Neologisme van de dag: Metaforisme

Een korte, bondige uitspraak, vaak grappig, paradoxaal en/of absurd, met een boodschap van wijsheid die vooral door beeldspraak wordt gekenmerkt.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Semantische inflatie

Semantiek is met een ander woord gezegd betekenisleer. Formeler gezegd: semantiek is de wetenschap die de betekenis van symbolen bestudeerd. En symbolen zijn in onze natuurlijke talen de klanken, woorden en zinnen, en zelfs hele teksten.

De studie van de betekenis van symbolen is een (geslaagde) poging om een formeel systeem te bedenken om natuurlijke taal, zoals het Nederlands, te analyseren. Om voorspellingen over een taal te doen. En deze analyses zijn niet alleen een wetenschappelijke exercitie, ze zijn ook van groot nut bij (ik noem maar wat) het vastleggen van informatie in computertalen. Lang geleden, nog in mijn studietijd, heb ik daar met twee andere onderzoekers een artikeltje over geschreven. Al deze exercities in de (formele) semantiek zijn dus niet alleen wetenschappelijk boeiend, maar hebben ook een praktisch nut.

Welnu, als ik de wetenschappelijk wereld van de studie van semantiek een verzoek mag doen: analyseer de huidige semantische inflatie. De wat? Semantische inflatie is het verschijnsel dat woorden die vroeger een bepaalde betekenis hadden, een bepaalde ‘standing’ hadden, verwaterd raken en erger, steeds minder zeggingskracht hebben.

Ik zal een paar voorbeelden geven, en ze komen allemaal uit ‘het onderwijs’. Lyceum. Van oorsprong een instelling als atheneum en gymnasium: een schooltype dat voorbereid op een universitaire studie. Helaas, heden ten dage wordt het woord gebruikt voor elke plek waar een jong persoon een poging doet een boek open te slaan. Nog zo’n woord: intelligent. Was dat vroeger een woord voor een mens die in staat was op een IQ-test behoorlijk te scoren, tegenwoordig is het een woord dat wordt gebruikt voor iedereen die zinnen kan maken van meer dan vijf woorden. Volgende woord: universiteit. Een plek waar je wordt opgeleid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen, waar je iets leert over normen en waarden van kennis en kennisoverdracht, waar je nieuwe kennis verwerft en zelfs genereert. Helaas, in dit ‘verangliserende’ land, waar doodnormale woorden ogenblikkelijk worden vertaald in het Engels, is het Hoger Beroepsonderwijs (hbo) inmiddels ook een universiteit: ‘university of applied science’. Zo noemen deze instellingen voor hoger onderwijs zich tegenwoordig. Maar eh, laat me niet lachen: met wetenschap hebben deze instellingen niets van doen en wetenschap is er bij de oren bij gehaald. Laatste voorbeeld is helemaal van de ratten besnuffeld: student. Dit wordt inmiddels door en voor leerlingen, pupillen nog, van middelbare scholen gebruikt (zo zag ik deze week een ingezonden brief in de NRC van twee leerlingen van een middelbare school die zich, ik zweer het je, student noemden). Studenten zijn deze kinderen zeker en voorwaar niet; sterker, de meeste van deze kinderen komen niet eens in de buurt van studeren, studie, student zijn.

Overigens is hier al eens wat geschreven over grammaticale inflatie. Lees maar wat er staat (of staat het er niet, Meneer Nijhoff?).

Ja, ik maak mij druk om deze inflatie van betekenissen. Het is net alsof we het woord magnifiek gebruiken voor een gebeurtenissen als ‘poepen in het bos’. Alsof dat een prestatie van wereldformaat is. Ik moet heus wel lachen om deze inflatie, het is ergens, ver weg, humor om te zien dat in deze tijden mensen en organisaties zichzelf belangrijker maken dan ze zijn, maar het is lachen en humor met tranen in de ogen en pijn in het hart.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: rule guided development

“The importance of the concept of a language structure is that in any language, but also during development this structure follows rules. In other words, language and language development is not without a goal. There is an end state in development, which is described and explained with the aid of linguistic theory. Language development, i.e. the change from no language to that end state, is not a proliferation of change that is adrift, but a series of learning events in time that is rule guided, although these rules do not need to be innate or explicitly learned.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Scenes form a thesis: performance vs competence

“In sum, there is no evidence that the development of function words [or language, for that matter) is best explained from a linear or discontinuous point of view. The non-linear fitting has implications for the study of language development. It does not mean that age averages are wrong.
However, one must be careful with respect to certain claims about development. Group
data do not yield a solid description of (individual) development. Only age dependent
development (i.e. strictly timed development) will benefit from such averages. The
second point to be made is that whatever the averages, in all cases the data are best
modelled by a non-linear fit.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Scenes from a thesis: development

“Development is not an unambiguous concept: there are several meanings (or definitions) of development. Development means growth, and growth is defined as an increase in size or value. This means that something has been present all the time, nothing new is added. Development also means evolution, which derives from the Latin evolve meaning to unfold or to open out. Stage of advancement is [also] listed as a definition of development, advancement being derived from the word advance, which means (among others) to rise or to move forward. [So], If change (e.g. to increase, to open out, to move forward) is the core aspect of development, the next step is to determine the treatment of change (development) in theories on development.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Psychologen in de wetenschap

Waar je mee omgaat… besmet je! Niet dat het levensgevaarlijk is, maar toch.

Ok, dat klinkt cru, maar het heeft een kern van waarheid waar ik niet om heen kan. Ik ben een decennium lang met psychologen omgegaan. Voor alle duidelijkheid: niet met therapeuten en aanverwante hulpverleners, maar psychologen in de wetenschap. Wat ik van hen leerde? Dat de psychologie een extreme behoefte kent om serieus te worden genomen. Een extreme behoefte om rekenschap af te leggen door gedachtegangen en experimenten te toetsen met statistiek. Ook het gebruik van het metaforen is de enige wijze om iets (zinnigs) te zeggen over des mensen geest. Ik was gelukkig eerst gevormd door een spitsvondige geest aan de letterenfaculteit van dezelfde universiteit; mijn professor Frans Zwarts. Ik wilde na diens inzichten alleen wel wat anders, een andere benadering van mijn specialisatie taalontwikkeling (de studie van linguïstische verschijnselen en veranderingen in de taal van een kind tussen geboorte en, in het geval van mijn onderzoek, het vierde levensjaar). Dus toen ik een uitnodiging kreeg om mijn proefschrift te gaan schrijven bij de psychologen, zei ik ja tegen een andere blik op taalontwikkeling. Heel belangrijk op dat moment: ik was weerbaar geworden door de taalwetenschap, ik was uitgerust met een sterk analyseapparaat, ik had de beschikking over een trits werkende en werkbare theorieën en modellen. Ik was weerbaar tegen de narratieve theorievorming. Want dat kenmerkt(e?) de psychologische wetenschap m.i. op niet mis te verstane wijze. Tot mijn verassing was er nog wat aan de hand: een gebrek aan een houtsnijdende gedragstheorie. En nog een kern van die wetenschap van menselijk gedrag en geest (waaronder ook beweging en spreken): het zonder enige ruggengraat (lees: gebaseerd op steekhoudend model of theorie) hanteren van de meest uiteenlopende wiskundige of natuurkundige of zelfs biologische analysemethoden, modellen en dergelijke.

Want dat was waar ik aan bloot gesteld werd: aan een discipline van denken en analyseren die nog steeds in de kinderschoenen staat. Of stond, misschien, want het is 20 jaren geleden dat ik promoveerde in de psychologie, en ik ben uit de wetenschap gestapt. Misschien is de psychologie een nieuwe weg ingeslagen. En misschien is de goegemeente in deze discipline ook minder bezig met zich groot voordoen. Want dat viel me wel op: de gevoeligheid voor kritiek en feedback, niet van buiten, maar van binnen. Ik was soms gewoon nieuwsgierig naar het waarom achter bepaalde methodes, theorieën, etc. En zulke vragen werden regelmatig gepareerd met een lichte vorm van angst. De angst niet serieus genomen te worden. Denk ik.

Maar het is een punt waar ik ook gaandeweg last van kreeg, waar ik mee besmet werd. Het moeten verdedigen van keuzes die vaak op intuïtie stoelden. Ik ben blij dat ik ook een linguïstische achtergrond heb, zodat ik me altijd weerbaar heb gevoeld en ook kon aangeven waar het goede van een ontwikkelingspsychologische gedachtegang in zat, al helemaal in het werk van mijn latere promotor, professor Paul van Geert. Hij formuleerde ideeën die praktisch waren, die een nieuw begrippenapparaat introduceerden, die tot theorievorming leidden en die ook goed waren voor de andere tak van de psychologie: therapeutische toepassingen.

Maar in het algemeen is het nog niet erg goed gesteld qua volwassenheid in deze tak van wetenschap. Ik denk dat het narratieve van de psychologie, het gebrek aan een theorie die niet op metaforen is gebouwd, en het lukraak grijpen naar tools uit de gereedschapskist van de exacte wetenschappen de ontwikkeling van deze discipline tot een wetenschap met ballen in de weg staat. Het is niet de reden dat ik de wetenschap verliet, maar het was zeker wel een van de redenen om niet te blijven.

De besmetting zit nog steeds achter mijn geestelijke oren, dus van dat alles is een residu overgebleven, maar mijn nieuwe richting in het leven, die van musiceren, acteren en schrijven, is een goed medicijn en wasmiddel tegelijk.

© Rick Ruhland 2018

Plaatszoeken, niet plaatsvinden

Waar gebeurd. Dat is meestal een onzinopmerking. Als iets gebeurd is, dan is het per definitie waar.

Waar heeft in dat geval niets te maken met juist of niet juist, geldig of niet geldig, echt of niet echt.

Het begrip waar heeft in dat geval te maken met noodzakelijkheid. Noodzakelijke waarheden zijn die uitspraken die in alle mogelijke gevallen waar zijn. De tegenstelling die je met een ontkenning als niet kunt maken, heeft een logische tegenspraak in zich. Voorbeeld: “Alle driehoeken hebben drie zijden.” Als je ‘niet’ toevoegt, dus dan wordt de zin ”Alle driehoeken hebben niet drie zijden”, dan is de uitspraak niet waar.

Waar gebeurd kan niet met juist of echt verbonden worden, maar alleen noodzakelijk waar. De uitdrukking moet dan ook betekenen: we weten dat het gebeurd is, alleen niet op welke plek. Waar gebeurd is dus een vorm van plaats zoeken, en niet van plaatsvinden. Gebeuren, met als voltooid deelwoord gebeurd, in combinatie met waar is het zoeken naar een plek. Het is daarmee een existentieel vraagstuk, derhalve.

Wie ‘waar gebeurd’ gebruikt om aan te geven dat iets echt gebeurd is, dat het waar is dat iets heeft plaatsgevonden, wil eigenlijk zeggen dat iets wat heeft plaatsgevonden niet noodzakelijk is – of was. Eigenlijk is ‘waar gebeurd’ dan een contradictio in terminis.

© Rick Ruhland 2017

Zoontaal & Philosofical Phursday: botsing

Het is Philosofical Phursday, maar het is ook zo’n taaldag waarop kindertaal weer eens aanzet tot nadenken, tot mijmeren.

Zoon speelde met een legpuzzel (kan dat wel? Moet je een legpuzzel niet gewoon leggen? Mee spelen is niet de juiste uitdrukking. Maar goed, ik wijd uit en ik weid uit.) en vier stukjes legde hij aan elkaar, als min of meer een rechthoek. Hij schoof wat heen en weer en zei toen:

‘Dit is een botsing tussen een kruispunt.’

Die zin houdt me nou al een uur bezig. Het klopt zoals hij het zag, maar tegelijk: een botsing is altijd tussen twee of meer voorwerpen. Maar op een hoger niveau zie ik de waarheid in zijn woorden. Hoe wegen op elkander klappen, en daar met elkaar verbonden worden.

De vader, de zoon, de heilige taal.

© Rick Ruhland 2015