Scenes from a thesis: modelling development

“One of the main concerns […] is how to account for quantitative growth in development and how to relate this quantitative growth to qualitative analyses and to the parameters in the model. The definition of such quantitative growth (or development) is an autocatalytic quantitative increase in a growth variable following the emergence of a specific structural possibility in the cognitive system. In other words, language development (or cognitive growth in general) consists of growth which is expressed in numbers (quantitative) and which is not entirely caused by some external factor (autocatalytic). This growth is caused by the system itself, i.e. change is induced by the cognitive system itself.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Advertisements

Semantische inflatie

Semantiek is met een ander woord gezegd betekenisleer. Formeler gezegd: semantiek is de wetenschap die de betekenis van symbolen bestudeerd. En symbolen zijn in onze natuurlijke talen de klanken, woorden en zinnen, en zelfs hele teksten.

De studie van de betekenis van symbolen is een (geslaagde) poging om een formeel systeem te bedenken om natuurlijke taal, zoals het Nederlands, te analyseren. Om voorspellingen over een taal te doen. En deze analyses zijn niet alleen een wetenschappelijke exercitie, ze zijn ook van groot nut bij (ik noem maar wat) het vastleggen van informatie in computertalen. Lang geleden, nog in mijn studietijd, heb ik daar met twee andere onderzoekers een artikeltje over geschreven. Al deze exercities in de (formele) semantiek zijn dus niet alleen wetenschappelijk boeiend, maar hebben ook een praktisch nut.

Welnu, als ik de wetenschappelijk wereld van de studie van semantiek een verzoek mag doen: analyseer de huidige semantische inflatie. De wat? Semantische inflatie is het verschijnsel dat woorden die vroeger een bepaalde betekenis hadden, een bepaalde ‘standing’ hadden, verwaterd raken en erger, steeds minder zeggingskracht hebben.

Ik zal een paar voorbeelden geven, en ze komen allemaal uit ‘het onderwijs’. Lyceum. Van oorsprong een instelling als atheneum en gymnasium: een schooltype dat voorbereid op een universitaire studie. Helaas, heden ten dage wordt het woord gebruikt voor elke plek waar een jong persoon een poging doet een boek open te slaan. Nog zo’n woord: intelligent. Was dat vroeger een woord voor een mens die in staat was op een IQ-test behoorlijk te scoren, tegenwoordig is het een woord dat wordt gebruikt voor iedereen die zinnen kan maken van meer dan vijf woorden. Volgende woord: universiteit. Een plek waar je wordt opgeleid om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen, waar je iets leert over normen en waarden van kennis en kennisoverdracht, waar je nieuwe kennis verwerft en zelfs genereert. Helaas, in dit ‘verangliserende’ land, waar doodnormale woorden ogenblikkelijk worden vertaald in het Engels, is het Hoger Beroepsonderwijs (hbo) inmiddels ook een universiteit: ‘university of applied science’. Zo noemen deze instellingen voor hoger onderwijs zich tegenwoordig. Maar eh, laat me niet lachen: met wetenschap hebben deze instellingen niets van doen en wetenschap is er bij de oren bij gehaald. Laatste voorbeeld is helemaal van de ratten besnuffeld: student. Dit wordt inmiddels door en voor leerlingen, pupillen nog, van middelbare scholen gebruikt (zo zag ik deze week een ingezonden brief in de NRC van twee leerlingen van een middelbare school die zich, ik zweer het je, student noemden). Studenten zijn deze kinderen zeker en voorwaar niet; sterker, de meeste van deze kinderen komen niet eens in de buurt van studeren, studie, student zijn.

Overigens is hier al eens wat geschreven over grammaticale inflatie. Lees maar wat er staat (of staat het er niet, Meneer Nijhoff?).

Ja, ik maak mij druk om deze inflatie van betekenissen. Het is net alsof we het woord magnifiek gebruiken voor een gebeurtenissen als ‘poepen in het bos’. Alsof dat een prestatie van wereldformaat is. Ik moet heus wel lachen om deze inflatie, het is ergens, ver weg, humor om te zien dat in deze tijden mensen en organisaties zichzelf belangrijker maken dan ze zijn, maar het is lachen en humor met tranen in de ogen en pijn in het hart.

© Rick Ruhland 2018

Proefschrift van de week

Titel: De wiskunde van letters in woorden. Auteur: Gé Brouwer.

Samenvatting: het proefschrift begint eenvoudig met getallenleer en letters. Bijvoorbeeld dat A = 1 is, B = 2 etc. Daarna behandelt Brouwer het feit dat letters als x en y en andere parameters en variabelen in de wiskunde ingebakken zijn. Voor het eigenlijke onderwerp van de studie aan de orde komt, bespreekt zij simpele feiten zoals: de woorden voor cijfers en getallen – een, twee, drie, etc. – schrijf je met letters. Ook Griekse letters komen voor in de wiskunde, maar daar gaat ze niet uitgebreid op in.
Maar nu het rare, en dat rare is onderwerp van de studie: Brouwer heeft een systeem uitgedacht waarbij de relatie tussen letters in elke taal steeds terug te brengen zijn tot hooguit 5 verschillende vergelijkingen met 3 variabelen (die zij vocaalriabelen noemt) en 2 constanten (die consonstanten worden genoemd). Ik kan niet elke taal controleren, maar voor de talen die ik spreek, klopt het in ieder geval.

Eindoordeel: buitengewoon boeiend, maar het komt hier en daar een beetje uit de lucht vallen en de studie gaat wel selectief om met de wiskunde en Brouwers studie is af en toe wel erg kort door de bocht en theoretisch matig onderbouwd. Interessant is te melden dat de auteur een verre achternicht is van Luitzen Egbertus Jan Brouwer, een Nederlandse wiskundige uit de eerste helft van de 20-ste eeuw.

© Rick Ruhland 2018

Een inkijk in mijn geest 2

Ik had het weer. Dat gegoochel met letters. Dat mijn zintuigen en neuronen zonder aanleiding of nut de taal tot speelbal van mijn geest maken.

Ik las een artikel over de waadhagedis. Een dinosauriër.  Verwant aan de pleurosauriërs. Wat las ik? Pleuropsauriërs.

Tot ik in de gaten kreeg dat dat woord natuurlijk baarlijke nonsens en onzin bovendien is: alle dino’s zijn achteraf pleuropsauriërs.

© Rick Ruhland 2017

Wijsheid op woensdag: ik doe het niet

Een van de mensen in mijn omgeving schrijft af en toe korte en middellange teksten op internet. In die teksten zitten (zodra die tekst langer is dan vier regels) consequent een of meer spelfouten of grammaticale fouten of een interpunctiefout. Vroeger wees ik anderen nog wel eens op hun gebrekkige taalgebruik. Dat had ik bij deze persoon ook kunnen doen. Interpunctie, spelling, grammatica: op alle fronten worden fouten gemaakt tegen de conventies, tegen de afspraken die bij onze taal horen.

Maar zoals gezegd vroeger wees ik anderen er nog wel eens op. Het zal de docent in mij zijn. En de Neerlandicus. Ik doe dat niet meer. Dus nee, ik wijs niet meer op de schrijftaal van een andere dat die wel enige verbetering behoeft. Ik ben wijzer geworden.

Daarenboven: niet iedereen heeft de behoefte om zo precies te zijn als ik. En ook ik ben feilbaar. Ik zeg er wel bij: ik verbeter mijn teksten op mijn weblog regelmatig als ik zie dat een woord mist, of een woord op de verkeerde plek staat, of dat de spelling of grammatica niet goed is. Je kunt heus zo nu en dan een spelling- of andere taalfout ontdekken in mijn teksten. Soms zijn die expres (zodat andere wat te zuren hebben; spelfout in de zin voor de ; en wel in het woord ‘zuren’…), nog somser heb ik geen zin fouten te verbeteren, het allersomst soms ben ik te lui om goed te schrijven.

Nou wijst deze persoon mij sinds een tijd (en ik weet dat hij niet goed weet wat juist is en wat niet qua taalregels en -afspraken, aangezien hijzelf in elke tekst langer dan vier zinnen de regelen van het Nederlands schendt) op spelfouten in mijn teksten. Zonder te kunnen benoemen wat die fouten zijn. Nou vind ik het wel goed als iemand mij vertelt wat ik fout doe in mijn taal. Enerzijds omdat ik het een sport vind goed Nederlands te schrijven, anderzijds wil ik leren van mijn fouten. En zo kan ik nog wel een paar redenen noemen waarom iemand mij mag wijzen op mijn fouten.

Het punt is echter dat hij nog geen fout heeft kunnen noemen in mijn schrijven. Hij riep het wel, dat ik taalfouten maak. Ik vroeg dan wat er fout was. Hij deed vervolgens een poging die fouten te benoemen, maar uit die poging bleek dat hij zelf weinig tot geen idee heeft hoe je goed spelt, of wat de regels van interpunctie zijn. Hij wilde iets verbeteren wat niet fout was.

Volgens eigen zeggen is hij door een taalpurist opgevoed. Ik denk dat hij denkt dat het een taalpurist was, maar dat die vader of moeder gewoon graag, net als deze persoon zelf, graag te pas en te onpas zijn / haar mening over taal gaf en geeft, in de veronderstelling leeft dat hij / zij goed was of is in taal. Wat niet het geval was of is.

Wijsheid op woensdag: ik ga hem niet zeggen dat hij moet ophouden met het wijzen op mijn taalgebruik dat volgens hem foutief is maar in feite correct en volgens de regelen der spraakkunst is. Ik denk dat hij stiekem maar ook weer niet stiekem  wil laten weten dat hij graag mijn teksten leest.

© Rick Ruhland 2015

Zoontaal: verklaring voor dementie

Ik wandelde op een ochtend met mijn zoon naar school. Zoals elke ochtend praten we over kleine dingen. Die ochtend zei ik hem dat als kinderen geboren worden, dat hun hersenen dan zo groot zijn dat ze in hun hoofd (lees: schedel) passen. Als we groter worden, groeien onze hersenen mee. Ik vroeg of hij dacht dat grotere hersenen betekent dat je ook meer kunt denken en herinneren. Ja, dat was wel zo, volgens hem.

Het bleef even stil tot hij zei: “En als je ouder wordt, echt oud, dan ga die gedachten terug naar waar ze ooit vandaan kwamen. Naar de plekken die je gezien en gehoord hebt. En dat is wat met opa is gebeurd.”

© Rick Ruhland 2015

Philosophical Phursday: Zoontaal

Op een dag besef je dat literatuur niet iets is wat je kunt bedenken of beredeneren. Het is geen wetenschap.

De vijfjarige hier in huis is een literator in de dop. Ik kan niet verklaren hoe hij tot zijn taaljuwelen komt.

Zijn laatste product:

“De schaduw van de regenboog.”

Waanzinnig. Hoe bedenk je het!

© Rick Ruhland 2015