Partij voor planten XII

Als iets opvalt in mijn communicatie met de PvP (onderaan meer over de nieuwe afkorting), dan is het wel de wispelturigheid van de grote leider en de haast über-polemische opmerkingen die in de mails van GW staan en die ik in de twitterberichten lees van de lagere echelons van de partij. Het komt er vaak op neer dat anderen de schuld zijn van de  tekortkomingen van GW en zijn aanhangers . Een journalist van een kwaliteitskrant heeft zelfs een keer een opiniestuk geschreven waarin hij stelde dat de PvP de Faalpartij is. Falende planten die hun eigen falen aan andere planten toeschrijven, die op hun beurt niets anders zijn dan falers. Volgens de faalpartij zelf dus.

Ik heb die journalist gebeld en gemaild, maar die wil geen reactie geven op mijn ervaringen met GW en zijn nalopers. Ik vroeg specifiek om zijn ervaringen omdat ik wil weten hoe het komt dat er zo veel boosheid en verwijten naar iedereen die niet met hem (GW) en de zijnen is. Ik gebruik de woorden boosheid en verwijten, maar misschien is het iets heel anders. Dat had ik die journalist willen vragen, maar ik kreeg een mail terug met niet meer dan de opmerking ‘Lees mijn artikelen maar.’

Goed, ik heb dus een eigen journalistiek onderzoek gedaan en alle websites, fora en boeken bestudeerd. Eerst van de buitenstaanders, zoals de genoemde journalist, toen stukken en websites van de PvP’ers. Wat die laatste uitingen betreft: gelezen is een groot woord, want de meeste teksten zijn onleesbaar. Slecht Nederlands, onduidelijke standpunten, metaforen en beeldspraak die te hooi en te gras er met de oren bij zijn gesleept, en een opbouw en structuur die zelfs op alineaniveau van de hak op de tak, waar geen touw aan vast te knopen valt, en daardoor in alle valkuilen van een ondoorwrochte tekst tegelijk springt.

Interessant is wel dat van die partij de meest geletterden – dat woord is ruim te nemen want geletterd wil niet meer zeggen dan het aantal spelfouten geringer is, de opbouw van teksten helderder en het taalgebruik an zich niet zo storend is dat het lezen wordt bemoeilijkt – nou net de planten zijn die uit de partij willen stappen of er reeds uitgezet zijn.

Het lijkt erop dat er een aardverschuiving plaats vindt. Van veel planten raken de  wortels los en enige voeling met de grond waarin zij meenden te staan is er niet meer. GW schrijft op een van zijn websites (hij heeft er meerdere) dat hij een scheuring in de partij niet zal accepteren. Planten die elkaar, de inheemse planten, het zonlicht niet in de cellen gunnen, zo oreert hij menig maal, moeten maar ‘in een broeikas gaan groeien’.

De eerste afsplitsingen hebben al plaats gevonden. En dat had niet eens te maken met de partijbeginselen zelf, maar met randverschijnselen. Belangrijkste is de ruzie met de Partij van de dieren, consequent door GW de Partij voor de dieren genoemd. Die partij is alleen maar geïnteresseerd in dieren, en de naam lijkt ook veel te veel op de naam van zijn partij. Vandaar, zo schreef hij deze week, de naamsverandering van PvdP naar PvP.

Al die ellende, met dwarsliggers en querulanten en afsplitsers, dat komt niet door de partij zelf. Dat ligt aan vragenstellers zoals ik. Mijn mail aan GW is al de deur uit: hoe zit dat dan? Leg me dat eens uit.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Proefschrift van de week

Titel: Frisdrankfabriek op de maan. Auteur: Ben Hero.

Samenvatting: Dit onderzoek is gestart vanuit een technologisch kader maar is vermengd met een sterke, sterk filosofische inslag. Heeft het nut is niet de vraag, maar kan het en heeft het voordelen. Het technische deel laat veel wiskundige en natuurkundige vergelijkingen zien, en dat is eigenlijk een beetje overdone. Ook niet conform de eisen van de wetenschap: het startpunt is de uitkomst, en dat kan niet. Er worden geen hypotheses vermeld. Ik heb het idee dat dit onderzoek gesponsord is door een suikerfabrikant die nieuwe en goedkopere productiewijzen zoekt.

Eindoordeel: als denkexercitie geslaagd, als wetenschappelijk verhaal half, als praktische toepassing niet. De indruk valt niet te onderdrukken dat Hero familie is van de producent van o.a. Cassis. Dan is mogelijk ook sprake van belangenverstrengeling. Ik weet iets van bedrijfseconomische processen en cijfers, en ik kan stellen: Hero slaat vaak de plank mis. Het financiële plaatje is ronduit ontoereikend.

© Rick Ruhland 2018

De poot om op te staan

Het café dat aan de Vismarkt ligt, opent al vroeg in de ochtend. Op dat uur loopt het café vol met marktlieden die met een koffie en een likeur de dag beginnen, en die pas weer tegen 5 uur binnenkomen voor een pul bier.

Zodra zij naar hun kraam gaan en de handel proberen te verkopen, wordt het even rustig, maar dat duurt niet lang. Het is alsof een ieder die al wel wakker is en niet meer thuis wil zijn, zich daar verzamelt. Oude mannen met hoed en stok, juffers met hun laptop die een creatief beroep doen of daar de illusie van willen wekken, geliefden die het kleffe, naar liefdeszweet stinkende bed voor een moment hebben verlaten, toeristen. Het is een komen en gaan, iedereen is welkom, niemand valt op, de benen die ik zie vanuit mijn plek naast het grote raam duiden op gewone mensen in een gezellige kroeg.

Met uitzondering van elke dinsdagochtend rond even voor elf uur. Dan komt een man binnen die aan mijn tafel gaat zitten. Een wat stijve man, die vaak in grijze broeken en en beige vesten is gekleed. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij loopt vaak hard. Dat is wat ik van hem weet.

Niet veel later komt zij binnen.

Zo ging het tot nu toe: zodra zij zit, gaat zijn hand onder het tafelblad. Eerst is die hand alleen maar onder het tafelblad, maar na een seconde of tien gaat zijn wijsvinger richting zijn lies en krabt daar een minuut lang. Elke keer weer. Het duurt een paar minuten, dan haalt hij zijn geslacht naar rechts en dat is nu stijf. Zij heeft inmiddels beide handen onder de tafel en trekt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. De vingers van haar andere hand strelen haar schaamlippen.

Als ze aan mijn tafel zit, draagt ze meestal rode pumps. Meestal zet ze een pump op de staander van mijn tafel en drukt ze een vinger tussen haar schaamlippen terwijl haar duim haar klit masseert. Nu ook.

Maar vandaag is een dag als geen andere dag. Zij wrijft wel, maar hij niet. Hij brengt zijn hand weer boven tafel.

Door het tafelblad heen hoor ik hem zeggen:

“Je kunt niet langer mijn patiënt en mijn minnares tegelijk zijn.”

Haar hand stopt, haar dijen klappen dicht, haar voet op mijn houten poot glijdt weg.
Dan zet hij zijn voet op mij. Aan zijn zool kleeft hondenpoep. Ik ruik de penetrante geur van de poep, die hij aan mijn hout afveegt.

“Maar mijn emotionele focustherapie moet door gaan, Peter, want ik word zo geil van psychiaters, en ik kan nergens meer gewoon zijn zonder mezelf te bevredigen.”

Geruisloos zijn de benen van de kelner naderbij gekomen.

“Peter, je moet me blijven bevredigen,” zegt ze veel te hard.

Peter springt overeind, glijdt uit over de poep op mijn tafelpoot, bewaart nog net zijn evenwicht en rent het café uit.

© Rick Ruhland 2018

Bladzijdeverbranding

Op beelden uit Amerika in een documentaire zijn mensen te zien die platen – LP’s en singles – op een stapel gooien en vervolgens die stapel in brand steken. Die beelden zijn niet van recent, maar van 50 jaar geleden. Mensen van toen wilden niets meer te maken hebben met die platen. En eigenlijk was die plaatverbranding het gevolg van maar een opmerking: “We’re more popular than Jesus.” Voor wie niet weet wie die opmerking maakte: dat was John Lennon. Zanger, gitarist, componist van de grootste band ooit, The Beatles. Hij had gelijk: zeker op dat moment waren de Beatles zo populair dat Jezus er niet aan kon tippen. Hoe juist ook, het leidde bij velen in de VS tot een woede-uitbarsting. Dat een muzikant zomaar zoiets durfde te beweren: dat kon niet. Of zoals een meisje zei: ‘Stel je voor dat mensen, jongeren vooral, zoiets horen.’

30 jaar daarvoor waren volksstammen bezig met iets vergelijkbaars: het verbranden van boeken. Destijds ging het om boeken van een religieuze minderheid die moest worden geëlimineerd. Boeken, kunst, synagogen, en uiteindelijk mensen moesten worden verbrand. Ook voor hen die kunst en daarmee ook mensen op de brandstapel en in gaskamers gooiden geldt: de angst was groot want tja, wie weet zou de eigen cultuur wel eens bedreigd kunnen worden. Angst, altijd een slechte raadgever.

In onze tijd zijn om weer andere redenen andere volksstammen bezig met het kapot maken van alles wat niet past in het beeld dat die die stammen hebben van wat juist is en wat niet. Beelden en andere overblijfselen van oude culturen worden vernietigd, zelfs als die beelden geen enkele schade aan het huidige denken en handelen van die volksstammen kunnen aanbrengen. Die uitingen van andere geloven, van anders denken, moeten vernietigd worden. Ausrotten, ‘iibadatan, annihilate. De mens is nou eenmaal een kwaadaardig wezen.

Ja, de mens is ook een scheppend wezen, maar na het scheppen vooral een destructief wezen. Ik ook? Ik ben in mijn diepste zijn geen destructief wezen. Ik kan wel dingen stuk maken. Een krant stuk scheuren om als aanmaakpapier voor de open haard te gebruiken, om maar wat te noemen. Maar wat nou als je geen krant in huis hebt, maar nog wel een boek? Een boek dat je gelezen hebt, dat je niet geweldig vond, dat je zou willen doorgeven aan een vriend maar dat niemand wil hebben, en dat zelfs de kringloopwinkel niet wil hebben. Gooi je dat boek in een papierbak? Ik kan dat niet.
Dan nu de hamvraag: mag je een pagina uit dat boek scheuren om te gebruiken als aanmaakpapier, als je ver geen enkel papier meer hebt? Ja, want dan heeft het boek nog nut. Mag 2 pagina’s ook? Of 10? 20 dan? 20 mag ook. Nou had ik een boek dat 20 pagina’s groot was. Ik heb eerst alle pagina’s gebruikt, en de kaft was ook wel te gebruiken als aanmaakpapier. Ik heb dus een boek verbrand om een haardvuur aan te krijgen. Heiligt het haardvuur de middelen?

Ben ik nu van dezelfde orde als zij die platen van de Beatles verbrandden, als de nationalisten die enartetete Bücher naar de brandstapel brachten, en de religieuzen die kapot maken wat van een ander geloof is?

© Rick Ruhland 2018

Voorrang

Ik zat in de auto afgelopen week. In een grote stad rijden betekent beter opletten dan in een dorp of landelijke omgeving. Veel andere auto’s, taxi’s, bussen, trams, fietsers, voetgangers, toeristen, etc. etc., en vooral ook veel van dat alles. Je eigen zin doorzetten leidt tot ongelukken. Juist in een stad is het goed en wijs om de verkeersregels te respecteren. Het valt des te meer op als je een tijd buiten Nederland bent geweest dat hier meer het recht hebben op wat dan ook en beter menen te zijn dan andere mensen.

Bij een kruising moest ik wachten op het tegemoet komende verkeer en op fietsers en wandelaars die tegelijk groen licht hadden. Ik wachtte rustig, net als de auto voor mij. Maar de auto daarvoor niet. Die reed met gierende banden weg toen het stoplicht op groen sprong. Toen hij aankwam bij het zebrapad, waarop mensen liepen die voorrang hadden, sloegen bij deze ‘man’ de stoppen door. Met het raam open schreeuwde hij iedereen die lopend overstak toe en maakte ze voor vuil, ratten. Complete kortsluiting in de kleine hersenen.

Ik weet dat mensen in een grote stad opgefokter zijn. Onbeschofter. Maar bij deze man was de overtreffende trap bereikt. Hij was zo extreem verdorven vertoornd dat zijn hele gezicht misvormde en de spieren in zijn keel aanspanden en bijna door zijn huid heen staken.

Hij is voor mij nog steeds het prototype Nederlander (het was een blanke klojo-majeur) dat boos wordt als het niet krijgt wat het wil, waar het recht op heeft. Zijns inziens. Alleen zijns inziens. Het is een vergaarbak van onbeschoftheid, halsstarrigheid, cynisme, in-zichzelf-gekeerdheid, en botheid. Het is het type levend wezen dat als reactie op een goedbedoelde lach, jou een beuk verkoopt. Alles vanuit het standpunt ‘Ik heb hier recht op’.

Tja, en dan moet je wel voorrang krijgen, en dan mag je daar iemand voor dood rijden.

Het hoge zombie-gehalte van de medemens valt des te meer op als ik de hemel ben geweest. Japan. Het land, de natuur, de bewoners, het fatsoen. Japanners weten nog wat het is om samen te leven.

Een andere hemel: Schotland, voor de gelovigen onder ons ook te schrijven als ’s Godland. Een land bevolkt door Schotten (…). Wat zo goed aan dat volk is: de openheid, de verhalen, de goedmoedige grappen, de whisky, de behulpzaamheid. Schotten zijn zoveel verder ontwikkeld dan Nederlanders.

Ik moet nodig weer terug. Ik ga gauw weer terug.

© Rick Ruhland 2018

Ruikende testikels

Conversatie met een vriend. Soms is briljant zijn zo fijn:

“Zou dit waar zijn? ‘Human testicles have receptors that can taste sweet, salty, bitter, sour and umami flavours. We are sure you are extremely glad you now know this fact.'”

“Mijn ballen kunnen proeven en ruiken…..? Dus als ik neuk dan hebben m’n ballen een soort van waarneming…. Dat is toch logisch, hoe kan mijn instinct anders functioneren?????”

“Of ze kunnen ruiken weet ik niet. Dat zou je ze eens moeten vragen. Proeven wel. Vraag terug: kunnen schaamlippen ook proeven?”

“Denk ‘t wel. Ik denk dat onze voortplantingsorganen constant signalen zenden voor (dis)approval.”

“Misschien is proeven het enige wat geslachtsorganen willen, en is voortplanting een bijproduct. Honing ook.”

“Ik vroeg me vanochtend opeens iets af: ‘Hoe komt t dat ik na het vrijen met de twee laatste vrouwen geen behoefte tot terugtrekken had….. Dat ligt in het verlengde… Interessante omkering, zeg. Seks is echt nog een onontgonnen terrein van onderzoek.”

“Ik word dan weer wetenschapper.”

“Maar nog even: dat proeven is in context. Wat wordt geproefd? Waarom?”

“Zout, zuur, zoet etc. En waarom? Omdat het lekker is?”

“Ja, maar dat is niet relevant.”

“Juist wel. Dat is het enige dat relevant is. Genot.”

“Lekker is het middel voor iets anders om te verbinden.”

“Lekker is centraal. Genot is centraal. De rest is bijzaak.”

“Nee, lekker is de deur die open gaat. Relevant is wat binnenkont.”

“Honing ook.”

“Okay, wat jij wil😉.”

“Deur? Schuifdeuren.”

“Lekker is een receptor van het bewustzijn. Het gaat om het transport.”

“Lekker is een consequentie, een gevolg van een interpretatie van een of meerdere zintuigen.”

“Transport.”

We zijn er niet uitgekomen wat een teelbal nou vindt van wat hij proeft. De wetenschap van de proevende teelbal is nog niet af.

© Rick Ruhland 2018

 

Brieven Aan Koning Therapeut 8

Beste B., hulpverlener inter pares,

Mijn vriendin weigert zich te vingeren voor de webcam (die uit staat, zeg ik er dan bij). Normaal doet ze alles wat god verboden heeft. De webcam is zelfs al een keer tussen haar schaamlippen geweest, als een soort dildo, en toen stond hij niet uit.

Ik vind dat zij zich zorgen moet maken, maar dan verwijt ze mij dat ik vind dat zij exhibitionistisch moet zijn, terwijl zij meent dat niet iedereen hoeft te zien hoe groot haar schaamlippen zijn. Maar dat is onzin. Daar draait het niet om. Ik vind het gewoon geil als iedereen kan zien hoe mijn vrouw helemaal los gaat.

Houdt ze dus nog wel van me? B., jij bent ook een geile beer, dus help me uit de brand.

Sjon.

 

Brieven Aan Koning Therapeut 5

,

Mijn vriend is vegetariër en vindt nu dat mensen geen dieren mogen gebruiken voor seks. Maar hij vindt nu ook dat dieren mensen mogen verkrachten voor hun dierlijke vergenoegen en genoegens. Is hij niet een beetje ziek in zijn hoofd? Of is het mijn penisnijd? Ik heb hem ooit toegezongen:

“Ze zegt dat het niet is omdat ze pijn wil doen of uit penisnijd
Wanneer ze met een mes mijn strak gespannen balzak opensnijdt.”

Ze zegt dat het slechts is om te testen hoe scherp het mes is dat van beide kanten snijdt. Moet ik of moet hij hulp zoeken? En is groepstherapie dan handig?

Ik hoop echt dat u een advies heeft, want ik moet nu elke dag als dier dienen en me laten nemen.

“Hongerige wolf”.

© Rick Ruhland 2018