Egocentrisch

Ik mag graag met anderen zijn. Ik speel bas in een band, ik train en coach een basketbalteam met gemotiveerde dames, ik ben een gepassioneerd vader, een echtgenoot die het wiel steeds weer uitvindt, in het verleden ook nog acteur in gezelschappen en docent aan instellingen voor hoger onderwijs. Geen solist perse.

Nou, er is iemand in mijn verleden (en ik kom heus nog terug op deze kwestie en de persoon die daarbij hoort) die mij egocentrisch, nee, erger, narcistisch heeft genoemd. Hoewel deze persoon zijn recht tot het uitoefenen van zijn vak zou moeten worden afgenomen (ik zal op een ander moment uitleggen waarom), heeft deze persoon op een punt gelijk. Ik houd van mijzelf. Ik haat mijzelf niet. Ik ben trots op de dingen die ik heb gedaan. Ik ben trots op mijn motivatie, mijn drang tot verder komen. Ik geloof dat je ergens kunt komen door tijd, energie en volharding in je werk te stoppen. Als je niet bang bent om boven het maaiveld uit te komen.

In een ander opvallend opzicht ben ik zeker egocentrisch. Dat heeft te maken met mijn volledige naam. Ik ben vernoemd naar mijn twee opa’s. Van de Nederlandse opa kreeg ik de eerste geboortenaam: Hendrik. Van de Duitse opa kreeg ik de tweede geboortenaam: Georg. Mijn achternaam is ook van de Duitse familie: Ruhland.

Nou, als je mijn volledige naam bekijkt, dan valt op dat ik alle klinkers, alle vocalen in het Nederlands in mijn naam heb. Dus: a, e, i, o, u. En dat met slechts 19 letters in totaal. Dus gemiddeld is de verhouding klinker-medeklinker 1 op 3. Hoe bijzonder is dat?

Maar wacht, het wordt nog beter. Voor hen die weten dat ik een groot adept van Schotland ben, die zal het niet als een verrassing komen dat ik een geweldig anagram van mijn naam kan maken:

Drunk highland goer.

Het lot van het Albafiel zijn (Alba is een andere naam voor Schotland) zat vanaf mijn geboorte in mijn naam.

© Rick Ruhland 2018

 

Advertisements

Sbrunch

Half way between noon and night the meals most people already have had are breakfast and lunch. On most Saturdays, like today, we still have to start our first decent meal. Normally it is something Japanese, French or British.

Today we will have a meal that I would like to call Sbrunch. It’s a meal between lunch and supper. Today, it is a British sbrunch: sausages, eggs, tomatoes, onions, toast. Maybe we call in some baked beans, black pudding and mushrooms.

IMG_6397.jpg

Btw, it’s not a linner, sunch or a dunch. Those three are more orientated around evening meals whereas a sbrunch is a breakfast after noon that could last till late night.

© Rick Ruhland 2018

 

De pelgrimstocht 3: Schotse steencirkels

Zoals gezegd ben ik steeds op bedevaart als ik naar Schotland ga (zie De pelgrimstocht 1 en 2). Ik heb de behoefte om mijn thuis achter me te laten, om rust te vinden. Dat lukt me bij de staande stenen van Schotland. Tot nu toe ben ik in de volgende steencirkels in Schotland geweest.

Callanish, Isle of Lewis, Buitenste Hebriden, 1991.

Callanish 1991

Brodgar, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Ring of Brodgar

Stennes, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Stones of Stenness

Pobull Fhinn, Uist, 1996

Schotland 1996 steencirkel Pobull Fhinn Maari Uist

The Twelve Apostles, Dumfries, 2006.

Schotland 2006 12 apostles 2.jpg

Machrie Moor, Arran, 2006.

Schotland 2006 2_0040

Cultoon, Islay, 2009.

STR_0174.JPG

Temple Wood, Kilmartin Glen, 2011.

268863_10150251857873818_810073817_7213195_7172316_n

Ettrick Bay, Bute, 2015.

IMG_5598

Dit zijn mijn ‘kerken’. Hier voel ik mij thuis. Hier ben ik verbonden met millennia aan mensheid.

© Rick Ruhland 2018

 

De pelgrimstocht 2

Ik heb eerder al aangegeven dat ik op pelgrimstocht ben geweest (zie De pelgrimstocht 1), omdat ik bepaalde plaatsen wilde zien. Ik had een doel, maar vooraf was vooral het voorspel van verwachtingen en nieuwsgierigheid van groot belang, de reis zelf (dus het verplaatsen naar en van dat doel) idem dito, en de napret duurt van menige tocht nog steeds voort.

Zo wilde ik sinds mijn studententijd de buitenste Hebriden (de eilanden ten westen van het Schotse vasteland) zien, met name het eiland Lewis, want daar staan de steencirkels van Callanish. Meteen na mijn afstuderen ben ik een paar weken op pelgrimstocht geweest en heb de stenen van de grootste steencirkel daar gezien. Het was een openbaring, een levensveranderende reis. De reis was de afsluiting van mijn onbekommerdheid, en de start van mijn werkende bestaan.

Nou zal menigeen vermoedelijk zeggen: ‘Dat is geen pelgrimstocht. Ik ken niemand die zo’n tocht met zo’n doel heeft gedaan. Bovendien, zo’n pelgrimstocht is niet religieus.’ Nou is dat allemaal niet waar. Ik ken wel degelijk mensen die zulke pelgrimstochten ondernemen. En religieus? Dat woord roep wrevel op. Wrevel in de zin van: moet iets perse religieus zijn? En wanneer is iets dan religieus? Als er een heilige of een god aan te pas komt? Nee. Een pelgrimstocht is niets anders dan een tocht maken om over het leven na te denken. Om iets te volbrengen. Dat mag onder invloed van een bedevaartsoord dat met geloof te maken heeft, maar het heeft veel meer te maken met het afstand nemen van het hier en nu. Dat is religie pur sang: loskomen van het aardse en hedense.

Het gaat dus om iets extreem menselijks, zoals verrijking en verdieping zoeken, of samen met andere je verwonderen, of je kippenvelmoment delen met anderen (zo ben ik lid van drie groepen op Facebook die zich met respectievelijk De Buitenste Hebriden, De Schotse Eilanden en Oude stenen van de Britse eilanden en Ierland bezig houden).

Ik ben terug geweest na die eerste keer, en ik heb inmiddels een soort van eigen bedevaart gedaan, en ik ben er nog mee bezig. Die voert langs de grotere en kleinere steencirkels van Schotland. Inmiddels heb ik een hoop van deze cirkels gezien. Een overzicht geef ik in De pelgrimstocht 3.

Ik ben nog niet klaar dus. Van de steencirkels in Aberdeenshire heb ik er nog niet een gezien. Wat een heerlijk vooruitzicht. De voorpret is allang begonnen, terwijl ik nog niet eens weet of en wanneer ik zal gaan.

© Rick Ruhland 2018

De interniches van het web

Veel mensen zijn op internet of op tv om de aandacht. Verschrikkelijk. De meesten hebben zo goed als niets te melden. Sterker, ze zouden zich de ogen uit de kop moeten schamen om hun galactische leegheid (nee, niet domheid, want ze weten het wel voor elkaar te krijgen alle aandacht te krijgen en daar moet je enige slimheid voor hebben).
Ik weet ook wel waarmee je aandacht krijgt. Als het gaat om bloggen en vloggen, die kant van het internet waar je hobbyisten in grote getale hun – voor hun belangrijke – bezigheden uitgebreid aan de man proberen te brengen als ware het handelswaar die niemand nodig heeft behalve zij die ook die hobby hebben, dan heeft het internet een aantal mogelijkheden tot succes. Tot scoren. Denk aan sex, recepten, muziek, yoga en sport (en op darknet drugs, wapens, niet gangbare porno en andere minder gangbare zaken).

Let wel, ik gebruik van die scorende thema’s ook het een en ander. Ik zoek recepten voor gerechten uit Japan en Sechuan, ik geniet van artikelen over muziek (van folk tot rock en klassiek en van jazz tot dance), ik vind er yoga-oefeningen zodat ik zonder een yoga-meester kan (de fysieke inspanning om meditatief je sores van je geest los te weken en die te laten oplossen in een oceaan van lege gedachten; doe de zonnegroet, de Surya Namaskar, 10 x en je bent even helemaal los van de wereld) en sport, ach sport is er maar een en dat is basketbal: pure schoonheid en inspanning.

Wat minder goed, matig of zelfs slecht scoort zijn wetenschap, onbekende sporten (maar die kunnen zomaar hip worden zoals teenworstelen), cursussen zoals ‘Hoe kan ik in tien dagen…’ (misschien dat ik een blog begin over ‘Beginnen met roken in 10 dagen), taal leren (aanrader: het Ostjaaks, hoewel geen makkelijke taal door de vele verschillende uitspraak van de L) , paranormale numerologie, shampoo en andere toiletartikelen voor je schildpad, een doorlopende verzekering voor je theedoeken, en ga zo door (inspiratie is op te doen op internet).

Ik ben liever bezig in een niche. Daar waar je nog een individu bent. Waar je iets zinnigs zegt over een prachtig iets als een zo goed als onbekende componist, afwijkende geologische structuren zoals op Sardinië, gek dieren zoals de poedelmot, de wiskundige wetmatigheden van Escher en Bach, verschillende bagpipes in Schotland, afwijkende humor, de mascottes van Japan, bassisten in de rock en pop, alle composities van Bach, en zo kan ik nog jaren doorgaan.

Ik ga waarschijnlijk over al die onderwerpen nog schrijven. Omdat die boeien. Omdat ze meer aandacht verdienen. Omdat het massale herhaling is. Omdat herhaling ons in de grot van de prehistorie houdt.

© Rick Ruhland 2018

Rothesay op Bute

Ik had 2 dagen op Bute voor ik terug moest naar Glasgow en – helaas – Nederland. Ik had veel keuzes: dagje golf, eind wandelen, naar Ettrick bay aan de westkant van het eiland, of, en dat werd het: toerist spelen in eigen land. Jawel, ik heb de hop-on-hop-off-bus genomen. Paul, de buschauffeur had een hoop kleine grapjes en feitjes. Over de tijd van de Victoriaanse vakantie, over de verkleedhuisjes in de baai.

IMG_5520

Feitjes over de mini-onderzeeërs die in Rothesay werden gemaakt. Over de plek waar de dambuster-bommen werden uitgeprobeerd. Over het enorme hotel dat er niet meer staat. En dan de grapjes van Paul de buschauffeur die ze zelf erg grappig vindt. Zoals: On Sunday you have to wear two pairs of socks when you play golf. Why? In case you have a hole-in-one.

Oh well. Na een uur was ik in de buurt van de zuidoostelijke punt van Bute waar een aantal standing stones staan.

IMG_5546 IMG_5547

Ik vind rust in het zien en voelen van dergelijke reminders aan lang vervlogen tijden. Geen idee waarom. Het heeft niets met esoterie of andere zweverige blabla te maken. Het heeft te maken met het idee dat mensen daar millennia lang wonen en destijds de moeite namen zulke grote stenen op te richten, niet zelden in cirkels, of als begraafplaats zoals bij cairns. Waarom ze dat deden? Nou ja, ze deden het. Punt.

Op de heenweg zag ik een bord met een kruis. Gevaarlijk situatie, kruising, dacht ik toen. Op de terugweg zag ik dat bord weer en op dat moment hoorde ik een vliegtuig naderbij komen. Heel laag. Ik dacht onmiddellijk aan mijn tijd in New York, 11 september 2001… Nee, dat dacht ik niet. Ik zag wel een vliegtuig 20 meter boven mijn hoofd die landde op een landingsbaan van gras.

IMG_8277 IMG_8279

Nog een keer stapte ik op de rode bus.

Dit keer bracht hij me naar Mount Stuart. Voor wie een reden zoekt om naar Bute te gaan (er zijn er vele), dit is de reden van alle redenen. Wat een magnifiek gebouw. Huis is te weinig gezegd, landhuis ook nog, kasteel weer wat te veel. Het is Mount Stuart. Nog nooit zoiets gezien. Een huis vol hout, marmer, servies, stoffen, schilderijen. Een van de briljanste interieurs die ik ooit gezien heb. Helemaal als je na de slaapkamer, de dining room, de library, en nog meer, in de spierwitte kapel komt met bovenin een lantaarn met rode glas-in-lood-ramen. Zeldzaam mooi. Ik mocht geen foto’s maken, maar hier is een foto van de kapel en de rode lantaarn. Ook niet mis: de tuin. Een genot om daar te wandelen.

De dag afsluiten met een biertje van Bute Brew, in de brouwerij zelf, helemaal niet verkeerd.

De laatste, complete dag in Schotland ging vooral op aan wandelen naar Ettrick Bay. Uitwaaien, hoewel wind: de zon scheen volop. Nog een paar staande stenen…

IMG_5597

Nog een biertje in de Bute Brew brouwerij…

IMG_8314

Wat neem ik mee terug naar Nederland? Weer een herinnering aan Schotland. Het feit dat het mijn lievelingsvolk en -land is. En dat ik weer terug zal gaan. Over niet al te lang.

© Rick Ruhland 2015

Rothesay, Bute

Rare gewaarwording is als je in de tijd terug gaat en beseft dat de tijd tussen nu en een punt in het verleden in dagen of jaren korter of juist langer is dan je gevoel zegt, of juist korter c.q. langer qua gevoel is dan de feitelijke uren of dagen. Kortom, wanneer de tijd een spelletje speelt.

Een week geleden nam ik om deze tijd de bus van Lochgilphead naar Tarbert, waar de veerboot naar Portavadie vertrekt. En meteen daar, wachtend in het schuilhok (eindelijk is de regen die zo geassocieerd wordt met Schotland), zat ik binnen no time te praten met een fellow-Scot, want zo ga me vanaf nu maar noemen: a Scot. Dit is vanaf de veerboot terugkijkend naar Tarbert,

IMG_8252

De boottocht is kort, maar bespaart je een enorme omweg als je naar Bute. Je hoeft niet om Loch Fyne heen, je gaat er over heen. Ik had een lange reisdag in gedachten. Veel wandelen met de rugzak op, misschien een bus pakken (maar die ging pas 4 uur later), en heel misschien een lift proberen te versieren. Heel misschien werd zeer zeker. Want iets zei me: steek je duim op.

En zo zat ik in de auto van de regiomanager van CalMac die de diverse veerboten en locaties afging. Het goede liften in Schotland is niet zozeer dat je van A naar B komt, of (voor Hollanders heel belangrijk) dat het gratis is. Nee, van L(ochgilhead) naar R(othesay) was ik sowieso wel gekomen, en geld heb ik genoeg voor een busticket. Nee, het zijn de verhalen, de kleine weetjes, en veel meer. Ik heb tijdens mijn liften (deze vakantie heb ik meer liften aangeboden gekregen dan gevraagd) zoveel gehoord, zoals nieuwe Schotse muziek.

De CalMac-manager wist mij te vertellen dat deze huilen zijn gebouwd voor zes knappe en een lelijke dochter van een vermogend man. Zes huizen zijn mooi, een niet. Goed verhaal.

IMG_8256

Nog voor de middag was in op Rothesay op Bute. En wat een alleraardigst dorp. Het was eind 19e eeuw een booming dorp voor de gegoede burgers van Glasgow, die toen voor het eerst ‘massaal’ op vakantie gingen. Vandaar ook de vele Victoriaanse huizen.

Op Bute is veel te zien. Zo wandelde ik die middag een kleine gallery binnen van Joseph Thomas. We raakten aan de praat en zo ging de middag voorbij. Dit is de website van de gallery. Die avond trof ik Joe en twee van zijn vrienden in de Black Bull, een fijne kroeg waar ze onder andere ook Bute Brew ale schenken. Het werd een avond vol lachen, verhalen, bier.

Ik bewaar de rest van Bute tot morgen. Uitstellen van genot, laat ik het zo maar noemen.

(c) Rick Ruhland 2015

Van Eriskay naar Lochgilphead

De laatste hele dag op de Outer Hebrides was goed voor een wandeling richting Eriskay. Van wandelen kwam weinig. Al snel stopte een auto die me een lift wilde geven.

Aan het eind van de ochtend stond ik op de veerboot. De dag ervoor, zo had ik van andere kampeerders begrepen, zwom er een basking shark in de water tussen Barra en Eriskay. Helaas, dat was deze keer niet zo.

Maar er was een goede reden om naar Eriskay te gaan. In 1941 is voor de kust van het eiland het stoomschip Politician vergaan. Aan boord waren o.a. ruim 250.000 flessen whisky die voor Amerika bedoeld waren. De lokale bevolking heeft diezelfde nacht nog flink wat flessen uit het in tweeën gebroken schip gehaald. Velen van hen zijn in de tijd erna veroordeeld voor het jutten van de flessen.

Als whiskyliefhebber vind ik het maar wat bijzonder een originele fles in de hand gehad te hebben. Die staat in barrestaurant Am Politician in het dorp.

IMG_8203

Zo klein en groots tegelijk kan geluk zijn. Zo makkelijk kan het zijn een dag waardevol te maken.

Het is altijd een beetje triest om de Hebriden te verlaten. Maar er is zoveel meer te zien in Schotland. De volgende dag nam ik de boot naar het vasteland, en zoals dat gaat op een 5 uur durende boottocht: je raakt in gesprek. En je krijgt spontaan een lift aangeboden. Zo stond ik halverwege de middag al in Inveraray. Geen verkeerd dorp, maar een beetje een dorp voor sjieke bussen (coaches) en oudere mensen. Die komen daar veel. Te zien: gevangenis, kasteel, het loch.

IMG_8231

Geen tijd voor deze keer, want niet veel later zat ik in de bus naar Lochgilphead. Daar was ik eerder geweest. Toen om de archeologie van Kilmartin ten noorden van het dorp te bekijken, nu om Campbelltown te zien.

Het zal aan het weer gelegen hebben, of het feit dat ik aan mijn terugreis naar Glasgow was begonnen. Of dat ik weer vaste wal onder de voeten had. Maar Lochgilphead deed triest aan: een afbladderend dorp. En hetzelfde gold voor Campbelltown. Zijn dorpen als L en C grijs en zelfs lelijk van zichzelf, of is het dat je state of mind grijs is waardoor je niet de kleuren hebt die nodig zijn om de wereld een beetje mooier te maken? Een pint in de Feathers Inn is dan een pleister op de grijze wonde.

IMG_5514

Maar goed dat Bute nog zou komen…

© Rick Ruhland 2015

Barra & Vatersay

Kamperen in de zomer is hoog in het noorden van Europa een bijzondere ervaring. Ik heb dat al eens gedaan in Noorwegen, en al meerdere malen in Schotland. Dat is vooral vanwege het zonlicht heel apart. Net als in de Scandinavische landen en IJsland kun je in juni lang van het daglicht genieten. Maar ja, dat betekent in een tent dat je de vogels hebt horen uitgekwinkeleerd, en verdraaid nog geen seconde (voor je gevoel) later zijn ze alweer aan het juichen dat het weer licht wordt.

Mijn eerste nacht op Barra was als dat: niet in slaap kunnen komen. Misschien was het ook de opwinding over weer thuis te zijn. Ondanks zo’n korte nacht was mijn energie hoog. Wie zo van Schotland houdt, als ik, krijgt bij de aanblik van de ochtend, al is dat om half 5, genoeg energie voor 3 mensen om een twee-dagen-mars te lopen.

Ik was in mijn eentje en ik wilde inderdaad die dag een eind lopen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben de heuvels ingelopen en vond daar deze cairn (een woord dat uit het Gaelic komt en dat ‘bult stenen’ betekent).

IMG_5451

Een cairn is de Schotse variant van het Nederlandse hunebed. In menige van deze ‘hunebedden’ zijn cists gevonden (een cist is een kleine stenen doodskist), vaak ook resten van planten en dieren, en zelfs offergaven. Uit analyses blijkt dat die cairns soms tot wel 6000 jaar oud zijn. Een van de redenen waarom ik zo van Schotland houd is juist deze overblijfselen uit de steentijd. Ook staande stenen (helemaal als ze in een cirkel staan) boeien mateloos.

Het was zonnig, fris en de wind blies over de oceaan Barra op. Heerlijk wandelweer.

IMG_5442

De middag wandelde ik in zuidelijke richting. Vatersay kende ik vooral van de band The Vatersay Boys (Hier zijn ze live te horen tijdens Hogmanay, Barrowlands, Glasgow; dansen, zingen, drinken, en dan kippenvel ‘when the pipes kick in’; nog zoiets dat ik hier in Nederland zou willen zien: een ceilidh – kans dat dat gebeurt is nabij nul: teveel stijfheid). Vroeger was Vatersay een eiland, nu is het met zijn buur Barra verbonden door een causeway. Op Vatersay is niet zoveel te zien, maar dat is misschien wel het punt. Er zijn, de wind door je haar, de blatende schapen, zilte lucht, de zon. The ultimate Outer Hebridean experience.

De millennia oude geschiedenis van de Herbriden is niet alleen in cairns en staande stenen te zien, ook worden regelmatig huizen uit de steentijd gevonden. Zoals dit roundhouse op de zuidwestpunt van Barra, richting Vatersay.

IMG_5468

En wat me zo’n dag dan opvalt is de vriendelijkheid op zo’n eiland. Het groeten van en door iedereen op straat, het spontaan een lift met de auto aanbieden, de gesprekjes op straat en in de kroeg, de goedmoedige grapjes (die je hier in Nederland al snel een klap voor je hersenen opleveren).

Na slechts een dag was mijn reis al af. Dit was waar ik voor kwam: thuis.

Op de terugweg richting The Castlebay Bar het schip in de baai van Castlebay. Met het kasteel natuurlijk. Het dorp heet niet voor niets Castlebay.

IMG_5460

De eindigde met een proeverij van alle ales van de Castlebay bar. Op een bank, in de zon. Magnifiek. Unbeatable.

Het is niet leuk om terug te zijn als je in Schotland bent geweest. Ik blijf nog even herinneringen ophalen.

© Rick Ruhland 2015

To and fro: Oban

Ik ben er een dag of tien uit geweest. Naar mijn geliefde Schotland. Een liefde die zich uit in veel zaken, tot op een tatoeage op mijn borst toe. Terug naar Schotland is als een reis naar huis. Home coming van een hogere orde. En om de dagen in Schotland her te beleven, en opnieuw een glimlach op het gezicht te krijgen, schrijf ik deze week alleen maar over Schotland. Met foto’s en links naar sites.

Na een vlucht vanuit klam, benauwend, plakkerig, zweterig Nederland landde mijn vliegtuig op de luchthaven van Glasgow. De zon scheen bij een aangename temperatuur bij en een matig windje. Ik zat op George Square, midden in de stad, net zoals vele anderen.

IMG_8098

De bus bracht me die middag naar Oban, een dorp aan de westkust. Oban is een goed startpunt om een ferry te nemen. Enkele jaren geleden nam ik daar de ferry naar Mull, maar je kunt ook naar Colonsay, Coll, Tiree, Lismore. Dit zijn allemaal eilanden, en daar is waar ik me ongehoord goed voel.

Het dorp zelf is niet onaardig, maar net als de vorige keer was Oban ook dit keer slechts een doorgangsplek.

IMG_5410

Ik overnachtte in een B&B, voor de rest van de vakantie had ik een tent bij me. Voordeel van de B&B is vooral de nabijheid van een pub (de camping in Oban was op zich ook een optie, maar ik kwam laat aan en de camping is . Daar gebeurt namelijk een hoop. Er wordt gedronken, obviously, maar er wordt tevens gezongen, gepoold, en vooral: er worden verhalen verteld. Iets waar je in Nederland lang naar moet zoeken. Nog iets wat meteen opvalt als je daar bent en zeker ook als je weer terug bent: de gemoedelijkheid.

IMG_8134

De B&B, De Lancaster, is een beetje shabby, een soort Fawlty Towers, maar wel dik in orde. Belangrijker: de B&B heeft een bar next door. Daar trof ik Ralph, de lokale tatoeëerder. Met hem (en twee van zijn vrienden) kon ik uren aan een tafel praten over Schotland. Muziek, vooral. Beetje toeval, dat toeval een handje helpen, en bingo, je hebt een goede avond die ik hier ook wel vaker zou willen.

De volgende dag naar de Ferry die me in 5 uur tijd naar Barra bracht. Veel wind, maar ook een zonnetje.

IMG_5425

Op de boot spraken 2 aussies me aan en zo kletsten we de tijd vol tot aan Castlebay waar de ferry op Barra aankomt. Hun fijnste daad: mij een lift geven tot op de camping, goede een mijl verderop. Als je om 20.30 aankomt, is het fijn, als je om 20.45 de tent kunt gaan opzetten. Overigens, Barra ligt zo noordelijk dat het tot twaalf uur licht is. En heel vroeg weer licht.

IMG_5431

Twee dagen gereisd, maar een universum verder.

© Rick Ruhland 2015