De Lekker Uitgelegd Podcast – aflevering 7: Colosseum, het ochtendprogramma

Sinds begin november 2020 praten Dennis Aaij en ondergetekende over de meest uiteenlopende onderwerpen in onze podcast Lekker Uitgelegd (te beluisteren op onze website, op iTunes, op Spotify of op een van de andere plekken waar podcasts te beluisteren zijn).

In de zevende aflevering:

Veel luisterplezier. Wil je wat meer weten, lees dan de blogtekst van Dennis.

Als je de podcast leuk vindt, laat dan een recensie achter, bijvoorbeeld bij iTunes. Wat wij ook leuk vinden is als je ons laat weten wat je van de podcast vindt. E-mailadressen staan op de website, en we zijn te vinden op facebook, instagram, en twitter.

© Rick Ruhland 2021

De Fulmar Inn: De band (1)

Evert was sinds zijn eerste bezoeken aan de Fulmar Inn razend nieuwsgierig naar het wel en wee van de kroeg, gore en ongore verhalen, vreemde snuiters en zeker ook zijn geschiedenis. Want die geschiedenis ziet iedereen meteen: de plek in de stad die al meer dan 700 jaar oud is, de rivier die voor de deur langs stroomt, de bouw, architectuur en gebruikte stenen in de onderste laag van de kroeg.

Elke donderdag was Evert de eerste in de kroeg. Meestal was hij al ruim voor het diner, als de provinciale bezoekers een kopje thee kwamen drinken en dus nog niet vertrokken waren, aan de bar te vinden en vroeg Koos honderduit. Vaak ging het over de stad, de kroeg en de stamgasten.

‘Dus de kroeg is ruim 500 jaar oud?’

Koos nam ook een bitterbal van de schaal die Evert besteld had.

‘Het onderste deel. Als je binnenkomt beneden, dan ben je op maaiveldniveau. Als je rechtdoor gaat, dus niet de trap op, dan kom je bij de deur naar de kelder. Die kelder zit onder het waterniveau van de rivier. In dat deel van de kroeg zitten nog stenen uit de 15e eeuw. Kloostermoppen.’

Evert was zichtbaar onder de indruk.

‘Wouw. Die stenen kunnen wel een verhaal vertellen.’

Koos brandde zijn tong aan de hete ragout in de bal.

‘Au, heet.’

Na een paar slokken cola trok zijn gezicht bij.

‘Moet je Sjoerd eens vragen. Die heeft dat eens uitgezocht, althans, hij is een keer een week lang in de archieven van de stad gedoken en heeft toen plattegronden en rekeningen gevonden uit de begintijd van de kroeg.’

‘Sjoerd? Had ik niet achter hem gezocht. Hij leek me zo’n biljarter, iemand die de kroeg als zijn tweede thuis ziet. Niet iemand die in de boeken duikt.’

‘Tja. Uiterlijk zegt ook niet alles.’

Niet veel later kwam Berend binnen. Die zei geen woord, liep meteen naar de jukebox, gooide een paar euro in de machine en drukte tien keer op de knoppen.

‘Muziek. Ik moet muziek.’

De laatste provinciaal keek zijn ogen uit toen de muziek uit de jukebox knalde en Berend de twist danste.

Na drie nummers had hij genoeg gedanst.

‘Evert, hoe is het?’

Hijgend zat Berend op zijn kruk. Een paar zweetdruppels zaten als amazones op de rimpels van zijn voorhoofd.

‘Goed, man. En jij?’

‘Soms is mijn werk zo saai, mijn collega’s zo ingedut dat zelfs ik…’

Koos stak zijn hand op.

‘Berend, je vroeg me ooit dat als jij over je werk begint hier in de kroeg, dat ik je tot de orde moet roepen. Bij deze.’

Berend knikte.

‘Je hebt gelijk. Maar muziek is altijd goed. Dat haalt de zure smaak van collega’s uit…’

Koos stak zijn vinger in de lucht bij wijze van zeggen ‘He, geen werk.’ Berend zakte op een kruk neer.

‘Ik zei net tegen Koos, dit is een oude kroeg. De stenen zouden verhalen kunnen vertellen. Is hier altijd muziek geweest, zou ik de stenen willen vragen.’

Rond acht uur was iedereen in de kroeg. Evert had een goed onderwerp aan gesneden. Hannes zat op zijn praatstoel.

‘Wat we zeker weten is dat in 17e eeuw hier iemand als vaste muzikant zat. Een minstreel die betaald werd door de kroeg. Wat hij speelde weten we niet, maar in de rekeningen van de gemeente en in een kort verhaal van een lokale schrijver komt duidelijk het beeld naar voren dat er gezongen en gedanst werd in deze kroeg.’

Evert keek om naar de jukebox.

‘In de kroeg waar ik kwam voordat ik hier kwam wonen hadden ze een kleine computer. Kon de barman elke soort muziek draaien die hij wilde.’

Koos leek een beetje geërgerd.

‘Dat heeft Berend ook wel eens voorgesteld om hier te hebben, maar ik vind de jukebox meer dan genoeg. Nog meer platen en ik word gek.’

‘Trouwens, waar vind je nog de carnavalskraker Doe mij er nog maar een’?’

Koos moest lachen. Ja, die zat in de jukebox. Zijn neef had lang geleden een plaatje opgenomen. Dat had niet goed verkocht. Van de 500 geperste singles zat een in de jukebox.

Evert vroeg er niet verder na. Inside grappen waren alleen leuk voor insiders.

‘Misschien een gek vraag.’

‘Evert, wij zijn doel op gekke vragen.’

‘Heeft hier recentelijk een minstreel gespeeld? De snaren gestreeld?’

‘Oh nee, daar begin ik niet aan.’

‘Hoe zo niet, Koos?’

Hannes, Sjoerd als Maartje vroegen het tegelijkertijd.

‘Gedoe met overlast, vergunningen. Teveel gedoe.’

‘Vergunningen, daar weet Berend wel raad mee.’

Berend knikte.

‘En als het nou akoestisch is?’

Koos bleef weigeren, maar de rest van de avond was het idee niet meer van de toog weg te slaan.

(wordt vervolgd…)

© Rick Ruhland 2021