Mijn eerste keer: visioen

Het klinkt middeleeuws. Het woord visioen. Maar dat is het om de drommel niet. Het is een levend verschijnsel. Helaas, zo is mijn overtuiging, heeft visioen vooral een betekenis in religieuze contexten. Daar betekent visioen zoiets als een droombeeld of verschijning hebben die ervaren wordt als bovennatuurlijk of mystiek. Aan die beelden wordt vaak ook een voorspellend vermogen toegeschreven. Dat zal wel zo zijn, maar ook gewone mensen als ik hebben visioenen.

Ik ben niet monotheïstisch religieus, ik ben geen overtuigd aanhanger van een leven na de dood, ik denk niet dat er een hemel is, en zo kan ik nog wel even door gaan. Als ik al een geloof aanhang, dan is het een geloof in mensen. In menselijkheid. In mijn dagelijkse doen en laten ben ik misschien een beginnend boeddhist, of een agnosticus. Ik kom vaak niet verder dan ‘Ik weet het niet’.

Wat ik wel weet is wanneer ik mijn eerste visioen had. Ik was student, en op een windstille zondagmiddag zat ik in de leren stoel in mijn studentenkamertje en keek naar buiten. Ik voelde opeens dat ik uit mijn stoel opstond zonder dat ik opstond. Toen ik dat besefte, klommen mijn lichaam en geest terug zijn mijn lijf. En toen gebeurde het: ik was terug in mijn lichaam en zag toen een andere werkelijkheid. Ik zag mezelf en onbekende mensen die in een ruimte waren waar zij spraken over onderwerpen die ik niet snapte. Nog niet snapte, moet ik zeggen, want ruim zeven jaar later had ik een déjà vu van wereldformaat. Ik was werkelijk in die ruimte die ik in mijn visioen had gezien. Ik hoorde de woorden van weleer. En ik wist: in die stoel op die zondagmiddag jaren eerder heb ik een visioen gehad. Een beeld uit de toekomst. Mijn eigen toekomst.

Ik heb die visioenen vandaag de dag nog. Maar net als over tijdreizen en tijdreiziger zijn kun je beter maar niet spreken over die zaken die andere mensen niet snappen, die andere mensen afwijzen, die niet passen in het tijdsgewricht.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

De pelgrimstocht 4: als henro op Shikoku

Ik schreef eerder over mijn pelgrimstochten die me naar Schotland voerden en mij in vervoering brachten, helemaal als ik een steencirkel stond. Ook al ziet niet iedereen dat, die reizen naar Schotland, als een pelgrimstocht, het is wel degelijk een tocht waarbij contemplatie een rol speelt. Een loslaten van het hier en heden.

Menig pelgrim deed in het verleden zijn tocht uit een of meer religieuze overwegingen. Hier staat een overzicht van redenen die men kon hebben in de middeleeuwen. Veel van die redenen zijn inmiddels verdwenen of niet meer – of dan toch minder – relevant. Toch gaan nog dagelijks, wekelijks, maandelijks of jaarlijks mensen op pelgrimstocht, vanuit hun geloof: christenen naar Lourdes of Santiago de compost ella, moslims naar Mekka, hindoe’s doen de Char Dham, enzovoort en zo verder.

Ik, als beginnend boeddhist, heb meerdere opties, in meerdere landen. In 2016 was ik voor de tweede keer in Japan en opnieuw voelde ik me thuis. Dit keer was ik op Shikoku. Ik liep niet de hele route, misschien dat ik dat een andere keer nog doe. Het bezoek aan de tempels was belangrijk, maar belangrijker was de wandeling, de reis tussen die tempels. Ik liep met een vriend en tijdens die wandeling van ruim twee weken liet ik vooral het hier en nu los. De wandeling tussen de rijstvelden, door bossen van bamboe en over achterafstraatjes in dorpjes was een meditatieve bezigheid. De gesprekken met de vriend waren onze soetra’s.

Menig henro wandelt over Shikoku met als doel de tempels te bezoeken. Het gekke is: voor mij zijn die alleen interessant als richtinggevend. Niet doelgevend. Het is de reis die van belang is, niet het bezoek aan de tempel, het aansteken van wierook of het opzeggen van de sutra’s. Als ik dat zo zeg, dan besef ik: dat is mijn manier van pelgrimeren. Mijn boeddhisme: het loskomen van elke band met verplichtingen, loskomen van het lijden door de hechting aan rituelen.

Mijn loskomen van de wereld is een loskomen die vraagt om een andere omgeving. Mijn herdenken, zowel in de betekenis van denk aan iets of iemand als het opnieuw (be)denken van mijn eigen leven. Mijn mediteren tijdens het lopen waarbij gedachtes aan mooie en verdrietige ervaringen belangrijk onderdeel zijn.

En hoewel Japanse steden als Tokio en Osaka miljoenensteden zijn, is de menselijke maat in Japan overal aanwezig. Op Shikoku helemaal, als je door dorpjes loopt, tussen de rijstvelden of in een bos vol bamboe, en ook ben je geen boeddhist: je bent mens.

Voor wie meer met beeld heeft dan met tekst:

IMG_0298.jpg

IMG_0526.jpg

IMG_0548.jpg

Ik kwam vandaag op de dag af precies twee jaar geleden terug van die tocht, en nog steeds kan ik elk moment weer op reis gaan.

Om weer even in de straten van dorpen en tussen rijstvelden te wandelen.

Om te onthechten.

Sindsdien ben ik in mijn hoofd elke dag pelgrim.

© Rick Ruhland 2018

Ruimhartig

Vandaag, het is de 88e dag van het kalenderjaar, ben ik een vergevingsgezind mens. Als beginnend Boeddhist denk ik op deze dag aan de 88 tempels op Shikoku. Deze tempels staan in een soort van cirkel, die alles bij elkaar een kilometer of 1200 lang is. Ik heb nog niet alle tempels gezien, ik weet ook niet of ik dat ooit ga doen. Ik heb genoeg aan de cirkels in mijn geest, die ik urenlang afwandel om uiteindelijk op een meditatieve hoogte te komen die mij los laat komen van alle bezit, alle verlangen en zelfkwelling.

Mijn boeddhisme is een wijze van omgaan met wijsheid, met daadkracht, met concentratie en met ervaren. Dat is niet eenvoudig. Meer en meer “snap” ik (ik gebruiken het werkwoord snappen zeer losjes, want wat snap ik nou eigenlijk echt?) wat het is om die vier krachten in de praktijk van alledag toe te passen. Dat vergt een bewustzijn dat vraagt om training.

Ik ben ergens al wel geslaagd – al valt het soms moeilijk om het vol te houden – om vergevingsgezind te zijn. Ik heb al een paar uur het idee dat het vandaag gaat lukken. Ik weet ook wel waarom: vandaag ben ik weer eens aan het einde van een cirkel in mijn geest gekomen. Vandaag heb ik de alle 88 tempels van mijn geest bezocht. Vandaar dat ik vandaag kan zeggen: alle andere geloven hebben evenveel gelijk. Alle grote godsdiensten hebben het juiste boek, de juist rituelen, de juiste god, de juiste hemel.

Het boeddhisme dat ik aanhang heeft dat vermoedelijk niet. Ik weet het niet. En terwijl ik dit schrijf, vraag ik me af of ik misschien een agnostische boeddhist ben. Doelloos, of beter: zelfloos. Zonder verlangens die doen lijden. Met een schoonheid die zich niet laat vastpakken, met geen enkel zintuig.

© Rick Ruhland 2018

Als iemand mij serieus neemt…

Ik schreef niet zo lang geleden een stuk over incest in de bijbel. Nou, nee, niet helemaal over incest, maar meer de vraag hoe de mens is ontstaan uit Adam en Eva. Nou ja, lees dit anders even. Humor, natuurlijk, en filosofie. Daar kwam een reactie op, die ik niet openbaar op mijn weblog. Als ik dat zou doen, dan vervuilt mijn geweldige blog met allerlei prietpraat en dat kunnen we niet hebben.

Die reactie van een ik denk gelovige staat hieronder (zonder diens of dier naam, want aan de schandpaal nagelen van individuen hoeft nou ook weer niet perse). In cursief wat z/hij zei, mijn erectie reactie meteen erna. Ik heb respect voor deze persoon, als z/hij accepteert dat het boeddhisme de enige ware levensovertuiging is die er toe doet. En dat ik deze post ook weer in de categorie Humor heb geplaatst.

Dus, hier komt het (even lachen naar het vogeltje):

“Goden zijn gewoon hoog geplaatsten. Maar naast de vele goden is er slechts één boven alle goden en dat is de goddelijke Schepper, die de eerste schepselen, dieren, planten en mensen, geschapen heeft. De bijbel spreekt de dinosaurussen helemaal niet tegen. Ook moet u het beeld van de eerste mens niet vergelijken met de mens die u vandaag ziet.
Ja, u heeft helemaal gelijk. En u neemt mij helemaal serieus. Dat is mooi. U neemt mij serieuzer dan ik mijzelf. Ik relativeer veel meer. Ik relativeer alle menselijk activiteit, waaronder geschiedenisboeken als de bijbel (en varianten daarop zoals koran en thora), de Pali-canon, het Boek der Poorten, de Veda’s, Tao Te Ching en de Avesta, om maar een paar te noemen. Ik zal niet zo snel een ander zeg wat ik heb te doen, wat ik moet doen, zoals u in de laatste zin mij zegt. Ik kan wel zeggen dat ik de eerste mens nooit ontmoet. Het beeld dat ik daar van heb, kent u niet. Tenzij u op afstand in mijn hersenen kunt kijken, maar dan had u natuurlijk contact gemaakt met mij, want ik ben de god van mijn diepste gedachten, en u zou schrikken van die diepste gedachten.
Overigens, de bijbel spreekt inderdaad niet dinosaurussen niet tegen. Maar de bijbel spreekt dinosaurussen ook niet voor.
Overigens 2: er zijn meerdere goden, zegt u? Is dat niet een beetje godslastering? Dat wil zeggen, voor u? Niet voor mij. Ik geloof in heel veel goden (6.005.996.812.439.164.772, om precies te zijn), en ook weer niet.

De Schepper God is ook een “Hij” die geen begin noch einde heeft en geen vlees, bloed of botten, maar puur Geest is, die door geen enkel mens kan gezien worden.
Ik ben dan misschien geen christen zoals u bent, denk ik, dus geen gelovige in de monotheïstische zin, maar wat niet gezien kan worden (en zien hoeft niet te betekenen dat het met het oog gezien wordt; dat ‘gezien’ kan ook betekenen ‘met je geestoog gezien), bestaat dat dan wel? Ik ben lid van de KVH VSM, en daarbij beginnend boeddhist. Ik zoek de optimale balans van genot – vooral pasta-gerechten en muziek – en verlichting. Daarbij wil ik wel aantekenen dat ik nog een relatief nieuwe ziel ben: dit is pas mijn 17e levenshergeboorte. Ik vind overigens het gebruik van “Hij” als verwijzing naar De Schepper discutabel. Quotes? Hoofdletter H? En überhaupt: hij? De Big Bang is echt een vrouw hoor!

De tittel van uw artikel “Op de derde zaterdag voor Pasen” geeft ook al aan dat u denkelijk behoort tot gelovigen die Jezus als god aanbidden en zich houden aan het heidense feest van Pasen, in plaats van aan de Goddelijke feesten te houden. Misschien om dat ook eens te bedenken?
Ondanks uw grote wijsheid – die vermoed ik althans – moet ik u hier teleurstellen of in ieder geval op andere gedachten brengen: nee, ik behoor niet tot de ‘gelovigen die jezus als god aanbidden’. Ik heb alleen door twee wijze agnostische ouders een christelijke school doorlopen, en daarna heb ik op heel veel plekken gelezen en gehoord van andere gedachten en filosofieën over de grote vragen van het bestaan. Wat het mooie daarvan is, van al die gesch(r)iften, al die kennis, inzichten en vaardigheden? Ik heb alle grote religies in mij, waaronder heidense lichtfeesten, boeddhistische wijsheden en natuurlijk mijn eigen diepe inzichten die ik als Goeroe (in mijn praktijk Goeroerkracht) graag doorgeef. Iets voor u, wellicht?”

Tot zover mijn reactie. Ik hoop dat ik deze persoon met enige humor in zijn / haar waarde heb gelaten.

Inzicht van de dag op basis van bovenstaande tekst: “Ik vraag me alleen af, en niet met anderen.”

© Rick Ruhland 2018

Op de derde zaterdag voor Pasen…

Wat ik mij afvraag, al sinds ik op een christelijke school zat, was dat als Adam en Eva inderdaad de eerste mensen waren en de bijbel is de enige ware schrift waarin alles staat dat juist is en zonder uitzondering de geschiedenis van de aarde en de mensheid beschrijft, zoals beweerd wordt door Ken Ham the man, een christenfundamentalist die in een museum poppen van Adam en Eva in een en dezelfde ruimte plaatst met dinosauriërs en dat die dus samengeleefd hebben, terwijl die beesten helemaal niet genoemd worden in de bijbel…; ja, of misschien wel, maar dan heb ik een andere bijbel gelezen; als ik dan toch de juist bijbel heb gekozen, dan is Ken Ham aan het liegen en de bijbel aan het verdraaien…; kortom…,

Of in het kort:

<Life of Brian toontje> Blasphemy! </Life of Brian toontje>

[… waar was ik?? Oh ja] en Eva en Adam hadden twee zonen, waar hebben die dan mee geneukt zodat nu op de wereld ruim zeven miljard mensen rondlopen? Met hun moeder? Was er bij de eerste mensen al sprake van incest? Had Eva dus niet alleen kinderen bij Adam, maar ook bij haar twee zonen? Dat zijn overdenkingen waar je een religieus gelovige zelden over hoort spreken. Dat zijn overdenkingen die je ook hedentendage op de virtuele brandstapel kunnen brengen.

Ik denk dat ik weet wat het geval is. Dat is waarschijnlijk de wonderbaarlijke vermenigvuldiging, die per ongeluk in het Nieuwe Testament is terecht gekomen. Of waren er toch meer mensen gemaakt door God? Maar dat staat niet in de bijbel. Dat is dus niet waar. Als God toch meer mensen heeft gecreëerd, dan kan de bijbel letterlijk niet waar zijn gebeurd. Of waren er meer goden? Die allemaal mensen maken.

Mijn intuïtie zegt nu, nu ik over de helft van mijn leven ben: goden bestaan en zij maken elke dag nieuwe mensen. Voortplanting is ook een manier van nieuwe mensen maken, maar de goden voegen af en toe mensen toe, of halen mensen weg. Dat zou past echt goddelijk zijn.

Zoals het nu staat: slechts een oermoeder en slechts een oervader moet een verzinsel zijn. Net als kunst. En sport. En wetenschap.

De mens bestaat niet eens. God daarentegen?  Zij wel.

© Rick Ruhland 2018

Bass guitar players: Flea

Some bass players have a style which is recognizable the second or third second you hear him or her playing. Flea is one of them. His style? Funky is one word, rocky another, rhytmicy is not a word, but it is close to what he is doing.
But more important is the way he is thinking. Me, as a basketball player (position: guard) as well as a bass player, can fully understand what he is saying here:

It is finding the exact spot for placing a note as a bass player. Being the guard of the band. Flea makes an analogy with basketball: playing bass is like being a guard. It is al about passing the ball to someone so s/he can score. Being instrumental (…) to the group. Connect everyone with each other, both melodic and rhythmic (and even in basketball there is melody and rhythm). Being the base. Being cement so the house of the game or the song can stand.

On the side: bass and basketbal start with same three letters. That cannot be a coincidence. God is not a dj, God is a bas.

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis 4: Christ lag in Todesbanden

BWV 4 is een van de vier cantates voor de Paaszondag (de andere zijn: 31, 66, 134). Volgens bronnen (zie Meer informatie? onderaan) schreef Bach deze cantate in 1707. Opvallend is ook dat deze cantate door enorm veel orkesten en dirigenten is uitgevoerd. Zowel op YouTube als Spotify (en die twee gebruik ik voor mijn besprekingen van Bachs werk, omdat ik graag wil dat anderen kunnen horen waar ik het over heb, en dat kan niet als ik mijn eigen cd-collectie in de strijd zou werpen; daar komt bij: mijn collectie is klein vergeleken bij de digitale mogelijkheden) zijn minstens 10 verschillende orkesten en dirigenten en koren en solisten te horen. Ik maak een selectie.

De versie van Koopman maakt me lyrisch. Oh, luister dan toch eens naar het chorus. Luister hoe Bach door Koopman bijna als oude stijl jazz wordt neergezet. Als muziek zo over stijlgrenzen heen kan gaan, dan is het de ware muziek.

Ik moet eerlijk zeggen, ondanks mijn liefde voor Japan had ik nog niet eerder van dit gezelschap gehoord. Het Bach Collegium Japan speelt deze uitvoering van BWV 4.
Ik heb wel vaker Aziatische orkesten beluisterd. Zeker bij Bach lopen die orkesten het gevaar te veel op de noot te spelen. Te weinig invoelend. Te glad. Te gepolijst, ofschoon met authentieke instrumenten. Niet lelijk of boers, maar dit is mij te glad. Ook al is het een orkest uit Japan. Overigens, wat te denken van de bijbehorende video??

English Baroque Soloists onder leiding van Gardiner doen eigenlijk altijd goed als het om Bach gaat. Ik zou willen zeggen, hier ook. Maar… Ligt het aan mij, of word ik verkeerd opgewonden, geagiteerd zelfs, door het vijfde deel, het chorus Es war ein wunderlicher Krieg? Nee, het grootste deel van de uitvoering stemt tevreden, maar op details haak ik af.

Dan deze versie van Montreal Baroque. Ook deze versie is te snel. Frustrerend slechte zang van de solisten. Niet eens irritant, maar gewoon smaakloos. Sloffe chips.
Helmuth Rilling doet een poging. Na nog geen 10 seconden uitgezet. Ik gebruik bij muziek en bij Bach niet snel het woord lelijk, maar ja, dat is deze uitvoering dus. Om koude rillingen van te krijgen.

Harnoncourt en zijn Concentus Musicus Wien hebben goede zangers, maar de wijze waarop het eerste deel, Sinfonia, zo nadrukkelijk de strijkers de noten laat afkappen: het weerhoudt me van verder luisteren. Maar oordeel zelf, want ik heb geen ‘anti-zwak’ voor Harnoncourt.

Niet luisteren: Karl Richter uit 1968. Zoals hij de cantate neerzet: Music for the masses. Het zou verboden moeten worden. Moddervette strijkers, Fischer-chöre zangpartijen. Nee, driewerf nee.

Over het stuk zelf:
Het begint allemaal vrij zwaarmoedig met de sinfonia, maar gelukkig komt er verderop een blij makend chorus (deel 4). Ik zou het tweede deel (het eerste chorus) ook kunnen noemen, maar ik word wat hyperdepiep van het halleluja aan het einde van dit deel (zelfs bij Gardiner). De samenzang van alt en sopraan in deel 3 vragen om een precisie, die, als die ontbreekt, blootlegt of een dirigent of de solisten dit deel van de cantate hebben doorgrond.

Ook interessant: de lengte van de opnames. Bij sommige opnames (Andrew Parrott en de Taverner Consort & Players – verder ‘nicht der Rede wert’ – en ook over de snelheidsmaniak Ricercar Pierlot en zijn aanrommelen met werkelijk gruwelijk  chorussen geen overbodig woord) zijn we na nog geen 19 minuten klaar, bij deze uitvoering (ik geef de link enkel om te laten horen hoe te langzaam spelen een stuk, wel, stuk maakt) zijn we pas na 24 minuten klaar (ik zag nog een van bijna 25 minuten; COME ON!). Gegeven dat er pauzes tussen de delen zitten, dan nog is het niet te verantwoorden als je te snel (of te langzaam) speelt.

Wat mij ook kan verbazen is de commentaren op YouTube. Hoe mensen bij uitvoeringen als die van Montreal Baroque durven te beweren: “What an excellent performance, maybe the best performance of this cantata that I’ve ever heard.” Blijkbaar heeft deze persoon nog nooit naar andere uitvoeringen geluisterd.

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBAchcantatas.

Fascinating Friday: Pope lick monster

For a great deal of my live, I have hold a fascination for local stories in which a person or animal plays a role that is somewhat scary, but where evidence for the person of animal is scarce. Such animals / persons have a mythical element, not only because of their shape or appearance, or their rare sightings, but also because of the aural nature of these stories and the lack of clear other, mainly visual, proof.

The likes of Bigfoot and Nessie (the creature that supposed to live in Loch Ness, Scotland) are pretty well known, and altough it’s hard to believe they are real, they constitute an important aspect of us humans: we want to hear stories. Those legends, if you can call them that, contain – in general – messages and specific morals. Archetypes, if you will. A lot of these legends are a little frightening, we don’t understand these stories completely, and more over, we want them to be ‘real’. Real here means ‘a magical touch’. We humans apparently need that kind of stories.

One of these stories – I don’t like the term urban legend, because most of these persons or anmimals are not urban, but rural – is the Pope Lick Monster. This animal is a part-man, part-goat creature that lives near a train track in Louisville, Kentucky, United States. Here is one of those vague photo’s of the creature:

POPE-LICK-MONSTER-PROVED-IT-IS-REAL

Is it real? That is not the issue. Important is what we want to see, what we want to believe. And since the evidence is not conclusive, even in these times of technical progress, there is still room voor Pope Lick Monsters. Bigfoot. Nessie. God.

Or whatever creature. Because every country or even province or state has its fair share of rural legends. Take for instance this overview of United States:

Monsters in the us

If you want to read more about the Pope Lick Monster, there is wikipedia and an article about a woman killed on the train track (but not by the monster…).

© Rick Ruhland 2018

Wijsheid op woensdag: religiegoïsme

Ik heb een goede verstandhouding met filosofische vraagstukken. Elk vraagstuk is interessant want filosofisch, elke vraag mag gesteld worden, en in principe is alles filosofie. Vragen over werkelijkheid (ik denk dat een film als The sixth sense – ook ik zie dode mensen, maar daar praat ik weinig over – of de trilogie The Matrix heel dicht bij mijn perceptie van de werkelijkheid komen; perceptie is daarbij een woord dat mogelijk met zintuigen te maken heeft, maar vooral ook met iets buiten mijn brein…) en waarheid zijn elementair.

Waarom? Werkelijkheid en Waarheid zijn niet eenduidig. Eigenlijk zijn die twee woorden in het enkelvoud onzin. Werkelijkheid is altijd meervoud, zelfs vanuit het idiosyncratische perspectief. Ook Waarheid is nooit alleen.

Maar ergens in de geschiedenis van de mens is iemand, of een groep van mensen, gaan groepen dat het gevaarlijk is zelf na te denken. Op dat moment is religie geboren. En let wel: elke dag wordt wel een nieuwe religie geboren. Zoveel gekken, zoveel waarheden, zoveel religies.

Mijn punt van vandaag (ik ben de laatste dagen behoorlijk debiel en geklutst): op het moment dat religie ontstaat, eigent die denkstroming (meer is religie niet) zich toe dat alles wat de mens is, onder de vlag van die geloofsstroming moet vallen. Is (en doet) de mens goed? Dat komt door het geloof, door God, etc. Is (en doet) de mens slecht? Dan zal het geloof er alles aan doen dat uit te gummen. Zoals de nazi’s joden probeerden ‘aus zu radieren’.

Dat is religiegoïsme. Het toe-eigenen van menselijk (= dierlijk) gedrag als zijnde iets gelovigs, als iets van god. Nonsens. Humbug. ‘Zijn’ is niet te duiden. Waarheid ook niet. Werkelijkheid evenmin. Als je dat wel kunt, heb je een pathetisch leven.

En ja, het is best lastig om door te dringen bij gelovigen. Om een gelovige op andere gedachten te brengen. Niet omdat die andere gedachte klopt of waar is, maar omdat er een andere gedachte is. Probeer ik een gelovige aan het denken te krijgen, dan loop ik het risico vermoord te worden. En het is lastig om duidelijk te maken aan gelovigen dat het niet mogelijk is om te bewijzen dat iets wat niet bestaat, niet bestaat.

Een dag vol waanzin gewenst. En kom even langs in mijn hoofd vandaag. Kopje neurotransmitters drinken.

Skpritozussie!

© Rick Ruhland 2015