Verrast: hoezo hebben wij geen miratief?

Ik was zeer verrast te horen dat er een grammaticale wijs (dus een categorie, een vervoeging van het werkwoord) bestaat die onverwachte openbaringen uitdrukt. Wel brak mijn klomp toen mij duidelijk werd dat het Nederlands de miratief nauwelijks omarmt c.q. omarmd heeft. Dat vanwege het feit dat hoon een integraal facet is van de Nederlandse cultuur.

Woehahahaha.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

WoW: Gegeurtenis

Gegeurtenis: iets heeft plaatsgevonden en daarvan zit nog steeds een geur aan de herinnering vast. Ook: bij het ruiken van een geur denken aan een persoon, een plek of een moment dat iets plaats vond.

Bijna-synoniem: begeurtenis. Hierbij vindt iets plaats in je leven waarna je een geur aan dat moment koppelt. Een begeurtenis gaat dus vooraf aan een gegeurtenis.

© Rick Ruhland 2019

 

Hogmanay!

Vandaag is de laatste dag van het jaar 2018. Een dag die goed is voor twee posts op mijn blog, want verder is er weinig anders te doen dan eten, drinken en samenzijn.

In Schotland, een van de landen die ik dit jaar heb bezocht en waar ik wederom (net als bij Japan) met een goed gevoel een aantal dagen heb vertoefd, heet de laatste dag van het jaar Hogmanay. Deze laatste dag gaat gepaard met gewoontes als het geven van cadeautjes en het bezoeken van buren en vrienden.

Het woord hogmanay zou volgens linguïsten een Gaelic, Franse en Noorse oorsprong kunnen hebben. Ik denk dat het anders zit, namelijk als volgt:

Het woord hogmanay is afgeleid van een Oudnederlands* woord, namelijk higunnan.Dit woord, dat bekend is uit het regeltje

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

betekent zoiets als beginnen.

Dat zou heel goed kunnen aansluiten bij het idee dat na oudjaarsavond het volgende jaar begint.

Hogmanay! Een nieuw begin. Bouwt allen een nieuw nest in 2019!

© Rick Ruhland 2019

* Terzijde, volgens sommige literatuurvorsers annex taalwetenschappers is deze regel niet geschreven in een oudere versie van ons huidige Nederlands, maar heeft de tekst een Oudwestnederfrankische oorsprong, en misschien zelfs een Kentse (als in het graafschap in Engeland), waar naar alle waarschijnlijkheid de schrijver van de regel,  een West-Vlaamse monnik, Latijnse teksten overschreef in een klooster.

Scenes from a thesis: competence & performance

“The idea of an underlying structure is a crucial element of generative grammars. This idea makes it plausible that language is more than just a string of sounds and sentences. Furthermore, complementary evidence for underlying structures can be found in a discussion on competence and performance. When adults are asked to, they can perfectly well say which utterances are and which utterances are not grammatical. Apparently, we humans have inbuilt knowledge of language, usually referred to as competence. Even children (at the age of 4) seem to have a knowledge of language when they are offered incorrect sentences that they have to repeat (Ruhland, 1991)*. In daily life, we do not use all language knowledge we can [use], for practical reasons. Performance is what we use everyday in communication: it is our competence hampered by factors like memory and abilities of the hearer or the reader to understand language.”

© Rick Ruhland 2018

* De acquisitie van ‘hoeven’ / Rick Ruhland’, In: Tabu. Jaargang 21, 1991.

Scenes from a thesis: final remarks

My Ph.D. thesis Going the distance was published 20 years ago.

The only reason to dedicate a couple of blogs on that thesis was that science should not stay within the walls of research institutes and universities.

Okay, there are two reasons. The second reason for paying some attention to the thesis is that I think my findings are still of great value and truth. It is good research.

Those are the two reasons why…

No, there are three reasons. It is 20 years ago – anybody sense a Beatles reference here? Could be: the thesis is full of references to pop and rock music – this year since I got my Ph.D. Which I never use anymore (I am not a scientist anymore).

So, there you are. These are the main three reasons (for any Monty Python lovers reading this post, there is a reference to a famous sketch).

If you like to read more, here is a link to the thesis. If you have questions about the research, the thesis, the bigger picture, do not hesitate to contact me.

© Rick Ruhland 2018

WoW: woordspelling

Woordgrappen maken zonder te weten hoe je iets schrijft; soms ook: taalgrap die een kreun bij het publiek oproept omdat de grap eigenlijk te voor de hand liggend is. Linguïstisch: weten welke letters er in een woord horen, maar niet snappen dat er ook een grappige connotatie aan verbonden is.

 

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: Relationship between growth and structural models

“[First,] The structural model and the growth model may be completely autonomous. The growth model is capable of describing the observed changes in performance without recourse to hypotheses on the quality of the developmental process that may follow from a structural model. In fact, this seems to imply that the growers do not entertain any relation to the notions of the structural model. Thus, the growth model neither supports, nor refutes the assumptions of the structural model.

Second, growth models and a linguistic theory are compatible. This comes in two varieties. First, it may be the case that the parameters of a growth model that was constructed inductively (i.e. with the single objective of obtaining a perfect fit with the data) can be meaningfully interpreted in terms of a structural model, and that this leads to (quantitative) predictions that concur with the predictions derived from the structural model. Alternatively, a growth model that was constructed deductively, i.e. by choosing its parameters on the basis of notions and considerations supplied by a structural model, is supported by the empirical data.

Third, growth and linguistic models may contradict each other. Again, we envision two versions of this situation. In the top-down scenario, a growth model that was informed by a structural model does not fit the data, whereas, possibly, a bottom-up (i.e. based on the data) model does. Alternatively, an inductively constructed model comprises parameters that can be interpreted as refutations of (some of) the core assumptions of the structural model. In either case, the bottom-up model (that was validated by its fit on the data only) may be thought of as the instantiation of a hitherto unidentified structural model.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development / H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

© Rick Ruhland 2018