Small talk, big talk

Op een feestje:

Hij, in pak: ‘Goedemiddag, u bent de enige die ik nog niet ken. Bent u de collega van Jan?’

Zij, in een onesie: ‘Natuurlijk neukt niet iedereen met zijn moeder. Dat zeg ik ook helemaal niet tegen jou. Maar dat betekent nog niet ik dat een collega van Jan ben.’

© Rick Ruhland 2020

Heengaan is geen onschuldige seks

‘Gaat heen en vermenigvuldigt u!’ Ik hoor mensen dat wel eens gebruiken, en heus niet alleen relirakkers. Die uitroep is echter bijzonder onsmakelijk.

Laat me verklaren wat er mis mee is. Ik heb er om twee redenen een probleem mee. Ten eerste, wie heengaat, of als je liever een spatie wilt, wie heen gaat, is aan gene zijde terecht gekomen. Die heeft het loodje gelegd. Heen gaan is creperen, de pijp uitgaan, doodgaan, expireren, heengaan, het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen, inslapen, insluimeren, ontslapen, overlijden,  verrekken, versmachten (met dank aan de vele synoniemenlijsten op internet en de papegaai-inspiratie van mijn helden van Monty Python).

Dood dus.

Vermenigvuldigen is in de genoemde uitroep niets anders voortplanten. Punt uit.

Nou, wie dood is, lukt het niet om zich nog aan seksuele uitspattingen over te geven. Laat staan voor nageslacht te zorgen.

Nu mijn punt: ben je toch van mening dat vermenigvuldigen een optie is, met andere woorden dat seks hebben, neuken etc. etc. (niet alles heeft de noodzaak van veel synoniemen), terwijl door mensen heen gegaan wordt of is, dan snap je niet helemaal hoe voortplanting werkt.

Erger: het enige wat lukt, is neuken met een dode. Is dat de feitelijke kern van de oproep? Seks hebben met een dode?

Als je even nadenkt, dan is zo’n oproep feitelijk en stiekem een aansporing tot necrofilie.

© Rick Ruhland 2019

Een doorwaadbare plaats: 7. Neuken

Denk ik aan mijn geboortestad, dan word ik niet geil.

Dat, geil worden, is wel zo geweest. Maar niet door de stad. Geil word je als puber vanzelf. Daar heb je weinig voor nodig. Ok, het helpt als je vrouwelijke huid van dichtbij ziet. Dat kan ook op een plaatje, zoals op de seksblaadjes die iedere vader of moeder in die jaren ergens onder een stapel onderbroeken verstopt had. Alleen dat al maakt seks en neuken en verlangen voor een puber in de jaren 70 tot een spannender en geiler gebeuren dan een jongen die nu opgroeit met internet. Want seks, het andere geslacht, seks, wordt pas echt groots en een compleet genieten als je het verlangen ernaar niet meteen kunt omzetten in bevrediging.

De stad waarin ik opgroeide kende in die jaren van mijn jeugd een enghartige mentaliteit die zich op het gebied van genot, van uitstapjes, van andere werelden ontdekken. Wat God geschapen had, moest de mens niet veranderen. Trek je een lijn van Zeeland naar Groningen, dan zie je een lijn, een diagonaal van zuidwest naar noordoost, die zich ook wel de Dutch Bible Belt laat noemen. Halverwege die lijn, in de doorwaadbare plaats, en halverwege mijn leven in die plaats, werd in het kind dat ik was, De Man schreeuwend en verlangend wakker. Eerst alleen nog maar fysiek, in mijn uiterlijk: er verscheen haar onder mijn oksels, op mijn borst, rond mijn geslacht. De eerste seksueel getinte momenten kwamen voorbij. Ik kreeg interesse in vrouwen; eerst nog als wezens met lichamen die anders begonnen te worden (borsten! heupen!), met monden die ik wel wilde zoenen, en  al snel was het meer dat ik wilde.

Toen ik de lagere school verliet, dus toen ik net twaalf jaar oud was, begon ik aan de middelbare school. Geen idee wat ik zou verwachten, geloof ik. Toen en eigenlijk nu nog steeds leefde ik erg in het hier en nu, en veel in mijn hoofd. Maar ik ken ook de buitenwereld en de mensen die daar in leven en die zijn blij als je doet wat iedereen doet. Na de zomer deed ik wat van mij verwacht werd (om anderen te plezieren en geen gezeur aan mijn hoofd te hebben): ik ging braaf boeken halen, ik ging me braaf voorbereiden op school en ik ging braaf op brugklaskamp. Dat is de ene kant van de medaille van de middelbare school. De andere kant was dat ik deed in dat eerste jaar en de jaren erna wat uit mijzelf kwam en wat ik mijzelf toestond en soms zelfs verwachtte: uitzoeken wat ik leuk vond en doen wat ik leuk vind. En ik deed wat anderen niet deden. Dat alles geldt nog steeds, en dat begon in die tijd.

Scherper gezegd, dat begon in dat brugklaskamp. Wij kinderen van goede huize fietsten naar een camping niet ver van de school. Op die camping stonden een handvol grote tenten waarin per tent tien a twaalf kinderen konden slapen. Er waren jongens- en meisjestenten en er was een tent voor de leraren. Overdag deden we speurtochten en spelletjes, alles in het kader van elkaar leren kennen. ’s Avonds mochten we doen wat we wilden, maar tegen bedtijd moest de geslachten uit elkaar gehouden worden.

De leraren kamden elke tent uit op zoek naar het verkeerde geslacht in de juiste tent door te controleren met het venijnige licht van een zaklamp.

Ik kroop weg in de slaapzak van het meisje waar ik naast was gaan liggen. Ook zij wilde niet dat ik ging, want zij deed haar uiterste best om mij te verbergen. Ik had eigenlijk niet goed gekeken naast wie ik lag, maar ik lag tussen meisjes die begonnen te krijgen waar jongens met hormonen naar snakken: natte volle lippen, borsten, heupen om vast te houden, schaamheuvels. Toen de leraar was verdwenen en waarschijnlijk goedgelovig van mening zijnd dat de wolven van de lammeren waren gescheiden, werd het stiller in de tent met een dozijn meisjes. Heel voorzichtig zochten mijn lippen haar mond, en haar lippen mijn mond, en zo begon een zoenpartij die zijn weerga niet kende en kent. Mijn hele puberteit heb ik niet meer zo intens vochten uitgewisseld, met een vanzelfsprekendheid die ik nog zelden zou ontmoeten. En daar bleef het niet bij: ik weet niet meer hoe maar op een gegeven moment draaide zij zich om en ik hield haar vast. Mijn handen schoven onder haar nachthemd, haar nachthemd schoof uit, en zo streelden mijn vingers de kleine borsten van een – wat een dag later bleek – opwindend mooi Indonesisch meisje. Ik was ‘over the moon’. Ik wilde meer. Mijn handen gingen over haar maagdelijke buik naar de rand van haar slip. Maar daar werden ze tegengehouden. Verder mocht niet. Na een keer of zes aandringen hield ik het voor gezien. Ik moest accepteren dat mijn knalharde lul me uit mijn slaap zou houden en dat mijn vingers nog niet tussen schaamlippen onder beginnend schaamhaar zouden glijden en ik nog niet zou weten wat het was om nat en warm en glad vrouwenvlees te voelen. Het gekke is: ik heb haar niet naar die erectie geleid. Niet haar handen gepakt en die op mijn lul gelegd.

Onervarenheid was de grootste hinderpaal. Achteraf weet ik wel dit: ik was klaar voor seks. Ik kon gaan neuken.

Het gekke is wel dat ik vanaf dat moment (ik was twaalf jaar) misschien wel eens voorlichting had mogen krijgen. Bloemetjes, bijtjes, voorbehoedsmiddelen. Misschien ook nog iets over liefde, trouwen, en weet ik wat. Maar nee, mijn ouders hadden geen sjoege van hun zoon (mijn broer heeft volgens mij nooit een vrouw gezoend laat staan geneukt, en misschien was hij wel homo, dus vul voor ‘vrouw’ eventueel man in) en zijn klaar zijn voor het geile werk. Ik was klaar voor de porno in mijn leven. Die kende ik tot dat moment alleen maar uit boekjes als Chick en Candy, en daar moest ik het nog vier jaar mee doen. Zoenen deed ik nog wel, verlangen deed ik nog meer, maar naakte borsten zou ik pas weer vasthouden op mijn 16e.

De verlangens die op mijn 13e bij C. begonnen (zie Zwemmen 2), die mij vreselijk vleselijk opwonden, kregen drie jaar de tijd om tot kolossale geilheid op te groeien. Ik keek maar wat graag naar vrouwen, maar in die eerste jaren van mijn puberleven was alle transitie alle overgang van een kind naar een man zo groots, zo meeslepend dat ik me niet kon focussen op die acties, die handelingen die me hadden geholpen de seks op alle details te onderzoeken.

Gelukkig kwam het zo ver toen ik zestien was, de eerste manisch-depressieve periode aan het afzwakken was en ik had geaccepteerd dat ik een jaar over zou doen op school. Juist toen vroeg ik een meisje verkering. J. In de eerste maanden zoenden we vooral, hielden we elkaar hand vast, we kletsten, schuchter is misschien wel het woord. Na nog geen jaar hadden we ontdekt dat het toch wel heel nodig was met onze vingers in het ondergoed van de ander te zijn.

Het werd een geile zomer. Op de gang voor ik naar huis ging (terwijl haar ouders of zus elk moment binnen konden komen om naar de wc te gaan) zoenden we elkaars lippen aan gort. En steeds vaker ging de rits open en de hand naar het geslacht.

Het kon niet uitblijven: er moest een moment komen dat haar schaamlippen mijn lul zouden omarmen. Het gebeurde in haar kamer, op een woensdag in 1983. We hadden samen gekookt (nasi goreng), we hadden Bach opstaan en zonder te spreken liepen we naar haar kamer (waar we nog ooit eerder geweest waren zonder kleren). Zonder te spreken ontkleden we ons en midden in de kamer, op de grond, kwam ze op mij zitten. Ik was geen jongen meer, en ik wist: dit gaan we dus zo vaak mogelijk doen.

Vanaf die tijd was de seks een deel van de verkering. Hoe vaak wij niet eindigden in de werkkamer van haar vader. Naast de piano, tussen de boeken muziektheorie.
Ik leerde haar te penetreren alsof het de normaalste beweging van de wereld was. Het was voor haar en voor mij, ook al spraken wij er nauwelijks over, de meest aangename bezigheid laat op de avond. Dat het zo normaal was, vind ik achteraf tamelijk bijzonder. Zij was een buitengewoon intelligent, cognitief wezen, en toch durfde zij zich over te geven aan de seks. Ook pijpen was geen banale bezigheid voor haar. En: ze liet zich maar wat graag beffen. Toen in latere jaren het heel normaal werd schaamhaar af te scheren, ging ik missen wat ik destijds zo waardeerde:  die lichte geur van urine en geil in schaamhaar.

Schaamhaar is een fijne herinnering aan alle orgasmes: hoe haar geil zich als druppels in de haren openbaarde, en hoe ik dan mijn zaad daar boven op deponeerde. Klaarkomen op schaamhaar, wat een genot. Maar ook: wat een spelen met vuur. Want dat was ook mijn seksjeugd: spelen met vuur. We hadden seks zonder condoom.

Ik durf te beweren dat ik een goede neukjeugd gehad heb. Ik had misschien wel eerder willen beginnen. Niet eens om het eerder, maar omdat ik meer had gewild. Daarom raad ik alle kinderen vanaf een jaar of twaalf, dertien, veertien aan zoveel mogelijk de seks te verkennen. Doe het wel voorzichtig, gebruik voorbehoedsmiddelen.

Sterker, ik zou het volgende idee willen opperen:

Sekskamp!

Dat houdt in dat elk kind de gelegenheid krijgt om op je vijftiende of zestiende een neukstage loopt. Verken het lijf van een ander. Iedereen moet er aan meedoen, alle geloven, alle sociale lagen van de samenleving.

Wil je niet, dan moet je verplicht een instrument leren spelen. Dat is namelijk ook een vorm van seks hebben, van verleiding. Dat ik gitaar ben gaan spelen op mijn twaalfde, had te maken met muziek zelf, maar het was ook de manier om de vrouw die mijn vingers over de snaren zag razen te verleiden.

Ik hield mij voor dat zij mijn spel zou zien. Van vingers die over snaren jagen. Hoe fijnbesnaard ik zelf ben. Ik dacht dat zij zou denken: wat hij met snaren kan, kan hij ook met mijn clitoris.

Ik zou veel baat bij een sekskamp gehad hebben, op mijn twaalfde. Misschien was ik dan wel geil geworden, niet alleen in maar ook van mijn geboorteplaats. Tegelijkertijd: was ik dan wel al die andere vrouwen uit andere steden en landen tegengekomen?

© Rick Ruhland 2019

Brieven Aan Koning Therapeut 21

Ben jij wel eens verdrietig? Ben jij wel eens intens verdrietig? Kun jij je überhaupt voorstellen hoe het is om zo verdrietig te zijn dat je hele bestaan bezwijkt?

Nee, dat vermoedde ik al. Dat kun je niet. Eigenlijk kun je dan slecht hulpverlener zijn. Hooguit kun je mensen helpen via een omweg.

Maar ongelukkig zijn, nee daar snap je niets van. Echt helpen kan dan ook niet. Jij wil alleen maar neuken met je patiënten.

© Rick Ruhland 2018