Hulpcijfers

Cijfers. Grote hobby van mij. Ik reken graag, ik wil cijfers, getallen weten. Het aantal mensen dat je tegenkomt op een normale dag, hoeveel bomen er gemiddeld in een stad van ongeveer 100000 inwoners staan, hoe vaak mannen vreemd gaan, hoeveel zandkorrels in een druppel water passen, en het gaat maar door. Dat ‘gecijferde’ is waarschijnlijk een genetische trek, want mijn zoon heeft die behoefte ook. De behoefte van spelen met getallen, cijfers, van weten.

De andere kant van de medaille, ongecijferdheid (tevens de titel van een boek van John Allen Paulos; staat hier in de boekenkast), is mij een gruwel. Ik heb nog niet ontdekt of junior ook die hekel aan ongecijferdheid heeft, maar hij zou wel eens van hetzelfde hout gesneden kunnen zijn. Dan zou het zo maar kunnen zijn dat hij ook op andere fronten van de menselijke geest (taalvermogens, creativiteit, logica met redeneren en argumenteren, en meer) ook bovengemiddeld scoort. Dat lijkt nu, hij is nog jong en nog maar halverwege zijn eerste schooltijd, inderdaad zo te zijn. Op toetsen scoort hij ver boven de hoogste gemiddelde score (de A-score), en ook in andere opzichten zit er een HB-jongen in hem. Hij leest veel, kan zijn aandacht goed houden bij zijn opdrachten op school, interesseert zich voor alles wat los en vast zit, hij heeft een grote mate van zelfreflectie en omdat hij veel kan en uit zichzelf doet, mag hij ook veel. Zo doet hij tablet of computer uit als hij er genoeg van heeft; hij is er zelden lang mee bezig (wij hoeven hem zelden tot nooit te zeggen dat de schermtijd voorbij is). En hij gaat elke week een dagdeel naar een zogenaamd Denklab (ook wel Day a week school genoemd), bedoeld voor die groep kinderen die bovengemiddeld scoort op school.

Dat gezegd hebbend: als hij is zoals ik en als hij dus een kleine dosis pech heeft, heeft hij ook een andere trek van vaders kant, namelijk die van een verstoorde chemiebalans in de hersenen. Dan gaat zijn intelligentie (en misschien ook zijn creativiteit) gepaard met ongehoorde fluctuaties in de samenstelling van de neurotransmitters, in de activiteit in de grijze en witte hersencellen.

Van alle mensen in de wereldbevolking schijnt 1 op 14 geestesziek te zijn. Dan hebben we het niet over een pijntje maar over ernstige stoornissen. Angststoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrenie. Ik hoop dat hij een van die overige 13 is. Ik hoop in ieder geval dat hij niet, zoals 1 op de 3 mensen van de Nederlandse bevolking, een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zal doen. Ik hoop dat hij ook dan tot de meerderheid behoort.

Over de cijfers: ik vind het nogal wat. Dat 30 a 35 % van de mensen de ggz opzoekt, terwijl een groot deel van die mensen eigenlijk geen last heeft van een ernstige stoornis. Mag ik dat zo concluderen? Ja, dat mag. Het kan niet zo zijn dat de tendens in de wereld qua geesteszieken (7 %) zo afwijkt van de Nederlandse tendens (30 a 35 procent). Goed beschouwd zijn Nederlanders (dus) geneigd om hulp te zoeken voor kwesties die ze zelf op moeten pakken, die niet onder de noemer ‘psychiatrische stoornis’ vallen. Misschien is het verhaal ook een verhaal van aanbod: volgens een psychiater uit Amsterdam is het aantal behandelaars en hulpverleners in de ggz in Nederland zo’n 500 per 100.000 inwoners (wereldwijd zou dat 9 per 100.000 zijn). Zoveel aanbod aan ggz’ers genereert vraag.

Als u zich tot slot afvraagt, wat is nou HB? Dat is de afkorting die wij hier in huis gebruiken voor hoogbegaafdheid. Niet een term (noch HB, noch hoogbegaafdheid) die wij graag gebruiken. Hij is wat verder dan andere kinderen, dat zien wij en de leraren wel. Maar HB? Dat is meer een term die ouders graag gebruiken om te laten zien hoe slim hun kind wel niet is. Die term wordt vooral gebruikt door mensen met weinig gevoel voor humor. Doen wij hier in huis dus niet. Maar we zien wel – lees zelf eens wat onderzoeken over kinderen / volwassen met een supergroot denkvermogen, dan valt op dat een kind met een denktalent een ‘kind met rugzak’ is: het onderwijs is niet afgesteld op kinderen die voorlopen – dat mijn zoon, en ook ik, niet alleen profijt heeft van een HB-hoofd. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik HB ben, want let wel: bij het teruglezen van mijn proefschrift kan ik mezelf af en toe niet volgen, maar goed: dat is nog geen argument dat ik al dan niet HB ben.

Dat is overigens een nadeel van mij. Ik bedoel: zie de laatste zin van de vorige alinea. Dat nadeel? Ik hanteer om de haverklap humor. Waarmee ik moeilijk ben voor psychiaters. Want die snappen niet dat er humor blijft bestaan op de zwartste, vermoeidste, meest boze en verdrietigste momenten van het bipolaire bestaan.

Gelukkig heeft mijn zoon ook die humor. Je moet hem horen schateren om de films van Laurel en Hardy. Ja, hij krijgt een bijzonder goede opvoeding.

© Rick Ruhland 2018

Advertisements

Scenes from a thesis: rule guided development

“The importance of the concept of a language structure is that in any language, but also during development this structure follows rules. In other words, language and language development is not without a goal. There is an end state in development, which is described and explained with the aid of linguistic theory. Language development, i.e. the change from no language to that end state, is not a proliferation of change that is adrift, but a series of learning events in time that is rule guided, although these rules do not need to be innate or explicitly learned.”

From: Going the distance:  A Non-Linear Approach To Change In Language Development. H.G. Ruhland. Groningen, 1998.

Zoontaal: snelwegen van de geest

Tijdens het avondeten spraken mijn zoon en ik over het leren van een vaardigheid. Dat begon ermee dat ik een woord gebruikte dat hij nog niet eerder had gehoord. Het woord was adaptief.

Ik legde hem uit wat het betekende en hij zei: ‘Dierenpaden.’

Ik keek hem aan. Hij nam weer het woord.

‘Als je iets nog niet vaak hebt gedaan of geoefend, zit dat nog niet goed in je hersenen. Dan zijn je hersenbanen nog niet ingesleten. Dierenpaden.’

Hij nam een hap van zijn rijstmaaltijd en keek me aan.

‘Als je iets heel vaak hebt gedaan, dan kun je het goed en snel. Dan wordt je aandacht niet snel afgeleid. Dat zijn de snelwegen van de geest.’

Ons gesprek ging verder – ik vroeg onder andere waar hij die kennis vandaan had – en ik vroeg hem vlak voor we van tafel gingen of iemand die adaptief is eerder gebruik maakt van dierenpaden of snelwegen. Dierenpaden, zei hij resoluut.

Af en toe vind ik het ronduit jammer dat ik dit soort gesprekken met mijn zevenjarige niet vaker met volwassenen kan voeren.

© Rick Ruhland 2018

 

Zoontaal: ruiken

Ik kom bij ons huis aan met mijn zoon aan het einde van de middag.

Terwijl ik de fiets op slot zet, kijkt junior omhoog alsof hij iets waarneemt.

Dan spreekt hij.

‘Ik ruik pasta.’

Ik draai me om naar hem.

‘Ik ruik niets.’

Hij houdt vol.

‘Ik ruik pasta. We eten toch pasta straks?’

Ik knik. Dan zegt hij de onsterfelijke zin:

‘Ik kan in de toekomst ruiken.’

© Rick Ruhland 2018

 

 

Zoontaal: eierstal

Mijn zoon is me er eentje. Hij kent diverse klepels en diverse klokken.  Soms denkt hij een klepel te weten, maar is het een lepel. Of een kok en niet een klok.

Zo wist hij mij te vertellen dat vrouwen een eierstal hebben met daarin eierstokken. Ik keur hem goed, al zullen veel vrouwen mij misschien nu toe roepen dat ik hem had moeten corrigeren, want: een baarmoeder is geen eierstal. Ik laat in het midden of ik dat corrigeren heb gedaan.

© Rick Ruhland 2018

Spam, email-prefix, spam.

De spam van tegenwoordig is niet meer wat het geweest is, als je ziet wat voor mail je soms krijgt. Kijk deze dan:

“Beste ## email_prefix ## ,,

Zeeman staat voor kwalitatieve basics en textiel. Altijd voor de laagste prijs. En steeds meer mensen kennen ons door onze leuke producten. We zijn in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland zelfs gekozen tot de beste winkelketen in baby- en kinderkleding.”

Los nog van het feit dat ik geen leuke producten zoek. Niet in Nederland, niet in België, niet in Frankrijk en niet Duitsland.

© Rick Ruhland 2018

Sneeuwpop als meditatie

Zolang de mens een sneeuwpop maakt van vers gevallen sneeuw, is de mensheid nog niet ten dode opgeschreven. Ik heb er een gemaakt deze week. Samen met mijn zoon. Wat een lol, genot, wat een koan! Dat begin van een handvol vlokken, dan het rollen van het ei van ijskristallen door de plakkerige sneeuw, de steeds groter wordende bol sneeuw tot de semi-ronde vorm van sneeuw (en blaadjes) zo groot als een sloopbal is geworden en niet meer van zijn plek is te krijgen. Mijn zoon maakte de twee andere ballen (het was een drie-verdiepingen-sneeuwpop) en toen we klaar waren lieten we de sneeuwman achter. Dat is het enige wat het verhaal triest maakt: een sneeuwman is gedoemd te blijven staan waar hij werd neer gezet.

Een sneeuwpop maken verlicht de geest. Er blijft niets van de man over als de dooi inzet.  Het is een ultiem meditatief moment. Helemaal als je met een kop choco voor de verwarming de tinteling in je tenen en vingers voelt. Dichter bij mijn god in het diepste van mijn gedachten kom ik niet.

© Rick Ruhland 2017

Daktiviteiten

Het ligt aan mij.

Voor mijn gevoel is gisteren of vandaag pas de zomer ten einde gekomen.

Dit is mijn eerste herfstdag. Wel een zeer mooie dag om het najaar mee in te luiden. Ik moet opeens aan Frank Govers denken: ‘Mooi, die kleuren, staat je goed.’

Maar wat raar is: over drie dagen komt de Goedheiligman (niet te verwarren met de Slechtheiligman, hoewel de twee verschillende namen het onmogelijk maakt in de war te geraken) het land binnen ‘gezeild’.

Daar klopt dus niets van. Sint moet nog op het strand van Spanje of Turkije liggen.

Het is nog steeds tijd voor luieren, het is nog lang geen tijd voor daktiviteiten.

© Rick Ruhland 2017

 

Zoontaal: verklaring voor dementie

Ik wandelde op een ochtend met mijn zoon naar school. Zoals elke ochtend praten we over kleine dingen. Die ochtend zei ik hem dat als kinderen geboren worden, dat hun hersenen dan zo groot zijn dat ze in hun hoofd (lees: schedel) passen. Als we groter worden, groeien onze hersenen mee. Ik vroeg of hij dacht dat grotere hersenen betekent dat je ook meer kunt denken en herinneren. Ja, dat was wel zo, volgens hem.

Het bleef even stil tot hij zei: “En als je ouder wordt, echt oud, dan ga die gedachten terug naar waar ze ooit vandaan kwamen. Naar de plekken die je gezien en gehoord hebt. En dat is wat met opa is gebeurd.”

© Rick Ruhland 2015