De poot om op te staan

Het café dat aan de Vismarkt ligt, opent al vroeg in de ochtend. Op dat uur loopt het café vol met marktlieden die met een koffie en een likeur de dag beginnen, en die pas weer tegen 5 uur binnenkomen voor een pul bier.

Zodra zij naar hun kraam gaan en de handel proberen te verkopen, wordt het even rustig, maar dat duurt niet lang. Het is alsof een ieder die al wel wakker is en niet meer thuis wil zijn, zich daar verzamelt. Oude mannen met hoed en stok, juffers met hun laptop die een creatief beroep doen of daar de illusie van willen wekken, geliefden die het kleffe, naar liefdeszweet stinkende bed voor een moment hebben verlaten, toeristen. Het is een komen en gaan, iedereen is welkom, niemand valt op, de benen die ik zie vanuit mijn plek naast het grote raam duiden op gewone mensen in een gezellige kroeg.

Met uitzondering van elke dinsdagochtend rond even voor elf uur. Dan komt een man binnen die aan mijn tafel gaat zitten. Een wat stijve man, die vaak in grijze broeken en en beige vesten is gekleed. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij loopt vaak hard. Dat is wat ik van hem weet.

Niet veel later komt zij binnen.

Zo ging het tot nu toe: zodra zij zit, gaat zijn hand onder het tafelblad. Eerst is die hand alleen maar onder het tafelblad, maar na een seconde of tien gaat zijn wijsvinger richting zijn lies en krabt daar een minuut lang. Elke keer weer. Het duurt een paar minuten, dan haalt hij zijn geslacht naar rechts en dat is nu stijf. Zij heeft inmiddels beide handen onder de tafel en trekt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. De vingers van haar andere hand strelen haar schaamlippen.

Als ze aan mijn tafel zit, draagt ze meestal rode pumps. Meestal zet ze een pump op de staander van mijn tafel en drukt ze een vinger tussen haar schaamlippen terwijl haar duim haar klit masseert. Nu ook.

Maar vandaag is een dag als geen andere dag. Zij wrijft wel, maar hij niet. Hij brengt zijn hand weer boven tafel.

Door het tafelblad heen hoor ik hem zeggen:

“Je kunt niet langer mijn patiënt en mijn minnares tegelijk zijn.”

Haar hand stopt, haar dijen klappen dicht, haar voet op mijn houten poot glijdt weg.
Dan zet hij zijn voet op mij. Aan zijn zool kleeft hondenpoep. Ik ruik de penetrante geur van de poep, die hij aan mijn hout afveegt.

“Maar mijn emotionele focustherapie moet door gaan, Peter, want ik word zo geil van psychiaters, en ik kan nergens meer gewoon zijn zonder mezelf te bevredigen.”

Geruisloos zijn de benen van de kelner naderbij gekomen.

“Peter, je moet me blijven bevredigen,” zegt ze veel te hard.

Peter springt overeind, glijdt uit over de poep op mijn tafelpoot, bewaart nog net zijn evenwicht en rent het café uit.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Brieven Aan Koning Therapeut 8

Beste B., hulpverlener inter pares,

Mijn vriendin weigert zich te vingeren voor de webcam (die uit staat, zeg ik er dan bij). Normaal doet ze alles wat god verboden heeft. De webcam is zelfs al een keer tussen haar schaamlippen geweest, als een soort dildo, en toen stond hij niet uit.

Ik vind dat zij zich zorgen moet maken, maar dan verwijt ze mij dat ik vind dat zij exhibitionistisch moet zijn, terwijl zij meent dat niet iedereen hoeft te zien hoe groot haar schaamlippen zijn. Maar dat is onzin. Daar draait het niet om. Ik vind het gewoon geil als iedereen kan zien hoe mijn vrouw helemaal los gaat.

Houdt ze dus nog wel van me? B., jij bent ook een geile beer, dus help me uit de brand.

Sjon.

 

Niks rokjesdag, wit shirt!

Jaren geleden is een schrijver in Nederland tot de slotsom gekomen dat wanneer de lente echt is aangebroken, mensen zich kleden in luchtigere kleding en dat betekende voor vrouwen, zo betoogde hij, dat dat eerste warme moment van het jaar goed is voor het dragen van een rokje. Vandaar dat hij, overigens niet geheel onterecht, kwam met de uitdrukking rokjesdag.

Maar wat nog meer duidelijk maakt dat het warmer is geworden, zo warm dat andere kleren aan kunnen en dat de jas uit kan blijven, is dat vrouwen gekleed gaan in witte t-shirts of witte overhemden. Want als iets de puurheid van het vrouwelijk schoon combineert met het ultieme lentegevoel, dan is dat het wel.

Blijdschap, puurheid, schoonheid.

Dames, ik dank jullie bij voorbaat als je kiest voor een wit shirt op deze voorjaarsdag. De wereld raakt zo een draadje van de haat kwijt. De dag wordt vanzelf een tikkel zonniger.

© Rick Ruhland 2018

Fashion on Phursday: what’s that all about

I am not a fashionista, I believe people call it. I don’t read magazines or websites about the newest ‘moda’ from Milan, or what’s popular in Paris. I wear whatever looks good to my little eye, fits fine, or I wear clothes for whatever reason. That could mean I wear colorful, handmade shoes (if anyone out there would like to know what they look like: give me a call). A Lederhosen from Bayern, Germany. A kilt from Scotland. I don’t care, and as an actor, I shouldn’t and wouldn’t.

But now, I do need help. Ladies, and some gents, what the hell is this all about? ‘This’ is: I see good looking girls and woman in the street wearing nice jeans. But instead of us, women friendly man, showing their wel shaped buttocks, they put on some kind of miniskirt over their trousers. Are woman to scared to flaunt what they got? Is this some kind of failed fashion marketing fuss?

Ladies, PLEASE! Get rid of that useless bit of ‘I wear it so you can see nothing of my beautiful butt’ skirt shit.

© Rick Ruhland 2015

Genieten, genot

Ik neem mijn werk altijd serieus, in de zin dat ik goed tot perfect mijn werk probeer te doen. In mijn persoonlijke leven, echter, ben ik niet of nauwelijks serieus. Bovendien, werk is bedoeld voor geld, voor ambitie misschien, voor sociale contacten, voor het toepassen van wat geleerd is in onder andere studies en banen. Maar mijn persoonlijke leven? Dat is andere Kuchen, om het maar eens in mijn tweede moedertaal Duits te zeggen.

Voorop in het leven staat plezier en genot. Die kan samen gaan met een flinke dosis diepgang, zoals een goed gesprek over oude jazz of de betekenis van reizen op de menselijke geest. Daarom is dit weblogbericht gewijd enkel en alleen aan het grote genieten. In genot en genieten komt zo ongeveer alles terug wat maakt dat ik in leven blijf.

De meeste mensen (zelfs ik af en toe) vergeten het, maar we zijn niet in het leven om dood te gaan. Dat zal wel gebeuren, maar die zelfde meeste mensen verwarren die eventualiteit en waarschijnlijkheid als maatgevend voor het leven. Doodgaan is geen daarom om geen hedonist te zijn, om dus maar niet te genieten. U merkt het, ik heb weinig linksradicale en strengreligieuze mensen in mijn omgeving. #Mens, durf te leven! #

Dus wie leeft, zal zich toch minstens met eten bezig houden. En dat kan simpel of saai, maar ook met smaak en verrassing. Wie leeft, kan verstrooiing gebruiken, zoals muziek, films en beelden kunsten. Dat is voor mij bijna noodzaak. En wie even geen zin heeft: #Whatever gets you through the night, it’s allright!#, dus steek een verdovend rokertje op, heb seks met je lief, dans, drink een goed glas wijn of whisky. En humor dan? Ook.

En als je echt niet meer hier wilt zijn: ga reizen. Zoek andere culturen op, andere naturen, andere landen, andere gewoonten. Ik kom graag in Italië, Frankrijk, Duitsland. En Schotland, natuurlijk, maar dat is verhaal apart. Zie mijn website.

Maar in mijn naam: geniet! Van Muziek, Reizen, Films, Beeldende kunsten, Humor tot Koken & eten. Want dat maakt het leven de moeite waard, en geeft het bestaan pas echt een reden.

© Rick Ruhland 2015

Freaky Friday

Op een feestje niet zo lang geleden kwam de discussie, half lacherig, op de vraag of een vrouw in een restaurant de borst mag geven aan haar hongerige kind. De meningen waren verdeeld. Punt was toch wel voor menigeen (buiten mij iedereen zonder kind) dat een vrouwenborst, met voedsel voor de pasgeborene, toch niet kan. Ja, als kind en borst bedekt zijn, dan mag het misschien. Ik vind het onzin. Een vrouwenborst is al mooi, een baby die zijn dorst en honger lest aan die borst is nog mooier. Maar het roept bij velen dus weerzin op.

Ik kon het niet laten. Ik had een vervolgvraag. Heel simpel: mag je een luier verschonen, op tafel, in een restaurant? Toen men uitgelachen was, want dat mocht dus niet, zei ik dat het wat mij betreft prima was. Maar ik had wel een voorwaarde: alleen als een volle luier past bij het gerecht op tafel. Zoals witte wijn past bij vis. Wanneer is het dan lekker? Ik denk dat een goede kaasplank en een volle luier zeker samengaan.

(c) Rick Ruhland 2014

In a crowded room

Op een avond, je weet de datum niet meer maar de plek nog haarscherp, loop je een ruimte binnen waar tientallen, misschien wel honderd mensen bijeen zijn. Al die mensen delen dezelfde vrienden, of ze doen hetzelfde werk, of delen een hobby, of gaan samen aan iets beginnen. Je staat in de ruimte te wachten, rond te kijken, te besluiten wat je zult doen. ‘Neem ik een biertje of een glas wijn, of ga ik naar huis?’Je hebt niets meer te doen voor die avond, het nuttige is geweest, het aangename kan beginnen.

Gelukkigerwijs neem je het juiste besluit. Na een korte wandeling langs tientallen gezichten kom je aan bij een tafel waar 4, 5 mensen bij elkaar zitten. Het gesprek tussen de tafelgasten is geanimeerd, er staan een paar lege en halfvolle glazen op tafel. Een voor een kijken de vrouwen en mannen je aan en nodigen uit te gaan zitten.

En dan ontstaat iets wat lijkt op een syndroom uit de neurologie. Dat staat bekend als Alice in Wonderland-syndroom (ook wel micropsie genoemd). Het begrip is ontleend aan de boeken van Lewis Caroll, en verwijst naar de hoofdpersoon die gewone mensen plots ziet als lilliputters. De wereld om haar heen staat in een volkomen vertekend en wisselend perspectief. Het syndroom komt onder andere voor bij mensen die veel last hebben van migraine, en daar had ik last van tot en met mijn studententijd (nu overigens zelden meer). Hoe en wat gebeurde er bij mij destijds, tijdens een moment van micropsie? Dat ging als volgt. Ik zat in mijn kamer op de bank, bijvoorbeeld televisie te kijken, in een niet al te helder verlichte kamer. Op een gegeven moment, zonder enige aanleiding, verschoof alles wat ik zag. Alle voorwerpen (incl. de televisie) in de kamer, alles wat ik zag, schoven naar achteren en werden stilaan kleiner. Alsof de hoek van de camera – niet helemaal juist om zo mijn ogen met hun lenzen te beschrijven, maar de beschrijving volstaat om duidelijk te maken wat er gebeurt en dus gebruik ik dat beeld maar even – geleidelijk anders werd. Kleiner, verder van me af. Meestal duurde zo’n micropsie-aanval maar seconden (hoewel het ook minuten kunnen zijn geweest; tijd valt een beetje weg als alles kleiner wordt, als de ruimte naar achteren schuift). Het lijkt ver weg een beetje op een tunnelvisie, alsof je door een buis kijkt die van binnenbedekt is met spiegelend materiaal dat de weerkaatsing uitrekt. Ik heb al een tijd geen aanval meer gehad, maar die avond zit ik aan een tafel en overkomt het me weer. Geluid en geuren werden kleiner, en vielen misschien wel weg.

Voor sommigen kan het zijn dat het lijkt alsof het syndroom angst oproept, maar dat is zeker niet het geval. Ik denk dat het is alsof je weet dat het niet klopt, maar wel waarneemt en gewoon accepteert. Geenidee of andere zintuigen ook zoiets hebben. Bijvoorbeeld dat de stem van een vriend of bekende plotseling lager en langzamer klinkt. Er zijn goede neurologische verklaringen te geven voor de verschijnselen, zoals een verhoogde bloeddoorstroming van de visuele gebieden in de hersenen. Niks buitenaards of bovennatuurlijks aan, dus.

Maarom terug te keren naar de avond dat ik dus in die ruimte ben en bij vier, vijf onbekende,maar leuke mensen aan de tafel sta: Ik ga zitten en kijk die ene persoon aan, aan de andere kant van de tafel. Mijn blik versmalt, geluid wordt zachter, wij kijken in mijn herinnering elkaar één seconde langer aan dan strikt noodzakelijk, hoewel het misschien vele minuten duurde of juist helemaal niet gebeurd is. Is het een vorm van herkenning waardoor je de ander blijft aankijken? Nieuwsgierigheid? Ik heb al tijden geen last meer van migraine, ik was ook niet onder de invloed van alcohol. Uit ervaring weet ik dat de blik ook verkleind kan worden door bijvoorbeeld een glas bier teveel, en dat je door drugs in een cocon van denken kunt raken, in een buis van zien en ook horen. Nee, dat is die avond niet het geval. Geen drugs, geen drank, geen migraine. Wat ik meemaak, is onder invloed van de schemerige ruimte. Daar gooi ik het maar even op. Ik gooi het zeker niet op haar.

Maar hoe ik ook mijn best deed om anderente zien of horen, om deel te zijn van de realiteit, ik was even in mijn eigen Wonderland en zag maar een persoon en die zat aan het einde van die tunnel vol bonte lichtjes en toetersen bellen.

“Mooi vreemd” om zo opgeslokt te worden, om zo aangekeken te worden. En ook al verfoei ik de vercommercialisering van verliefdheid, verleiding en liefde, toch zeg ik: Happy Valentine!

(c) RR2008