Notes regarding my blog

This winter and early spring, I posted dozens and dozens of texts on my blog. Not all good, sometimes even very bad. But I had to. My brain, my mind, my spirit if you will, was in a manic phase. My mood had to go, and I had to follow. I knew it myself, and there was nothing I could do about it (except for pills and shrinks, both no option in my life; contact me if you want to know why). There is no choice, no option in a manic period: I was at the mercy of my mind.

With regard to this blog: I posted on a lot of subjects, with no direction, no bigger idea, no whatsoever.

SInce Japan, the manic mood swings have been replaced by something similar sinister: the opposite of manic moods. It’s not that bad this time, I seem to have some energy to makes long walks through the countryside, to write stories and work on my novel, to make music with my formidable band, and occasionally I can even stand other people. But the energy is fading, sleep is becoming an issue again, smoking and drinking are on the increase, and there’s more shit happening.

Anyway, I am still here and I decided to post less frequent, more substantial. Longer texts, maybe specific weekdays for specific subjects, no hurry, because, well, in this given situation time is not a factor. That means: the concept of time is for a bipolar person like me meaningless. I can still read time on computer or clock, but time beyond today is a tricky concept. Even worse: I do not know how to handle time.

So, if you are following my blog, do not worry. I am sort of okay. I am familiar with my mood swings, my bipolarism, and have been with those periods of ‘moodism’ for over 30 years. I managed to stay alive. Somehow. I have help from wife, family and friends.

And I will post, less often though, stories (fiction) and thoughts (facts). Maybe even start organising my posts: certain posts on certain weekdays (like the photo’s on Friday).

I don’t know how things will turn out, blogwise. However, I know I had to write this post to get this of my chest.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Facebook in real life

I admit. I am not a big fan of social media. I am a fan of my own blog, but that’s because I need to express and share my thoughts, my insights, my experiences. I do (or better: did) that on other media as well, but right here I have full control over what I want to say, how I want to say it. No restrictions. No daily chichatshit.

Till 2013, I had a Facebook account with my own name. I killed the account. I didn’t want to update on my life through Facebook, of Farcebook as I – most of the time – call this social media service (although I hesitate to use the term ‘service’), anymore. I wanted to see friends and other people, smell them, hear them, even touch them, and sometime even taste them. Facebook and other social media are just something extra. Real life is happening while you’re writing nonsense on the internet.

I am on Facebook though. I write stuff on the Facebook wall. I post my blog post there. I use Farcebook to inform people when we are on stage with my band. I try to connect to people I know and I don’t know. I use an alias, a pseudonym, a nickname, an alter ego. Because it’s not me on Facebook, but a part of me, or maybe it’s not even me, I don’t really care what Facebook is. If it really is. Put differently, facebook is not reality.

Okay, that was a long intro to post this video.

(c) Rick Ruhland 2015

Trolling

Het blijft een merkwaardig digitaal fenomeen. Trolling. Wild om je heen slaan op websites, fora, door flink te schelden en iemand proberen verbaal af te maken, en vooral geen gebruik maken van argumenten. De ratio zit alleen maar in de weg. De definitie van trolling (die heb ik maar even van wikipedia heb gehaald; ik sta open voor betere definities of een betere bron) is het plaatsen op fora, websites of chatkanalen van berichten met het doel voorspelbare emotionele reacties (bijvoorbeeld woede, irritatie, verdriet, of scheldpartijen – ook wel flames genoemd in internetjargon) van andere mensen uit te lokken, desinformatie te geven – en dit als informatie laat overkomen – of in een rol te kruipen en een vertekend beeld van zichzelf te geven. Ik noem het maar digitale vuilspuiterij.

 

Het komt vaak in de vorm van heftige emotie, die er uit bestaat anderen te schofferen en te zeggen dat die ander er naast zit. Voorbeeld? Onderwerpen die zich er goed lenen voor trolling zijn creationisme (de onzinnige idee dat het geloof iets snapt van het ontstaan van de wereld en het universum) en klimaatverandering (misschien minder onzinnig dan creationisme, want het klimaat verandert constant, maar nog steeds een onderwerp dat zich leent voor trolling). Bij die onderwerpen lopen de emoties al snel heel hoog op.

 

Ik vraag me wel eens af hoe en waarom dat zo makkelijk ontstaat. Ik houd ook van opruien, maar dan wel met een doel. Ik houd van opruien, maar niet van rotzooi op straat gooien. Ik houd van opruien, maar ik sta wel achter mijn mening, ik geef argumenten en ik verschuil me niet achter een pseudoniem. Nee, ik ben in de digitale werkelijkheid geen omgekieperde vuilnisvat. Want dat waar trolling op lijkt in de non-virtuele werkelijkheid: het is als rotzooi op straat gooien. Als niet iemand er iets van zegt, dan gaan andere mensen er rotzooi bij gooien. Voor je het weet, ligt er zo een enorme rotzooi. Vaak weet je niet wie die rotzooi op straat heeft gegooid. En dat is op internet vaak net zo. Maar erger is dat trolling – vuil op internet gooien – erg makkelijk te doen. Je hoeft niet eens de deur uit. De rotzooi op internet is daarenboven vaak extreem persoonlijk. Niet op de bal, maar op de man gespeeld.

 

Ik vraag me vaak af waarom het bestaat. Waarom doet iemand dat? Ik denk dat er een grote frustratie onder mensen heerst. In het dagelijkse leven, maar zeker op internet. Zoveel informatie op internet, zo makkelijk toegang tot die informatie en tot andere mensen, en toch doet iemands mening er niet of nauwelijks toe. Of is het soms dat veel mensen er een groot en zuur plezier in scheppen om andere mensen in het emotionele kruis te schoppen? Misschien is het wel zo dat digitaal in de weer zijn de emoties afstompt, en onderwijl woekeren die emoties als een veenbrand door en komen aan de oppervlakte als iets wordt gevonden waarop die emoties kunnen worden afgereageerd. De meeste voorkomende emoties bij computergebruik (waaronder ook smartphones en alle andere apparaten horen die gebruik maken van de laatste digitale mogelijkheden) zijn negatief. Stress is de minst erge, en haat de meest voorkomende.

 

Er is nog een kwalijk aspect van trolling. Waar voorheen in de menselijke communicatie feiten ergens nog een rol speelden, zij het vaak miniem, zijn feiten en trolling elkaars tegenpolen. Feiten zitten in de weg. Checken of iets misschien klopt, is niet aan de orde. Sterker, er heerst een grote verwarring over wat feit is en wat mening. Die twee worden door trollers consequent door elkaar gehaald en gebruikt.

 

Het is zo makkelijk gebeurd, een boze, haatzaaiende tekst op internet schrijven. Ik ken meerdere voorbeelden hoe via email ruzies ontstonden en hoog oplaaiden. Ook mij is het overkomen, zo’n 15 jaar geleden. Maar er is toch genoeg ratio in mij (als ik niet gestrest of moe ben van internet en computers en zo) om dergelijk oergedrag te vertonen.

 

De grotere context is er ook: niemand laat zich meer de mond snoeren. Columnisten, politici, voetballers, de man in de straat. Iedereen denkt maar dat hij met een mening meent iets bij te dragen aan de samenleving. Het ware beter als menigeen zijn mond hield en eerst nadenkt, zo argumenten bedenkt en dan pas begint te praten. De mond laten snoeren is 1, maar ongebreideld onzin uitkramen is 2, en een heel ander verhaal.

 

Ik hoef geen oplossing tegen trolling. Ik heb die wel, trouwens. Twee oplossingen zelfs. A: geen commentaren lezen of als ergens een commentaar staat dat oergedrag bestaat, stoppen met lezen en de url sluiten. B. Lachen om die trollerij.

 

Verder lezen? Zie hier en hier, met dank aan Stephen Fry.

© rick ruhland 2013.

Verhip

Mijn weblog doet het weer. Geen idee waarom die het niet goed deed (cookies in mijn nieuwe browser, vermoed ik) en geen idee waarom het zo lang heeft moeten duren voordat alles het weer deed. Ik zie ook dat de overgang naar het nieuwe weblog (nu gebaseerd op WordPress (net als mijn site) niet helemaal goed is gegaan. Allerhande tekens zoals quote-tekens staan niet goed in mijn tekens.

Maar dit is een mooie aanleiding om weer eens teksten op mijn weblog te knallen.

(c) rick ruhland 2012.