Een doorwaadbare plaats: 6. Zwemmen 2

Zwemmen is een bezigheid die niet alleen met overleven te maken heeft. Zwemmen is ook plezier, vooral als dat zwemmen buiten is. Buiten zwemmen betekent aangename temperaturen, buiten zwemmen betekent afkoeling, buiten zwemmen betekent zomer (ik tel de idioterie van ’s winters de zee in duiken bij wijze van nieuwsjaarsduik niet mee).

Buiten zwemmen is voor mij pas goed begonnen in een vooroorlogs openluchtbad. De warme zomer van 1976 is daarbij het anker waaraan mijn goede gevoelens van zwemmen in de open lucht hangen. Een hete zomer, en ik heb net anderhalf jaar eerder mijn A en B diploma gehaald, dus met mijn jaarabonnement ben ik bijna dagelijks in het bad te vinden.

Wat doe ik in het openluchtbad? Baantjes zwemmen? Ben je gek! In het water, uit het water. Bommetje. 1-meterplank, 3-meterplank. Duiken naar de bodem. Ik was vanaf het begin een vis in het water. Het moet ook die zomer zijn geweest dat ik zintuiglijk wakker werd. Dat ik zintuiglijk uit mijn kindertijd los kwam.

De belangrijkste zintuiglijke ervaring was misschien wel het visueel bewust worden van meisjes. Ik keek maar wat graag naar die wezens die rond hun borsten een extra stuk stof hadden. Bij de meeste meisjes van die leeftijd, 10 a 11, was dat nog volslagen overbodig. Maar die meisjes die mijn aandacht opeisten, begonnen al datgene te krijgen wat een jongen van die leeftijd met veel testosteron in de dop buitengewoon nieuwsgierig maakte, zoals bredere heupen en kleine borsten in kleine bikini-bh’tjes. Het zou niet lang meer duren voor ik het eerste meisje zou zoenen, maar dat was die zomer nog niet aan de orde.

Ik keek alleen maar. Verder was ik niet veel meer aan het doen dan zwemmen. En na het zwemmen: tweekleurige druivensuikerlollies eten. Lolly’s met een boven- en onderdeel, met twee verschillende smaken. Als ik meer honger had, en de geur van heet vet en gebakken snacks trok mijn aandacht (en dat was bijna elke dag dat ik zwom), dan at ik een frikandel met een flinke klodder mayonaise. Hoewel ik zulk eten nauwelijks meer eet, vraag ik mij nog steeds af waarom ik dat zo lekker vond. Ik geef mijn moeder de schuld: als kind geboren net voor de oorlog had ze in haar eerste jaren niet genoeg eten en als ze na de oorlog de kans had veel, vet en goedkoop eten te verorberen, dan deed ze dat. Ik ben genetisch verpest, en mijn opvoeding van goedkoop en veel en vaak vet eten was ook niet behulpzaam.

De eerste periode van zwemmen in het buitenbad had een eindpunt, ofschoon ik nog jaren in dat zwembad kwam. Die periode werd afgesloten in de juni voor ik naar de middelbare school ging. Voor mijn gevoel was het een abrupt eindpunt. Ik was wederom in het zwembad, dit maal met mijn moeder en broer. Het was vroeg in de avond, en we koelden wat af. Ik deed daarbij natuurlijke de clowneske dingen die ik altijd deed in het zwembad. Ergens die avond sprong ik als een dwaze in het ondiepe en trok mijn knieën op. Sneller dan gedacht waren mijn voeten op de bodem. Met een lugubere klap sloeg mijn onderkaak op mijn rechterknie, en snel daarna sloegen mijn boventanden op de stilstaande onderkaak. Ik zag sterren, ik was even van de wereld. Toen ik terug kwam, proefde ik stukjes tand in mijn mond. De paar dagen erna had ik een beurse kaak, maar dat was het minste dat in het verschiet lag. Een jaar later, tijdens de tweede of derde vakantie in Bottenhorn, Duitsland (die vakanties lijken allemaal op elkaar), kreeg ik helse pijnen in mijn kaak. Mijn ouders brachten mij naar een arts, enkele tientallen kilometers verderop. Hij schreef een paardenmiddel voor, antibiotica die na twee pillen al het gewenste effect gaven. Om dit verhaal hier even snel af te maken (die verhaal is veel groter want het heeft me een groot deel van mijn leven bezig gehouden): achteraf bleek dat mijn vier ondertanden allemaal stuk waren na die klap en dat ik jaren later een geheel nieuwe set snijtanden (in de vorm van kronen) in mijn ondergebit kreeg.

In de jaren na de lagere school zwom ik nog steeds. Ik was inmiddels gestopt met reddend zwemmen, en als ik nog in het zwembad kwam, dan was dat in de zomer.
In die jaren van de middelbare school zwom ik steeds vaker met mijn oog op de meisjes in het zwembad. Het kon niet uitblijven. ik denderde de pubertijd in! Ik kreeg erecties tijdens schooltijd (terwijl de meester voor zich uit kletste, zorgde ik zelf voor een lichte bevrediging door met een wijsvinger over mijn dieppaarse eikel te strelen die net boven de rand van mijn corduroy broek uitstak), mijn kruis kreeg schaamhaar en op mijn kin groeide baardharen, en ik was nou niet bepaald een scharminkel met mijn door het zwemmen gespierde en brede lichaam. Mijn lijf was klaar voor seks. Ik werd geil van nauwelijks iets. Wat de geilheid versterkte: de meisjes in zwembaden waren steeds minder meisje en steeds meer vrouw.

Een van deze meisjes in transitie was de Duitse C.. Zij kwam uit het Roergebied, en ook zij vierde met haar ouders een paar jaar lang vakantie in het reeds genoemde Bottenhorn. Dat is een dorpje in het midden van Duitsland, in de bondsstaat Hessen. Mooie omgeving om te wandelen, veel steenhouwerijen, veel bronnen van riviertjes als de Lahn, Sieg, Dill, Aar, Eder. We sliepen in Pension Becker; het huis is geen pension meer, het is inmiddels verkocht en alleen nog op ansichtkaarten (op internet te vinden) is nog een afbeelding te zien van het pension.

C. was net als ik een jaar of 13 toen we in die bosrijke omgeving met ons gezin vakantie vierden. Het pension was niet bijzonder, maar het eten was goed, ze hadden een grote tuin en: een semi-overdekt zwembad. Semi wil zeggen: het zwembad zat driekwart in de grond, en het had een dak dat open kon. Dan kon je uit het zwembad klimmen en in de tuin in het gras liggen. Ik heb dat dak weinig omhoog gezien. Het was ook geen groot zwembad: misschien een meter of 8 lang en 4 meter breed. Vaak was het rustig in het zwembad, en was dobberen het enige wat er viel te doen.

Op een van de vakantiedagen (het was het jaar na de onfortuinlijke sprong in het ondiepe waarbij ik mijn snijtanden in één klap stuk maakte) waren zij en ik in het zwembad. Verder was er niemand. We zwommen, kletsten ins Blaue hinein, deden heel gewoon. Maar de wijze waarom we keken en het besef dat we wel spraken maar nog meer niet zeiden, dat was goed voor zinderende erotiek die ik niet eerder had gevoeld. Ik was niet geheel onbekend met meisjes, ik had op dat moment al vier meisjes gezoend, ik had borsten gestreeld, maar dat was steeds met anderen erbij. Dit was nieuw: C. en ik waren met ons tweeën. Man, wat was ik opgewonden. Ik wilde zelfs niet het water uit. Bang dat zij zou zien HOE opgewonden.

Toen we uiteindelijk gingen omkleden, ben ik – denk ik, heel precies weet ik het niet meer – met een handdoek in mijn handen, nonchalant voor mijn kruis houdend, naar de omkleedruimte gegaan. Zij kleedde zich om in de kleine kleedkamer, ik op de wc. Toen ik naakt daar stond, kwam ik niet van de erectie af, anders door beide handen om de inmiddels keiharde lul te sluiten en flink over van ballen tot eikel te wrijven en het zaad te laten gaan.

Nee, ik heb haar nooit gezoend of zelfs maar aangeraakt. Zo gaat dat met geestvernauwende geilheid en zich voor het eerst openbarende verliefdheid.

Niet veel later, ik was net 16 geworden, kreeg ik mijn eerste verkering. Zij, J., kwam uit een cerebraal gezin. Kunst, muziek, kennis stonden voorop. J. was daardoor vol van kennis en feite en liefde voor muziek. Dat trok me dan ook erg in haar aan. Toen we een half jaar verkering hadden, begon naast het voorzichtig zoenen en handje vasthouden ook het opzoeken van elkaars lichaam. Niet alleen thuis, in de gang of later in de werkkamer van haar vader, maar ook (en dat verbaasde mij) in het openluchtzwembad. We zoenden elkaar zo geil in het diepe water, met verder niks aan dan zwemkleding. Onze lijven drukten hard tegen elkaar, en mijn hand gleed in haar zwembroek, en mijn vingers drukten tussen de hete schaamlippen in het koele water… Ik kwam er bijna van klaar. Bijna onbeschaamd hoe geil we waren en ons niet van wie dan ook aan trokken. Nog meer, gezien het feit dat ze schijnbaar iets preuts over zich had. Nog steeds verbaas ik mij over het gemak van de geilheid in het zwembad. Het gemak waarmee zij toestond dat we elkaar wild opgeilden.

Ik heb beide vrouwen, C. en J., nooit meer gezien na mijn tijd in de doorwaadbare plaats. Maar ik dank ze nog steeds. Dat C. met mij in dat zwembad een spelletje van bijna naakte lijven en smachtende blikken wilde spelen. En J. bracht nog meer in mijn leven; ik kwam voor het eerst in het bijzijn van een ander klaar (zie het verhaal Neuken, dat eind 2019 zal worden gepubliceerd), in een buitenwijk in dat geboortedorp, dat toch echt een gat was, een klein burgerlijk en klein-christelijke gemeente die – als het ware – een kuisheidsgordel droeg, maar pronkerig rondliep in de bontmantel van een stad. Ik dank beide meisjes tot op vandaag de dag dat zij, die meisjes van toen, mijn eerste geilheid wisten op te roepen en te beantwoorden. Dat zij in het zwembad hun bijna naakte lijf lieten bekijken.

Pas jaren later, toen ik nog sporadisch in mijn geboorteoord was, heb ik geneukt in het water, in de zomer, buiten. Dat was met M. in de Hoornse plas, niet ver van de stad Groningen. Het was een hete zomer, vol drugs, drank, seks. De studie die ik deed lag op zijn gat. Alles was gericht op genot. En wat ik al had willen doen, al toen ik elf jaar was en in het zwembad van het reddend zwemmen met het blonde meisje zoende en niet verder kwam dan zoenen, of later met J. die zich wel liet vingeren in het water maar die ik niet neukte, dat ging nu gebeuren. Ik had seks  in het water, buiten, bij mooi weer. En hoe: draaikolken omsloten ons terwijl wij ons niets aantrokken van mensen die ons die dag, vroeg in de avond op die warme julidag, konden zien en horen.

Want die seks moest. Jezus, wat moest die geilheid zich een weg naar buiten vinden en in haar naar binnen. Eindelijk, eindelijk sloot ik mijn kleine jeugd af. Eindelijk was zwemmen in een zwembad niet meer nodig.

Misschien dat ik zo dus een goed gevoel bij seks heb. Wat begon met ontdekken van monden, borsten en schaamlippen, werd uiteindelijk geilheid en seks die in mijn geboortedorp en tot ver daarna steeds genieten was, een constant ontdekken.

De basis van mijn leven, dus:

Ik en genot, ik en ontdekkingen.

© Rick Ruhland 2019

Advertisements

Brieven Aan Koning Therapeut 21

Ben jij wel eens verdrietig? Ben jij wel eens intens verdrietig? Kun jij je überhaupt voorstellen hoe het is om zo verdrietig te zijn dat je hele bestaan bezwijkt?

Nee, dat vermoedde ik al. Dat kun je niet. Eigenlijk kun je dan slecht hulpverlener zijn. Hooguit kun je mensen helpen via een omweg.

Maar ongelukkig zijn, nee daar snap je niets van. Echt helpen kan dan ook niet. Jij wil alleen maar neuken met je patiënten.

© Rick Ruhland 2018

Een doorwaadbare plaats: 3. Zwemmen (1)

Als rechtgeaarde Nederlander leerde ook ik zwemmen. Dat hoort bij de Nederlandse opvoeding. Ons platte land met sloten, beken, meren, plassen, vijvers, kanalen: je overleeft beter, meer, vaker, als je kunt zwemmen.

Hoewel ik het nooit zo gemerkt als jongetje, is water een bedreiging. Het is geen natuurlijke habitat. Wie in het water ligt, wie drijft, wie zijn hoofd boven water houdt: hij overleeft. Maar ten onder gaan is zo gebeurd. Je moet echt aan het werk wil je boven water blijven. Het is een best angstige omgeving als je niet kunt zwemmen. Ik heb nooit een angst voor water gehad, voor zover ik mij kan herinneren, terwijl ik ergens toch een angst heb moeten overwinnen. De angst van het ten onder gaan, van niet meer kunnen ademhalen. Van het uitstellen van verdrinken. Dat is voldoende motivatie te willen blijven drijven.

Als terzijde: ik vermoed dat ouders hun kroost niet wil (laten) leren zwemmen om de reden dat zwemmen zo leuk is, maar omdat het belangrijk is voor het overleven.
Laat mij dat even heel duidelijk in het centrum van de aandacht stellen: zwemmen is zeer leuk. Voor mij wel. Ik duik nog steeds met veel plezier zwembad of rivier of zee in. In mijn stoutste dromen heeft dat de geilste reden van alle redenen: bijna naakt en zonder sociale weerstand samen zijn in het water waar wij vele miljoenen jaren uit zijn ontsnapt. Back to the roots van ons menszijn. Geen schaamte (bijna dan, want helemaal naakt zwemmen is toch voor veel mensen te stap te ver). Geen kleren (bijna dan, want die zwembroek of bikini moet aan van de samenleving).

Ja, ik denk echt dat wij ons in water willen begeven omdat het een omgeving is waarin we weliswaar niet kunnen ademen, maar als water ons omsluit, verdwaalt onze geest weer in de prehistorische herinnering; met andere woorden, ‘in water zijn’ wordt door onze geest herkend als een moment dat verre voorouders als ‘natuurlijke habitat’ had. Ik denk dat het nog verder gaat: we voelen ons thuis in water als herinnering aan ons meest oorspronkelijke moment. De tijd van ons leven in de baarmoeder.

Voor wie nu roept: is dat niet wat ver gezocht? Natuurlijk, het kan vergezocht zijn, maar dat is het punt niet. Het is een mooi verhaal. Mooi startpunt. Voor nu: meer niet.

Maar de waarheid van mijn goed voelen is veel banaler.

Wat zwemmen voor mij het allerfijnste maakt, in minder filosofische en psychoanalytische zin, en meer in praktische zin is dat water minder zwaar maakt. Dat doet mij goed voelen. Zwemmen maakt niet gewichtsloos, maar wel veel lichter. Bewegen gaat dan weliswaar moeilijker, want lucht geeft minder wrijving, maar hangend, drijvend in het water is het hele lijf bijna licht. Het lichaam voelt veel minder de zwaartekracht.

De tweede reden van mijn goed voelen begon in de hete zomer van 1976 (zie ook het verhaal Zwemmen 2). Ik had twee jaar eerder, op mijn achtste, in een maand tijd zowel diploma A als B gehaald. De foto’s van die tijd laten een onschuldige ik zien die samen met ca. tien kinderen die op de rand van het ondiepe badje in het Stilo-zwembad zitten. Ik herinner niets van die zwemlessen, behalve dat er dus die foto bestaat van mij en een vriendje. De rest van de kinderen zegt me niets. Wie weet woonden ze toen bij mij in de wijk, of wonen ze nu bij mij in de straat. Ik leerde dus zwemmen en ik vond het leuk. Sterker, kunnen zwemmen terwijl de zon die zomer op Nederland neersloeg, dat was een stukje hemel.

De derde en de wellicht belangrijkste reden van mijn zwemgenot gaat aan dat alles voorbij. En dat heeft met het woord genot zelf te maken. Na mijn diploma’s a en b bleek ik een goed zwemmer te zijn. Ik wilde dan ook meer. Dat meer kreeg ik in de vorm van vier jaren en vier diploma’s reddend zwemmen. Pop duiken, een onwillige drenkeling naar de kant brengen (die, mocht de drenkeling de redder in nood in gevaar brengen en onder water trekken, met een klap flinke k.o. mocht worden geslagen…), vele meters maken, met een reddingstouw of -boei gooien, allemaal goed. Elke donderdagavond fietste ik door de stad naar het Stilo-bad; Stilo staat voor STIchting Lichamelijke Oefening. Het bad, het eerste overdekte zwembad in Zwolle (geopend: 1933) dat tot doel had de lichamelijke oefening van de ‘mensch’ te stimuleren, was van een vooroorlogse kwaliteit. Hoekig, veel wit, veel glanzende plavuizen en witte buizen. Nieuwe zakelijkheidsarchitectuur, een beetje Amsterdamse School. Om een idee te krijgen (foto’s zijn van Henriet Kornelis). Dit zijn foto’s van vlak voor de sloop in 1991. Op de eerste foto hangt achterin de hoek een tegeltableau, een kunstwerk dat was gered en in het Hanzebad in Zwolle heeft gehangen. Kunsthistorisch had het tableau weinig waarde en inmiddels is het vernietigd.

csm_zwolle-138_3104d05b20

csm_zwolle-140_06db6bfec2

In dit STILO-zwembad leerde ik zwemmen. Maar dat niet alleen. Hier werd ook de man in het jongetje gewekt. In de laatste jaren van mijn reddend zwemmen, ik was 11 a 12, werd het leven spannender. Een paar van mijn medezwemmers, een lang, dun meisje met donker haar en kort, stevig meisje met blond haar, en een jongen die ik mij verder niet herinner behalve dat er nog een jongen was, zag ik toen steevast in de fietsenstalling. Wat ik daar deed? Roken. Kletsen. Puberaal gedrag, ook al was ik pas 11 of 12. Dat puberale gedrag nam een keer half-seksuele vormen aan doordat ik in de ruimte voor de kleedhokjes…,

Hier dus:

csm_zwolle-143_8460900e0d

… supergeil tongzoende met de blondine, met om ons heen allerlei kinderen met hun ouders die afkeurend keken naar de geile stoot en mij en wij elkaar volstopten met elkaars spuug.

Ik voelde geen enkele schaamte, toen al niet. Als ik de kans had gezien, in het zwembad en na dat zoenen, dan had ik haar geneukt in het diepe. Ja, ik was pas 11. Maar ik was er klaar voor. Helaas letten de badmeesters, onze docenten zwemmend redden reddend zwemmen, iets te goed op om daar echt werk van te maken.

Het zwembad is inmiddels gesloten en gesloopt. Er staan nu lelijke appartementen en alleen de naam van de straat, de Stilobadstraat, herinnert aan het feit dat daar bijna 60 jaar een zwembad heeft gestaan. Voor mij is dat bad een van die plekken waar bijna naakte meisjes, ontluikend en lustopwekkend, met mij ronddreven, en die ik vast mocht pakken als onderdeel van leren reddend zwemmen. De kopgreep, de polsgreep, de schoudergreep, die had ik vrij snel onder de knie. Saai.

Maar een greep deed ik graag en steeds weer: de zeemansgreep. Zeker bij meisjes mijn favoriet. Met mijn arm onder haar oksel door en haar pols vasthouden terwijl mijn onderarm op haar ontwakende borsten leunde.

Zwemmen is geilheid. Terug naar de baarmoeder, terug naar het vruchtwater.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 15

Beste B.,

Mijn vriend slaapt niet al te best. Nou is dat niet het ergste, want hij lijdt er niet onder.

Wat wel een probleem aan het worden is, is het volgende. Hij heeft vaak last van slaapwandelen en sinds een jaar of twee, vooral tijdens de zomermaanden, wil hij seks in zijn slaap. Dan drukt zijn hard geworden penis tegen mij aan. De eerste keer dacht ik dat hij wakker was en seks wilde, dus ik opende mijn vagina en duwde hem naar binnen, maar toen werd hij wakker en voelde zich beschaamd. Ik ook, trouwens.

Ergens in het vroege voorjaar, ik kon niet slapen en bedacht erotische verhalen, was zijn lul daar weer. Hard en warm. Ik heb die nacht een uur lang seks gehad, en ben nog nooit zo zalig klaargekomen.

Hij heeft nu bijna elke nacht een snoeiharde erectie. Ik blijf er zelfs voor op. Ik wil eigenlijk geen gewone seks meer.

Dit gaat nou al maanden zo.

Nou, dat wilde ik even melden. Nou ja, hij is ook niet blij met zijn seksuele escapades, dus voor hem is er een probleem, en hij moet niet wakker worden tijdens het nachtneuken. Want dat is slecht voor zijn zelfvertrouwen en we krijgen dan vaak ruzie. Ik vertel hem dus niet dat hij nog steeds slaapsekst.

Ik heb geen probleem, ik vind mijn ervaringen gewoon geil en dat moest u even weten.

Nelleke.

© Rick Ruhland 2018

Brieven Aan Koning Therapeut 14

Beste B.,

U bent blijkbaar sinds kort ook psychiater voor kinderen en van kinderen. Wat bent u bijzonder!

Mijn kind wil niet mee eten. Ik heb hem al zo vaak gezegd dat hij moet mee-eten. Ik ben echt aan het eind van mijn latijn. Ik weet niet meer wat te doen. Mijn twee eigen psychiaters zeggen dat het over gaat en dat hij honger moet lijden. Zo lang als nodig is.

Vindt u dat ook?

Renee van Onderen

© Rick Ruhland 2018

Partij voor planten XII

Als iets opvalt in mijn communicatie met de PvP (onderaan meer over de nieuwe afkorting), dan is het wel de wispelturigheid van de grote leider en de haast über-polemische opmerkingen die in de mails van GW staan en die ik in de twitterberichten lees van de lagere echelons van de partij. Het komt er vaak op neer dat anderen de schuld zijn van de  tekortkomingen van GW en zijn aanhangers . Een journalist van een kwaliteitskrant heeft zelfs een keer een opiniestuk geschreven waarin hij stelde dat de PvP de Faalpartij is. Falende planten die hun eigen falen aan andere planten toeschrijven, die op hun beurt niets anders zijn dan falers. Volgens de faalpartij zelf dus.

Ik heb die journalist gebeld en gemaild, maar die wil geen reactie geven op mijn ervaringen met GW en zijn nalopers. Ik vroeg specifiek om zijn ervaringen omdat ik wil weten hoe het komt dat er zo veel boosheid en verwijten naar iedereen die niet met hem (GW) en de zijnen is. Ik gebruik de woorden boosheid en verwijten, maar misschien is het iets heel anders. Dat had ik die journalist willen vragen, maar ik kreeg een mail terug met niet meer dan de opmerking ‘Lees mijn artikelen maar.’

Goed, ik heb dus een eigen journalistiek onderzoek gedaan en alle websites, fora en boeken bestudeerd. Eerst van de buitenstaanders, zoals de genoemde journalist, toen stukken en websites van de PvP’ers. Wat die laatste uitingen betreft: gelezen is een groot woord, want de meeste teksten zijn onleesbaar. Slecht Nederlands, onduidelijke standpunten, metaforen en beeldspraak die te hooi en te gras er met de oren bij zijn gesleept, en een opbouw en structuur die zelfs op alineaniveau van de hak op de tak, waar geen touw aan vast te knopen valt, en daardoor in alle valkuilen van een ondoorwrochte tekst tegelijk springt.

Interessant is wel dat van die partij de meest geletterden – dat woord is ruim te nemen want geletterd wil niet meer zeggen dan het aantal spelfouten geringer is, de opbouw van teksten helderder en het taalgebruik an zich niet zo storend is dat het lezen wordt bemoeilijkt – nou net de planten zijn die uit de partij willen stappen of er reeds uitgezet zijn.

Het lijkt erop dat er een aardverschuiving plaats vindt. Van veel planten raken de  wortels los en enige voeling met de grond waarin zij meenden te staan is er niet meer. GW schrijft op een van zijn websites (hij heeft er meerdere) dat hij een scheuring in de partij niet zal accepteren. Planten die elkaar, de inheemse planten, het zonlicht niet in de cellen gunnen, zo oreert hij menig maal, moeten maar ‘in een broeikas gaan groeien’.

De eerste afsplitsingen hebben al plaats gevonden. En dat had niet eens te maken met de partijbeginselen zelf, maar met randverschijnselen. Belangrijkste is de ruzie met de Partij van de dieren, consequent door GW de Partij voor de dieren genoemd. Die partij is alleen maar geïnteresseerd in dieren, en de naam lijkt ook veel te veel op de naam van zijn partij. Vandaar, zo schreef hij deze week, de naamsverandering van PvdP naar PvP.

Al die ellende, met dwarsliggers en querulanten en afsplitsers, dat komt niet door de partij zelf. Dat ligt aan vragenstellers zoals ik. Mijn mail aan GW is al de deur uit: hoe zit dat dan? Leg me dat eens uit.

© Rick Ruhland 2018

Proefschrift van de week

Titel: Frisdrankfabriek op de maan. Auteur: Ben Hero.

Samenvatting: Dit onderzoek is gestart vanuit een technologisch kader maar is vermengd met een sterke, sterk filosofische inslag. Heeft het nut is niet de vraag, maar kan het en heeft het voordelen. Het technische deel laat veel wiskundige en natuurkundige vergelijkingen zien, en dat is eigenlijk een beetje overdone. Ook niet conform de eisen van de wetenschap: het startpunt is de uitkomst, en dat kan niet. Er worden geen hypotheses vermeld. Ik heb het idee dat dit onderzoek gesponsord is door een suikerfabrikant die nieuwe en goedkopere productiewijzen zoekt.

Eindoordeel: als denkexercitie geslaagd, als wetenschappelijk verhaal half, als praktische toepassing niet. De indruk valt niet te onderdrukken dat Hero familie is van de producent van o.a. Cassis. Dan is mogelijk ook sprake van belangenverstrengeling. Ik weet iets van bedrijfseconomische processen en cijfers, en ik kan stellen: Hero slaat vaak de plank mis. Het financiële plaatje is ronduit ontoereikend.

© Rick Ruhland 2018

De poot om op te staan

Het café dat aan de Vismarkt ligt, opent al vroeg in de ochtend. Op dat uur loopt het café vol met marktlieden die met een koffie en een likeur de dag beginnen, en die pas weer tegen 5 uur binnenkomen voor een pul bier.

Zodra zij naar hun kraam gaan en de handel proberen te verkopen, wordt het even rustig, maar dat duurt niet lang. Het is alsof een ieder die al wel wakker is en niet meer thuis wil zijn, zich daar verzamelt. Oude mannen met hoed en stok, juffers met hun laptop die een creatief beroep doen of daar de illusie van willen wekken, geliefden die het kleffe, naar liefdeszweet stinkende bed voor een moment hebben verlaten, toeristen. Het is een komen en gaan, iedereen is welkom, niemand valt op, de benen die ik zie vanuit mijn plek naast het grote raam duiden op gewone mensen in een gezellige kroeg.

Met uitzondering van elke dinsdagochtend rond even voor elf uur. Dan komt een man binnen die aan mijn tafel gaat zitten. Een wat stijve man, die vaak in grijze broeken en en beige vesten is gekleed. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij loopt vaak hard. Dat is wat ik van hem weet.

Niet veel later komt zij binnen.

Zo ging het tot nu toe: zodra zij zit, gaat zijn hand onder het tafelblad. Eerst is die hand alleen maar onder het tafelblad, maar na een seconde of tien gaat zijn wijsvinger richting zijn lies en krabt daar een minuut lang. Elke keer weer. Het duurt een paar minuten, dan haalt hij zijn geslacht naar rechts en dat is nu stijf. Zij heeft inmiddels beide handen onder de tafel en trekt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. De vingers van haar andere hand strelen haar schaamlippen.

Als ze aan mijn tafel zit, draagt ze meestal rode pumps. Meestal zet ze een pump op de staander van mijn tafel en drukt ze een vinger tussen haar schaamlippen terwijl haar duim haar klit masseert. Nu ook.

Maar vandaag is een dag als geen andere dag. Zij wrijft wel, maar hij niet. Hij brengt zijn hand weer boven tafel.

Door het tafelblad heen hoor ik hem zeggen:

“Je kunt niet langer mijn patiënt en mijn minnares tegelijk zijn.”

Haar hand stopt, haar dijen klappen dicht, haar voet op mijn houten poot glijdt weg.
Dan zet hij zijn voet op mij. Aan zijn zool kleeft hondenpoep. Ik ruik de penetrante geur van de poep, die hij aan mijn hout afveegt.

“Maar mijn emotionele focustherapie moet door gaan, Peter, want ik word zo geil van psychiaters, en ik kan nergens meer gewoon zijn zonder mezelf te bevredigen.”

Geruisloos zijn de benen van de kelner naderbij gekomen.

“Peter, je moet me blijven bevredigen,” zegt ze veel te hard.

Peter springt overeind, glijdt uit over de poep op mijn tafelpoot, bewaart nog net zijn evenwicht en rent het café uit.

© Rick Ruhland 2018