Scenes from a thesis: dynamic systems models

“Dynamic systems models are not chosen on arbitrary grounds, but because they are
convenient in four ways. First, empirical data can be fitted to decide what sort of change
one is dealing with. That is, a fit with a growth model could help explain the shape of
development. Fits of developmental curves can be a first help in deciding wether or not
change is non-linear. Second, these fits have to be explained. That is, why is non-linear
behaviour present in development and especially, what are the mechanisms responsible
for this sort of change? Third, with the aid of non-linear equations and theoretical
considerations a model can be made to describe development. But this description is
more than a description if the model is correct, because, fourth, predictions can be made
on the basis of the model. So, these models have descriptive, predictive and explanatory
adequacy.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Vroege en / of late herfstzon

Stel: je hebt een beeld voor ogen. Dat beeld is een visuele voorstelling. Anders dan deze tekst is zo’n voorstelling geheel en al zonder woorden. Maar je wilt dat beeld uiteindelijk in woorden omzetten. Welke woorden kies je dan? Zoals uit de titel van deze blogtekst (b)lijkt, gaat het om de zon, iets met herfst en iets met vroeg en / of laat.

Oké, concreet:

Het beeld dat ik voor ogen heb, en dat ik wil gebruiken in een kort verhaal (misschien wordt hier al duidelijk waar een van de schoenen van een tekst versus een beeld gaat wringen), is dat van een zon in de herfst. Een voorbeeld – onderstaande foto is gemaakt door mij, in de herfst, maar nog niet ver – of diep of laat – in de herfst, aangezien de bladeren nog groen zijn:

IMG_9085.jpg

Klein beetje informatie over deze foto. De foto is genomen begin oktober. Zowel meteorologisch als astronomisch en gastronomisch is oktober net als november een herfstmaand, en ‘begin oktober’ is vroeg in de herfst. De foto is daarnaast een foto van de zon die door de bomen schijnt. De foto tenslotte is genomen in de ochtend, vroeg op de dag dus.

Goed, deze uitweiding was nodig om het probleem te schetsen. Als je spreekt over een vroege herfstzon, is dat dan een zon die vroeg in de herfst schijnt? Zoals op de foto? Of is een vroege herfstzon een zon die vroeg op de dag schijnt, ergens in de herfst? Zoals op de foto?

Misschien is er een uitweg, en is het één ‘een vroege herfstzon’ en het andere ‘een vroege-herfstzon’. Ik heb natuurlijk die oplossing overwogen, maar die maakt het probleem niet kleiner.

Nog een stap verder: wat nou als je een foto maakt, van een bos, waarachter in de verte de zon schijnt? Wat nou als die foto is gemaakt op de namiddag op Sint Andreas Dag (de naamdag van de patroonheilige, 30 november)? Is dat dan een foto van een late late-herfstzon? De overige drie voorbeelden – laat vroeg, vroeg laat, vroeg laat – zijn van dezelfde orde en grootte.

En snapt iedereen meteen wat een ‘late vroege-herfstzon’ is? Of een vroege late-herfstzon?

En nu de crux:

Ik denk dat er iets anders aan de hand is: een Fregiaanse (hier staat wat meer informatie over Frege) botsing der betekenissen. Een botsing waarbij betekenissen, semantische tokens en feitelijke, morfologische bouwstenen in elkaar verstrengeld raken en niet meer zijn te ontwarren. Dat is uitermate prettig. Dat is namelijk de plek waar werkelijkheden los komen te staan van de werkelijkheden. Waar poëzie wordt voorbij gestreefd door poëzie.

Dat is waar ik nu graag vertoef. Daar waar woordspelingen hun waarde verloren hebben, daar waar woorden niet los staan van zichzelf of elkaar, daar waar talige solidariteit uit en tegelijkertijd in het soldeertin van het solipsistische Dasein is opgenomen.

Ik kan ook weer eens mijn psychiaters een bezoek gaan brengen. En met hen praten over de koele meeren des doods.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: research question

“If some theories on human development propose discontinuity and others assume continuity as the quantitative pattern in development, and under the assumption that underlying properties of UG and principles are either available to a child from birth on or they become available during development, what are the sorts of change in language development in terms of a relationship between a change on the time-axis and a change on the score-axis?”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

© Rick Ruhland 2018

Waaromwoensdag: wetenschap en bellettrie

Waarom is er zoiets als wetenschappelijk onderzoek naar literatuur? Ik stel die vraag steeds vaker. Geen idee waarom dat steeds vaker is, maar het zal zijn oorzaak hebben in het feit dat literatuur en wetenschap in mijn ogen haaks op elkaar staan. Het ene, literatuur, is aangename schoonheid. Het andere, wetenschap, is cognitief nut. Beiden raken elkaar soms, maar samengaan doen ze nooit.

De vraag over wetenschap en literatuur is ook ingegeven door mijn periode aan de universiteit. Eerst als student, dan als docent en onderzoeker. Ik studeerde uiteindelijk af in de taalwetenschap, een voor literatuurbestudeerders behoorlijke abstracte en moeilijke studierichting.

Nou wil ik hier niet sec kritisch zijn op wetenschappers die er een dagtaak van maken een wetenschappelijke analyse van de bellettrie. Je moet doen wat je niet laten kunt, en als je er geld mee verdienen kunt, dan moet je dat zeker doen.

MAAR:

Toen ik een student taalwetenschap was, aan de universiteit, kreeg ik in het eerste studiejaar ook les van literatuurwetenschappers. Ik keek met grote ogen naar de methoden van deze “wetenschappers”. Wat zij stiekem deden, was hun liefde voor hun verhaal verpakken in de illusie van quasi-doorwrochte vragen met daarbij een theoretisch kader en een methodologie die hout zou moeten snijden, maar die dat op geen enkele wijze deed.

Dat, het hobbyisme van liefhebbers van literatuur dus van bellettrie, is niets anders dan genieten. Mooi. Ik geniet ook van goede verhalen die literatuur worden genoemd. Maar de aanpak die verondersteld wetenschappelijk te zijn, de bestudering van bellettrie, is dat niet. Literatuurwetenschappers (eigenlijk twee termen die onverenigbaar zijn) hebben als basis een geloof. Voor veronderstelling. Voor ‘Dit is wat ik denk en dat is mijn waarheid.’

Wetenschap is dat alles niet. Een antwoord op de vraag ‘Waarom is er zo iets als een wetenschappelijke discipline die zich stort op de bellettrie?’ is dan ook niet meer dan ‘Geen idee, maar vanuit een doortimmerd, solide, en deugdelijk geheel van vraagstellingen, methodes, analyses, en meer slaat deze discipline als een tang op een varken.’

© Rick Ruhland 2018

Semantische inflatie

Semantiek is met een ander woord gezegd betekenisleer. Formeler gezegd: semantiek is de wetenschap die de betekenis van symbolen bestudeerd. En symbolen zijn in onze natuurlijke talen de klanken, woorden en zinnen, en zelfs hele teksten.

De studie van de betekenis van symbolen is een (geslaagde) poging om een formeel systeem te bedenken om natuurlijke taal, zoals het Nederlands, te analyseren. Om voorspellingen over een taal te doen. En deze analyses zijn niet alleen een wetenschappelijke exercitie, ze zijn ook van groot nut bij (ik noem maar wat) het vastleggen van informatie in computertalen. Lang geleden, nog in mijn studietijd, heb ik daar met twee andere onderzoekers een artikeltje over geschreven. Al deze exercities in de (formele) semantiek zijn dus niet alleen wetenschappelijk boeiend, maar hebben ook een praktisch nut.

Welnu, als ik de wetenschappelijk wereld van de studie van semantiek een verzoek mag doen: analyseer de huidige semantische inflatie. De wat? Semantische inflatie is het verschijnsel dat woorden die vroeger een bepaalde betekenis hadden, een bepaalde ‘standing’ hadden, verwaterd raken en erger, steeds minder zeggingskracht hebben.

Ik zal een paar voorbeelden geven, en ze komen allemaal uit ‘het onderwijs’. Lyceum. Van oorsprong een instelling als atheneum en gymnasium: een schooltype dat voorbereid op een universitaire studie. Helaas, heden ten dage wordt het woord gebruikt voor elke plek waar een jong persoon een poging doet een boek open te slaan. Nog zo’n woord: intelligent. Was dat vroeger een woord voor een mens die in staat was op een IQ-test behoorlijk te scoren, tegenwoordig is het een woord dat wordt gebruikt voor iedereen die zinnen kan maken van meer dan vijf woorden. Volgende woord: universiteit. Een plek waar je wordt opgeleid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen, waar je iets leert over normen en waarden van kennis en kennisoverdracht, waar je nieuwe kennis verwerft en zelfs genereert. Helaas, in dit ‘verangliserende’ land, waar doodnormale woorden ogenblikkelijk worden vertaald in het Engels, is het Hoger Beroepsonderwijs (hbo) inmiddels ook een universiteit: ‘university of applied science’. Zo noemen deze instellingen voor hoger onderwijs zich tegenwoordig. Maar eh, laat me niet lachen: met wetenschap hebben deze instellingen niets van doen en wetenschap is er bij de oren bij gehaald. Laatste voorbeeld is helemaal van de ratten besnuffeld: student. Dit wordt inmiddels door en voor leerlingen, pupillen nog, van middelbare scholen gebruikt (zo zag ik deze week een ingezonden brief in de NRC van twee leerlingen van een middelbare school die zich, ik zweer het je, student noemden). Studenten zijn deze kinderen zeker en voorwaar niet; sterker, de meeste van deze kinderen komen niet eens in de buurt van studeren, studie, student zijn.

Overigens is hier al eens wat geschreven over grammaticale inflatie. Lees maar wat er staat (of staat het er niet, Meneer Nijhoff?).

Ja, ik maak mij druk om deze inflatie van betekenissen. Het is net alsof we het woord magnifiek gebruiken voor een gebeurtenissen als ‘poepen in het bos’. Alsof dat een prestatie van wereldformaat is. Ik moet heus wel lachen om deze inflatie, het is ergens, ver weg, humor om te zien dat in deze tijden mensen en organisaties zichzelf belangrijker maken dan ze zijn, maar het is lachen en humor met tranen in de ogen en pijn in het hart.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: rule guided development

“The importance of the concept of a language structure is that in any language, but also during development this structure follows rules. In other words, language and language development is not without a goal. There is an end state in development, which is described and explained with the aid of linguistic theory. Language development, i.e. the change from no language to that end state, is not a proliferation of change that is adrift, but a series of learning events in time that is rule guided, although these rules do not need to be innate or explicitly learned.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Scenes form a thesis: performance vs competence

“In sum, there is no evidence that the development of function words [or language, for that matter) is best explained from a linear or discontinuous point of view. The non-linear fitting has implications for the study of language development. It does not mean that age averages are wrong.
However, one must be careful with respect to certain claims about development. Group
data do not yield a solid description of (individual) development. Only age dependent
development (i.e. strictly timed development) will benefit from such averages. The
second point to be made is that whatever the averages, in all cases the data are best
modelled by a non-linear fit.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Scenes from a thesis: development

“Development is not an unambiguous concept: there are several meanings (or definitions) of development. Development means growth, and growth is defined as an increase in size or value. This means that something has been present all the time, nothing new is added. Development also means evolution, which derives from the Latin evolve meaning to unfold or to open out. Stage of advancement is [also] listed as a definition of development, advancement being derived from the word advance, which means (among others) to rise or to move forward. [So], If change (e.g. to increase, to open out, to move forward) is the core aspect of development, the next step is to determine the treatment of change (development) in theories on development.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.