Vaar naar een Schots eiland: Skye

Skye. Het gevleugelde, mistige eiland. Dat zouden de betekenissen van de naam Skye kunnen zijn. Het eiland Skye ligt voor de westkust van Schotland en is een van de binnenste Hebriden. Het is tevens het op een na grootste eiland in Schotland (na Lewis/Harris). Hoewel eiland: sinds 1995 is het eiland verbonden via een brug met het vasteland.

Ik was in september 1991 voor het eerst op Skye, maar reisde toen eigenlijk vooral over het eiland naar Uig om daar de boot te nemen naar Harris. Wat ik me van die ene dag op Skye vooral herinner was de buschauffeur die ons – ik reisde niet alleen – van Kyleakin via Broadford en Portree naar Uig bracht. Tijdens de rit had hij verhalen, o.a. over hoe een Haggis-mannetje en een Haggis-vrouwtje elkaar vinden (Haggis is een soort van nationale dis van Schotland die vooral uit vlees bestaat):

’For all Ye tourists aboard, this is the place where they catch haggis. Let me tell you about the Haggis. The male haggis has two legs on the back, the female has two at its front and they walk backwards. It takes about six months to mate. And if you want to shoot one, use a porridge gun.’

We overnachten in de hostel van Uig. Die overnachting op Skye was nodig, omdat we te laat aankwamen in Uig voor de boot naar Harris. De hostel is recht tegenover de steiger waar de boot de volgende ochtend zou vertrekken richting Outer Hebrides. Uig is niet de gezelligste van alle jeugdherbergen van Schotland: meer een transit-punt dan een doel. Wel zaten er die avond drie Duitsers die net als wij Monty Python liefhebbers waren. Zij maakten die ene avond aangenaam, aangezien zij alle films hadden gezien (maar dan in het Duits). Wij hadden ze allemaal gezien zoals het hoort. Dus tot aan het slapen gaan was het spel dat zij het Duitse citaat gaven en dat wij dan de Engelse variant gaven. Leuk, erg leuk. De drie Duitsers hadden veel lol gehad om ons grote quote-vermogen, maar wij moesten verder. Hieronder: de pier en het uitzicht vanaf de hostel (de volgende ochtend):


….
Twee later was ik weer op Skye, en toen heb ik echt het een en ander gezien van het eiland. Het was augustus, de drukste maand van Schotland. Dat toeristische blijft voor Schotse begrippen binnen de perken, maar het is gewoon drukker dan zeg juni of september. We kwamen van het noorden. Onze eerste week Schotland zaten we op Mainland Orkney. We hadden besloten om vervolgens een kleine week op Skye te zijn. We kampeerden eerst op de camping bij Portree, en reisden (lopen, liften) het eiland rond:

Wat ik me herinner is de blik op de Cuillins, het eten bij een lokaal restaurant (dat is nu 25 jaar geleden, ik denk niet dat het restaurant er nog zit. Het was een vegetarische restaurant zonder licence.

We eindigden die week met een kampeerplek aan de zuidoostelijke kant van Skye, op een plek waar een aantal mensen wild kampeerde. Niet ver van Armadale, waar een veerboot naar Mallaig vertrekt. Veel midges, dat is de herinnering aan die plek op Skye.

Schotland 1993 Armadale bay

Die eerste twee keer was ik met een ander. Dat maakt een reis anders: je bent dan op elkaar gericht. De laatste keer Skye was drie jaar later, in september 1996, en ik reisde alleen. Met de trein naar Kyleakin aan de westkust. De veerboot is al jaren verdwenen. In 1996 lag de Skye-bridge er zeer vers bij.

Schotland 1996 Skye Bridge.JPG

Niet bepaald een brug van veel feest. Omdat de brug een privaatonderneming is, moeten de inwoners van Skye betalen voor elke rit over de brug. Dat riep logischerwijs veel weerstand op: niet alleen betaalt iedere Brit al wegenbelasting, maar bovendien is het veer voor vracht- en personenwagens uit de vaart genomen. Over bleef een pontje voor wandelaars en fietsers, op een kilometer van de brug. Dat pontje nam ik om naar het eiland te komen.

Skye lag er prachtig bij dat najaar. Ik liep naar de doorgaande weg en stak daar mijn duim omhoog. Liften is altijd mijn manier van rondreizen in Schotland geweest. Ik heb ook gereisd met trein en bus, maar zeker in de afgelegen streken is liften een ideale manier van voortbewegen. Ik kreeg een lift van een man die werkte bij de Skye-bridge. Ik vroeg hem wat al die SKAT-stickers op auto’s betekende. Met enige schroom zei hij dat het Skye & Kyleakin Against Toll betekende. Hij bracht me naar Broadford, een eerste stap op weg naar Uig. Maar de mooiste lift was vanaf Broadford naar Uig, van een jonge vrouw die als drugskoerier werkt. Niet letterlijk natuurlijk: ze werkte voor een groot farmaceutisch bedrijf en probeerde pillen aan artsen te verkopen. Ze scheurde over het eiland, met een omweg over Dunvegan (zag het kasteel tussen de bloeiende struiken op de achtergrond liggen). Zij nam de boot naar Harris, die ik een dag later zou nemen. Tegen een muur van de jeugdherberg, in de zon, schoot me de herinnering van 5 jaar eerder te binnen. Destijds, toen ik met een vriend door Schotland reisde, zat ik de hele avond binnen, met drie Duitsers, terwijl het buiten ‘cats & dogs’ regende. In 1996 was het droog, zonnig, Indian Summer-warmte.

Op het grootste Hebriden-eiland overviel me de gedachte dat ik in Schotland niets hoefde te zien. Daar zijn was genoeg.

En toch, ik schreef uit niets meer of minder dan onvermogen:

“De steen aan de baai gloeit een gat in de nacht.
Iemand moet hebben gezien
Hoe hij rechtop is gezet.
Een baken uit het verleden
voor mij een teken
een herinnering dat wij niet blijven.
Waar de steen steeds bij nacht en bij ontij
sinds mensenheugenis
en millennia voordien
geschiedenis schrijft,
is hij, met dezelfde genen,
heengegaan naar nergens.
Droevig staat ik naar lichtjaren ver.”

Stenen hebben een langer leven dan een mens.

Wel, dit is wat ik mij herinner van Skye. Meer niet. Ik moet nog eens terug. Zo heb ik de Cuillins nog niet van heel dichtbij gezien, laat staan dat ik die beklommen heb.

Ook wil ik terug naar Trotternish. Daar zijn vele fossielen te vinden, waaronder de pootafdrukken van dinosaurussen. Hier meer informatie.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements