Toen ik van de sociale media vertrok 3

Ik ben dus vertrokken van een aantal sociale media. Eerder schreef ik twee stukken waarom (1 en 2). Vandaag het laatste stuk.

Een ding moet me daarbij op voorhand van het hart: ik heb niet het licht gezien. Ik heb evenmin een nieuwe set van leefregels. Natuurlijk: de mens die ik nu ben is een eind verwijderd van de mens die ik was de helft van mijn leven geleden. Dat wil niet zeggen dat ik nu beter leef, perse. Wat dat ‘eind verwijderd’ wel wil zeggen: ik heb in de loop van mijn leven – sinds ik een student was en niet meer bij mijn ouders woonde – steeds weer iets andere keuzes gemaakt. Op een gegeven moment kies je niet meer voor datgene wat je kort daarvoor nog als het mooiste beschouwde dat er te halen was in de wereld. Nou was er wel een soort van ‘klein probleem’: er is bijna niets dat mij niet boeit. In alles is wel iets interessants te vinden. De kunsten, wetenschap, menselijke interactie, taal, geschiedenis, ruimtevaart, biologie, waanzin, koken (en ik kan nog wel even doorgaan, wat ik voor nu laat): goed beschouwd boeit mij al sinds kind ‘alles’. Hongerig naar kennis, naar weten, naar redeneren, naar alles.

Dat werd met de mogelijkheden van internet niet minder. Eerder meer. Als het gaat om mijn eerste internet-ervaringen: die stammen uit de begin jaren 90. Ik was aangesteld als onderzoeker bij een universiteit en een van de voordelen van die baan was de beschikking van rudimentair internet. Gopher, Mosaic en Netscape browsers, zoekmachines als Altavista, later kwamen daar nieuwsgroepen en ICQ bij. Ik kon na mijn werkzaamheden als onderzoeker en docent uren lang in nieuwsgroepen vertoeven (groepen die met alt.* en rec.* begonnen, bijvoorbeeld). Ideeën over onderzoek en bijbehorende wetenschappelijke vragen speelden een rol, maar ook vragen over mijn hobby’s (zoals muziek) en het delen van mijn eigen kennis kreeg in die nieuwsgroepen vorm. En het moet gezegd, gratis (weliswaar toen nog met veel moeite) porno jpg’s.

Wat ik toen al besefte: wat was dat alles verslavend! Voor een mens als ik – met een homo-universalis-mentaliteit – was die wereld van kennis en kunnen uitwisselen je reinste hemel. Daar wilde ik steeds zijn. Maar het had een keerzijde: ik werd er op een gegeven moe van. Ik kon niet meer stoppen. Later werd me duidelijk dat die vele kennisbronnen, al die websites, verslavend werkten bij mij. Drugs voor de breedgeoriënteerde en diepgeïnteresseerde begaafde die ik ben. In diezelfde tijd, en dat begon al in de jaren 80, kon ik spelletjes als Arkanoid en Tetris niet uitzetten. Zelfs als ik een tentamen had de volgende dag, was ik in staat om tot het ochtendgloren te spelen. Met vierkante ogen zat ik vervolgens het tentamen te maken. En te halen.

Er zat en zit iets in de games en het vroege internet dat ik nu doping noem. Dat iets zorgde voor stofjes in het hoofd. Stofjes die het verlangen naar meer vergrootten. Een beloningsgevoel, terwijl je geen inspanning had geleverd of hoefde te leveren. Internet voelde als een beloning. Het vinden van kennis en informatie zonder veel beperkingen en zonder veel inspanning (zoals naar de bibliotheek of boekhandel gaan voor een boek en dat dan openslaan) voelde als een bevrijding en ook een beloning.

Ruim tien jaar geleden kwamen nieuwe mogelijkheden op internet. Mensen konden communiceren (…) met anderen via zogenaamde ‘sociale media’. Ik schrijf ‘zogenaamde’ want communiceren is niet wat er gebeurt. Wat opvalt is dat bij deze ‘sociale media’ het model van zender-boodschap-ontvanger-medium-ruis-feedback-context volledig is losgelaten. Het is zenden en meer niet. De boodschap is niet relevant, en die mag zelfs onzin, fake, domheid zijn. Feedback op deze media wordt alleen gegeven als je elkaar een veer in de reet kunt steken of om een andere neer te halen. Niet om de zender een betere zender te maken of de boodschap duidelijker. Ruis is er niet meer, waardoor alles heel zuiver lijkt, maar dat verre van is. En context, ach, die is niet nodig in de Digital Galaxy, dat is iets van ver voor Facebook en Instagram.

In mijn ogen en naar de mening van veel anderen is het nog erger gesteld. Sociale media zijn er vooral om te zenden. Om aandacht te krijgen, ongeacht de boodschap. Sociale media zijn de grote queeste voor bevestiging van iemands bestaan. Fifteen minutes of fame uitgesmeerd over de secondes dat iemand online is.

Recentelijk hebben diverse mensen uitspraken gedaan over sociale media. Wat er mis mee is. Niet zozeer vanuit Russische inmenging in de westerse politiek, de verkoop van big data aan de hoogstbiedende, het plaatsen van nepnieuws, of vergelijkbare kwesties. Nee, over de invloed op de psyche en de sociale coherentie van de menselijke soort. In de volgende quotes (zie ook hier en hier voor de bijbehorende artikelen) over social media staat wat mij stoort aan sociale media:

“The short-term, dopamine-driven feedback loops we’ve created are destroying how society works.”

“[Social media] hook customer engagement through regular dopamine spurts.”

Vluchtigheid. Verslaving. Zintuigarme beleving van een werkelijkheid die geen werkelijkheid is, maar alleen op een scherm te zien is en die zonder smaak en geur is.

Het was een lange weg van mijn eerste schreden op internet tot de zogenaamde sociale media, maar die sociale media zijn niet meer dan de McDonaldisering van sociale relaties. Ik heb dan ook met een aangenaam gevoel afscheid genomen van met name Facebook en Instagram. Hoe dat voelt? Heerlijk. Soms zelfs opluchting. Ik heb die wereld van likes niet nodig.

Wat ik wel wil en heb: terug in het nu, het hier, bij echte vrienden, in de tastbare werkelijkheid.

Ver weg van de asociale media.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Toen ik van de sociale media vertrok 2

Ik heb dus een emotionele reden voor mijn aanstaande vertrek van Facebook. Maar er is meer. Vandaag deel 2.

Toen ik nadacht over het verlaten van sociale media (want ik vertrek niet alleen van Facebook), was er nog een setje zeer belangrijke redenen om te vertrekken. Die is deels te vinden in gebruik van data door grote bedrijven, en deels in het feit dat veel van de sociale media en de bedrijven die in relatie staan tot die sociale media – waaronder banken, verzekeraars en meer – nog veel te nonchalant om gaan met gegevens, maar ook met de beveiliging van data. Het moeilijke daarbij is: het valt zo slecht te controleren. Het is niet tastbaar, en het zit ook op zoveel plekken. Het is geen organisch verhaal.

Ik kreeg de afgelopen twee, drie jaar het gevoel dat zich op een bepaalde wijze de industrialisatie va de 19e eeuw zich herhaalde. Hoe? Destijds, 200 jaar geleden, kwam veel goederen beschikbaar voor veel mensen, voor veel mensen kwamen die goederen opeens beschikbaar omdat de productiekosten en daarmee de verkoopprijzen omlaag gingen, de kwaliteit ging er (hoewel slechts tijdelijk) op vooruit omdat gebruik werd gemaakt van standaardproductieprocessen. Maar elke menselijke activiteit gaat niet zonder zwarte bladzijden. Industrialisatie ging gepaard met vervuiling, kinderarbeid, eenheidsworst.

Mijn punt: elke menselijke ontwikkeling, elke menselijke vooruitgang gaat samen met tegenstellingen. En: bij elke van deze vooruitgangen werden de positieve kanten eerst benadrukt. Pas later, veel later, kwamen de schaduwzijdes aan de beurt.

Met de digitalisering is het niet anders. Het heeft vele mooie kanten. In deze digitale tijd kunnen we processen automatiseren. Zeker bij herhalend en geestdodend werk is dat fijn. Nog iets fijns: we kunnen ons werk opslaan (van creatieve tot wetenschappelijke uitingen, van handel tot productie, in feite kan alles worden bewaard op geheugens). We kunnen berekeningen uitvoeren die voorheen zo goed als ondenkbaar waren.

In al die zaken zit een zwarte kant. Want die zwarte kant is er. Bij sociale media zijn allerlei processen automatisch: wat je krijgt voorgeschoteld aan advertenties, welke muziek interessant zou kunnen zijn, tips wat je wilt zien qua films of eten bij een restaurant: dat komt allemaal voort uit algoritmes. Herhaling van wat een systeem al weet. Ik wil dat niet. Ik wil nieuwe gerechten, muziek, films, of wat dan ook ontdekken. En die ontdek ik door andere mensen. Het tweede: alles wat we doen op sociale media wordt bewaard. Je goede kant, je kwade kant. Die kunnen en zullen worden gebruikt. Voor of tegen je. Tot slot: van alles wat je doet op de sociale media worden berekeningen gemaakt. En daar kan aan verdiend worden: Want: Big Data means Big Business. Wie een zoekopdracht op internet doet (en niet alleen met Google: gebruik voor de verandering eens Duckduckgo…), zal al gauw de voor- en nadelen zien opgesomd. Oordeel zelf of je problemen hebt met de nadelen, of alleen de voordelen ziet en gelooft. Een van de grootste nadelen zit in de nauwelijks controleerbare en vaak ongecontroleerde verbanden tussen sociale media en grote bedrijven, vooral wanneer het om financiën (zoals creditcards), gezondheid, verzekeringen en andere voor mij belangrijke en niet deelbare informatie gaat.

Besef tegelijkertijd ook: veel van wat we doen op de sociale media lijkt gratis. Weet ook: gratis bestaat niet in de wereld van het kapitalisme. Je betaalt vaak op de een of andere wijze voor je diensten of goederen, en vaak meer dan de goederen in feite kosten. Commissie voor tussenhandelaren, reclame en marketingkosten, managerskosten, en ga zo maar door. Los nog van die kosten spelen bij de grote bedrijven aandeelhouders, winst maken, omzet, ROI, en meer een grote rol. Nogmaals: Big Data means Big Business.

Ik heb geen behoefte om die wijze van denken te sponsoren. Niet omdat ik tegen kapitalisme ben, maar omdat ik voor andere digitale denkwijzen ben. Voorbeeld: open source software.

To the point: ik heb keuzes gemaakt die mijn digitale leven zullen inperken. Weg van de sociale media is een van de keuzes. Wat ik online doe en hoe ik dat doe is daardoor veel minder doorzichtig voor buitenstaanders die geld verdienen aan mijn online zijn, en veel doorzichtiger voor mijzelf. Wat ik verder nog heb ondernomen, kun je me vragen, dat ga ik hier en nu niet uit de boeken doen.

Natuurlijk ben ik weer niet zo naïef te denken dat ik onvindbaar ben geworden. Dat zou wel heel erg naïef zijn. Wat wel het geval is: als je minder vaak op internet bent, ben je sowieso minder zichtbaar. Dus buiten het vertrek van de sociale media ben ik überhaupt minder online. Meer offline. De natuur in, mensen zien, een boek lezen, muziek maken met vrienden.

“Kom mee naar buiten allemaal…”

© Rick Ruhland 2018

Toen ik van de sociale media vertrok: Deel 1

 

Een paar weken geleden besloot een Nederlandse televisiemaker een oproep te doen. Hij stelde voor dat we allemaal van Facebook zouden weggaan. Zijn oproep was onder de noemer Bye bye Facebook. Als ik het goed heb, hebben zo’n 12.000 mensen gehoor gegeven aan zijn oproep: zij zijn van het sociale medium vertrokken. Zij zijn de televisiemaker gevolgd.

Ik ben niet geneigd te volgen. Omdat iemand zegt dat ik iets moet doen, is geen reden om juist dat wel te doen. Wat ook de argumenten zijn, het simpele feit dat iemand, met welke autoriteit ook, gaat roepen dat mensen met hem mee moeten doen, gruwelt mij aan.

Dat heeft er ook mee te maken dat ik zelf kan beslissen wat ik ga doen. Dat ik mij daarbij van argumenten en redeneringen bedien, is essentieel. Niet uit emotionele overwegingen een beslissing nemen, hoewel dat wel een onderdeel van mag zijn. Heus, als je emotioneel genoeg hebt van het leven voor een scherm, dan ga. Ga de wijde wereld in.

En eigenlijk is dat het eerste “argument”: ik vind de sociale media helemaal niet bijdragen aan een wereld waarin we meer contact hebben. Contact hebben is meer dan een plat scherm. Je gebruikt maar twee zintuigen als je “communiceert” via een toetsenbord en een scherm. De ander voelen, of ruiken, en misschien zelfs proeven kan niet, laat staan dat al de overige vijftien zintuigen meedoen.

Meer en meer merk ik dat Facebook (of Instagram) een plek is om te zenden. Ik plaats er links naar mijn weblog en naar mijn tweets, en nauwelijks meer dan dat. Ik like nauwelijks nog. Slechts in beperkte mate komt er iets van uitwisseling op gang of tot stand. Ik heb geen behoefte meer om te communiceren met anderen mensen daar. Een deel ken ik niet eens in het echt, dus face to face.

Facebook is een zo goed als leeg platform. Elke dag rijden er treinen langs, en als er een stopt, dan denk ik: ik wil die kant niet op.

Dus als Facebook vooral een zendplek is voor mij en nog maar zelden een informatieplek, zoals Twitter dat wel is, of een ontmoetingsplek zoals het echte leven, als ik de meeste tijd kijk naar filmpjes of foto’s die me nauwelijks interesseren, dan heb ik er niets meer te zoeken. Waar ik vroeger nog belde met een vriend of bij hem of haar langs ging, is veel van dat deel van mijn leven een digitale verplatting geworden. Ik merk dat ik terug wil naar fysieke ontmoetingen. Ik wil weer de gesprekken aangaan die er toe doen. Ik hoef daarbij niet geliket te worden, ik wil een ander niet hoeven liken. Ik wil uitwisselen, genieten. De confrontatie met leven an anderen aangaan.

Nog steeds vind ik het fijn als ik iemand op afstand kan bereiken. Dat kan ook: email, telefoon.

Eigenlijk is het hele Facebookgebeuren samen te vatten in niet meer dan likes. Daar zit ik niet meer op te wachten: noch het geven van, noch het krijgen van duimpjes. Egostreling van het McDonaldsniveau. Aandacht van het niveau ‘hamburger op een klef broodje’. Plat, smakeloos, snel. Hapsnap.

Ik wil slow food. Met een goed gesprek. Met muziek.

Ik wil contact. Facebook is dat niet meer. Als het dat ooit al wel is geweest.

Maar er is meer reden om weg te gaan bij dit platform. Vandaar:

Wordt vervolgd…

© Rick Ruhland 2018

PS En nu naar buiten, waar de vogels fluiten. Dudeljoho.

Facebook in real life

I admit. I am not a big fan of social media. I am a fan of my own blog, but that’s because I need to express and share my thoughts, my insights, my experiences. I do (or better: did) that on other media as well, but right here I have full control over what I want to say, how I want to say it. No restrictions. No daily chichatshit.

Till 2013, I had a Facebook account with my own name. I killed the account. I didn’t want to update on my life through Facebook, of Farcebook as I – most of the time – call this social media service (although I hesitate to use the term ‘service’), anymore. I wanted to see friends and other people, smell them, hear them, even touch them, and sometime even taste them. Facebook and other social media are just something extra. Real life is happening while you’re writing nonsense on the internet.

I am on Facebook though. I write stuff on the Facebook wall. I post my blog post there. I use Farcebook to inform people when we are on stage with my band. I try to connect to people I know and I don’t know. I use an alias, a pseudonym, a nickname, an alter ego. Because it’s not me on Facebook, but a part of me, or maybe it’s not even me, I don’t really care what Facebook is. If it really is. Put differently, facebook is not reality.

Okay, that was a long intro to post this video.

(c) Rick Ruhland 2015

Het einde van Facebook

Ik heb een jaar geleden besloten het boek van de gezichten, farcebook, te sluiten. Niet alleen vond (en vind) ik dat die website het contact tussen mensen vermindert, ik voelde ook een fysieke misselijkheid als ik weer iets postte op farcebook. Alsof ik een bericht stortte in het absolute niets. In een vacuüm van een digitaal zwart gat. Er is niets sociaals aan sociale media als farcebook. Sterker, het is de manier om geen enkele moeite meer te hoeven doen om met iemand te praten.

Je zult zien: voor we het weten delen we, als we ons nog buiten ons veilige huis wagen, kaartjes met teksten uit aan elkaar. Of laten thuis ingesproken teksten horen op onze telefoon. Als maar niet met elkaar gesproken hoeft te worden. Want dat betekent dat we echt moeten luisteren en reageren op wat een ander zegt.

Eenrichtingsverkeer op internet is prima. Ik schrijf graag op mijn blo, ik twitter. Eenrichtingsverkeer. Niks sociaals aan, hoewel af en toe lezers een bericht sturen, wat ik leuk vind, maar het is geen communicatie. Het is zenden. En wie echt wil, die schrijft iets terug. Maar het is geen communiceren.

Farcebook ging ten onder bij mij. Omdat ik het asociaal vond en vind om iemand iets te zeggen via een beeldscherm als ik verwacht dat hij of zij iets terug zegt. Kom langs en hef een glas met mij en zeg me wat je denkt. Deel me je verdriet en je geluk. Kom van dat scherm weg.

© Rick Ruhland 2014.

Check, check, dubbelcheck.

Als internet en de sociale media ergens goed in zijn, dan is het aanzwengelen van hoaxen. Halve en hele leugens en fabrieksels. Zo was er eerder dit jaar een prachtige photoshopfoto van New York en de storm Sandy, waarbij de Statue of Liberty natte voeten kreeg. Ook niet mis: Morgan Freeman is dood. Echt waar, want het stond op facebook en twitter. Voor meer hoaxen, zie bijvoorbeeld op deze site.

Het was weer raak deze week. Ik kreeg een mail met een hoax zo oud als Methusalem. De hoax hield in dat kaartenmaker Hallmark mails rondstuurt met een attachment met een virus (met daarbij de opmerking dat het tv-programma Kassa van de Vara er ook mee te maken had). Het bericht is al eerder ‘gedebunked’ (o.a. in 2008), maar toch krijgt het kans weer rond te waren. Eigenlijk om geen andere reden dan stomweg kopiëren. CHECK het bericht even, wil je?

En dan deze week: het facebook-pricvacy-bericht. Ik zag meerdere mensen dat bericht herposten. Terwijl al lang en breed te lezen was op internet dat het een soort kettingbrief was. In een lokale krant stond in de afgelopen week een berichtje over de hoax van facebook. Ik heb dat bericht gefotografeerd en op mijn facebookpagina gezet. Even wat tegengas geven.

Wat mij opvalt, is dat niemand even controleert wat er van dat verhaal waar is. Of er iets op internet te vinden is. Niet dat het bericht dat ik op mijn facebook-pagina perse waar was (immers, je kunt op diverse sites, die met andere bronnen werken, ook lezen dat het privacy-verhaal kul was). Dat mensen zonder academische opleiding dat niets controleren, dat verwacht ik. Maar de tweede natuur van iemand met een master van een of andere opleiding moet toch eerst even kijk of een bericht geen blabla is. Van een master of science of een doctor in weet ik veel wat mag je op zijn minst terughoudendheid en een ‘check-check-dubbelcheck-mentaliteit’ verwachten.

Het vervelende is namelijk dat niets meer controleren een bijdraagt aan de steeds groter wordende domheid in deze wereld. Kijk even of het waar is wat je leest. Flikker niet alles meteen op internet, waarmee je niet zozeer mensen op het verkeerde been zet of paniek aanjaagt, maar vooral jezelf te kijk zet. Heb je hersens? Gebruik ze dan even. Check of je paniekbericht waar is.

En val mij alsjeblieft niet lastig met dat paniekvoetbal. Grom.

(c) rick ruhland 2012.