Illusies: Troxler

We kunnen niet zien wat er werkelijk is. Werkelijkheid is een construct. Een constructie. Een reconstructie.

Als we denken dat we de werkelijkheid kunnen waarnemen, met onze ogen bijvoorbeeld, dan moet ik iedereen teleurstellen. Onze ogen en onze bijbehorende hersencellen (die achter in ons brein zitten, en die samen de zogenaamde visuele cortex vormen) zijn slecht toegerust om de waarheid of zelfs de werkelijkheid te doorgronden.

Dat blijkt wel het beste uit het zogenaamde Troxler-effect. Kijk eens naar het volgende plaatje. Focus in het midden van het plaatje. Laat je niet afleiden. Beweeg je ogen niet.

En? De kleuren verwateren als je je te veel focust. Het bewijs dat zintuigen als de ogen niet goed waarnemen als je op een enkel punt focust. De reden om homo universalis te zijn. Of in ieder geval te proberen.

Meer weten? Lees. Verwonder.

 © Rick Ruhland 2018

Advertisements

Zoontaal: verklaring voor dementie

Ik wandelde op een ochtend met mijn zoon naar school. Zoals elke ochtend praten we over kleine dingen. Die ochtend zei ik hem dat als kinderen geboren worden, dat hun hersenen dan zo groot zijn dat ze in hun hoofd (lees: schedel) passen. Als we groter worden, groeien onze hersenen mee. Ik vroeg of hij dacht dat grotere hersenen betekent dat je ook meer kunt denken en herinneren. Ja, dat was wel zo, volgens hem.

Het bleef even stil tot hij zei: “En als je ouder wordt, echt oud, dan ga die gedachten terug naar waar ze ooit vandaan kwamen. Naar de plekken die je gezien en gehoord hebt. En dat is wat met opa is gebeurd.”

© Rick Ruhland 2015

Synesthesie: samenspelende zintuigen

Bij sommige mensen werken de zintuigen op een bijzondere manier samen: zij zien kleuren bij het horen van muziek, of proeven versgebakken brood als ze cijfers zien. Deze eigenschap, waarbij het ene zintuig een ander oproept, is geen vrijwillige keuze en die is ook niet uniek: vermoedelijk ervaren 1 op de 200 mensen zulke gemengde zintuiglijke ervaringen.

De meeste mensen hebben deze ervaringen al sinds hun kindertijd. Die ervaringen, ook wel synesthesie (‘samen waarnemen’) genoemd, ontstaan uit het niets, je hebt er geen controle over, en ze hebben altijd hetzelfde karakter. Tegenwoordig is duidelijk dat synestheten hun ervaringen niet verzinnen en dat synesthesie geen onderdeel is van een ziekte. Vermoed wordt dat synesthesie al in de babytijd ontstaat. In een vroeg mensenleven is de wereld nog niet in duidelijke zintuigen ingedeeld. Bovendien krijgen de hersenen van baby’s tussen nul en twee jaar er vooral neuronale verbindingen bij. Na die eerste kinderjaren neemt het aantal verbindingen snel af. Deze uitdunning lijkt bij synestheten minder of niet te gebeuren. Dat synestheten dingen waarnemen die er niet zijn, kan komen doordat ze bepaalde verbindingen hebben in de hersenen die andere mensen missen, of beter, niet meer hebben.

Er bestaan verschillende verklaringen voor het mechanisme achter synesthesie. Sommige onderzoekers menen dat een hersengebied waarvan bekend is dat het op kleuren reageert, vlak naast een hersengebied ligt dat op de visuele vorm van woorden reageert. Iemand met synesthesie zou (ongebruikelijke) fysieke verbindingen tussen deze gebieden hebben, waardoor de ervaring van gekleurde cijfers of letters verklaard kan worden. Andere onderzoekers hebben verondersteld dat er geen structurele verschillen zijn tussen de hersenen van mensen met synesthesie en zij zonder deze eigenschap. Via normale verbindingen stroomt dan informatie van de zintuigen op een ongebruikelijke manier terug waardoor de synesthetische ervaring ontstaat. Ander onderzoek naar synesthesie richt zich op de wijze van informatieverwerking en het hersengebied waar de beïnvloeding plaatsvindt.

In een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience, toonden psychologen Romke Rouw en Steven Scholte aan dat de hersenen van synestheten verschillen van normale mensen.  Dankzij een nieuwe methode vonden de onderzoekers eigenschappen van de witte stof waaruit de hersenen opgebouwd die wijzen op een anatomisch verschil van de hersenen. Verschillen in de sterkte van verbindingen in de buitenkant van de hersenen spelen een rol bij synesthetische ervaringen. Rouw en Scholte vonden niet alleen meer verbindingen, maar ontdekten ook dat deze verbindingen invloed hebben op wat iemand met synesthesie waarneemt. Ook opvallend is verschillende plekken in het brein meer verbindingen hebben. Synesthesie niet alleen wordt veroorzaakt door een afwijking in de vroege verwerking van zintuiglijke signalen, maar dat ook bij de latere verwerking iets ongewoons gebeurt. Kortom, synestheten hebben een anatomisch ander brein.

Nu langzamerhand duidelijk wordt dat mensen met synesthesie geen fantasten zijn, kan het onderzoek zich richten op wáárom sommigen letters en cijfers in kleur zien en anderen niet. Een andere interessante vraag is of synesthesie voordelen kan hebben, vanwege het vermogen tot snel associëren en verbanden zien. De meeste mensen zien hun synesthesie namelijk als een verrijking. Maar veel verbindingen kan er ook voor zorgen dat een signaal allerlei hersengebieden aanzet, wat tot overgevoeligheid kan leiden. Mogelijk ligt hierin zelfs een verklaring voor het ontstaan van autisme.

En u dacht dat het brein iets constants was? Een grijze klomp in de schedel die altijd een goede bekabeling van zenuwcellen heeft? Ik weet wel beter. Kom eens in mijn hersenpan kijken. Ik heb hier nog wel ergens wat PET-scan-foto’s van mijn brein liggen.

© Rick Ruhland 2015