zou altijd de meest indrukwekkende straf moeten staan. Bezie de mens en weet zijn zwakte, als je daar de moraal vervolgens aan koppelt en de strafmaat bepaalt, dan zul je zien hoe goed de wereld vervolgens functioneert.

Er is geen andere moraal dan lokale moraal.

© Rick Ruhland 2019

Diepere betekenis

Kerst. Dong Zhi. Winterzonnewende. Chanoeka.

Lichtfeest.

Winterfeesten.

De tijd dat wij mensen samen zijn.

De tijd dat symboliek een grote speelt.

Licht.

Het groen van de natuur.

Eten en drinken.

Geschenken en presentjes.

Maar dan dit: in de drie weken tot de zonnewende gooide ik elke week een keer onvoorzien en onbedoeld een fles olie op de grond. Een groot deel vloeide uit de fles, op de keukenvloer lag een plas olie.

Ik vermoed dat een diepere betekenis achter “de oliefles op de vloer” zit. Zonnewendes zullen nooit meer het zelfde zijn.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 19

Hooggeleerde en zeer geëerde heer B.,

U komt over als iemand die nadenkt voor hij praat. Niet meteen reageren als iemand iets deelt in een therapiesessie, maar eerst aanhoren.

Vandaar dat ik, zonder enige psychische problemen, vermoed dat u de juiste persoon bent om dieper in te gaan op de juistheid van de psychiatrie als vervanging van de mislukte religie.

Ik heb uiteindelijk niet zozeer een vraag of zo, ik vind gewoon dat Freud de plek van God definitief heeft ingenomen. En dat iedereen aan de psychoanalyse moet.

Karel Guust Jong.

© Rick Ruhland 2018

Breaking news: veiling

Ik heb geen idee of de volgende regel tekst (de kop boven een artikel op internet) fake-nieuws is of een alternatief feit is, maar ik vind het op generlei wijze ongeloofwaardig en ik vermoed dat het dus wel waar moet zijn.

“Twee bisdommen veilen misbruikte misdienaars voor het goede doel.”

© Rick Ruhland 2018

Bladzijdeverbranding

Op beelden uit Amerika in een documentaire zijn mensen te zien die platen – LP’s en singles – op een stapel gooien en vervolgens die stapel in brand steken. Die beelden zijn niet van recent, maar van 50 jaar geleden. Mensen van toen wilden niets meer te maken hebben met die platen. En eigenlijk was die plaatverbranding het gevolg van maar een opmerking: “We’re more popular than Jesus.” Voor wie niet weet wie die opmerking maakte: dat was John Lennon. Zanger, gitarist, componist van de grootste band ooit, The Beatles. Hij had gelijk: zeker op dat moment waren de Beatles zo populair dat Jezus er niet aan kon tippen. Hoe juist ook, het leidde bij velen in de VS tot een woede-uitbarsting. Dat een muzikant zomaar zoiets durfde te beweren: dat kon niet. Of zoals een meisje zei: ‘Stel je voor dat mensen, jongeren vooral, zoiets horen.’

30 jaar daarvoor waren volksstammen bezig met iets vergelijkbaars: het verbranden van boeken. Destijds ging het om boeken van een religieuze minderheid die moest worden geëlimineerd. Boeken, kunst, synagogen, en uiteindelijk mensen moesten worden verbrand. Ook voor hen die kunst en daarmee ook mensen op de brandstapel en in gaskamers gooiden geldt: de angst was groot want tja, wie weet zou de eigen cultuur wel eens bedreigd kunnen worden. Angst, altijd een slechte raadgever.

In onze tijd zijn om weer andere redenen andere volksstammen bezig met het kapot maken van alles wat niet past in het beeld dat die die stammen hebben van wat juist is en wat niet. Beelden en andere overblijfselen van oude culturen worden vernietigd, zelfs als die beelden geen enkele schade aan het huidige denken en handelen van die volksstammen kunnen aanbrengen. Die uitingen van andere geloven, van anders denken, moeten vernietigd worden. Ausrotten, ‘iibadatan, annihilate. De mens is nou eenmaal een kwaadaardig wezen.

Ja, de mens is ook een scheppend wezen, maar na het scheppen vooral een destructief wezen. Ik ook? Ik ben in mijn diepste zijn geen destructief wezen. Ik kan wel dingen stuk maken. Een krant stuk scheuren om als aanmaakpapier voor de open haard te gebruiken, om maar wat te noemen. Maar wat nou als je geen krant in huis hebt, maar nog wel een boek? Een boek dat je gelezen hebt, dat je niet geweldig vond, dat je zou willen doorgeven aan een vriend maar dat niemand wil hebben, en dat zelfs de kringloopwinkel niet wil hebben. Gooi je dat boek in een papierbak? Ik kan dat niet.
Dan nu de hamvraag: mag je een pagina uit dat boek scheuren om te gebruiken als aanmaakpapier, als je ver geen enkel papier meer hebt? Ja, want dan heeft het boek nog nut. Mag 2 pagina’s ook? Of 10? 20 dan? 20 mag ook. Nou had ik een boek dat 20 pagina’s groot was. Ik heb eerst alle pagina’s gebruikt, en de kaft was ook wel te gebruiken als aanmaakpapier. Ik heb dus een boek verbrand om een haardvuur aan te krijgen. Heiligt het haardvuur de middelen?

Ben ik nu van dezelfde orde als zij die platen van de Beatles verbrandden, als de nationalisten die enartetete Bücher naar de brandstapel brachten, en de religieuzen die kapot maken wat van een ander geloof is?

© Rick Ruhland 2018

Ezel

In het westen, net voorbij de rivier die gemoedelijk door het laagland slingerde, hoopten wolken samen en voor de pluizige antracieten watten over de rivier zouden zijn, wiste hij het zweet van het voorhoofd, gooide de spade weg waarmee hij het land had omgespit en waardoor de grond rijp was voor een nieuw gewas, en stapte het huis binnen om zijn overall uit te doen en de zwembroek aan, en toen hij zo, bijna naakt, op zijn motor stapte, reed hij, terwijl de zwoele wind langzaam toenam als aankondiger van noodweer, een plensbui, met steeds grotere vaart over de dijk die voerde naar de heuvel langs de rivier en waar het bos van dennen en sparren als een stekelig haardos duidelijk in de wijde omgeving te zien was, en nadat hij zijn motor bij het vennetje in het bos had gestald, trok hij zijn zwembroek uit en dook naakt in het groezelige water, vol halfverteerde planten resten en bladeren van de vorige herfst, die hier in het midden van het bos, waar zelden iemand kwam, alleen hij van tijd tot tijd, slecht rotten en die een zure smaak in de mond gaven als hij vergat zijn mond te sluiten, duikende in het water, en na een keer zwemmen naar de overkant en terug klom hij het water uit, trok zijn zwembroek weer aan en reed, dit keer in de laagste versnelling, terug naar zijn stolpboerderij in de polder, waar hij het mosterdzaad over de zwarte grond strooide, en toen hij opkeek, rechtop staand in niet meer dan zijn zwembroek, barstte het noodweer los en met geweld van donder en bliksem kwakte een plensbui van een half uur, een bui van Bijbelse proporties want met druppels dik als golfballen, op de aarde en in het kabaal van de stortvloed schreeuwde hij een minutenlang durend AAAAHHHHH naar de hemel, tot zijn voeten tot aan de enkels in de klei waren weggezakt en hij besefte dat deze dag het einde van de zomer aankondigde, de dag van de laatste warmte, en dat zijn werk was gedaan, en vooral dat hij geen tijd meer had om met zijn zeilboot de plas op te gaan, en over het water van de zandafgraving te zeilen, om nog een keer met warm weer naar het eiland te glijden, het eiland met de kapel, waarin de naakte madonna door zomergasten werd aanbeden met duizenden heiligenbeelden en die de plek was waar hij kwam als hij zichzelf moest bevredigen om te voorkomen dat hij zich weer vergreep aan zijn ezel, en om dan met wind in de rug terug te keren naar zijn huis en daar huilend in bed te vallen…

© Rick Ruhland 2018

Mijn eerste keer: visioen

Het klinkt middeleeuws. Het woord visioen. Maar dat is het om de drommel niet. Het is een levend verschijnsel. Helaas, zo is mijn overtuiging, heeft visioen vooral een betekenis in religieuze contexten. Daar betekent visioen zoiets als een droombeeld of verschijning hebben die ervaren wordt als bovennatuurlijk of mystiek. Aan die beelden wordt vaak ook een voorspellend vermogen toegeschreven. Dat zal wel zo zijn, maar ook gewone mensen als ik hebben visioenen.

Ik ben niet monotheïstisch religieus, ik ben geen overtuigd aanhanger van een leven na de dood, ik denk niet dat er een hemel is, en zo kan ik nog wel even door gaan. Als ik al een geloof aanhang, dan is het een geloof in mensen. In menselijkheid. In mijn dagelijkse doen en laten ben ik misschien een beginnend boeddhist, of een agnosticus. Ik kom vaak niet verder dan ‘Ik weet het niet’.

Wat ik wel weet is wanneer ik mijn eerste visioen had. Ik was student, en op een windstille zondagmiddag zat ik in de leren stoel in mijn studentenkamertje en keek naar buiten. Ik voelde opeens dat ik uit mijn stoel opstond zonder dat ik opstond. Toen ik dat besefte, klommen mijn lichaam en geest terug zijn mijn lijf. En toen gebeurde het: ik was terug in mijn lichaam en zag toen een andere werkelijkheid. Ik zag mezelf en onbekende mensen die in een ruimte waren waar zij spraken over onderwerpen die ik niet snapte. Nog niet snapte, moet ik zeggen, want ruim zeven jaar later had ik een déjà vu van wereldformaat. Ik was werkelijk in die ruimte die ik in mijn visioen had gezien. Ik hoorde de woorden van weleer. En ik wist: in die stoel op die zondagmiddag jaren eerder heb ik een visioen gehad. Een beeld uit de toekomst. Mijn eigen toekomst.

Ik heb die visioenen vandaag de dag nog. Maar net als over tijdreizen en tijdreiziger zijn kun je beter maar niet spreken over die zaken die andere mensen niet snappen, die andere mensen afwijzen, die niet passen in het tijdsgewricht.

© Rick Ruhland 2018