Rare zinnen bij normale foto’s

Er stond een Dalek…

IMG_9144.jpg

…bij het pedofielenpad…

IMG_9145.jpg

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Een doorwaadbare plaats: 3. Zwemmen (1)

Als rechtgeaarde Nederlander leerde ook ik zwemmen. Dat hoort bij de Nederlandse opvoeding. Ons platte land met sloten, beken, meren, plassen, vijvers, kanalen: je overleeft beter, meer, vaker, als je kunt zwemmen.

Hoewel ik het nooit zo gemerkt als jongetje, is water een bedreiging. Het is geen natuurlijke habitat. Wie in het water ligt, wie drijft, wie zijn hoofd boven water houdt: hij overleeft. Maar ten onder gaan is zo gebeurd. Je moet echt aan het werk wil je boven water blijven. Het is een best angstige omgeving als je niet kunt zwemmen. Ik heb nooit een angst voor water gehad, voor zover ik mij kan herinneren, terwijl ik ergens toch een angst heb moeten overwinnen. De angst van het ten onder gaan, van niet meer kunnen ademhalen. Van het uitstellen van verdrinken. Dat is voldoende motivatie te willen blijven drijven.

Als terzijde: ik vermoed dat ouders hun kroost niet wil (laten) leren zwemmen om de reden dat zwemmen zo leuk is, maar omdat het belangrijk is voor het overleven.
Laat mij dat even heel duidelijk in het centrum van de aandacht stellen: zwemmen is zeer leuk. Voor mij wel. Ik duik nog steeds met veel plezier zwembad of rivier of zee in. In mijn stoutste dromen heeft dat de geilste reden van alle redenen: bijna naakt en zonder sociale weerstand samen zijn in het water waar wij vele miljoenen jaren uit zijn ontsnapt. Back to the roots van ons menszijn. Geen schaamte (bijna dan, want helemaal naakt zwemmen is toch voor veel mensen te stap te ver). Geen kleren (bijna dan, want die zwembroek of bikini moet aan van de samenleving).

Ja, ik denk echt dat wij ons in water willen begeven omdat het een omgeving is waarin we weliswaar niet kunnen ademen, maar als water ons omsluit, verdwaalt onze geest weer in de prehistorische herinnering; met andere woorden, ‘in water zijn’ wordt door onze geest herkend als een moment dat verre voorouders als ‘natuurlijke habitat’ had. Ik denk dat het nog verder gaat: we voelen ons thuis in water als herinnering aan ons meest oorspronkelijke moment. De tijd van ons leven in de baarmoeder.

Voor wie nu roept: is dat niet wat ver gezocht? Natuurlijk, het kan vergezocht zijn, maar dat is het punt niet. Het is een mooi verhaal. Mooi startpunt. Voor nu: meer niet.

Maar de waarheid van mijn goed voelen is veel banaler.

Wat zwemmen voor mij het allerfijnste maakt, in minder filosofische en psychoanalytische zin, en meer in praktische zin is dat water minder zwaar maakt. Dat doet mij goed voelen. Zwemmen maakt niet gewichtsloos, maar wel veel lichter. Bewegen gaat dan weliswaar moeilijker, want lucht geeft minder wrijving, maar hangend, drijvend in het water is het hele lijf bijna licht. Het lichaam voelt veel minder de zwaartekracht.

De tweede reden van mijn goed voelen begon in de hete zomer van 1976 (zie ook het verhaal Zwemmen 2). Ik had twee jaar eerder, op mijn achtste, in een maand tijd zowel diploma A als B gehaald. De foto’s van die tijd laten een onschuldige ik zien die samen met ca. tien kinderen die op de rand van het ondiepe badje in het Stilo-zwembad zitten. Ik herinner niets van die zwemlessen, behalve dat er dus die foto bestaat van mij en een vriendje. De rest van de kinderen zegt me niets. Wie weet woonden ze toen bij mij in de wijk, of wonen ze nu bij mij in de straat. Ik leerde dus zwemmen en ik vond het leuk. Sterker, kunnen zwemmen terwijl de zon die zomer op Nederland neersloeg, dat was een stukje hemel.

De derde en de wellicht belangrijkste reden van mijn zwemgenot gaat aan dat alles voorbij. En dat heeft met het woord genot zelf te maken. Na mijn diploma’s a en b bleek ik een goed zwemmer te zijn. Ik wilde dan ook meer. Dat meer kreeg ik in de vorm van vier jaren en vier diploma’s reddend zwemmen. Pop duiken, een onwillige drenkeling naar de kant brengen (die, mocht de drenkeling de redder in nood in gevaar brengen en onder water trekken, met een klap flinke k.o. mocht worden geslagen…), vele meters maken, met een reddingstouw of -boei gooien, allemaal goed. Elke donderdagavond fietste ik door de stad naar het Stilo-bad; Stilo staat voor STIchting Lichamelijke Oefening. Het bad, het eerste overdekte zwembad in Zwolle (geopend: 1933) dat tot doel had de lichamelijke oefening van de ‘mensch’ te stimuleren, was van een vooroorlogse kwaliteit. Hoekig, veel wit, veel glanzende plavuizen en witte buizen. Nieuwe zakelijkheidsarchitectuur, een beetje Amsterdamse School. Om een idee te krijgen (foto’s zijn van Henriet Kornelis). Dit zijn foto’s van vlak voor de sloop in 1991. Op de eerste foto hangt achterin de hoek een tegeltableau, een kunstwerk dat was gered en in het Hanzebad in Zwolle heeft gehangen. Kunsthistorisch had het tableau weinig waarde en inmiddels is het vernietigd.

csm_zwolle-138_3104d05b20

csm_zwolle-140_06db6bfec2

In dit STILO-zwembad leerde ik zwemmen. Maar dat niet alleen. Hier werd ook de man in het jongetje gewekt. In de laatste jaren van mijn reddend zwemmen, ik was 11 a 12, werd het leven spannender. Een paar van mijn medezwemmers, een lang, dun meisje met donker haar en kort, stevig meisje met blond haar, en een jongen die ik mij verder niet herinner behalve dat er nog een jongen was, zag ik toen steevast in de fietsenstalling. Wat ik daar deed? Roken. Kletsen. Puberaal gedrag, ook al was ik pas 11 of 12. Dat puberale gedrag nam een keer half-seksuele vormen aan doordat ik in de ruimte voor de kleedhokjes…,

Hier dus:

csm_zwolle-143_8460900e0d

… supergeil tongzoende met de blondine, met om ons heen allerlei kinderen met hun ouders die afkeurend keken naar de geile stoot en mij en wij elkaar volstopten met elkaars spuug.

Ik voelde geen enkele schaamte, toen al niet. Als ik de kans had gezien, in het zwembad en na dat zoenen, dan had ik haar geneukt in het diepe. Ja, ik was pas 11. Maar ik was er klaar voor. Helaas letten de badmeesters, onze docenten zwemmend redden reddend zwemmen, iets te goed op om daar echt werk van te maken.

Het zwembad is inmiddels gesloten en gesloopt. Er staan nu lelijke appartementen en alleen de naam van de straat, de Stilobadstraat, herinnert aan het feit dat daar bijna 60 jaar een zwembad heeft gestaan. Voor mij is dat bad een van die plekken waar bijna naakte meisjes, ontluikend en lustopwekkend, met mij ronddreven, en die ik vast mocht pakken als onderdeel van leren reddend zwemmen. De kopgreep, de polsgreep, de schoudergreep, die had ik vrij snel onder de knie. Saai.

Maar een greep deed ik graag en steeds weer: de zeemansgreep. Zeker bij meisjes mijn favoriet. Met mijn arm onder haar oksel door en haar pols vasthouden terwijl mijn onderarm op haar ontwakende borsten leunde.

Zwemmen is geilheid. Terug naar de baarmoeder, terug naar het vruchtwater.

© Rick Ruhland 2018

Hawksian woman

Krachtige vrouwen. Ik heb daar meer mee dan vrouwen die ja en amen zeggen. Die het aanrecht als hun grootste recht zien. Die sloof zijn en dat als de vervulling van hun bestaan zien. Nee, doe mij maar vrouwen die hun mannetje staan. Niet per se vrouwen die mannelijk zijn. Nee, charmant zijn is voor mij ook belangrijk. Vrouwelijk zijn in kleding en haardracht en parfum en in hun vrouwelijke visie op de de wereld.

Ik kwam al surfende (voorheen met Stumbleupon, en wat nu Mix heet) op sites over zogenaamde Hawksian women. Vrouwen die in films van Howard Hawks zowel een vrouwelijke als mannelijke kant lieten zien. Zoals op deze wikipedia-pagina staat:

“The Hawksian woman is up-front in speaking her mind and keeping up with her male counterparts in witty banter as well as taking action to get what she wants personally as well as sexually. She can be seen as the fast-talker, frank, and can beat a man in verbal sparring.”

Wat mij verbaast, is dat dit soort vrouwen niet veel vaker in films en in het echte leven voorkomen. Want goed beschouwd zijn dat soort Hawksian vrouwen niet alleen zelfstandig, maar ook spannend. Ik kan ook stellen: ik word makkelijk verbaasd.

Meer lezen? Hier en hier.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 15

Beste B.,

Mijn vriend slaapt niet al te best. Nou is dat niet het ergste, want hij lijdt er niet onder.

Wat wel een probleem aan het worden is, is het volgende. Hij heeft vaak last van slaapwandelen en sinds een jaar of twee, vooral tijdens de zomermaanden, wil hij seks in zijn slaap. Dan drukt zijn hard geworden penis tegen mij aan. De eerste keer dacht ik dat hij wakker was en seks wilde, dus ik opende mijn vagina en duwde hem naar binnen, maar toen werd hij wakker en voelde zich beschaamd. Ik ook, trouwens.

Ergens in het vroege voorjaar, ik kon niet slapen en bedacht erotische verhalen, was zijn lul daar weer. Hard en warm. Ik heb die nacht een uur lang seks gehad, en ben nog nooit zo zalig klaargekomen.

Hij heeft nu bijna elke nacht een snoeiharde erectie. Ik blijf er zelfs voor op. Ik wil eigenlijk geen gewone seks meer.

Dit gaat nou al maanden zo.

Nou, dat wilde ik even melden. Nou ja, hij is ook niet blij met zijn seksuele escapades, dus voor hem is er een probleem, en hij moet niet wakker worden tijdens het nachtneuken. Want dat is slecht voor zijn zelfvertrouwen en we krijgen dan vaak ruzie. Ik vertel hem dus niet dat hij nog steeds slaapsekst.

Ik heb geen probleem, ik vind mijn ervaringen gewoon geil en dat moest u even weten.

Nelleke.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 12

Beste B.,

Recentelijk gaf je in je columnpje (mag ik je erop wijzen dat het woord column het enige woord in het Nederlands is dat op een n eindigt en toch de verkleinvorm met -pje heeft?) op je website en in diverse damesbladen een antwoord op de volgende vraag:

Mag mijn kind meekijken met porno als het meekijken liefdevol gedaan wordt?

Ik ben echt heel boos geworden dat je durft te stellen dat meekijken oké is, ALS aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Je geeft die voorwaarden dan, maar echt, hoe durf je!

Het feit dat je niet kijkt naar andere factoren, zoals uit welk land die porno komt, of uit welke tijd, dat kan echt niet. Hoe moet ik bijvoorbeeld mijn kind uitleggen dat mensen vroeger hun schaamhaar gewoon lieten staan en dus niets afscheerden?

En dan nog: moet de porno liefdevol gedaan worden, of het meekijken liefdevol?

Ik ben geen schaamhaar wijzer geworden!

Xaviera, moeder van 13 kinderen.

© Rick Ruhland 2018

De poot om op te staan

Het café dat aan de Vismarkt ligt, opent al vroeg in de ochtend. Op dat uur loopt het café vol met marktlieden die met een koffie en een likeur de dag beginnen, en die pas weer tegen 5 uur binnenkomen voor een pul bier.

Zodra zij naar hun kraam gaan en de handel proberen te verkopen, wordt het even rustig, maar dat duurt niet lang. Het is alsof een ieder die al wel wakker is en niet meer thuis wil zijn, zich daar verzamelt. Oude mannen met hoed en stok, juffers met hun laptop die een creatief beroep doen of daar de illusie van willen wekken, geliefden die het kleffe, naar liefdeszweet stinkende bed voor een moment hebben verlaten, toeristen. Het is een komen en gaan, iedereen is welkom, niemand valt op, de benen die ik zie vanuit mijn plek naast het grote raam duiden op gewone mensen in een gezellige kroeg.

Met uitzondering van elke dinsdagochtend rond even voor elf uur. Dan komt een man binnen die aan mijn tafel gaat zitten. Een wat stijve man, die vaak in grijze broeken en en beige vesten is gekleed. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij loopt vaak hard. Dat is wat ik van hem weet.

Niet veel later komt zij binnen.

Zo ging het tot nu toe: zodra zij zit, gaat zijn hand onder het tafelblad. Eerst is die hand alleen maar onder het tafelblad, maar na een seconde of tien gaat zijn wijsvinger richting zijn lies en krabt daar een minuut lang. Elke keer weer. Het duurt een paar minuten, dan haalt hij zijn geslacht naar rechts en dat is nu stijf. Zij heeft inmiddels beide handen onder de tafel en trekt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. De vingers van haar andere hand strelen haar schaamlippen.

Als ze aan mijn tafel zit, draagt ze meestal rode pumps. Meestal zet ze een pump op de staander van mijn tafel en drukt ze een vinger tussen haar schaamlippen terwijl haar duim haar klit masseert. Nu ook.

Maar vandaag is een dag als geen andere dag. Zij wrijft wel, maar hij niet. Hij brengt zijn hand weer boven tafel.

Door het tafelblad heen hoor ik hem zeggen:

“Je kunt niet langer mijn patiënt en mijn minnares tegelijk zijn.”

Haar hand stopt, haar dijen klappen dicht, haar voet op mijn houten poot glijdt weg.
Dan zet hij zijn voet op mij. Aan zijn zool kleeft hondenpoep. Ik ruik de penetrante geur van de poep, die hij aan mijn hout afveegt.

“Maar mijn emotionele focustherapie moet door gaan, Peter, want ik word zo geil van psychiaters, en ik kan nergens meer gewoon zijn zonder mezelf te bevredigen.”

Geruisloos zijn de benen van de kelner naderbij gekomen.

“Peter, je moet me blijven bevredigen,” zegt ze veel te hard.

Peter springt overeind, glijdt uit over de poep op mijn tafelpoot, bewaart nog net zijn evenwicht en rent het café uit.

© Rick Ruhland 2018

Ruikende testikels

Conversatie met een vriend. Soms is briljant zijn zo fijn:

“Zou dit waar zijn? ‘Human testicles have receptors that can taste sweet, salty, bitter, sour and umami flavours. We are sure you are extremely glad you now know this fact.'”

“Mijn ballen kunnen proeven en ruiken…..? Dus als ik neuk dan hebben m’n ballen een soort van waarneming…. Dat is toch logisch, hoe kan mijn instinct anders functioneren?????”

“Of ze kunnen ruiken weet ik niet. Dat zou je ze eens moeten vragen. Proeven wel. Vraag terug: kunnen schaamlippen ook proeven?”

“Denk ‘t wel. Ik denk dat onze voortplantingsorganen constant signalen zenden voor (dis)approval.”

“Misschien is proeven het enige wat geslachtsorganen willen, en is voortplanting een bijproduct. Honing ook.”

“Ik vroeg me vanochtend opeens iets af: ‘Hoe komt t dat ik na het vrijen met de twee laatste vrouwen geen behoefte tot terugtrekken had….. Dat ligt in het verlengde… Interessante omkering, zeg. Seks is echt nog een onontgonnen terrein van onderzoek.”

“Ik word dan weer wetenschapper.”

“Maar nog even: dat proeven is in context. Wat wordt geproefd? Waarom?”

“Zout, zuur, zoet etc. En waarom? Omdat het lekker is?”

“Ja, maar dat is niet relevant.”

“Juist wel. Dat is het enige dat relevant is. Genot.”

“Lekker is het middel voor iets anders om te verbinden.”

“Lekker is centraal. Genot is centraal. De rest is bijzaak.”

“Nee, lekker is de deur die open gaat. Relevant is wat binnenkont.”

“Honing ook.”

“Okay, wat jij wil😉.”

“Deur? Schuifdeuren.”

“Lekker is een receptor van het bewustzijn. Het gaat om het transport.”

“Lekker is een consequentie, een gevolg van een interpretatie van een of meerdere zintuigen.”

“Transport.”

We zijn er niet uitgekomen wat een teelbal nou vindt van wat hij proeft. De wetenschap van de proevende teelbal is nog niet af.

© Rick Ruhland 2018

 

Ezel

In het westen, net voorbij de rivier die gemoedelijk door het laagland slingerde, hoopten wolken samen en voor de pluizige antracieten watten over de rivier zouden zijn, wiste hij het zweet van het voorhoofd, gooide de spade weg waarmee hij het land had omgespit en waardoor de grond rijp was voor een nieuw gewas, en stapte het huis binnen om zijn overall uit te doen en de zwembroek aan, en toen hij zo, bijna naakt, op zijn motor stapte, reed hij, terwijl de zwoele wind langzaam toenam als aankondiger van noodweer, een plensbui, met steeds grotere vaart over de dijk die voerde naar de heuvel langs de rivier en waar het bos van dennen en sparren als een stekelig haardos duidelijk in de wijde omgeving te zien was, en nadat hij zijn motor bij het vennetje in het bos had gestald, trok hij zijn zwembroek uit en dook naakt in het groezelige water, vol halfverteerde planten resten en bladeren van de vorige herfst, die hier in het midden van het bos, waar zelden iemand kwam, alleen hij van tijd tot tijd, slecht rotten en die een zure smaak in de mond gaven als hij vergat zijn mond te sluiten, duikende in het water, en na een keer zwemmen naar de overkant en terug klom hij het water uit, trok zijn zwembroek weer aan en reed, dit keer in de laagste versnelling, terug naar zijn stolpboerderij in de polder, waar hij het mosterdzaad over de zwarte grond strooide, en toen hij opkeek, rechtop staand in niet meer dan zijn zwembroek, barstte het noodweer los en met geweld van donder en bliksem kwakte een plensbui van een half uur, een bui van Bijbelse proporties want met druppels dik als golfballen, op de aarde en in het kabaal van de stortvloed schreeuwde hij een minutenlang durend AAAAHHHHH naar de hemel, tot zijn voeten tot aan de enkels in de klei waren weggezakt en hij besefte dat deze dag het einde van de zomer aankondigde, de dag van de laatste warmte, en dat zijn werk was gedaan, en vooral dat hij geen tijd meer had om met zijn zeilboot de plas op te gaan, en over het water van de zandafgraving te zeilen, om nog een keer met warm weer naar het eiland te glijden, het eiland met de kapel, waarin de naakte madonna door zomergasten werd aanbeden met duizenden heiligenbeelden en die de plek was waar hij kwam als hij zichzelf moest bevredigen om te voorkomen dat hij zich weer vergreep aan zijn ezel, en om dan met wind in de rug terug te keren naar zijn huis en daar huilend in bed te vallen…

© Rick Ruhland 2018