Bach-Werke-Verzeichnis 5: Wo soll ich fliehen hin?

Deze koraalcantate, die qua tekst ook een verwijzing is naar de Dertigjarige oorlog, is uit 1725 en ze is bedoeld voor oktober, midden tussen de christelijke feestdagen in.

Ik heb, omdat ik de vorige keren nog wel eens een uitvoering beluisterde die ondermaats was, in ieder geval bij deze cantate (en misschien wel vaker) besloten om geen aandacht meer te besteden aan verdrietig stemmende versies. Geen Stuttgart Bach Collegium en dergelijke meer.

Goed, de uitvoering van The English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van J.E. Gardiner. Lichtvoetig en aangename solisten. Toch is het een en ander niet af. Ik kan er niet achter komen wat het is. Is het het koor? Tenor lijkt niet uit te komen met zijn aria. Overigens, ik lees bij de commentaren eronder: “Boring, mediocre singers, weak trumpet. As usual with JEG.” Als ik deze persoon dan op YouTube aan een nader onderzoek onderwerp, dan blijkt zij een liefhebber van Karl Richter (*koude rillingen bespotten mijn rug*). Is de conclusie gerechtvaardigd dat deze mevrouw weinig tot niets van Bach of barok begrepen heeft?

Ondanks de leeftijd (opname stamt volgens mij uit 1971) heeft deze uitvoering van Harnoncourt zo zijn charme. Wel veelzeggend is het als bij het Youtube-filmpje mensen vooral vragen stellen over de gebruikte plaatjes (hier een schilderij van Hendrick Andriessen, te weten ‘Vanitas’). Misschien vind ik dit wel de fijnste versie.

Dan Ton Koopmans versie. Hm. Ik luisterde wel, maar ik hoorde nauwelijks de cantate. Of andersom: ik hoorde wel, maar luisterde niet. Ging een beetje langs me heen. Bij een tweede keer luisteren valt me op dat de uitvoering niet uitgesproken is. De tenor is wel beter dan bij Gardiner.

Over het stuk zelf:
De vele mineurklanken, en het gejaagde van o.a. deel 3 (Ergieße dich reichlich) bekoort mij niet. Het tweede deel van de cantate is overigens wel beter dan het eerste deel.
Ik ben kort van stof, ik mag derhalve concluderen dat deze cantate me weinig doet. Terecht?

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBAchcantatas.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Bach-Werke-Verzeichnis 6: Bleib bei uns, denn es will Abend werden

(Opmerking: ik heb BWV 5 even overgeslagen vanwege het simpele feit dat BWV 6 voor paasmaandag 2 april (1725) is geschreven, en dit jaar valt paasmaandag ook op 2 april :-)).

Deze cantate is een paascantate die voor Tweede Paasdag (2 april 1725) werd geschreven. De cantate begint met een openingskoor over een bijbeltekst, ontleend aan de evangelielezing die voor die dag voorgeschreven stond. Verder kent de cantate een opbouw als vele andere. Zie Meer informatie voor details die ik best grappig vind, maar ik niet het belangrijkste acht. Het gaat om het horen, het luisteren, en als het me lukt, dan geef ik aan waarom ik iets mooi vind en wat niet.

De uitvoering van Harnoncourt kent een lelijk koor. Gillerig. Geen balans tussen de stemmen. Had Bach het zo bedacht? Instrumenten zijn wel weer bijzonder: mooi gedoseerd. Ik ben een fan van de hobo in deze cantate, en dan met name de hobo da caccia’s. Melancholiek tot op het bot. Alsof je op reis moet, op een winterse ochtend, en van plan je huis uit te gaan, maar dat de mist zo dik is dat je met je winterjas aan achter het raam wacht tot je weg kunt.

Bij Gardiner is het openingskoor veel meer in balans dan bij Harnoncourt, maar misschien zelfs een beetje te veel balans? Bijna te netjes, zo voelt het. De instrumenten zijn ook minder uitgesproken.

Koopmans versie voelt een beetje als een belegen versie. Het koor is uitgesprokener dan in Gardiners versie, dat is goed. #geenmening

Het intro – Chorus – bij Herreweghe kent vele versieringen door het koor. Bekoort mijn wat minder. Ik houd van de Aria met de hobo en de alt, Hochgelobter Gottessohn, maar niet als die door een countertenor wordt gezongen.

Ik heb voor de gein en de vergelijking weer eens naar andere dirigenten, orkesten, solisten en koren geluisterd. Versies van orkesten en dirigenten die ik niet zo mooi vind. Ik blijf bij mijn oude punt: het meeste is niet fraai.

Bach Collegium Japan (beluisterd op Spotify). Niet lelijk, maar wel erg netjes. Binnen de lijntjes, binnen de noten. En ik schrok van het openingskoor. Potjandokie, wat knallen die erin. Zeg maar dag tegen subtiliteit. Wat is er nog meer te zeggen? Erg netjes, alle noten gespeeld, maar niet in het hart geraakt.

De versie van Karl Richter en het Münchener Bach Orchester is niet eens lelijk, maar een tikkeltje treurig. Ik mis de accenten, anders gezegd, de ‘voetafdruk’ van koor, solisten, musici en dirigent. Niet eens slecht perse, maar geen echte wens om een indruk achter te laten. Te glad. Alsof je een goulash maakt, met allerlei kruiden, en dan aan het eind de staafmixer in de pan zet en alles pureert. De alt zingt bovendien niet echt mooi; geaffecteerd, alsof ze zingt omdat ze denkt dat het zo hoort. Ik geloof de uitvoering uit 1974 is; uit een andere tijd, dus.

Helmuth Rilling heb ik gelaten voor wat het is. Luister zelf en hoor of je dit mooi vindt.

Over het stuk zelf:
Het koor is mits mooi gezongen een van de mooiere stukken van Bach. Helemaal blij word ik van de aria met de alt en de hobo.
En vergis ik mij? Waarschijnlijk wel, maar ik heb het gevoel dat dit een wereldser stuk is dan andere cantates. De noten blijven je je hele leven bij:

Schermafbeelding 2018-03-31 om 13.13.00

Meer informatie? De twee websites van respectievelijk Eduard van Hengel en Julian Mincham geven interessante achtergrondinformatie qua compositie, tekstdichter en veel meer. Ik heb het nog niet gezegd, maar ik dank hun voor hun inzichten. En heus, er zijn veel meer sites over Bach en zijn composities (of alleen al over zijn cantates), maar deze twee sites hebben mijn blik aangenaam verruimt.

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis 4: Christ lag in Todesbanden

BWV 4 is een van de vier cantates voor de Paaszondag (de andere zijn: 31, 66, 134). Volgens bronnen (zie Meer informatie? onderaan) schreef Bach deze cantate in 1707. Opvallend is ook dat deze cantate door enorm veel orkesten en dirigenten is uitgevoerd. Zowel op YouTube als Spotify (en die twee gebruik ik voor mijn besprekingen van Bachs werk, omdat ik graag wil dat anderen kunnen horen waar ik het over heb, en dat kan niet als ik mijn eigen cd-collectie in de strijd zou werpen; daar komt bij: mijn collectie is klein vergeleken bij de digitale mogelijkheden) zijn minstens 10 verschillende orkesten en dirigenten en koren en solisten te horen. Ik maak een selectie.

De versie van Koopman maakt me lyrisch. Oh, luister dan toch eens naar het chorus. Luister hoe Bach door Koopman bijna als oude stijl jazz wordt neergezet. Als muziek zo over stijlgrenzen heen kan gaan, dan is het de ware muziek.

Ik moet eerlijk zeggen, ondanks mijn liefde voor Japan had ik nog niet eerder van dit gezelschap gehoord. Het Bach Collegium Japan speelt deze uitvoering van BWV 4.
Ik heb wel vaker Aziatische orkesten beluisterd. Zeker bij Bach lopen die orkesten het gevaar te veel op de noot te spelen. Te weinig invoelend. Te glad. Te gepolijst, ofschoon met authentieke instrumenten. Niet lelijk of boers, maar dit is mij te glad. Ook al is het een orkest uit Japan. Overigens, wat te denken van de bijbehorende video??

English Baroque Soloists onder leiding van Gardiner doen eigenlijk altijd goed als het om Bach gaat. Ik zou willen zeggen, hier ook. Maar… Ligt het aan mij, of word ik verkeerd opgewonden, geagiteerd zelfs, door het vijfde deel, het chorus Es war ein wunderlicher Krieg? Nee, het grootste deel van de uitvoering stemt tevreden, maar op details haak ik af.

Dan deze versie van Montreal Baroque. Ook deze versie is te snel. Frustrerend slechte zang van de solisten. Niet eens irritant, maar gewoon smaakloos. Sloffe chips.
Helmuth Rilling doet een poging. Na nog geen 10 seconden uitgezet. Ik gebruik bij muziek en bij Bach niet snel het woord lelijk, maar ja, dat is deze uitvoering dus. Om koude rillingen van te krijgen.

Harnoncourt en zijn Concentus Musicus Wien hebben goede zangers, maar de wijze waarop het eerste deel, Sinfonia, zo nadrukkelijk de strijkers de noten laat afkappen: het weerhoudt me van verder luisteren. Maar oordeel zelf, want ik heb geen ‘anti-zwak’ voor Harnoncourt.

Niet luisteren: Karl Richter uit 1968. Zoals hij de cantate neerzet: Music for the masses. Het zou verboden moeten worden. Moddervette strijkers, Fischer-chöre zangpartijen. Nee, driewerf nee.

Over het stuk zelf:
Het begint allemaal vrij zwaarmoedig met de sinfonia, maar gelukkig komt er verderop een blij makend chorus (deel 4). Ik zou het tweede deel (het eerste chorus) ook kunnen noemen, maar ik word wat hyperdepiep van het halleluja aan het einde van dit deel (zelfs bij Gardiner). De samenzang van alt en sopraan in deel 3 vragen om een precisie, die, als die ontbreekt, blootlegt of een dirigent of de solisten dit deel van de cantate hebben doorgrond.

Ook interessant: de lengte van de opnames. Bij sommige opnames (Andrew Parrott en de Taverner Consort & Players – verder ‘nicht der Rede wert’ – en ook over de snelheidsmaniak Ricercar Pierlot en zijn aanrommelen met werkelijk gruwelijk  chorussen geen overbodig woord) zijn we na nog geen 19 minuten klaar, bij deze uitvoering (ik geef de link enkel om te laten horen hoe te langzaam spelen een stuk, wel, stuk maakt) zijn we pas na 24 minuten klaar (ik zag nog een van bijna 25 minuten; COME ON!). Gegeven dat er pauzes tussen de delen zitten, dan nog is het niet te verantwoorden als je te snel (of te langzaam) speelt.

Wat mij ook kan verbazen is de commentaren op YouTube. Hoe mensen bij uitvoeringen als die van Montreal Baroque durven te beweren: “What an excellent performance, maybe the best performance of this cantata that I’ve ever heard.” Blijkbaar heeft deze persoon nog nooit naar andere uitvoeringen geluisterd.

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBAchcantatas.

Bach-Werke-Verzeichnis 3: Ach Gott, wie manches Herzeleid

Ook BWV 3 is net als BWV1 en 2 een koraalcantate; 3 is ook geschreven in 1724. De cantate is bedoeld voor de tweede zondag na Driekoningen (6 januari). Onderstaande versies zijn allemaal weer te vinden op YouTube.

Deze keer (ik ben wijzer geworden) ben ik begonnen met de versie van Gardiner. Deze versie, ook op Spotify te vinden, kent het ingetogen spel van de strijkers en blazers, die vaker bij dirigenten als Gardiner is te vinden, maar ook de zang van de solisten is uitermate plezierig. Alsof je een goed gelukte spaghetti carbonara eet met een glas smakelijke Verdicchio.

Ik heb ook weer een versie van Concentus musicus Wien o.l.v. Nikolaus Harnoncourt beluisterd. Ik weet nu wat ik daar van vind: te romig. Alsof je die spaghetti carbonara maakt met een scheut room, in plaats van alleen eieren, en die verpeste pasta vervolgens opeet met een glaasje volle melk. Ook het koor is niet klein genoeg. Aan de solisten maak ik geen woord vuil: niet mijn stiel. Kortom, de hele uitvoering niet helder genoeg, mede door onvoldoende passende tempi bij de noten, en de solisten (zowel zang als instrument) kennen te weinig dictie. Dat gold voor BWV 2, dat geldt ook voor de uitvoering van deze cantate.

Van Sigiswald Kuijken en La Petite Bande kon ik geen versie vinden, van Ton Koopman wel. Vond ik Koopman in BWV 2 precies goed, ik denk dat ik qua BWV 3 Gardiner de betere is.

Over stuk zelf:
Wat mij betreft een heerlijk chorus dat de cantate opent: klassiek Bach. Je wordt meegenomen op de welgemeende en harmonieuze klanken en harmonieën. Waar ik ook lyrisch over kan worden, zijn de alt en de sopraan die samen deel 5 voor hun rekening nemen. Die samenzang is de basis voor veel latere composities, en niet alleen van Bach zelf, maar mijns inziens ook van andere componisten. Mooi citaat in een YouTube-reactie op Gardiners interpretatie: “Gardiner’s performance of the marvelous first movement is a particularly flowing and tender one. We hear the “heartache”, but it is seems to express that this is indeed a path the believer is traveling “to heaven”.” Mooi gezegd.

Meer informatie? Kijk hier en wederom de diepgang van JSBachcantatas.

Bach-Werke-Verzeichnis 2: Ach Gott vom Himmel sieh darein

BWV 2 is net als BWV 1 een koraalcantate; 2 is geschreven in 1724. De cantate is bedoeld voor de 3e zondag na Pinksteren. De versies hieronder zijn allemaal weer te vinden op YouTube.

Ik heb een fout gemaakt (en die zal ik vanaf nu voorkomen) om weer als eerste naar het Stuttgart Bach Collegium te luisteren. Misschien moet ik het orkest niet meer noemen, want ook deze uitvoering van BWV 2 door het Collegium is plakkerig, modderig, plomp. Doet geen recht aan het heldere geluid dat Bach in zijn werken stopt (als je sec naar de noten en de verhouding tussen de zangstemmen en instrumenten kijkt). Is deze opname van 1981? Misschien ligt het ook daaraan: het jaar van een opname.
Wat zeker van invloed is en waar ik zeker wel een voorkeur voor heb is een uitvoering met oude instrumenten en volgens de ‘oude uitvoeringspraktijk’. Wellicht dat daar ook een hoop op valt af te dingen, maar te vaak hoor ik Bach gespeeld worden met te luide en te harde instrumenten, met te weinig ruimte tussen de noten, en met een soort van Fischer-Chöre-mentaliteit. Veel en hard en daarmee lelijk.

De versie van Herreweghe is een vrolijke, opgewekte versie. Weinig op af te dingen, maar ik vind dat Herreweghe mooiere opnames (van andere composities en andere componisten) heeft gemaakt. Deze BWV 2 van hem maakt minder indruk.

Concentus musicus Wien o.l.v. Nikolaus Harnoncourt, daar was ik vroeger nog wel een liefhebber van, maar latere dirigenten (zoals Herreweghe, Koopman, Brüggen, Gardiner) klinken toch beter. Beter als in helderder, passender tempi bij de noten, goed in de hand gehouden solisten (zowel zang als instrument). Geldt ook voor de uitvoering van deze cantate.

Ton Koopman met het Amsterdams Barok Orkest, die ook te vinden is op Spotify, is stemmiger dan die Herreweghe, is mijn indruk. Zelfde tempo, maar andere solisten, en dat maakt ook uit in hoeverre ik een opname geslaagd of niet geslaagd vind. Ik denk dat Koopman de spijker op zijn kop slaat. Of komt het ook doordat hij het orgel hier zelf speelt?

Op Spotify staat een versie die de moeite van het beluisteren waard is: John Elliot Gardiner en de English Baroque Soloists. Op basis van het spel van de instrumenten niets op af te dingen, maar ik vind de zang minder.

Over het stuk zelf:
Het gekke is dat ik vaak luister naar de sopraan. Als die ‘gilt’, dan haak ik af. Met gillen bedoel over de instrumenten heen janken, de aandacht opeisen, geen deel van het geheel. Nou zit in BWV 2 geen sopraan, dus daarop baseer ik mijn keuze dit keer niet. Luister ik naar de alt, dan is dat vaak de reden waarom ik een stuk mooi vind. Mooiste en voor mijn gevoel zeer afwijkende deel van de cantate is de Koraal aan het eind. Aparte akkoordwisseling. Of hoor ik dat niet goed :-)?

Mag ik een recensie citeren (die ik pas las nadat ik dit stuk geschreven had)? “Fabuleuze vocalistiek en dictie in de solopartijen, het koor dat onverminderd de sterren van de hemel zingt en de manier waarop de orkestpartijen worden ‘ingevuld’, van soli tot tutti en obbligati, die de onuitputtelijke instrumentale rijkdom alle recht doet. Dan die altijd weer zorgvuldige opbouw, de logische tempokeuze, de alerte en springlevende ritmiek, het flitsende en verrukkelijke wisselspel en de afwerking vol finesse.” Dat dus.

Meer informatie? Bijvoorbeeld hier en Wiki,

Wil je echt de muzikale diepte in, dan kun je ook nog eens kijken bij JSBachcantatas.

© Rick Ruhland 2018

Bach-Werke-Verzeichnis: 1. Wie schön leuchtet der Morgenstern

Vanaf deze dag begin ik aan een omvangrijke opdracht (een opdracht die ik mezelf gegeven heb): alle stukken van J.S. Bach – beginnend bij BWV 1, dus volgens de lijst, niet volgens de ontstaansgeschiedenis o.i.d. – kort bespreken op mijn weblog. Het liefst in verschillende uitvoeringen, met wat kennis en informatie en achtergrond, en met mijn voorkeur voor een uitvoering. En: wat ik mooi vind aan een bepaalde compositie. Als ik wat kan vinden, dan doe ik er ook wat websites voor meer informatie bij.

BWV 1 is een koraalcantate, geschreven in 1725. Aanleiding is 25 maart, de Maria Boodschap (aankondiging van geboorte Jezus door de aartsengel Gabriel aan Maria). De versies (ok, op 1 na) die ik heb beluisterd staan op YouTube, dus voor iedereen bereikbaar.

Zet ik die versies naast elkaar, dan heb ik zo mijn voorkeuren. Als eerste luisterde ik naar de versie van Nikolaus Harnoncourt. Mijn reactie was onverbiddelijk en rap: te pompeus, te snel, de hoorns zijn niet in orde, het vioolspel is te scherp, de zangpartijen te frivool, alleen de hobo’s in deel 3 zijn te pruimen. Beste uitvoering die ik zo op internet kan vinden is toch wel Ton Koopman en het Amsterdams Barok Orkest en Koor. Balans van orkest en koor is veel beter, door beter tempo en betere cadans danst het stuk meer, accenten passen beter bij de melodie en de instrumenten. Helderder. Solisten zijn ook dik in orde. Tot slot qua YouTube: Sigiswald Kuijken met La Petite Bande. Best goede opname qua instrumenten, zeker deel 3, maar wat een lelijke sopraanpartij daar. Niet in balans met de orgel en hobo. Ook de tenor is niet wat het kon zijn: geaffectueerd. Hoe het niet moet, wat mij betreft (in massaliteit, in gillerigheid, in plompe uitvoering), is dit: Stuttgart Bach Collegium. Gauw vergeten! Ik doe er niet eens een link bij.

Verder heb ik op Spotify nog dit gevonden: een versie van het Arion Baroque Orchestra (zelf even zoeken ;-)) Mening: beetje dof, wel mooier qua ingetogenheid. Niet veelzeggend, eerlijk gezegd.

Over het stuk zelf:

Mooiste deel van BWV 1 is denk ik de tenor-aria (deel 5, Unser Mund und Ton der Saiten) met de twee violen. Mooiste solo-partij is de hobo in deel 3, in combinatie met het orgel.

Meer informatie? Bijvoorbeeld hier en hier.