Terug naar Schotland 2: Jura

De Hebriden. Een groep eilanden ten westen van het vasteland van Schotland. Van de meer dan 100 eilanden en rotsen zijn vijftien eilanden bewoond. Sommige eilanden, zoals Skye en Mull, zijn groot en naar Schotse begrippen toeristisch, andere, zoals Colonsay, zijn klein en leeg.

27 jaar geleden was ik voor het eerst op de Hebriden. Een andere keer zal ik van die eerste keer verhalen (ik zag toen Skye, North Uist, Harris, en Lewis). Ik heb sindsdien elke keer dat ik in Schotland was, op eilanden vertoefd. Niet noodzakelijkerwijs de Hebriden, maar van de tien reizen naar Schotland was ik één keer niet op een eiland, namelijk mijn eerste keer Schotland in 1987.

Ik heb de Hebriden lief. Proberen dat in woorden om te zetten, waarom dat liefhebben en wat die liefde dan behelst, is onbegonnen werk. Elke liefde die zo diep gaat als die van mij en de Hebriden / Schotland kan alleen goed gezien en misschien begrepen worden in de blik in mijn licht vochtige ogen (ja, de overdrijving moet), en het kippenvel op mijn armen als ik op de ferry ben en het vasteland heb losgelaten.

Als je naar de Isle of Jura wilt, en daar was ik nog niet eerder geweest, dan kun je daar op twee manieren komen. De ene manier is via Tayvallich, op het vaste land. Van daar vaart een kleine veerboot die alleen passagiers, fietsen en huisdieren meeneemt, en die in Craighouse aanmeert. De andere manier is via Islay. Aangezien ik al op Islay was, was dat de logische weg om naar Jura te gaan. Van Port Askaig vaart een kleine ferry naar de overkant.

Jura, de naam stamt af van vermoedelijk het Noors-Gaelic voor hert, Dyrøy (hoewel ook het idee bestaat dat de naam van het woord voor ‘uier’ komt, Jurøy, vanwege de Paps van Jura, de bergen van het eiland), is een leeg eiland. Dat merk je meteen als je op het eiland aankomt met de ferry vanaf Islay: er staat alleen een wachtlokaal. Het eerstvolgende huis is niet meteen om de hoek. Feitelijk is Jura dunbevolkt. Van alle bewoonde eilanden komt Jura op plek 31 qua meeste inwoners van de Hebriden.

Ik was van plan om wild te kamperen op Jura, maar toen ik een lift kreeg aangeboden die naar Craighouse ging, heb ik die aanvaard. Eenmaal in Craighouse, eigenlijk het enige dorp op Jura, wilde ik daar blijven. Wild kamperen? Een andere keer. De gemakken van een douche, wc en vers water (feitelijk was het grasveld een mini-camping), en ook nog een pub en een shop, allemaal op nog geen minuut lopen, tja, die beïnvloedden mijn keuze op nogal indringende wijze.

IMG_8652.jpg

Eigenlijk ben je dan nog steeds in de bewoonde wereld. Hoewel dat op Jura een wat vreemde term is, want er wonen mensen op Jura, maar het aantal bewoners is ergens rond de 200. Het aantal herten wordt geschat op 5000. Go figure.

Er loopt min of meer maar één weg over Jura. Hier en daar is er een zijweg zoals naar Keills, maar je kunt alleen maar van zuid naar noord en terug, aan de oostkant van het eiland.

Op Jura is wandelen dat wat je doet. Ja, je kunt een hapje en een drankje doen in het hotel, de Jura stokerij bezichtigen, even langs de shop, de townhall en de koffieshop. Maar daarna is natuur dat wat de klok slaat. Ik had deze keer alleen niet mijn wandelschoenen bij me. Dat betekende ook dat ik niet de boglands in kon. Boglands, dat zijn (net als in Ierland) velden en heuvels bezaaid met turf. Onregelmatig qua ondergrond, erg nat, en niet ongevaarlijk omdat je een enkel of knie zo verzwikt hebt. Los daarvan moet je in de heuvels en boglands van Schotland niet zonder kaart zijn, en aangezien je nauwelijks bereik hebt met je mobiele telefoon, is het raadzaam om anderen te vertellen dat je de wildernis in gaat. En: ga goed gekleed en heb water en voedsel bij je.

Ik ben dit keer op de wegen gebleven. Niet dat het dus minder mooi is:

IMG_8546

Jura is trouwens ook het eiland waarop George Orwell verbleef en hij het grootste deel van de roman 1984 schreef. Wat voor mij het bezoek des te interessanter maakt was het feit dat ik deze zomer de roman 1q84 van Murakami heb gelezen.

Ik heb genoten van de wind, de wolken, de zon, de regen. De vriendelijkheid van de mensen (die je te pas en te onpas een lift aanbieden). Wat ook een belangrijk onderdeel is van the island life: de mensen die naar Jura en andere Hebriden-eilanden reizen, zijn nou niet wat je noemt liefhebbers van het massatoerisme, van het onnadenkende doen wat anderen doen, van ranzige strandcultuur. Het zijn mensen die de rust zoeken, het goede gesprek, die verlangen naar het weer opladen van de geest en de ziel.

Ik heb voor een volgende keer nog het noordelijke deel van het eiland op het programma staan, met o.a. de draaikolken in de golf van Corryvreckan. Want dat is Schotland ook: one visit is never enough. Het land en de eilanden blijven aan me trekken.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Terug naar Schotland 1: Islay

De Hebriden. Een groep eilanden ten westen van het vasteland van Schotland. Van de meer dan 100 eilanden en rotsen zijn vijftien eilanden bewoond. Sommige eilanden, zoals Skye en Mull, zijn groot en naar Schotse begrippen toeristisch, andere, zoals Colonsay, zijn klein en leeg.

De eilanden worden verdeeld in de Inner en Outer Hebrides. Die laatste zijn de eilanden van Vatersay tot Lewis, en liggen in de Atlantische oceaan, ten noorden van Ierland. Ik heb deze buitenste Hebriden allemaal gezien, en daarover schrijf ik een andere keer meer. De Inner Hebrides liggen dichter bij het Schotse vasteland, en van de Inner Hebrides heb ik inmiddels een deel gezien. Skye, Mull, Staffa, Iona, Arran. Er is nog een hoop te bezoeken, zoals Rum, Eigg, Tiree, Coll.

Negen jaar geleden was ik voor het eerst op Islay (uitspraak: aila). Het eiland, het meest zuidwestelijke van de Hebriden, was vooral bekend bij mij vanwege een whisky die ik een paar decennia geleden voor het eerst dronk: Bunnahabhain. Een stevige, rokerige whisky. Meer wist ik niet van Islay. Maar nieuwsgierig was ik wel. In 2009 was ik daar met mijn vriendin (nu vrouw). We meerden aan in Port Askaig en met de bus kwamen we terecht op de camping Port Mor, niet ver van het dorpje Port Charlotte, dat onder de rook van een andere distillery ligt, namelijk Bruichladdich.

Islay, en het volgende geldt voor eigenlijk alle Hebriden, kent een klimaat dat vooral gekenmerkt wordt door westelijke winden en de warme golfstroom. Veel wind, maar ook vier seizoenen in een dag. Nooit langdurige regen in de zomer, en door de zuivere lucht krijg je rap een gebruinde huid. Echt warm wordt het weinig op een eiland als Islay, maar dat maakt wandelen tot en aangename bezigheid. Negen jaar geleden heb ik met mijn vrouw-to-be wat plekken bekeken: de buurt rond Loch Gorm, de heuvels tussen Gearrach en Cultoon (waar een steencirkel staat), en ook de zuidwestelijke hoek van Islay, met de stokerijen van Ardbeg, Lagavullin (tour gedaan), Laphroaig, en Port Ellen (die mijns inziens de beste Whisky van de wereld heeft geproduceerd in de jaren 70 en 80; de stokerij is gesloten in 1983, maar er staat een heropening gepland in 2020) hebben we toen gezien.

Wat maakt Islay zo bijzonder? De whisky’s zijn absoluut een onderdeel. Ik heb alle whisky’s in huis gehad. Mijn favoriet is weliswaar Port Ellen, maar ook Lagavullin, en de reeds genoemde Bunnahabhain en Bruichladdich kun je me altijd voorzetten. Los van  de whisky is het eiland heerlijk om te wandelen. Rond Loch Indaal, die als een wig van noord naar zuid in Islay steekt, loopt de weg: van Portnahaven, een klein dorpje aan de zuidwestkust via Port Charlotte en Bowmore naar Ardbeg aan de zuidoostkust. Op de kleinere wegen, allemaal single track dus om te passeren moet je bij een passing place op elkaar wachten. De westelijke kust is rotsig.

139

Op sommige plekken, zoals bij Bridgend Hotel, waar de wegen naar Port Askaig, Portnahaven en Port Ellen beginnen, staat wat bos. Maar het merendeel van het landschap heeft dit karakter:

IMG_8467

Bovenstaande foto is van de steencirkel van Cultoon, waar ik mijn vrouw ten huwelijk vroeg.

De eerste keer negen jaar heb ik niet alles gezien. Dit jaar keerde ik terug voor twee nachten, en dit keer heb ik de drie stokerijen aan de noordkant gezien (Bunnahabhain, Coal Ila en de nieuwe: Ardnahoe die binnenkort opengaat). Op de terugweg naar Post Charlotte liep ik om via Finlaggan, waar ooit de Lord of the isles zijn zetel had:

IMG_8459

Ik zag dus ook de steencirkel weer, en ik heb Portnahaven bezocht:

IMG_8473

Wat betreft die stokerijen: er komt mogelijk nog een nieuwe stokerij, tussen Laphroaig en Port Ellen in. Dan komt het totaal op 11, nee, 12, als Gartbreck ook doorgaat. En wat als oude sites als Port Charlotte weer in productie gaan? Ik heb een paar mensen gesproken op het eiland en die zien nog meer stokerijen niet als een zegen, zoals de website van Scotch Whisky dat wel ziet. Wat is wijsheid? Time will tell.

Islay, dat is ook ‘island live’. Mensen groeten elkaar, en als je vooral loopt langs wegen, een wandelaar zoals ik, dan zwaait elke automobilist even. Sterker, als je ergens wandelt en met je eigen gedachten bezig bent, moet je niet raar opkijken als een auto stopt, je getoeter hoort, en dat de bestuurder vraagt of je een lift wilt.

Die eerste keer op Islay heeft meteen een levenslange fascinatie en indruk achtergelaten. Toen ik er eind vorige maand weer was, voelde dat als thuis komen.

Scotland is simply another place to call home.

© Rick Ruhland 2018

Voorrang

Ik zat in de auto afgelopen week. In een grote stad rijden betekent beter opletten dan in een dorp of landelijke omgeving. Veel andere auto’s, taxi’s, bussen, trams, fietsers, voetgangers, toeristen, etc. etc., en vooral ook veel van dat alles. Je eigen zin doorzetten leidt tot ongelukken. Juist in een stad is het goed en wijs om de verkeersregels te respecteren. Het valt des te meer op als je een tijd buiten Nederland bent geweest dat hier meer het recht hebben op wat dan ook en beter menen te zijn dan andere mensen.

Bij een kruising moest ik wachten op het tegemoet komende verkeer en op fietsers en wandelaars die tegelijk groen licht hadden. Ik wachtte rustig, net als de auto voor mij. Maar de auto daarvoor niet. Die reed met gierende banden weg toen het stoplicht op groen sprong. Toen hij aankwam bij het zebrapad, waarop mensen liepen die voorrang hadden, sloegen bij deze ‘man’ de stoppen door. Met het raam open schreeuwde hij iedereen die lopend overstak toe en maakte ze voor vuil, ratten. Complete kortsluiting in de kleine hersenen.

Ik weet dat mensen in een grote stad opgefokter zijn. Onbeschofter. Maar bij deze man was de overtreffende trap bereikt. Hij was zo extreem verdorven vertoornd dat zijn hele gezicht misvormde en de spieren in zijn keel aanspanden en bijna door zijn huid heen staken.

Hij is voor mij nog steeds het prototype Nederlander (het was een blanke klojo-majeur) dat boos wordt als het niet krijgt wat het wil, waar het recht op heeft. Zijns inziens. Alleen zijns inziens. Het is een vergaarbak van onbeschoftheid, halsstarrigheid, cynisme, in-zichzelf-gekeerdheid, en botheid. Het is het type levend wezen dat als reactie op een goedbedoelde lach, jou een beuk verkoopt. Alles vanuit het standpunt ‘Ik heb hier recht op’.

Tja, en dan moet je wel voorrang krijgen, en dan mag je daar iemand voor dood rijden.

Het hoge zombie-gehalte van de medemens valt des te meer op als ik de hemel ben geweest. Japan. Het land, de natuur, de bewoners, het fatsoen. Japanners weten nog wat het is om samen te leven.

Een andere hemel: Schotland, voor de gelovigen onder ons ook te schrijven als ’s Godland. Een land bevolkt door Schotten (…). Wat zo goed aan dat volk is: de openheid, de verhalen, de goedmoedige grappen, de whisky, de behulpzaamheid. Schotten zijn zoveel verder ontwikkeld dan Nederlanders.

Ik moet nodig weer terug. Ik ga gauw weer terug.

© Rick Ruhland 2018

Hert

Reusachtige rotsen rijzen op uit woest water. Boven op het eonen oude gesteente staat een machtig hert, de blik woest, te staren over het schuimende oceaan, aan de rand van Europa. Hij heeft kort daarvoor met zijn metersbrede gewei een man die met zijn geweer klaar stond om de jacht te openen op elk dier dat in de hooglanden rondwaart, over de rand geduwd. De machtige bok kijkt met schuim op de lippen naar de gebroken, bloedende man op het rotsstrand, en kijkt dan naar de hemel. Terwijl de stormt joelt, klinkt boven de razende golven uit een luid burlen.

© Rick Ruhland 2018

Egocentrisch

Ik mag graag met anderen zijn. Ik speel bas in een band, ik train en coach een basketbalteam met gemotiveerde dames, ik ben een gepassioneerd vader, een echtgenoot die het wiel steeds weer uitvindt, in het verleden ook nog acteur in gezelschappen en docent aan instellingen voor hoger onderwijs. Geen solist perse.

Nou, er is iemand in mijn verleden (en ik kom heus nog terug op deze kwestie en de persoon die daarbij hoort) die mij egocentrisch, nee, erger, narcistisch heeft genoemd. Hoewel deze persoon zijn recht tot het uitoefenen van zijn vak zou moeten worden afgenomen (ik zal op een ander moment uitleggen waarom), heeft deze persoon op een punt gelijk. Ik houd van mijzelf. Ik haat mijzelf niet. Ik ben trots op de dingen die ik heb gedaan. Ik ben trots op mijn motivatie, mijn drang tot verder komen. Ik geloof dat je ergens kunt komen door tijd, energie en volharding in je werk te stoppen. Als je niet bang bent om boven het maaiveld uit te komen.

In een ander opvallend opzicht ben ik zeker egocentrisch. Dat heeft te maken met mijn volledige naam. Ik ben vernoemd naar mijn twee opa’s. Van de Nederlandse opa kreeg ik de eerste geboortenaam: Hendrik. Van de Duitse opa kreeg ik de tweede geboortenaam: Georg. Mijn achternaam is ook van de Duitse familie: Ruhland.

Nou, als je mijn volledige naam bekijkt, dan valt op dat ik alle klinkers, alle vocalen in het Nederlands in mijn naam heb. Dus: a, e, i, o, u. En dat met slechts 19 letters in totaal. Dus gemiddeld is de verhouding klinker-medeklinker 1 op 3. Hoe bijzonder is dat?

Maar wacht, het wordt nog beter. Voor hen die weten dat ik een groot adept van Schotland ben, die zal het niet als een verrassing komen dat ik een geweldig anagram van mijn naam kan maken:

Drunk highland goer.

Het lot van het Albafiel zijn (Alba is een andere naam voor Schotland) zat vanaf mijn geboorte in mijn naam.

© Rick Ruhland 2018

 

Sbrunch

Half way between noon and night the meals most people already have had are breakfast and lunch. On most Saturdays, like today, we still have to start our first decent meal. Normally it is something Japanese, French or British.

Today we will have a meal that I would like to call Sbrunch. It’s a meal between lunch and supper. Today, it is a British sbrunch: sausages, eggs, tomatoes, onions, toast. Maybe we call in some baked beans, black pudding and mushrooms.

IMG_6397.jpg

Btw, it’s not a linner, sunch or a dunch. Those three are more orientated around evening meals whereas a sbrunch is a breakfast after noon that could last till late night.

© Rick Ruhland 2018

 

De pelgrimstocht 3: Schotse steencirkels

Zoals gezegd ben ik steeds op bedevaart als ik naar Schotland ga (zie De pelgrimstocht 1 en 2). Ik heb de behoefte om mijn thuis achter me te laten, om rust te vinden. Dat lukt me bij de staande stenen van Schotland. Tot nu toe ben ik in de volgende steencirkels in Schotland geweest.

Callanish, Isle of Lewis, Buitenste Hebriden, 1991.

Callanish 1991

Brodgar, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Ring of Brodgar

Stennes, Orkney, 1993.

Schotland 1993 Stones of Stenness

Pobull Fhinn, Uist, 1996

Schotland 1996 steencirkel Pobull Fhinn Maari Uist

The Twelve Apostles, Dumfries, 2006.

Schotland 2006 12 apostles 2.jpg

Machrie Moor, Arran, 2006.

Schotland 2006 2_0040

Cultoon, Islay, 2009.

STR_0174.JPG

Temple Wood, Kilmartin Glen, 2011.

268863_10150251857873818_810073817_7213195_7172316_n

Ettrick Bay, Bute, 2015.

IMG_5598

Dit zijn mijn ‘kerken’. Hier voel ik mij thuis. Hier ben ik verbonden met millennia aan mensheid.

© Rick Ruhland 2018

 

De pelgrimstocht 2

Ik heb eerder al aangegeven dat ik op pelgrimstocht ben geweest (zie De pelgrimstocht 1), omdat ik bepaalde plaatsen wilde zien. Ik had een doel, maar vooraf was vooral het voorspel van verwachtingen en nieuwsgierigheid van groot belang, de reis zelf (dus het verplaatsen naar en van dat doel) idem dito, en de napret duurt van menige tocht nog steeds voort.

Zo wilde ik sinds mijn studententijd de buitenste Hebriden (de eilanden ten westen van het Schotse vasteland) zien, met name het eiland Lewis, want daar staan de steencirkels van Callanish. Meteen na mijn afstuderen ben ik een paar weken op pelgrimstocht geweest en heb de stenen van de grootste steencirkel daar gezien. Het was een openbaring, een levensveranderende reis. De reis was de afsluiting van mijn onbekommerdheid, en de start van mijn werkende bestaan.

Nou zal menigeen vermoedelijk zeggen: ‘Dat is geen pelgrimstocht. Ik ken niemand die zo’n tocht met zo’n doel heeft gedaan. Bovendien, zo’n pelgrimstocht is niet religieus.’ Nou is dat allemaal niet waar. Ik ken wel degelijk mensen die zulke pelgrimstochten ondernemen. En religieus? Dat woord roep wrevel op. Wrevel in de zin van: moet iets perse religieus zijn? En wanneer is iets dan religieus? Als er een heilige of een god aan te pas komt? Nee. Een pelgrimstocht is niets anders dan een tocht maken om over het leven na te denken. Om iets te volbrengen. Dat mag onder invloed van een bedevaartsoord dat met geloof te maken heeft, maar het heeft veel meer te maken met het afstand nemen van het hier en nu. Dat is religie pur sang: loskomen van het aardse en hedense.

Het gaat dus om iets extreem menselijks, zoals verrijking en verdieping zoeken, of samen met andere je verwonderen, of je kippenvelmoment delen met anderen (zo ben ik lid van drie groepen op Facebook die zich met respectievelijk De Buitenste Hebriden, De Schotse Eilanden en Oude stenen van de Britse eilanden en Ierland bezig houden).

Ik ben terug geweest na die eerste keer, en ik heb inmiddels een soort van eigen bedevaart gedaan, en ik ben er nog mee bezig. Die voert langs de grotere en kleinere steencirkels van Schotland. Inmiddels heb ik een hoop van deze cirkels gezien. Een overzicht geef ik in De pelgrimstocht 3.

Ik ben nog niet klaar dus. Van de steencirkels in Aberdeenshire heb ik er nog niet een gezien. Wat een heerlijk vooruitzicht. De voorpret is allang begonnen, terwijl ik nog niet eens weet of en wanneer ik zal gaan.

© Rick Ruhland 2018

De interniches van het web

Veel mensen zijn op internet of op tv om de aandacht. Verschrikkelijk. De meesten hebben zo goed als niets te melden. Sterker, ze zouden zich de ogen uit de kop moeten schamen om hun galactische leegheid (nee, niet domheid, want ze weten het wel voor elkaar te krijgen alle aandacht te krijgen en daar moet je enige slimheid voor hebben).
Ik weet ook wel waarmee je aandacht krijgt. Als het gaat om bloggen en vloggen, die kant van het internet waar je hobbyisten in grote getale hun – voor hun belangrijke – bezigheden uitgebreid aan de man proberen te brengen als ware het handelswaar die niemand nodig heeft behalve zij die ook die hobby hebben, dan heeft het internet een aantal mogelijkheden tot succes. Tot scoren. Denk aan sex, recepten, muziek, yoga en sport (en op darknet drugs, wapens, niet gangbare porno en andere minder gangbare zaken).

Let wel, ik gebruik van die scorende thema’s ook het een en ander. Ik zoek recepten voor gerechten uit Japan en Sechuan, ik geniet van artikelen over muziek (van folk tot rock en klassiek en van jazz tot dance), ik vind er yoga-oefeningen zodat ik zonder een yoga-meester kan (de fysieke inspanning om meditatief je sores van je geest los te weken en die te laten oplossen in een oceaan van lege gedachten; doe de zonnegroet, de Surya Namaskar, 10 x en je bent even helemaal los van de wereld) en sport, ach sport is er maar een en dat is basketbal: pure schoonheid en inspanning.

Wat minder goed, matig of zelfs slecht scoort zijn wetenschap, onbekende sporten (maar die kunnen zomaar hip worden zoals teenworstelen), cursussen zoals ‘Hoe kan ik in tien dagen…’ (misschien dat ik een blog begin over ‘Beginnen met roken in 10 dagen), taal leren (aanrader: het Ostjaaks, hoewel geen makkelijke taal door de vele verschillende uitspraak van de L) , paranormale numerologie, shampoo en andere toiletartikelen voor je schildpad, een doorlopende verzekering voor je theedoeken, en ga zo door (inspiratie is op te doen op internet).

Ik ben liever bezig in een niche. Daar waar je nog een individu bent. Waar je iets zinnigs zegt over een prachtig iets als een zo goed als onbekende componist, afwijkende geologische structuren zoals op Sardinië, gek dieren zoals de poedelmot, de wiskundige wetmatigheden van Escher en Bach, verschillende bagpipes in Schotland, afwijkende humor, de mascottes van Japan, bassisten in de rock en pop, alle composities van Bach, en zo kan ik nog jaren doorgaan.

Ik ga waarschijnlijk over al die onderwerpen nog schrijven. Omdat die boeien. Omdat ze meer aandacht verdienen. Omdat het massale herhaling is. Omdat herhaling ons in de grot van de prehistorie houdt.

© Rick Ruhland 2018

Rothesay op Bute

Ik had 2 dagen op Bute voor ik terug moest naar Glasgow en – helaas – Nederland. Ik had veel keuzes: dagje golf, eind wandelen, naar Ettrick bay aan de westkant van het eiland, of, en dat werd het: toerist spelen in eigen land. Jawel, ik heb de hop-on-hop-off-bus genomen. Paul, de buschauffeur had een hoop kleine grapjes en feitjes. Over de tijd van de Victoriaanse vakantie, over de verkleedhuisjes in de baai.

IMG_5520

Feitjes over de mini-onderzeeërs die in Rothesay werden gemaakt. Over de plek waar de dambuster-bommen werden uitgeprobeerd. Over het enorme hotel dat er niet meer staat. En dan de grapjes van Paul de buschauffeur die ze zelf erg grappig vindt. Zoals: On Sunday you have to wear two pairs of socks when you play golf. Why? In case you have a hole-in-one.

Oh well. Na een uur was ik in de buurt van de zuidoostelijke punt van Bute waar een aantal standing stones staan.

IMG_5546 IMG_5547

Ik vind rust in het zien en voelen van dergelijke reminders aan lang vervlogen tijden. Geen idee waarom. Het heeft niets met esoterie of andere zweverige blabla te maken. Het heeft te maken met het idee dat mensen daar millennia lang wonen en destijds de moeite namen zulke grote stenen op te richten, niet zelden in cirkels, of als begraafplaats zoals bij cairns. Waarom ze dat deden? Nou ja, ze deden het. Punt.

Op de heenweg zag ik een bord met een kruis. Gevaarlijk situatie, kruising, dacht ik toen. Op de terugweg zag ik dat bord weer en op dat moment hoorde ik een vliegtuig naderbij komen. Heel laag. Ik dacht onmiddellijk aan mijn tijd in New York, 11 september 2001… Nee, dat dacht ik niet. Ik zag wel een vliegtuig 20 meter boven mijn hoofd die landde op een landingsbaan van gras.

IMG_8277 IMG_8279

Nog een keer stapte ik op de rode bus.

Dit keer bracht hij me naar Mount Stuart. Voor wie een reden zoekt om naar Bute te gaan (er zijn er vele), dit is de reden van alle redenen. Wat een magnifiek gebouw. Huis is te weinig gezegd, landhuis ook nog, kasteel weer wat te veel. Het is Mount Stuart. Nog nooit zoiets gezien. Een huis vol hout, marmer, servies, stoffen, schilderijen. Een van de briljanste interieurs die ik ooit gezien heb. Helemaal als je na de slaapkamer, de dining room, de library, en nog meer, in de spierwitte kapel komt met bovenin een lantaarn met rode glas-in-lood-ramen. Zeldzaam mooi. Ik mocht geen foto’s maken, maar hier is een foto van de kapel en de rode lantaarn. Ook niet mis: de tuin. Een genot om daar te wandelen.

De dag afsluiten met een biertje van Bute Brew, in de brouwerij zelf, helemaal niet verkeerd.

De laatste, complete dag in Schotland ging vooral op aan wandelen naar Ettrick Bay. Uitwaaien, hoewel wind: de zon scheen volop. Nog een paar staande stenen…

IMG_5597

Nog een biertje in de Bute Brew brouwerij…

IMG_8314

Wat neem ik mee terug naar Nederland? Weer een herinnering aan Schotland. Het feit dat het mijn lievelingsvolk en -land is. En dat ik weer terug zal gaan. Over niet al te lang.

© Rick Ruhland 2015