Breaking news: veiling

Ik heb geen idee of de volgende regel tekst (de kop boven een artikel op internet) fake-nieuws is of een alternatief feit is, maar ik vind het op generlei wijze ongeloofwaardig en ik vermoed dat het dus wel waar moet zijn.

“Twee bisdommen veilen misbruikte misdienaars voor het goede doel.”

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Bladzijdeverbranding

Op beelden uit Amerika in een documentaire zijn mensen te zien die platen – LP’s en singles – op een stapel gooien en vervolgens die stapel in brand steken. Die beelden zijn niet van recent, maar van 50 jaar geleden. Mensen van toen wilden niets meer te maken hebben met die platen. En eigenlijk was die plaatverbranding het gevolg van maar een opmerking: “We’re more popular than Jesus.” Voor wie niet weet wie die opmerking maakte: dat was John Lennon. Zanger, gitarist, componist van de grootste band ooit, The Beatles. Hij had gelijk: zeker op dat moment waren de Beatles zo populair dat Jezus er niet aan kon tippen. Hoe juist ook, het leidde bij velen in de VS tot een woede-uitbarsting. Dat een muzikant zomaar zoiets durfde te beweren: dat kon niet. Of zoals een meisje zei: ‘Stel je voor dat mensen, jongeren vooral, zoiets horen.’

30 jaar daarvoor waren volksstammen bezig met iets vergelijkbaars: het verbranden van boeken. Destijds ging het om boeken van een religieuze minderheid die moest worden geëlimineerd. Boeken, kunst, synagogen, en uiteindelijk mensen moesten worden verbrand. Ook voor hen die kunst en daarmee ook mensen op de brandstapel en in gaskamers gooiden geldt: de angst was groot want tja, wie weet zou de eigen cultuur wel eens bedreigd kunnen worden. Angst, altijd een slechte raadgever.

In onze tijd zijn om weer andere redenen andere volksstammen bezig met het kapot maken van alles wat niet past in het beeld dat die die stammen hebben van wat juist is en wat niet. Beelden en andere overblijfselen van oude culturen worden vernietigd, zelfs als die beelden geen enkele schade aan het huidige denken en handelen van die volksstammen kunnen aanbrengen. Die uitingen van andere geloven, van anders denken, moeten vernietigd worden. Ausrotten, ‘iibadatan, annihilate. De mens is nou eenmaal een kwaadaardig wezen.

Ja, de mens is ook een scheppend wezen, maar na het scheppen vooral een destructief wezen. Ik ook? Ik ben in mijn diepste zijn geen destructief wezen. Ik kan wel dingen stuk maken. Een krant stuk scheuren om als aanmaakpapier voor de open haard te gebruiken, om maar wat te noemen. Maar wat nou als je geen krant in huis hebt, maar nog wel een boek? Een boek dat je gelezen hebt, dat je niet geweldig vond, dat je zou willen doorgeven aan een vriend maar dat niemand wil hebben, en dat zelfs de kringloopwinkel niet wil hebben. Gooi je dat boek in een papierbak? Ik kan dat niet.
Dan nu de hamvraag: mag je een pagina uit dat boek scheuren om te gebruiken als aanmaakpapier, als je ver geen enkel papier meer hebt? Ja, want dan heeft het boek nog nut. Mag 2 pagina’s ook? Of 10? 20 dan? 20 mag ook. Nou had ik een boek dat 20 pagina’s groot was. Ik heb eerst alle pagina’s gebruikt, en de kaft was ook wel te gebruiken als aanmaakpapier. Ik heb dus een boek verbrand om een haardvuur aan te krijgen. Heiligt het haardvuur de middelen?

Ben ik nu van dezelfde orde als zij die platen van de Beatles verbrandden, als de nationalisten die enartetete Bücher naar de brandstapel brachten, en de religieuzen die kapot maken wat van een ander geloof is?

© Rick Ruhland 2018

Ezel

In het westen, net voorbij de rivier die gemoedelijk door het laagland slingerde, hoopten wolken samen en voor de pluizige antracieten watten over de rivier zouden zijn, wiste hij het zweet van het voorhoofd, gooide de spade weg waarmee hij het land had omgespit en waardoor de grond rijp was voor een nieuw gewas, en stapte het huis binnen om zijn overall uit te doen en de zwembroek aan, en toen hij zo, bijna naakt, op zijn motor stapte, reed hij, terwijl de zwoele wind langzaam toenam als aankondiger van noodweer, een plensbui, met steeds grotere vaart over de dijk die voerde naar de heuvel langs de rivier en waar het bos van dennen en sparren als een stekelig haardos duidelijk in de wijde omgeving te zien was, en nadat hij zijn motor bij het vennetje in het bos had gestald, trok hij zijn zwembroek uit en dook naakt in het groezelige water, vol halfverteerde planten resten en bladeren van de vorige herfst, die hier in het midden van het bos, waar zelden iemand kwam, alleen hij van tijd tot tijd, slecht rotten en die een zure smaak in de mond gaven als hij vergat zijn mond te sluiten, duikende in het water, en na een keer zwemmen naar de overkant en terug klom hij het water uit, trok zijn zwembroek weer aan en reed, dit keer in de laagste versnelling, terug naar zijn stolpboerderij in de polder, waar hij het mosterdzaad over de zwarte grond strooide, en toen hij opkeek, rechtop staand in niet meer dan zijn zwembroek, barstte het noodweer los en met geweld van donder en bliksem kwakte een plensbui van een half uur, een bui van Bijbelse proporties want met druppels dik als golfballen, op de aarde en in het kabaal van de stortvloed schreeuwde hij een minutenlang durend AAAAHHHHH naar de hemel, tot zijn voeten tot aan de enkels in de klei waren weggezakt en hij besefte dat deze dag het einde van de zomer aankondigde, de dag van de laatste warmte, en dat zijn werk was gedaan, en vooral dat hij geen tijd meer had om met zijn zeilboot de plas op te gaan, en over het water van de zandafgraving te zeilen, om nog een keer met warm weer naar het eiland te glijden, het eiland met de kapel, waarin de naakte madonna door zomergasten werd aanbeden met duizenden heiligenbeelden en die de plek was waar hij kwam als hij zichzelf moest bevredigen om te voorkomen dat hij zich weer vergreep aan zijn ezel, en om dan met wind in de rug terug te keren naar zijn huis en daar huilend in bed te vallen…

© Rick Ruhland 2018

Mijn eerste keer: visioen

Het klinkt middeleeuws. Het woord visioen. Maar dat is het om de drommel niet. Het is een levend verschijnsel. Helaas, zo is mijn overtuiging, heeft visioen vooral een betekenis in religieuze contexten. Daar betekent visioen zoiets als een droombeeld of verschijning hebben die ervaren wordt als bovennatuurlijk of mystiek. Aan die beelden wordt vaak ook een voorspellend vermogen toegeschreven. Dat zal wel zo zijn, maar ook gewone mensen als ik hebben visioenen.

Ik ben niet monotheïstisch religieus, ik ben geen overtuigd aanhanger van een leven na de dood, ik denk niet dat er een hemel is, en zo kan ik nog wel even door gaan. Als ik al een geloof aanhang, dan is het een geloof in mensen. In menselijkheid. In mijn dagelijkse doen en laten ben ik misschien een beginnend boeddhist, of een agnosticus. Ik kom vaak niet verder dan ‘Ik weet het niet’.

Wat ik wel weet is wanneer ik mijn eerste visioen had. Ik was student, en op een windstille zondagmiddag zat ik in de leren stoel in mijn studentenkamertje en keek naar buiten. Ik voelde opeens dat ik uit mijn stoel opstond zonder dat ik opstond. Toen ik dat besefte, klommen mijn lichaam en geest terug zijn mijn lijf. En toen gebeurde het: ik was terug in mijn lichaam en zag toen een andere werkelijkheid. Ik zag mezelf en onbekende mensen die in een ruimte waren waar zij spraken over onderwerpen die ik niet snapte. Nog niet snapte, moet ik zeggen, want ruim zeven jaar later had ik een déjà vu van wereldformaat. Ik was werkelijk in die ruimte die ik in mijn visioen had gezien. Ik hoorde de woorden van weleer. En ik wist: in die stoel op die zondagmiddag jaren eerder heb ik een visioen gehad. Een beeld uit de toekomst. Mijn eigen toekomst.

Ik heb die visioenen vandaag de dag nog. Maar net als over tijdreizen en tijdreiziger zijn kun je beter maar niet spreken over die zaken die andere mensen niet snappen, die andere mensen afwijzen, die niet passen in het tijdsgewricht.

© Rick Ruhland 2018

De pelgrimstocht 4: als henro op Shikoku

Ik schreef eerder over mijn pelgrimstochten die me naar Schotland voerden en mij in vervoering brachten, helemaal als ik een steencirkel stond. Ook al ziet niet iedereen dat, die reizen naar Schotland, als een pelgrimstocht, het is wel degelijk een tocht waarbij contemplatie een rol speelt. Een loslaten van het hier en heden.

Menig pelgrim deed in het verleden zijn tocht uit een of meer religieuze overwegingen. Hier staat een overzicht van redenen die men kon hebben in de middeleeuwen. Veel van die redenen zijn inmiddels verdwenen of niet meer – of dan toch minder – relevant. Toch gaan nog dagelijks, wekelijks, maandelijks of jaarlijks mensen op pelgrimstocht, vanuit hun geloof: christenen naar Lourdes of Santiago de compost ella, moslims naar Mekka, hindoe’s doen de Char Dham, enzovoort en zo verder.

Ik, als beginnend boeddhist, heb meerdere opties, in meerdere landen. In 2016 was ik voor de tweede keer in Japan en opnieuw voelde ik me thuis. Dit keer was ik op Shikoku. Ik liep niet de hele route, misschien dat ik dat een andere keer nog doe. Het bezoek aan de tempels was belangrijk, maar belangrijker was de wandeling, de reis tussen die tempels. Ik liep met een vriend en tijdens die wandeling van ruim twee weken liet ik vooral het hier en nu los. De wandeling tussen de rijstvelden, door bossen van bamboe en over achterafstraatjes in dorpjes was een meditatieve bezigheid. De gesprekken met de vriend waren onze soetra’s.

Menig henro wandelt over Shikoku met als doel de tempels te bezoeken. Het gekke is: voor mij zijn die alleen interessant als richtinggevend. Niet doelgevend. Het is de reis die van belang is, niet het bezoek aan de tempel, het aansteken van wierook of het opzeggen van de sutra’s. Als ik dat zo zeg, dan besef ik: dat is mijn manier van pelgrimeren. Mijn boeddhisme: het loskomen van elke band met verplichtingen, loskomen van het lijden door de hechting aan rituelen.

Mijn loskomen van de wereld is een loskomen die vraagt om een andere omgeving. Mijn herdenken, zowel in de betekenis van denk aan iets of iemand als het opnieuw (be)denken van mijn eigen leven. Mijn mediteren tijdens het lopen waarbij gedachtes aan mooie en verdrietige ervaringen belangrijk onderdeel zijn.

En hoewel Japanse steden als Tokio en Osaka miljoenensteden zijn, is de menselijke maat in Japan overal aanwezig. Op Shikoku helemaal, als je door dorpjes loopt, tussen de rijstvelden of in een bos vol bamboe, en ook ben je geen boeddhist: je bent mens.

Voor wie meer met beeld heeft dan met tekst:

IMG_0298.jpg

IMG_0526.jpg

IMG_0548.jpg

Ik kwam vandaag op de dag af precies twee jaar geleden terug van die tocht, en nog steeds kan ik elk moment weer op reis gaan.

Om weer even in de straten van dorpen en tussen rijstvelden te wandelen.

Om te onthechten.

Sindsdien ben ik in mijn hoofd elke dag pelgrim.

© Rick Ruhland 2018

Ruimhartig

Vandaag, het is de 88e dag van het kalenderjaar, ben ik een vergevingsgezind mens. Als beginnend Boeddhist denk ik op deze dag aan de 88 tempels op Shikoku. Deze tempels staan in een soort van cirkel, die alles bij elkaar een kilometer of 1200 lang is. Ik heb nog niet alle tempels gezien, ik weet ook niet of ik dat ooit ga doen. Ik heb genoeg aan de cirkels in mijn geest, die ik urenlang afwandel om uiteindelijk op een meditatieve hoogte te komen die mij los laat komen van alle bezit, alle verlangen en zelfkwelling.

Mijn boeddhisme is een wijze van omgaan met wijsheid, met daadkracht, met concentratie en met ervaren. Dat is niet eenvoudig. Meer en meer “snap” ik (ik gebruiken het werkwoord snappen zeer losjes, want wat snap ik nou eigenlijk echt?) wat het is om die vier krachten in de praktijk van alledag toe te passen. Dat vergt een bewustzijn dat vraagt om training.

Ik ben ergens al wel geslaagd – al valt het soms moeilijk om het vol te houden – om vergevingsgezind te zijn. Ik heb al een paar uur het idee dat het vandaag gaat lukken. Ik weet ook wel waarom: vandaag ben ik weer eens aan het einde van een cirkel in mijn geest gekomen. Vandaag heb ik de alle 88 tempels van mijn geest bezocht. Vandaar dat ik vandaag kan zeggen: alle andere geloven hebben evenveel gelijk. Alle grote godsdiensten hebben het juiste boek, de juist rituelen, de juiste god, de juiste hemel.

Het boeddhisme dat ik aanhang heeft dat vermoedelijk niet. Ik weet het niet. En terwijl ik dit schrijf, vraag ik me af of ik misschien een agnostische boeddhist ben. Doelloos, of beter: zelfloos. Zonder verlangens die doen lijden. Met een schoonheid die zich niet laat vastpakken, met geen enkel zintuig.

© Rick Ruhland 2018

Als iemand mij serieus neemt…

Ik schreef niet zo lang geleden een stuk over incest in de bijbel. Nou, nee, niet helemaal over incest, maar meer de vraag hoe de mens is ontstaan uit Adam en Eva. Nou ja, lees dit anders even. Humor, natuurlijk, en filosofie. Daar kwam een reactie op, die ik niet openbaar op mijn weblog. Als ik dat zou doen, dan vervuilt mijn geweldige blog met allerlei prietpraat en dat kunnen we niet hebben.

Die reactie van een ik denk gelovige staat hieronder (zonder diens of dier naam, want aan de schandpaal nagelen van individuen hoeft nou ook weer niet perse). In cursief wat z/hij zei, mijn erectie reactie meteen erna. Ik heb respect voor deze persoon, als z/hij accepteert dat het boeddhisme de enige ware levensovertuiging is die er toe doet. En dat ik deze post ook weer in de categorie Humor heb geplaatst.

Dus, hier komt het (even lachen naar het vogeltje):

“Goden zijn gewoon hoog geplaatsten. Maar naast de vele goden is er slechts één boven alle goden en dat is de goddelijke Schepper, die de eerste schepselen, dieren, planten en mensen, geschapen heeft. De bijbel spreekt de dinosaurussen helemaal niet tegen. Ook moet u het beeld van de eerste mens niet vergelijken met de mens die u vandaag ziet.
Ja, u heeft helemaal gelijk. En u neemt mij helemaal serieus. Dat is mooi. U neemt mij serieuzer dan ik mijzelf. Ik relativeer veel meer. Ik relativeer alle menselijk activiteit, waaronder geschiedenisboeken als de bijbel (en varianten daarop zoals koran en thora), de Pali-canon, het Boek der Poorten, de Veda’s, Tao Te Ching en de Avesta, om maar een paar te noemen. Ik zal niet zo snel een ander zeg wat ik heb te doen, wat ik moet doen, zoals u in de laatste zin mij zegt. Ik kan wel zeggen dat ik de eerste mens nooit ontmoet. Het beeld dat ik daar van heb, kent u niet. Tenzij u op afstand in mijn hersenen kunt kijken, maar dan had u natuurlijk contact gemaakt met mij, want ik ben de god van mijn diepste gedachten, en u zou schrikken van die diepste gedachten.
Overigens, de bijbel spreekt inderdaad niet dinosaurussen niet tegen. Maar de bijbel spreekt dinosaurussen ook niet voor.
Overigens 2: er zijn meerdere goden, zegt u? Is dat niet een beetje godslastering? Dat wil zeggen, voor u? Niet voor mij. Ik geloof in heel veel goden (6.005.996.812.439.164.772, om precies te zijn), en ook weer niet.

De Schepper God is ook een “Hij” die geen begin noch einde heeft en geen vlees, bloed of botten, maar puur Geest is, die door geen enkel mens kan gezien worden.
Ik ben dan misschien geen christen zoals u bent, denk ik, dus geen gelovige in de monotheïstische zin, maar wat niet gezien kan worden (en zien hoeft niet te betekenen dat het met het oog gezien wordt; dat ‘gezien’ kan ook betekenen ‘met je geestoog gezien), bestaat dat dan wel? Ik ben lid van de KVH VSM, en daarbij beginnend boeddhist. Ik zoek de optimale balans van genot – vooral pasta-gerechten en muziek – en verlichting. Daarbij wil ik wel aantekenen dat ik nog een relatief nieuwe ziel ben: dit is pas mijn 17e levenshergeboorte. Ik vind overigens het gebruik van “Hij” als verwijzing naar De Schepper discutabel. Quotes? Hoofdletter H? En überhaupt: hij? De Big Bang is echt een vrouw hoor!

De tittel van uw artikel “Op de derde zaterdag voor Pasen” geeft ook al aan dat u denkelijk behoort tot gelovigen die Jezus als god aanbidden en zich houden aan het heidense feest van Pasen, in plaats van aan de Goddelijke feesten te houden. Misschien om dat ook eens te bedenken?
Ondanks uw grote wijsheid – die vermoed ik althans – moet ik u hier teleurstellen of in ieder geval op andere gedachten brengen: nee, ik behoor niet tot de ‘gelovigen die jezus als god aanbidden’. Ik heb alleen door twee wijze agnostische ouders een christelijke school doorlopen, en daarna heb ik op heel veel plekken gelezen en gehoord van andere gedachten en filosofieën over de grote vragen van het bestaan. Wat het mooie daarvan is, van al die gesch(r)iften, al die kennis, inzichten en vaardigheden? Ik heb alle grote religies in mij, waaronder heidense lichtfeesten, boeddhistische wijsheden en natuurlijk mijn eigen diepe inzichten die ik als Goeroe (in mijn praktijk Goeroerkracht) graag doorgeef. Iets voor u, wellicht?”

Tot zover mijn reactie. Ik hoop dat ik deze persoon met enige humor in zijn / haar waarde heb gelaten.

Inzicht van de dag op basis van bovenstaande tekst: “Ik vraag me alleen af, en niet met anderen.”

© Rick Ruhland 2018

Op de derde zaterdag voor Pasen…

Wat ik mij afvraag, al sinds ik op een christelijke school zat, was dat als Adam en Eva inderdaad de eerste mensen waren en de bijbel is de enige ware schrift waarin alles staat dat juist is en zonder uitzondering de geschiedenis van de aarde en de mensheid beschrijft, zoals beweerd wordt door Ken Ham the man, een christenfundamentalist die in een museum poppen van Adam en Eva in een en dezelfde ruimte plaatst met dinosauriërs en dat die dus samengeleefd hebben, terwijl die beesten helemaal niet genoemd worden in de bijbel…; ja, of misschien wel, maar dan heb ik een andere bijbel gelezen; als ik dan toch de juist bijbel heb gekozen, dan is Ken Ham aan het liegen en de bijbel aan het verdraaien…; kortom…,

Of in het kort:

<Life of Brian toontje> Blasphemy! </Life of Brian toontje>

[… waar was ik?? Oh ja] en Eva en Adam hadden twee zonen, waar hebben die dan mee geneukt zodat nu op de wereld ruim zeven miljard mensen rondlopen? Met hun moeder? Was er bij de eerste mensen al sprake van incest? Had Eva dus niet alleen kinderen bij Adam, maar ook bij haar twee zonen? Dat zijn overdenkingen waar je een religieus gelovige zelden over hoort spreken. Dat zijn overdenkingen die je ook hedentendage op de virtuele brandstapel kunnen brengen.

Ik denk dat ik weet wat het geval is. Dat is waarschijnlijk de wonderbaarlijke vermenigvuldiging, die per ongeluk in het Nieuwe Testament is terecht gekomen. Of waren er toch meer mensen gemaakt door God? Maar dat staat niet in de bijbel. Dat is dus niet waar. Als God toch meer mensen heeft gecreëerd, dan kan de bijbel letterlijk niet waar zijn gebeurd. Of waren er meer goden? Die allemaal mensen maken.

Mijn intuïtie zegt nu, nu ik over de helft van mijn leven ben: goden bestaan en zij maken elke dag nieuwe mensen. Voortplanting is ook een manier van nieuwe mensen maken, maar de goden voegen af en toe mensen toe, of halen mensen weg. Dat zou past echt goddelijk zijn.

Zoals het nu staat: slechts een oermoeder en slechts een oervader moet een verzinsel zijn. Net als kunst. En sport. En wetenschap.

De mens bestaat niet eens. God daarentegen?  Zij wel.

© Rick Ruhland 2018

Bass guitar players: Flea

Some bass players have a style which is recognizable the second or third second you hear him or her playing. Flea is one of them. His style? Funky is one word, rocky another, rhytmicy is not a word, but it is close to what he is doing.
But more important is the way he is thinking. Me, as a basketball player (position: guard) as well as a bass player, can fully understand what he is saying here:

It is finding the exact spot for placing a note as a bass player. Being the guard of the band. Flea makes an analogy with basketball: playing bass is like being a guard. It is al about passing the ball to someone so s/he can score. Being instrumental (…) to the group. Connect everyone with each other, both melodic and rhythmic (and even in basketball there is melody and rhythm). Being the base. Being cement so the house of the game or the song can stand.

On the side: bass and basketbal start with same three letters. That cannot be a coincidence. God is not a dj, God is a bas.

© Rick Ruhland 2018