Een doorwaadbare plaats: 3. Zwemmen (1)

Als rechtgeaarde Nederlander leerde ook ik zwemmen. Dat hoort bij de Nederlandse opvoeding. Ons platte land met sloten, beken, meren, plassen, vijvers, kanalen: je overleeft beter, meer, vaker, als je kunt zwemmen.

Hoewel ik het nooit zo gemerkt als jongetje, is water een bedreiging. Het is geen natuurlijke habitat. Wie in het water ligt, wie drijft, wie zijn hoofd boven water houdt: hij overleeft. Maar ten onder gaan is zo gebeurd. Je moet echt aan het werk wil je boven water blijven. Het is een best angstige omgeving als je niet kunt zwemmen. Ik heb nooit een angst voor water gehad, voor zover ik mij kan herinneren, terwijl ik ergens toch een angst heb moeten overwinnen. De angst van het ten onder gaan, van niet meer kunnen ademhalen. Van het uitstellen van verdrinken. Dat is voldoende motivatie te willen blijven drijven.

Als terzijde: ik vermoed dat ouders hun kroost niet wil (laten) leren zwemmen om de reden dat zwemmen zo leuk is, maar omdat het belangrijk is voor het overleven.
Laat mij dat even heel duidelijk in het centrum van de aandacht stellen: zwemmen is zeer leuk. Voor mij wel. Ik duik nog steeds met veel plezier zwembad of rivier of zee in. In mijn stoutste dromen heeft dat de geilste reden van alle redenen: bijna naakt en zonder sociale weerstand samen zijn in het water waar wij vele miljoenen jaren uit zijn ontsnapt. Back to the roots van ons menszijn. Geen schaamte (bijna dan, want helemaal naakt zwemmen is toch voor veel mensen te stap te ver). Geen kleren (bijna dan, want die zwembroek of bikini moet aan van de samenleving).

Ja, ik denk echt dat wij ons in water willen begeven omdat het een omgeving is waarin we weliswaar niet kunnen ademen, maar als water ons omsluit, verdwaalt onze geest weer in de prehistorische herinnering; met andere woorden, ‘in water zijn’ wordt door onze geest herkend als een moment dat verre voorouders als ‘natuurlijke habitat’ had. Ik denk dat het nog verder gaat: we voelen ons thuis in water als herinnering aan ons meest oorspronkelijke moment. De tijd van ons leven in de baarmoeder.

Voor wie nu roept: is dat niet wat ver gezocht? Natuurlijk, het kan vergezocht zijn, maar dat is het punt niet. Het is een mooi verhaal. Mooi startpunt. Voor nu: meer niet.

Maar de waarheid van mijn goed voelen is veel banaler.

Wat zwemmen voor mij het allerfijnste maakt, in minder filosofische en psychoanalytische zin, en meer in praktische zin is dat water minder zwaar maakt. Dat doet mij goed voelen. Zwemmen maakt niet gewichtsloos, maar wel veel lichter. Bewegen gaat dan weliswaar moeilijker, want lucht geeft minder wrijving, maar hangend, drijvend in het water is het hele lijf bijna licht. Het lichaam voelt veel minder de zwaartekracht.

De tweede reden van mijn goed voelen begon in de hete zomer van 1976 (zie ook het verhaal Zwemmen 2). Ik had twee jaar eerder, op mijn achtste, in een maand tijd zowel diploma A als B gehaald. De foto’s van die tijd laten een onschuldige ik zien die samen met ca. tien kinderen die op de rand van het ondiepe badje in het Stilo-zwembad zitten. Ik herinner niets van die zwemlessen, behalve dat er dus die foto bestaat van mij en een vriendje. De rest van de kinderen zegt me niets. Wie weet woonden ze toen bij mij in de wijk, of wonen ze nu bij mij in de straat. Ik leerde dus zwemmen en ik vond het leuk. Sterker, kunnen zwemmen terwijl de zon die zomer op Nederland neersloeg, dat was een stukje hemel.

De derde en de wellicht belangrijkste reden van mijn zwemgenot gaat aan dat alles voorbij. En dat heeft met het woord genot zelf te maken. Na mijn diploma’s a en b bleek ik een goed zwemmer te zijn. Ik wilde dan ook meer. Dat meer kreeg ik in de vorm van vier jaren en vier diploma’s reddend zwemmen. Pop duiken, een onwillige drenkeling naar de kant brengen (die, mocht de drenkeling de redder in nood in gevaar brengen en onder water trekken, met een klap flinke k.o. mocht worden geslagen…), vele meters maken, met een reddingstouw of -boei gooien, allemaal goed. Elke donderdagavond fietste ik door de stad naar het Stilo-bad; Stilo staat voor STIchting Lichamelijke Oefening. Het bad, het eerste overdekte zwembad in Zwolle (geopend: 1933) dat tot doel had de lichamelijke oefening van de ‘mensch’ te stimuleren, was van een vooroorlogse kwaliteit. Hoekig, veel wit, veel glanzende plavuizen en witte buizen. Nieuwe zakelijkheidsarchitectuur, een beetje Amsterdamse School. Om een idee te krijgen (foto’s zijn van Henriet Kornelis). Dit zijn foto’s van vlak voor de sloop in 1991. Op de eerste foto hangt achterin de hoek een tegeltableau, een kunstwerk dat was gered en in het Hanzebad in Zwolle heeft gehangen. Kunsthistorisch had het tableau weinig waarde en inmiddels is het vernietigd.

csm_zwolle-138_3104d05b20

csm_zwolle-140_06db6bfec2

In dit STILO-zwembad leerde ik zwemmen. Maar dat niet alleen. Hier werd ook de man in het jongetje gewekt. In de laatste jaren van mijn reddend zwemmen, ik was 11 a 12, werd het leven spannender. Een paar van mijn medezwemmers, een lang, dun meisje met donker haar en kort, stevig meisje met blond haar, en een jongen die ik mij verder niet herinner behalve dat er nog een jongen was, zag ik toen steevast in de fietsenstalling. Wat ik daar deed? Roken. Kletsen. Puberaal gedrag, ook al was ik pas 11 of 12. Dat puberale gedrag nam een keer half-seksuele vormen aan doordat ik in de ruimte voor de kleedhokjes…,

Hier dus:

csm_zwolle-143_8460900e0d

… supergeil tongzoende met de blondine, met om ons heen allerlei kinderen met hun ouders die afkeurend keken naar de geile stoot en mij en wij elkaar volstopten met elkaars spuug.

Ik voelde geen enkele schaamte, toen al niet. Als ik de kans had gezien, in het zwembad en na dat zoenen, dan had ik haar geneukt in het diepe. Ja, ik was pas 11. Maar ik was er klaar voor. Helaas letten de badmeesters, onze docenten zwemmend redden reddend zwemmen, iets te goed op om daar echt werk van te maken.

Het zwembad is inmiddels gesloten en gesloopt. Er staan nu lelijke appartementen en alleen de naam van de straat, de Stilobadstraat, herinnert aan het feit dat daar bijna 60 jaar een zwembad heeft gestaan. Voor mij is dat bad een van die plekken waar bijna naakte meisjes, ontluikend en lustopwekkend, met mij ronddreven, en die ik vast mocht pakken als onderdeel van leren reddend zwemmen. De kopgreep, de polsgreep, de schoudergreep, die had ik vrij snel onder de knie. Saai.

Maar een greep deed ik graag en steeds weer: de zeemansgreep. Zeker bij meisjes mijn favoriet. Met mijn arm onder haar oksel door en haar pols vasthouden terwijl mijn onderarm op haar ontwakende borsten leunde.

Zwemmen is geilheid. Terug naar de baarmoeder, terug naar het vruchtwater.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Narcis

Jaren geleden beoordeelde en veroordeelde een man mij. Hij keek naar mij toen ik hem op zocht en hij noemde mij een narcist. Die opmerking kwam aan. Ik een narcist? Iemand die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij de wereld laat voor wat hij is en steeds weer moeten laten merken dat hij de belangrijkste persoon is? Zo zag ik mij zelf niet, maar dat zal wel eigen zijn aan narcistische mensen. Maar erger, hij gaf geen duidelijke reden. Ik was in de war, zoals ik wel vaker in de war ben. Maar waarom ik nou een narcist was?

Het zit mij nog steeds dwars dat deze man mij inschaalde in de categorie Narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ok, ik weet dat mijn hoofd niet helemaal is zoals het bij de meeste mensen wel. Dat was ook de reden dat ik bij hem was gekomen. Uit noodzaak. Ik was weer eens zo ver in de geestelijke shit gekomen dat ik gedwongen werd, door een vriendin, hulp te zoeken. Ik zat in de put. Of eigenlijk in ruimte onder de put waar je niet meer uitkomt. Omdat je niet weet wat boven, onder, links, rechts, achter, voor is. Waar het intens zwart is en alleen vervormde geluiden binnen dringen, of waar je de geluiden van je lichaam (suizen, hartslagen, gasvorming, enz. etc.) zo hard hoort dat ze je angst aanjagen. Waar de geest zijn eigen indrukken creëert. Waar je zintuigelijke waarnemingen hebt die niet echt kunnen zijn. Geuren die er niet zijn, geluiden die er niet zijn, enzovoort. Dat zei ik hem ook. Hij, een “professioneel psychiater”, leek het een en ander dat ik zei niet te begrijpen. Of hij kon het niet plaatsen. Veel psychiaters zitten vastgeketend in – en aan – hun vak met hun eigen wereldbeeld als loden bal aan hun hulpverlenersbeen. Gevangene van hun eigen overtuigingen en opgesloten in de cel van de DSM (het standaard-diagnose-boekwerk van psychiatrische hulpverleners). Ondanks hun opleiding kunnen ze een mens en zijn verhaal niet anders zien dan wat zij geloven als waar: de geesteszieke mens moet ergens in het diagnostische handboek (de DSM) passen.

Nou terug naar mij: ik zei deze psychiater dingen die ik meende, maar die hem in het diepste van zijn ziel moeten hebben geraakt.Wat ik zei? “Ik vertrouw psychiaters niet.” Ik geloof ook niet in priesters, die hetzelfde werk doen: werken voor het zieleheil. “Ik heb gezien hoe jullie mijn broer naar gene zijde hebben geholpen.” “Door jullie zorg is hij nu dood.” Dat was natuurlijk tegen het zere been waaraan die loden bal vastzat.

Nog erger, ik ben in stemmingsgestoorde periodes mijn intelligentie, creativiteit en humor niet kwijt. Die worden dan alleen maar sterker. Maar kom daarnaar eens mee aanzetten bij een psychiater. Ik heb trouwens bijna een keer – bij de hierboven geschetste hulpverlener – het grapje ‘psyche hater’ gemaakt, als woordspeling op zijn beroep. Bijna. Ik was net op tijd met die twee woorden inslikken, waarna ik een grote hoestbui kreeg.

Ik heb daarna natuurlijk eens gekeken naar de kenmerken, de symptomen, de verschijnselen die bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis horen. Volgens het handboek van psychiaters zijn dit ze, en heb ik die kenmerken ook (misschien niet allemaal, maar in ieder geval genoeg om mij een narcist te noemen). Een narcist, aldus de DSM:

(1) has a grandiose sense of self-importance (e.g., exaggerates achievements and talents, expects to be recognized as superior without commensurate achievements)
(2) is preoccupied with fantasies of unlimited success, power, brilliance, beauty, or ideal love
(3) believes that he or she is “special” and unique and can only be understood by, or should associate with, other special or high-status people (or institutions)
(4) requires excessive admiration
(5) has a sense of entitlement, i.e., unreasonable expectations of especially favorable treatment or automatic compliance with his or her expectations
(6) is interpersonally exploitative, i.e., takes advantage of others to achieve his or her own ends
(7) lacks empathy: is unwilling to recognize or identify with the feelings and needs of others
(8) is often envious of others or believes that others are envious of him or her
(9) shows arrogant, haughty behaviors or attitudes

Ik heb het gecheckt bij mijn vrienden die ik het langst ken. Ik bedoel, vrienden die ik het meest uitbuit, maar die het wel gewend zijn dat ik uit de hoogte doe. Niet dat het me ook maar iets kan schelen wat zij vinden. Zij zijn toch alleen maar jaloers op mij. En dat is meestal omdat ze niet bereikt hebben wat ik wel bereikt heb. In plaats van mij te bewonderen om mijn grandioze successen en mijn prachtige vrouw, zijn ze alleen maar op deze wereld om mijn intelligentie neer te halen. Is het dan niet verwonderlijk dat ik die gasten weinig wil zien? Nou dan.

Maar dat alles heb ik deze psychiater niet gezegd. Dat zou hij toch niet begrijpen en bovendien zou hij dan zijn gelijk krijgen. En ja, ook omdat hij en zijn beroepsgroep grosso modo geheel en al gespeend was / is van humor. En: hij moet in de gaten gehad hebben dat ik hem intellectueel en creatief superieur was.

Ik keek mezelf die avond – na de ontmoeting van deze man die zichzelf psychiater noemde maar die misschien wel patiënt was -, en alle dagen daarna, in de spiegel en zag een voorjaarsbloem. Met een prachtige trompetter als neus.

© Rick Ruhland 2018

Hawksian woman

Krachtige vrouwen. Ik heb daar meer mee dan vrouwen die ja en amen zeggen. Die het aanrecht als hun grootste recht zien. Die sloof zijn en dat als de vervulling van hun bestaan zien. Nee, doe mij maar vrouwen die hun mannetje staan. Niet per se vrouwen die mannelijk zijn. Nee, charmant zijn is voor mij ook belangrijk. Vrouwelijk zijn in kleding en haardracht en parfum en in hun vrouwelijke visie op de de wereld.

Ik kwam al surfende (voorheen met Stumbleupon, en wat nu Mix heet) op sites over zogenaamde Hawksian women. Vrouwen die in films van Howard Hawks zowel een vrouwelijke als mannelijke kant lieten zien. Zoals op deze wikipedia-pagina staat:

“The Hawksian woman is up-front in speaking her mind and keeping up with her male counterparts in witty banter as well as taking action to get what she wants personally as well as sexually. She can be seen as the fast-talker, frank, and can beat a man in verbal sparring.”

Wat mij verbaast, is dat dit soort vrouwen niet veel vaker in films en in het echte leven voorkomen. Want goed beschouwd zijn dat soort Hawksian vrouwen niet alleen zelfstandig, maar ook spannend. Ik kan ook stellen: ik word makkelijk verbaasd.

Meer lezen? Hier en hier.

© Rick Ruhland 2018

Scenes from a thesis: research question

“If some theories on human development propose discontinuity and others assume continuity as the quantitative pattern in development, and under the assumption that underlying properties of UG and principles are either available to a child from birth on or they become available during development, what are the sorts of change in language development in terms of a relationship between a change on the time-axis and a change on the score-axis?”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

© Rick Ruhland 2018

Proefschrift van de week

Titel: Strange attractions: pool flies. Auteur: Claudia Mänges.

Samenvatting: De schrijfster van het proefschrift, een achterkleindochter van de zwembadenmagnaat Rudolph Mänges, heeft zich gestort op een observatie die menigeen moet delen met anderen zwemmers, maar die waarschijnlijk maar weinigen hebben uitgesproken. Die is in het kort: Waarom willen vliegen zo graag op een mens zitten die nat van het chloorwater is? Of zoals zij in haar inleiding schrijft: ‘Als ik nat uit het zwembad kom, willen vliegen op mij zitten. Zodra ik opgedroogd ben, zie je die vliegen niet meer terug. Hoe zit dat?
Ik moet zeggen, ik herkende de vraagstelling, en ik was dan ook zeer benieuwd naar haar onderzoek. Mänges heeft verschillende factoren onderzocht. Van het weer en temperatuur tot de huidsoort van proefpersonen, van het soort water tot de soort vliegen. Haar conclusies liegen er niet om. Het fenomeen heeft te maken met het chloor in het water maar vooral met het feit dat mensen in het water plassen en zelfs poepen. Het chloor gaat met de urine en faeces een verbintenis aan die vliegen lekker vinden. Het onderzoek is uitgevoerd met diverse variabelen: met alleen chloorwater, met urine / poep in kraanwater, met urine en poep in chloorwater. Vooral chloor, urine en poep in het water, een buitentemperatuur van meer dan 25 graden en overwegend zonnige perioden, en ordinaire huis-, tuin- en keukenvliegen zijn de elementen.

Eindoordeel: Soms is onderzoek weinig of beperkt nuttig, maar de onderzoeksvraag zodanig dat je het antwoord graag wilt weten. Het is dus inderdaad zo dat vliegen eerder op je huid willen zitten als je uit een zwembad komt. Dat dat dat komt doordat het water vol chloor en urine / poep zit, dat is dan weer minder fraai.

© Rick Ruhland 2018

Een andere pil

Ik heb een vreemde band met de psychologie en psychiatrie. Een soort haat-liefde-verhouding, waarbij de haat vaak wint wat die is stekeliger. Dat geschreven hebbende: ik kan de twee vakgebieden ook niet terzijde schuiven als zijnde niet interessant of niet belangrijk. Ik lees veel over hersenen, over hoe ze werken en hoe het mis kan gaan, zoals bij psychische stoornissen. En ik heb een heleboel kritiek op ziens- en behandelingswijzen. De zienswijzen zijn niet zelden een soort persoonlijke of haast gelovige benadering van psychische probleem. Dat is een kant van de haatmedaille. De anderen kant is die van de psychotherapeutische behandelingen. Vele daarvan zijn nooit wetenschappelijk onderzocht op hun werking, op hun effectiviteit, op hun nadelen, etc. Veel van deze ‘behandelingen’ hebben minder nut dan een goed gesprek met een dronken man in een kroeg. Ik ben er dan ook als de kippen bij om op te merken en anderen te vertellen dat de psychiatrie een stap terug moet doen of dan toch minstens tot verbeterde behandelingsmethoden moet komen, of om te melden dat bestaande pillen niet of nauwelijks werken en dat je net zo goed een dropje kunt eten. Over dit onderwerp, de ‘psychische pillen’, werd 10 jaar geleden dit geschreven (tekst is terug te vinden op sites van o.a. Trouw, De Morgen, Nu.nl, en Nieuwsblad):

”LONDEN – Antidepressiva als Seroxat en Prozac helpen alleen zéér depressieve mensen. Ze hebben voor de meeste patiënten geen nut. Dat is de uitkomst van een recent onderzoek, meldde de Britse BBC dinsdag. ,Alhoewel patiënten beter worden als ze antidepressiva nemen, worden ze óók beter als ze een placebo slikken. Dit betekent dat depressieve mensen zonder chemische behandeling beter kunnen worden”, aldus een van de onderzoekers. De wetenschappers bekeken 47 eerder gehouden tests met de medicijnen opnieuw. Volgens een van de wetenschappers heeft de farmaceutische industrie daarvan alleen onderzoeken naar buiten gebracht die hun producten in een goed daglicht stellen. De onderzoekers wisten ook de hand te leggen op niet gepubliceerde onderzoeken dankzij de wet op vrijheid op informatie. De makers van Seroxat en Prozac hebben de ‘nieuwste’ bevindingen weersproken.”

Is er iets laat staan veel veranderd sindsdien? Nee.

Het slikken van deze pillen is mij een doorn in het oog. Okee, ik vind het natuurlijk prima als mensen er uit de grootste ellende komen, waardoor ze eindelijk aan een goede vervolgbehandeling toe komen. Maar deze pillen zijn geen pretpillen, geen geluksbrengers. Ze zijn meestal rotzooi gezien de vele bijwerkingen. Bovendien weten (klinische) onderzoekers vaak niet eens wat de pillen doen. En de meeste mensen hebben er niets aan.

Ik weet het, het bericht staat niet op zichzelf, eerdere en latere onderzoeken laten dezelfde waarheid zien, maar steeds weer zal het psychofarmaterrorisme van zich af slaan, en het tegendeel beweren. Het schofterige daaraan is: mensen die in de geestelijke shit zitten, hebben weinig te willen en zullen elke – ook valse – belofte omarmen om uit de ellende te komen. Grote bedrijven maken pillen die weinig meer doen dan een placebo-effect oproepen, maar die ondertussen – anders dan een placebo-pil – ook nog eens een reeks aan bijwerkingen hebben. En geen kinderachtige bijwerkingen. Ze verdienen bakken met geld. En dat terwijl alle studies waarin een gebrek aan effect van bijv. antidepressiva niet worden gemeld, in ieder geval niet door die bedrijven die antidepressiva, antipsychotica en andere medicijnen tegen psychische problemen maken.

Ik roep alle artsen op meer placebo’s voor te schrijven bij lichte depressies. Niet om de farmaceutische industrie om zeep te helpen, wat an sich ook mooi zou zijn, maar om meer respect voor mensen met psychische problemen en om hen voor nog meer ellende te behoeden.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 15

Beste B.,

Mijn vriend slaapt niet al te best. Nou is dat niet het ergste, want hij lijdt er niet onder.

Wat wel een probleem aan het worden is, is het volgende. Hij heeft vaak last van slaapwandelen en sinds een jaar of twee, vooral tijdens de zomermaanden, wil hij seks in zijn slaap. Dan drukt zijn hard geworden penis tegen mij aan. De eerste keer dacht ik dat hij wakker was en seks wilde, dus ik opende mijn vagina en duwde hem naar binnen, maar toen werd hij wakker en voelde zich beschaamd. Ik ook, trouwens.

Ergens in het vroege voorjaar, ik kon niet slapen en bedacht erotische verhalen, was zijn lul daar weer. Hard en warm. Ik heb die nacht een uur lang seks gehad, en ben nog nooit zo zalig klaargekomen.

Hij heeft nu bijna elke nacht een snoeiharde erectie. Ik blijf er zelfs voor op. Ik wil eigenlijk geen gewone seks meer.

Dit gaat nou al maanden zo.

Nou, dat wilde ik even melden. Nou ja, hij is ook niet blij met zijn seksuele escapades, dus voor hem is er een probleem, en hij moet niet wakker worden tijdens het nachtneuken. Want dat is slecht voor zijn zelfvertrouwen en we krijgen dan vaak ruzie. Ik vertel hem dus niet dat hij nog steeds slaapsekst.

Ik heb geen probleem, ik vind mijn ervaringen gewoon geil en dat moest u even weten.

Nelleke.

© Rick Ruhland 2018